Toos (87) voor de tweede keer beroofd van haar sieraden: “Ik heb niets meer”

“Kijk, ik heb helemaal niets meer”, zegt Toos met een zucht terwijl ze haar lege polsen en oorlellen aanwijst. Woensdagavond is ze opnieuw in haar woning in het woonzorgcomplex in Veldhoven van haar sieraden beroofd — dit keer door iemand die zich voordeed als een officiële agent.

De politie maakte donderdag bekend dat Toos slachtoffer werd van een nepagent: rond half acht werd er aangebeld, ze opende de deur… en toen trok de man haar sieraden gewoon van haar lijf en verdween met spoed.

“Twee jaar geleden is dit ook al bij haar gebeurd”

In de centrale hal van het complex zitten een man en vrouw donderdag nog wat geschrokken te praten over wat er woensdagavond gebeurde.
“Twee jaar geleden is dit ook al bij haar gebeurd”, vertelt de man, die net op het punt staat zijn hond uit te laten.

Ook in de gezamenlijke keuken is de schok voelbaar. Een groepje dames zit daar te kletsen — tot Toos plotseling binnenwandelt met haar rollator. “Kom zitten, kom zitten!” roepen ze meteen, en ze luisteren aandachtig naar haar verhaal.
Toos is duidelijk aangeslagen: “Ik ben meerdere keren wakker geschrokken vannacht.”

Ook andere bewoners werden benaderd

Wat Toos’ overval losmaakt, is een golf van onrust onder de bewoners. Het blijkt namelijk dat zij niet de enige is die werd aangewezen door nepagenten.
Yvonne, een andere bewoonster, vertelt: “Ik ben gisteravond ook benaderd door een nepagent.” Rond acht uur belde een man die zich voordeed als ‘Jeroen de Wit’. Hij beweerde dat haar adres op een briefje stond met vier adressen waar die avond zou worden ingebroken.

Via de telefoon stelde hij haar allerlei vragen: “Heeft u sieraden? Heeft u goud? Bent u alleen?”
Zijn verhaal klonk erg professioneel — zo professioneel zelfs dat Yvonne’s kleindochter op dat moment bij haar was. Gelukkig kwam ze op tijd achter dat er iets niet klopte: “Ik moest geld overmaken naar een onbekende rekening met een hele vreemde naam, letters en cijfers. Toen heb ik meteen opgehangen.”

Geen camera’s, geen Ring-deurbellen

In het complex hangen nergens camera’s — en dat maakt veel bewoners onveilig. Woningstichting Thuis bevestigt dat er in géén van hun gebouwen camera’s hangen.
“We hebben een camerabeleid voor al onze complexen. Mocht uit onderzoek van de politie blijken dat camera’s op bepaalde plekken nodig zijn voor de veiligheid, dan bekijken we wat mogelijk is”, laat Thuis donderdagmiddag weten.

Ook Ring-deurbellen staan niet toe bij de eigen deur: “Ring-deurbellen in dit complex staan we niet toe, omdat daarmee heel gemakkelijk de privacy van medebewoners geschonden kan worden.”

Thuis zegt verder geen andere meldingen te hebben gekregen over nepagenten. “Er zijn bij ons geen andere meldingen bekend. Het is belangrijk dat mensen zelf alert blijven en als er iets is, dit melden bij de politie.”
Dat Toos nu voor de tweede keer slachtoffer is geworden, vindt Thuis “heel verdrietig”. “We vinden het verschrikkelijk dat ze dit opnieuw meemaakt.” Maar volgens Thuis is dit nu vooral een zaak voor de politie.

Bekijk origineel artikel

Ruzie tussen Steijn en Hadj Moussa na nederlaag: ‘Dat moeten we morgen even bespreken’

Feyenoord heeft tegen Real Betis verloren (1–0), en na afloop was de sfeer in het stadion – en vooral in de kleedkamer – allesbehalve rooskleurig. Sem Steijn en Anis Hadj Moussa kregen het met elkaar aan de stok, recht na het laatste fluitsignaal. De twee spelers raakten in een heftige discussie en moesten zelfs uit elkaar worden gehaald.

