PSV wil het Philips Stadion flink opkrikken — en dat wordt een gigantisch project
PSV heeft de kaarten op tafel gelegd over de grote verbouwing van het Philips Stadion. Tijdens de presentatie van de jaarcijfers dinsdagavond kwamen financieel manager Jaap van Baar én algemeen directeur Marcel Brands met frisse details over hoe de club denkt te gaan omgaan met de uitbreiding — en vooral: hoe ze die gaan betalen.
Een dikke buffer, maar géén geld voor de bouw
Het afgelopen seizoen ging goed op financieel gebied: PSV’s eigen vermogen steeg naar een recordhoogte van 55 miljoen euro. Dat klinkt veel, maar dit bedrag is niet bedoeld voor de stadionverbouwing. Het dient als veiligheidsslag — een soort ‘toekomstbuffer’ voor onvoorspelbare tijden, zoals een seizoen zonder Champions League. “Niks doen is geen optie”, benadrukt Brands. En dat geldt zeker voor het stadion: volgens hem is PSV het huidige Philips Stadion simpelweg ontgroeid. Het aantal opgezegde seizoenkaarten lag afgelopen jaar zelfs op slechts twaalf — een duidelijk signaal dat er ruimte is om meer mensen (ook jonge fans!) in het stadion te krijgen.
400 miljoen euro: niet een schatting, maar een serieuze raming
De prijskaart voor de verbouwing? Niet een vaag idee of een eerste schatting — PSV rekent officieel op 400 miljoen euro. Dat is een aparte investering, los van de bestaande kasstromen. Een team van zo’n veertig mensen werkt al intensief aan de plannen, en op de jaarcijfers stond al een kostenpost van 3,5 miljoen euro voor advieskosten rondom het project.
Wie betaalt het nou eigenlijk?
PSV is op dit moment in gesprek met verschillende (ook internationale) investeerders. De gemeente moet nog vergunningen verlenen, en er is nog veel uit te zoeken — onder andere hoe het voetballen tijdens de bouw mogelijk blijft. “Dit wordt het allergrootste project van de club ooit”, zegt Brands. En hoewel de club nog steeds hoopt in 2027 te kunnen beginnen, wil men eerst alles tot op de bodem uitzoeken. “We willen hier blijven voetballen tijdens de verbouwing. Dat maakt het complex én duurder.”
En één ding is duidelijk: de kosten voor het stadion gaan géén afbreuk doen aan de sportieve ambities. “Uiteindelijk moeten we onze sportieve ambities in stand houden, want anders heeft het sowieso geen zin”, benadrukt Brands.
Boekhouder zonder bobslee-ervaring maakt sprong naar nationale ploeg
Een boekhouder die nog nooit in een bobslee heeft gezeten… maar wel in de nationale ploeg zit?
Ja, echt waar! De 27-jarige Mike Schapendonk uit ’s-Hertogenbosch werkt doordeweeks rustig achter zijn laptop als boekhouder — maar volgende week vertrekt hij naar een trainingskamp in Noorwegen voor zijn echte bobslee-debuut. En ja: hij heeft nog nooit in een bobslee gezeten. Geen ervaring, geen afdalingen, geen ijs onder zijn voeten… tot nu toe.
Zijn coach noemde het al eerder: “Bereid je voor op de ergste achtbaan ooit — en dan keer honderd.”
Wie is Mike eigenlijk?
Mike groeide op in Kaatsheuvel en deed tot zijn negentiende judo. Daarna stapte hij over op krachttraining, en later — toen hij voor zijn studie naar Tilburg verhuisde — op rugby bij de universiteit. Maar dat ging niet zo vlot: hand gebroken, duim gebroken, schouder meerdere keren uit de kom… uiteindelijk zelfs operatie nodig voor een nieuwe schouderkom.
Toen hij eind vorig jaar toevallig een radio-item hoorde over een bobslee-testdag, besloot hij: “Waarom niet?” Twee dagen later stond hij in de atletiekhal in Breda — zonder training, zonder verwachtingen. Sprinten? Nee, daar was hij niet goed in. Verspringen? Ook niet super. Maar de sfeer? De energie? De uitdaging? Daar ging zijn hart sneller van kloppen.
