Tranen van vreugde, verdriet en trots bij erg drukke Tilburg Ten Miles

Zo’n 20.000 hardlopers – een recordaantal – vulden dit weekend de straten van Tilburg voor de Tilburg Ten Miles. En wat een emotionele dag was het: tranen rolden om de meest uiteenlopende redenen – van opluchting en trots tot dankbaarheid en hoop.

“Ik probeer te genieten van ieder moment”

Rob van Engelen uit Son en Breugel kreeg in 2019 het zware nieuws: uitgezaaide huidkanker, met een prognose van drie tot zes maanden. Toen droomde hij er nog van om één laatste keer mee te doen aan de Tilburg Ten Miles. Nu, zeven jaar later, stond hij weer op de startlijn – deze keer samen met zijn dochter Britt. De 16,1 kilometer rende hij met een glimlach, een vol hart en een biertje dat na de finish echt heerlijk smaakte.

“Het evenement zit vol herinneringen voor me”, zegt Rob. “Toen ik in 2019 hier stond, dacht ik echt: dit is de laatste keer.” Hij sloot de wedstrijd toen al aan bij KWF Kankerbestrijding, om geld in te zamelen voor onderzoek. Dat hij nu nog steeds hier is, is voor veel mensen bijna onvoorstelbaar – en voor hemzelf ook een constante bron van dankbaarheid. “In het ziekenhuis kreeg ik het advies om vooral van de leuke dingen in mijn laatste maanden te genieten. In het begin vond ik dat moeilijk. Maar na verloop van tijd leerde ik weer vertrouwen in het leven – en daarmee ook genieten.” Zijn boodschap? “Plan niet alles tot in de puntjes. Leef vooral bij de dag. Geniet van elk moment – die gedachte gun ik iedereen.”

“Drie jaar geleden zijn we dit samen gestart, nu hebben we het afgemaakt”

Ook Inge Kuijstermans uit Dongen had haar eigen emotionele finish. Drie jaar geleden wilde ze de Dam tot Damloop lopen voor haar zus met multiple sclerose (MS), maar een blessure stond haar in de weg. Dit jaar wist ze de Tilburg Ten Miles wel te halen – en dan nog wel samen met haar dochter Janneke Driessen. Terwijl ze de tranen uit haar ogen veegt, zegt ze: “Het is me vandaag wel gelukt, ik ben zo trots.” En Janneke: “Drie jaar geleden zijn we dit samen gestart, nu hebben we het afgemaakt.”

“Mathieu mag straks het eerste biertje betalen”

Gerard Hermans (77) uit Riel genoot volop van de sfeer – en van de luide steun van het publiek. “Ze hebben me letterlijk naar voren geschreeuwd!” Vooraf had hij gehoopt om eindelijk eens langere tijd naast zijn zoon Mathieu te blijven lopen. “Maar het is me niet gelukt, dat neem ik hem kwalijk”, zegt hij lachend. “Mathieu mag straks het eerste biertje betalen.”

“Ik gok zo’n 20.000 keer”

Rik Konings had nog geen tijd voor een biertje – hij rende namelijk terwijl hij jongleerde met drie ballen. “De trein reed niet, dus ik was wat later. Daardoor kreeg ik achteraan extra aandacht – en dat is belangrijk, want ik ren voor onderzoek naar de ziekte van Huntington.” Hoe vaak gooide hij een bal op? “Ik gok zo’n 20.000 keer. En ik ga nog even door.”

Topprestaties en dikke steun van het publiek

Naast alle persoonlijke verhalen waren er ook flinke sportieve hoogtepunten: Luuk Verbaandert uit Veldhoven was de snelste Nederlandse man op de Ten Miles, en Eline de Jong uit Valkenswaard de snelste Nederlandse vrouw. “Ik heb enorm genoten van de vele aanmoedigingen”, zegt ze. “Wat een geweldig evenement.”