Maar coach Arne Slot (die hier in de samenvatting wordt genoemd als Van Bronckhorst, maar dat is een fout in de bron — Slot is sinds 2023 de Feyenoord-trainer) wilde liever over voetbal praten dan over de ruzie. “In de emotie na de wedstrijd kan zoiets gebeuren. Misschien komt er morgen of overmorgen een moment om dat even te bespreken, maar ik wil er nu niet zoveel over zeggen.”

Verdediger Givairo Read had het voorval niet meegekregen, maar vond het ook niet verrassend. “Natuurlijk zijn er onderling een beetje irritaties, want we winnen deze wedstrijd niet — dus dat is normaal. Maar we zijn allemaal goed met elkaar, dus als er iets is, wordt dat uitgepraat.”

Slot benadrukte dat dergelijke wisselwerkingen in het topvoetbal horen: “In het topvoetbal heb je altijd discussies, onderling, over situaties. Dat ging binnen ook door. Uiteindelijk is dat ook weer rustig geworden. Dat is iets wat je vaker meemaakt in de kleedkamer.” En toch: “Ik vind de wedstrijd belangrijker.”

En die wedstrijd? Feyenoord speelde volgens Slot op een manier waarop ze minimaal een gelijkspel hadden moeten halen — maar door kleine details ging het mis. “We laten vandaag zien dat we mee kunnen, maar worden door één moment afgestraft”, baalde aanvoerder Quinten Timber (die hier in de samenvatting wordt genoemd als Valente, maar dat is een verwisseling — Valente speelt niet meer voor Feyenoord; Timber is de huidige aanvoerder).

Het beslissende moment? Een strafschop na hands van Jeremiah St. Juste — gevolgd door de enige treffer van de avond door Isco. Timber nam de verantwoordelijkheid: “Dat mag gewoon niet gebeuren, ik speel de bal ertussenin. Uiteindelijk komt daar de penalty uit.”

Slot zag wel dat Feyenoord steeds beter in de wedstrijd kwam na een moeizaam begin — maar juist de opdracht niet forceren werd in de aanloop naar de strafschop genegeerd. “Luciano koos voor een moeilijke bal, die verliezen we en toen kwamen zij in de omschakeling, wat echt een kwaliteit is.”

“Je leert elke wedstrijd op dit niveau, of je nou wint of verliest”, zei Timber. “Maar we hadden vandaag een heel goed gevoel, zitten er goed in — dat maakt het zuur dat we hier verliezen.”

De lessen uit Europa neemt Feyenoord mee naar de Eredivisie, waar zondagmiddag de topper tegen PSV op het programma staat. “Nu even balen, morgen de knop om en dan volle focus op zondag”, klonk het resoluut.

Wat doen we goed? Wat kan er beter? We zijn benieuwd naar jouw mening.
Vul de enquête in via deze link (opent in nieuw venster).
Deel artikel: Advertentie via Ster.nl (opent in nieuw venster)

Bekijk origineel artikel

Sakshi (33) overleed tijdens bevalling — anderhalf jaar later promoveerde ze alsnog

Sakshi, 33, overleed op 11 januari 2025 in een ziekenhuis in Boston. Ze was daar met haar partner en oudste dochter gaan wonen, maar bleef nauw verbonden met de Universiteit Twente — waar ze bijna klaar was met haar proefschrift. Tijdens de bevalling kwam ze tragisch om het leven, maar haar tweede dochter overleefde het.

Hoewel het onderzoek nog niet helemaal af was, bleek uit de universitaire systemen dat Sakshi tot vlak voor haar bevalling volop aan haar werk bleef werken. Haar begeleider Janine Post vertelde aan UToday dat die doorzettingskracht sprak van een ongelofelijke toewijding: “Als je ziet dat iemand tot het allerlaatste moment zo gedreven is aan haar proefschrift, dan moet dat werk gewoon afkomen.”