Van “geen idee” naar “in de opleidingsploeg” — in één jaar
Na die eerste testdag kreeg hij van de Bob- en Sleebond Nederland (BSBN) te horen dat er in het voorjaar van 2026 een nieuwe gepland stond. Dit keer wilde hij serieus voorbereid zijn. Bij sportclub Prins Hendrik in Vught sloot hij zich aan bij een sprintgroep, richtte zich op korte afstanden en bleef knokken.
En toen kwam de tweede testdag…
→ Sprint: 3,9 seconden over 30 meter
→ Verspringen uit stilstand: 2,76 meter
Genoeg om direct in de opleidingsploeg te belanden. Een week later was hij al in Winterberg — op de Duitse pushtrack, waar hij voor het eerst een ijzeren kar met handvatten duwde die precies hetzelfde voelt als een bobslee. “Het voelde goed”, zegt hij. “Al was het ook best spannend. Sindsdien denk ik vanaf het moment dat ik wakker word tot ik weer in bed lig: bobsleeën.”
Inmiddels heeft hij vier weekenden in Winterberg doorgebracht én al op ijs getraind. Maar de grote stap — instappen in een echte bobslee, de start, de afdaling, de snelheid — blijft nog steeds onbekend terrein.
Volgende week: Noorwegen, 135 km/uur, en zijn eerste echte afdaling
Komende week is het zover: Mike maakt zijn vuurdoop in Noorwegen. Daar wacht hem een afdaling met snelheden tot 135 kilometer per uur — en de opdracht om zijn 1,85-meter-lijf zo klein mogelijk te maken in de slee.
Hij weet dat het heftig kan worden: “Er was ooit iemand in het team die na zijn eerste afdaling meteen afhaakte — het was gewoon te veel.”
Maar Mike? Die laat zich niet afschrikken. “Ik heb er heel veel zin in. Het extreme past bij mij. En dat voor een boekhouder.”
Uitbreiding Philips Stadion steeds dichterbij: ‘Niks doen is geen optie’
PSV heeft weer een stap dichter bij de grote verbouwing van het Philips Stadion gezet — en ja, die titel is absoluut geen overdrijving. Tijdens de presentatie van de jaarcijfers dinsdagavond kwamen financieel manager Jaap van Baar én algemeen directeur Marcel Brands met frisse updates over hoe het zit met de langverwachte uitbreiding. En één ding is duidelijk geworden: de vraag is niet meer of het gaat gebeuren, maar wanneer.
Een forse buffer — maar niet voor de bouw
Het afgelopen seizoen liet PSV zien dat de boekhouding flink op orde is: het eigen vermogen schoot omhoog naar een recordhoogte van 55 miljoen euro. Dat klinkt indrukwekkend — en dat is het ook. Alleen: dit geld is niet bedoeld voor de verbouwing. Het is vooral een veiligheidsslag voor de toekomst, bijvoorbeeld als er eens geen Champions League in zit of als de transfermarkt plotseling minder rooskleurig wordt.
“Dat is een vraag die we intern ook wel eens stellen”, geeft Van Baar toe. “De omzet stijgt, de transfers worden duurder — dus was het belangrijk dat ons eigen vermogen mee groeide.” Kortom: die 55 miljoen is een buffer, geen bouwbegroting.
De echte rekening: 400 miljoen euro
Want de verbouwing van het Philips Stadion? Die vergt een aparte, gigantische investering: 400 miljoen euro. En volgens Marcel Brands is daar geen weg omheen. “Niks doen is geen optie.” Het stadion zou simpelweg te klein worden voor wat PSV wil: meer fans, meer jeugd, meer ruimte voor nieuwe generaties. En het bewijs? Afgelopen seizoen werden slechts twaalf seizoenkaarten opgezegd — terwijl er juist meer plekken nodig zijn om jonge supporters écht mee te nemen.
Er gebeurt al veel — achter de schermen
Er is al een team van zo’n veertig mensen volop bezig met de plannen. Op de jaarcijfers van het afgelopen seizoen stond al een kostenpost van 3,5 miljoen euro voor advieskosten — dus de machine draait al lang. En nu is PSV ook in gesprek met verschillende (ook internationale) investeerders. De gemeente moet nog de vergunningen goedkeuren, maar dat is een kwestie van tijd — en van geduldige onderhandelingen.