Bekijk origineel artikel

Van der Poel blij met WK-brons na een ‘heel sterke wedstrijd’

Mathieu van der Poel (31) reed een lange tijd aan de leiding tijdens het wereldkampioenschap wegwedstrijd — maar werd uiteindelijk ingehaald. Vlak daarna wist de Amerikaan Brandon McNulty weg te komen, en die kreeg geen kans meer om terug te worden gepakt.

“Het lag niet aan mij om dat gat te dichten”, legde Van der Poel uit. “Op dat moment moest ik ook durven gokken als ik nog een kans wilde houden op de wereldtitel — en daar bleef ik bij.”

In plaats van te jagen op McNulty, richtte hij zich op de achtervolgende groep. Daar zette hij een krachtige sprint neer en pakte zo de derde plek — en daarmee het bronzen wereldkampioensschap.

“Het lukte me om wat terug te winnen, en natuurlijk ging ik vol voor die medaille. Gezien hoe de wedstrijd verliep, ben ik echt tevreden én trots.”

Bekijk origineel artikel

Dansende Roy Meyer geniet van zijn MMA-speeltuin: ‘Ik wil iemands kop eraf slaan’

Nee, moe was hij zeker niet. Roy Meyer (35) maakte zaterdagavond zijn debuut als professionele MMA-vechter — en deed dat met een knal: binnen no-time lag tegenstander Tiago Afonso uit Paraguay knock-out op de grond. De Bredanaar stapt alweer zo snel mogelijk terug in de kooi. “Ik heb mijn roeping gevonden.”

Het publiek in Maaspoort Den Bosch kreeg amper tijd om te genieten van Meyers MMA-debuut. Bij zijn opkomst blafte hij zijn karakteristieke geblaf — en daarna ging het razendsnel: Meyer trok Afonso naar de grond en sloeg hem direct out. “Eigenlijk wilde ik vragen of we nog een ronde verder mochten — ik had er echt zin in! Maar mijn trainer zei nee, dus liet ik het rusten.”

Voor Meyer is MMA geen gewoon sport, maar een echte speeltuin — waarin zijn oude passies zoals judo en boksen mooi samenkomen. “Ik heb zeven maanden lang keihard getraind voor deze eerste wedstrijd. Misschien dachten sommigen dat ik als judoka zou vechten… maar nee: ik geef liever klappen. Als ik ga, dan is het alsof er een rode lap voor een stier hangt.”

De voormalig topjudoka wil zo snel mogelijk weer vechten — winnen is belangrijk, maar niet genoeg. “Bij mij wordt het nooit saai of afwachtend. Vanaf seconde één wil ik iemands kop eraf slaan. In de kooi kies ik direct voor maximale intensiteit. Mooi winnen? Leuk. Leelijk winnen? Ook prima — zolang ik maar iemand neer kan slaan. En het publiek moet zeker waar voor hun geld krijgen.”

Met zijn 35 jaar is hij misschien geen frisse jongen meer in de kooi — maar dat ziet hij als geen enkel obstakel. “Ik richt me op het hoogst haalbare: de UFC.” Ja, die UFC — de grootste en meest bekende MMA-organisatie ter wereld. “Ik geef mezelf anderhalf jaar de tijd, maar twee jaar is ook goed. Het is aan mij om ervaring op te doen en veel wedstrijden te draaien.”

Na de overwinning op Afonso liet hij zijn soepele heupen spreken — en gooide er wat dansjes uit. “Ik beloof je: de volgende keer toon ik een andere stijl. Maar eerst sla ik mijn tegenstander gruwelijk knock-out.”

Bekijk origineel artikel

Klimmers troeven Van der Poel af: geen tweede WK-titel op weg in Montreal

Zondagavond was het zover: Mathieu van der Poel mocht zijn wereldkampioenstitel op de weg niet verlengen. Hij eindigde als derde — en dat, terwijl hij op jacht was naar zijn tweede gouden trui op het WK-wegwielrennen.

Het zag er vanaf het begin al niet mee uit. Het parcours in Montreal was letterlijk loodzwaar: 273 kilometer lang, met bijna 2800 meter hoogteverschil. En dan nog die Voie Camillien-Houde — een steile, pittige klim die zelfs op papier al dreigend overkwam… en bovendien meerdere keren op het programma stond.