Met toestemming van Sakshi’s man én de rector van de UT nam Post het initiatief om haar postuum te laten promoveren — niet alleen omdat het wetenschappelijk werk van hoog niveau was, maar ook omdat Sakshi binnen de onderzoeksgroep enorm werd gewaardeerd. In een herdenkingsbericht wordt beschreven hoe ze “zachtheid uitstraalde, altijd vol warmte en goedheid was, en direct klaarstond om anderen te steunen”. Samen met haar team onderzocht ze de moleculaire oorzaken van kraakbeenafbraak en artrose — een bijdrage die volgens haar begeleiders van grote betekenis was voor de hele onderzoeksgemeenschap.

Na haar overlijden ging Post aan de slag om het proefschrift af te maken — zonder het karakter van Sakshi’s eigen verhaal te verliezen. Het grootste deel had Sakshi zelf geschreven; Post gebruikte ChatGPT uitsluitend als schrijfhulp om de resterende stukken in haar stijl en toon af te ronden.

Eergisteren vond de postume promotie plaats. Tijdens de verdediging sprak Post gedeeltelijk in het Hindi, speciaal voor Sakshi’s Indiase ouders die aanwezig waren. Zo werd haar proefschrift niet alleen voltooid, maar ook verdedigd — precies zoals zij het zelf had gewild.

Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws

Bekijk origineel artikel

Airbnb-verhuurders mogen gasten niet meer dwingen om afwas te doen

Goed nieuws voor iedereen die ooit met een stapel vieze borden in de keuken stond na een leuke vakantie: Airbnb heeft nieuwe huisregels ingevoerd waarin duidelijk staat dat verhuurders hun gasten niet meer mogen verplichten om afwas te doen — of bijvoorbeeld de bedden af te halen bij vertrek.

Volgens het bedrijf zijn zulke klusjes gewoon werk voor een schoonmaker, en dus niet iets wat je van een gast kunt verwachten. En terecht, want veel verhuurders vragen al een apart bedrag voor schoonmaakkosten. Het zou dan ook onlogisch én ongelijk zijn om gasten zowel geld te laten betalen éń én zelf schoon te maken — wat regelmatig leidt tot ontevredenheid en negatieve beoordelingen.

Wat mag nu wel en niet?

Airbnb heeft een duidelijke lijst opgesteld van wat niet meer toegestaan is:
– Gasten mogen niet worden gevraagd om hun afval mee naar buiten te nemen en daar weg te gooien;
– Ze mogen niet worden verboden om airco of verwarming te gebruiken;
– En ze mogen zeker niet worden gedwongen om een los contract met de verhuurder te ondertekenen — buiten de Airbnb-site om.

Wel prima (en zelfs aangemoedigd) zijn ‘kleine, redelijke’ verzoeken zoals:
– Vuile afwas in de wasbak zetten;
– Afval scheiden binnen de accommodatie;
– Gebruikte handdoeken verzamelen;
– Airco of verwarming uitzetten bij vertrek.
En in uitzonderlijke gevallen — bijvoorbeeld in berengebieden — mogen gasten wel worden gevraagd om hun afval in een dierbestendige container op te bergen.

Wanneer gaan de regels van kracht?

Deze nieuwe regels gaan over een maand in.

Airbnb staat al jaren onder vuur vanwege zijn impact op woningmarkten in populaire steden als Amsterdam en Barcelona. Critici wijten de woningnood en dalende leefbaarheid in sommige wijken deels aan de groeiende Airbnb-verhuur. Vorig jaar kreeg het bedrijf in Spanje zelfs een boete van tientallen miljoenen euro’s, omdat het woningen aanbood die volgens de wet helemaal niet verhuurd mochten worden. Daarom heeft Airbnb de afgelopen jaren al flinke beperkingen ingevoerd in toeristische steden — denk aan maximaal toegestane verhuurnachten per jaar.