Van Baar ziet het als een langetermijninvestering: “Uiteindelijk zal dit een investering zijn die over de jaren heen terugverdiend zal worden.” En Brands benadrukt: “Er komt zoveel bij kijken. We willen hier blijven voetballen tijdens de verbouwing. Dat maakt het én complex én duurder, dus we willen eerst alles tot op de bodem uitzoeken.” Volgens hem wordt dit “het allergrootste project van de club ooit”.
Wanneer begint het dan?
PSV hoopt nog steeds om in 2027 te kunnen starten met de werken. En nee — de fans hoeven zich geen zorgen te maken dat de bouwkosten ten koste gaan van de ploeg op het veld. “Uiteindelijk moeten we onze sportieve ambities in stand houden, want anders heeft het sowieso geen zin”, zegt Brands. Kortom: geen compromissen op het gras — alleen vooruitgang rondom.
Judoka Sanne Van Lieshout schiet door naar de halve finales van het WK in Azerbeidzjan
Sanne Van Lieshout blijft op volle snelheid doorgaan! Na haar wereldtitel in 2024 in Abu Dhabi en een teleurstellende uitschakeling in de achtste finales op de vorige WK in Boedapest, liet ze dit jaar al weer zien dat ze terug is in topvorm — met haar Europese goud in Tbilisi eerder dit jaar als bewijs.
Op het huidige WK in Azerbeidzjan kreeg ze gelukkig een ‘bye’ in de eerste ronde, dus direct door naar ronde twee. Daar versloeg ze de Oostenrijkse Lubjana Piovesana — en daarna pakte ze ook de Poolse Natalia Kropska in de achtste finales. En nu? Ze staat officieel in de halve finales!
Judoka Van Lieshout op weg naar bronzen medaille na nipt verlies tegen Japanse wereldkampioene
Van Lieshout pakte in 2024 de wereldtitel in Abu Dhabi — een enorme klapper! Vorig jaar zat er op de WK in Boedapest helaas al vroeg een streep door haar toernooi: ze strandde in de achtste finales. Maar dit jaar komt ze sterk terug: eerder dit jaar werd ze Europees kampioen in Tbilisi, en daarmee werd ze meteen één van de grote favorieten voor de wereldtitel.
Ook in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, liet ze weer zien waarom ze zo hoog wordt ingeschat. In de aanloop naar de halve finale versloeg ze achtereenvolgens de Oostenrijkse Lubjana Piovesana, de Poolse Natalia Kropska én de Tsjechische Renata Zachová. Alleen tegen de regerend wereldkampioene uit Japan, Kaju, moest ze uiteindelijk het nakijken nemen — een nipte, maar beslissende nederlaag.
Dat betekent: Van Lieshout blijft in het toernooi — en strijdt nu om het brons!
Messi’s laatste interland voor Argentinië: een emotionele afsluiting na 208 wedstrijden
Argentinië won met een duidelijke 3–0. Messi was overal: hij gaf de assists voor de eerste twee doelpunten én schoot de derde goal zelf binnen – vanaf de strafschopstip, kalm en doeltreffend. Dat was zijn 126e interlanddoelpunt. Elke wissel aan Argentijnse zijde voelde als een moment van bijzondere betekenis: iedere gewisselde speler wist dat dit zijn laatste interland zou zijn met Messi. Julián Álvarez, Rodrigo De Paul, Nicolás Tagliafico, Nicolás Otamendi – ze liepen allemaal van het veld met een laatste omhelzing voor de kleine grote man in het lichtblauw-wit.
Messi is simpelweg de meest succesvolle international uit de geschiedenis van Argentinië. De nummer 10 werd wereldkampioen in 2022, pakte tweemaal de Copa América (in 2021 én in 2024) en sleepte olympisch goud mee in 2008. De verloren WK-finale tegen Spanje in de Verenigde Staten was zijn 207e interland. De achtvoudig winnaar van de Gouden Bal – de prijs voor de beste voetballer ter wereld – kondigde al eens in 2016 zijn internationale afscheid aan. Maar hij keerde terug voor het WK van 2018, en zette vier jaar later in Qatar met de wereldtitel de kroon op een carrière die we waarschijnlijk nooit meer zullen zien.
Na het overlijden van zijn vader in augustus – op 68-jarige leeftijd – liet Messi weten dat hij zichzelf niet veel langer meer zag voetballen. Op dit moment staat hij nog twee jaar onder contract bij Inter Miami.