Van der Poel had vooraf al duidelijk gemaakt dat dit parcours waarschijnlijk net aan de grens lag van wat hij aankon. “Dit is voor mij waarschijnlijk net op de limiet”, zei hij. Geen overdreven zelfvertrouwen, maar wel realisme: hij wist dat hij niet alleen een goede dag nodig had — hij had een perfecte dag nodig. “Een gewoon goede dag zal zeker niet genoeg zijn om te winnen.”

En ja, hij was wel in vorm. Nog geen week geleden had hij met een solo van 175 kilometer de slotrit van de Ronde van Luxemburg gewonnen. Maar Montreal was iets anders: hier speelden de pure klimmers hun kaarten uit. En dat bleek ook tijdens de wedstrijd.

Met nog zo’n 90 kilometer te gaan was Van der Poel al voorin. Er ontstond een kopgroep. En toen, op 51 kilometer van de finish, trapte hij weer hard — dit keer met Quinn Simmons en Primož Roglič op zijn hielen. Maar die voorsprong hield niet stand. De achtervolgers kwamen terug, de groep werd weer groter… en rond de 55 kilometer voor de streep was de aanval van Van der Poel alweer opgebrand.

Ondertussen begon Brandon McNulty — de Amerikaan — een indrukwekkende solo. Hij reed weg, bouwde zijn voorsprong gestaag op… en liet de rest van het veld, inclusief Van der Poel, langzaam maar zeker achter. De zware beklimmingen begonnen hun tol te eisen, en de klimmers lieten zich niet meer inhalen.

In de slotfase deed Van der Poel nog één laatste poging — maar deze keer was er geen ontkomen aan: hij kon niet meer meedoen om de wereldtitel. McNulty ging er met de goudkleurige trui vandoor. Van der Poel moest genoegen nemen met het brons.

Bekijk origineel artikel

Mark van Bommel: “Supermooi dat Xavi Ruben liet debuteren in Oranje”

Mark van Bommel vindt het gewoon superschitterend dat zijn zoon Ruben onder Xavi Hernández zijn eerste wedstrijd voor Oranje mocht spelen. Dat vertelde de huidige bondscoach van België zondag in Tubize, waar de Rode Duivels zich voorbereidden op hun duel met Frankrijk de volgende dag.
“Xavi is een geweldige gozer — ik heb zowel met hem als tegen hem gespeeld”, zei Van Bommel met een warme glimlach. “En het is dubbel zo bijzonder dat Rubens debuut in Oranje juist onder hem plaatsvond.”

Een jarenlange band met Xavi

De verbinding tussen Van Bommel en Xavi reikt ver terug: samen bij Barcelona, tegenover elkaar in de WK-finale van 2010, en later als trainers van respectievelijk Antwerp en Barcelona. Die geschiedenis zorgt voor een ongekunstelde, vriendschappelijke band.
“Je spreekt elkaar gewoon even, alsof je gisteren nog had gebeld”, legt hij uit. “We hebben de afgelopen dagen ook wat voiceberichten heen en weer gestuurd — heel ontspannen.”

Vaderschap op de telefoon

Van Bommel volgde Rubens debuut niet vanaf de tribune, maar samen met de Belgische staf — op een telefoon.
“Het was puur genieten als vader”, zegt hij. “Heel mooi om live te zien dat hij een assist gaf. Natuurlijk had ik liever zelf in het stadion gezeten — maar het was toch een geweldig gevoel.”

Opa Bert in het stadion

Rubens opa, Bert van Marwijk (ook oud-Oranje-international), was wél aanwezig bij het debuut — en uiteraard erg trots.
“Opa is helemaal opgetogen”, vertelt Van Bommel. “Hij zat zelf in het stadion. Het zou prachtig zijn als Ruben op termijn zijn aantal interlands kan overtreffen.”