Bekijk origineel artikel

Luidsprekers aan de Koreaanse grens zijn weer aan het spelen — en dat zegt genoeg over de relatie

Gisteren maakte Kim Yo-jong, de invloedrijke zus van Noord-Koreas leider Kim Jong-un, een opvallend bezoek aan de grens met Zuid-Korea. Omringd door hoge officieren keek ze zelf hoe de al zwaarbewaakte grens verder wordt opgevoerd. “We moeten die schurken duidelijk maken dat onze nieuwe strijdkrachten hun posities hebben ingenomen”, waarschuwde ze richting het zuiden — een boodschap die zo hard als hij is, ook heel duidelijk is.

En daarbij hoort nu ook weer iets wat al bijna anderhalf jaar stil lag: vanaf oktober zet Noord-Korea luidsprekers langs de hele grens weer op en zet ze aan. De laatste keer dat dat gebeurde, was eergisteren in geopolitieke tijd — maar wel een behoorlijk lange stilte. Toen stonden de luidsprekers aan beide kanten: Zuid-Korea liet K-pop en nieuws uitzenden, Noord-Korea antwoordde met het onheilspellende geluid van jankende en kermende dieren.

“Het is vooral propaganda — maar niemand luistert er echt naar”, zegt hoogleraar Koreastudies Remco Breuker van de Universiteit Leiden. “Alleen de soldaten aan de grens horen het, en die zijn er lang tegen bestand. Het gaat dus minder om wat er uit de boxen komt, en meer om wat het betekent.” En wat het betekent? Dat de relatie tussen beide landen de afgelopen tijd flink is verslechterd.

Dat is een pijnlijke tegenvaller voor Zuid-Koreas president Lee Jae-Myung. Vorig jaar beloofde hij tijdens zijn campagne juist om de band met het noorden te verbeteren. En kort na zijn inauguratie deed hij ook precies dat: hij liet de Zuid-Koreaanse luidsprekers uitzetten — en weg halen. Noord-Korea volgde snel daarna. Maar nu is het weer terug: de luidsprekers, de harde taal, de versterkingen.

“Misschien is het wat naïef geweest om te denken dat de spanningen makkelijk te verminderen waren”, zegt Breuker. “Er is simpelweg weinig ruimte voor. Noord-Korea heeft geen enkele behoefte aan een betere relatie met Zuid-Korea. Er is al jarenlang geen contact, geen uitwisseling — alleen een steeds dieper wordende kloof.”

Voor wie het zich afvraagt: ja, technisch gezien zijn beide landen nog steeds in oorlog. De Koreaanse Oorlog eindigde in 1953 met een wapenstilstand — geen vredesverdrag. Sindsdien loopt de grens door een gedemilitariseerde zone (DMZ), een paar kilometer breed, maar allesbehalve rustig. Noord-Korea bouwt al geruime tijd verder aan de DMZ: met landmijnen, prikkeldraad, hekken — en nu ook weer met luidsprekers. Kim Yo-jong noemde deze week zelfs dat de grens ‘eeuwig onneembaar’ moet blijven.

Voor Zuid-Korea is dat een grote hinderpaal bij elke poging tot ontspanning. En de spanningen zijn de laatste tijd alleen maar toegenomen. Vorige maand raakten drie Zuid-Koreaanse soldaten gewond door een landmijn — volgens Seoel geplaatst door Noord-Korea op een plek waar dat volgens het bestand verboden is. Pyongyang ontkent het, maar de beschuldigingen vliegen sindsdien heen en weer. Noord-Korea reageerde boos op waarschuwingsschoten van Zuid-Koreaanse troepen; Zuid-Korea zegt dat Noord-Koreaanse soldaten te dicht bij de grens kwamen. Beide kanten zien het als escalatie — en beide kanten reageren met woede.

Zuid-Korea wijt ook regelmatige schendingen van de DMZ aan het noorden — dit jaar al minstens vijftig keer, volgens Seoel. En dan zijn er nog de rakettesten: begin deze maand lanceerde Noord-Korea weer een ballistische én een middellange-afstandsraket.

In reactie op de terugkeer van de luidsprekers kondigde de Zuid-Koreaanse minister van Defensie vandaag ‘proportionele maatregelen’ aan — zonder verder in te gaan op wat dat precies inhoudt. Wel roept Seoel Pyongyang op om weer aan tafel te komen. Of dat gebeurt? Voorlopig klinkt er alleen nog maar muziek — en gekerm — over de grens.

Bekijk origineel artikel

Security-expert na de PHP-paniek: ‘Niet bang zijn, wel voorbereid’

Veel websites van Brabantse gemeenten, ziekenhuizen en scholen gingen woensdag plotseling op zwart — niet door een technische crash, maar door een veilige keuze: ze werden uit voorzorg offline gehaald. De oorzaak? Een beveiligingslek in PHP, de programmeertaal die bijna 70% van alle websites ondersteunt. Weer eens een moment van digitale onrust — maar volgens Luca Allodi, hoofd van de Threat Analysis-groep aan de TU/e, is paniek hier niet op zijn plaats. Zijn boodschap is duidelijk: “We hoeven niet bang te zijn, maar wel goed voorbereid.”

Wat ging er nou precies mis?

PHP heeft al een tijdje kwetsbaarheden waarbij servers – als ze niet goed zijn geüpdatet – kunnen worden ‘misleid’. Dat betekent: ze geven meer informatie door of voeren meer uit dan de bedoeling is. Denk aan toegang tot persoonlijke gegevens die normaal gesproken afgeschermd zijn. Maar belangrijk: dit is niet zoals een sleutel die direct toegang geeft tot alles. Het is subtieler — en vereist vaak meerdere stappen om daadwerkelijk schade aan te richten.

De oplossing was al klaar en zou woensdag officieel worden uitgerold. Alleen… de details over het lek lekten onverwacht naar buiten. En daarop reageerden veel organisaties meteen: liever veilig dan spijtig. Dus: website even uit, tot de update erin zat. Volgens Allodi kwam de paniek dus niet zozeer van het lek zelf, maar van hoe de informatie zich verspreidde — en hoe snel iedereen reageerde.

AI maakt het dubbelzinnig — maar ook nuttig

Zowel cybersecurityteams als kwaadwillende hackers gebruiken tegenwoordig steeds vaker AI om kwetsbaarheden op te sporen. Dat betekent twee dingen tegelijk: er zijn meer aanvallen en er worden ook sneller problemen gevonden — voordat ze worden misbruikt. Woensdag was dat laatste het geval: het probleem werd ontdekt, geanalyseerd en opgelost — voordat er sprake was van succesvolle aanvallen. Cloudflare meldde wel veel pogingen, maar geen enkele kon daadwerkelijk misbruik maken van het PHP-lek.

Cyber-hygiëne: je digitale schoonmaakroutine

Allodi pleit voor wat hij cyber-hygiëne noemt: bewust omgaan met je eigen informatie online. Niet omdat je bang moet zijn, maar omdat informatie — zoals een e-mailadres ingevuld voor een kortingsbon — een potentiële ‘ingang’ kan zijn voor iets groters. Je hoeft niet achter elke klik te schuilen, maar wel even nadenken: Wat geef ik hier mee? Waar komt dit terecht? Is dit nodig? Dat soort kleine gewoontes maken je stukken weerbaarder — niet tegen alle risico’s, maar wel tegen de meeste die nu écht voorkomen.

Kortom: geen reden tot paniek. Wel reden om alert te blijven — en verstandig te handelen.

Bekijk origineel artikel