Twee mooie dagen op een rij

Een dag na Rubens debuut won Van Bommel zelf zijn eerste officiële wedstrijd als bondscoach van België: 2-0 in Italië.
“Twee geweldige dagen achter elkaar”, lacht hij. “Als vader zie je je zoon debuteren — dat is al het hoogst haalbare in het voetbal. En dan winnen we ook nog eens van Italië. Nu kijken we of we het allebei blijven volhouden.”

Bekijk origineel artikel

Rob zou nog maanden leven — zeven jaar later rent hij weer de Ten Miles

Rob van Engelen uit Son en Breugel kreeg in 2019 een harde klap: zijn oncoloog vertelde hem dat hij een uitgezaaid melanoom had — een agressieve vorm van huidkanker — en waarschijnlijk nog maar drie tot zes maanden te leven had. Toen dacht hij: dit is mijn laatste kans om de Tilburg Ten Miles te lopen. Zijn grote droom: één keer nog mee doen aan die ruim 16 kilometer, gewoon voor het gevoel, voor de herinnering, voor de liefde van het rennen.

En nu? Zeven jaar later staat hij weer op de startlijn. Niet alleen dat — hij rende dit jaar samen met zijn dochter Britt, alsof de tijd even stilstond en hem een tweede kans gaf. “Ik probeer echt te genieten van ieder moment”, zegt hij met een glimlach. “Dat kan ik iedereen aanraden.” En ja — het biertje na de finish smaakte geweldig.

De Ten Miles zit vol herinneringen voor Rob. Die eerste keer in 2019 voelde als een afscheid. Nu is het een feest van blijven — blijven leven, blijven bewegen, blijven hopen. Hij liep ook toen al voor KWF Kankerbestrijding, om geld in te zamelen voor onderzoek. Dat hij er nu nog steeds is, is bijzonder. Niet vanzelfsprekend, maar wel mooi.

In het begin was het lastig om het advies van de dokters op te volgen: “Geniet van de leuke dingen in je laatste maanden.” Rob had moeite daarmee. Maar geleidelijk kwam er meer vertrouwen — in het leven, in de kleine dingen, in de mogelijkheid van ‘meer’. En dat ‘meer’ is nu al zeven jaar lang zijn realiteit.

Hij hoopt anderen te inspireren met zijn verhaal. “Mensen plannen vaak jaren vooruit, maar ik leef vaak gewoon bij de dag. Van ieder moment geniet ik. Die gedachte gun ik iedereen. Natuurlijk heb je wel eens wat lastige dingen privé of op het werk — maar sta vooral stil bij wat het leven écht mooi maakt.”

En er waren nog veel meer mooie momenten

Ook Inge Kuijstermans uit Dongen kon haar emoties nauwelijks bedwingen. Drie jaar geleden wilde ze de Dam tot Damloop lopen voor haar zus met multiple sclerose (MS), maar door een blessure haalde ze de finish niet. “Het is me vandaag wel gelukt — ik ben zo trots”, zegt ze terwijl ze de tranen uit haar ogen veegt. Haar dochter Janneke Driessen rende samen met haar — en dat voelde als een belofte die eindelijk werd ingelost: “Drie jaar geleden zijn we dit samen gestart. Nu hebben we het afgemaakt.”

Gerard Hermans (77) uit Riel genoot van elk moment — vooral van het publiek, dat hem vol enthousiasme naar voren schreeuwde. Vlak voor de start sprak hij zijn hoop uit: eindelijk eens een beetje in de buurt blijven van zijn zoon Mathieu tijdens de wedstrijd. “Maar het is me niet gelukt”, lacht hij. “Dat neem ik hem kwalijk. Mathieu mag straks het eerste biertje betalen.”

Rik Konings had nog geen tijd voor een biertje — hij rende de volledige 16,1 kilometer terwijl hij jongleerde met drie ballen. “De trein reed niet, dus ik was wat later — maar daardoor kreeg ik achteraan juist veel aandacht. Belangrijk, want ik ren voor onderzoek naar de ziekte van Huntington.” Hoe vaak gooide hij een bal op? “Ik gok zo’n 20.000 keer. En ik ga nog even door.”

Het hele weekend deden zo’n 20.000 sporters mee aan de verschillende onderdelen — een recordaantal. Ook landelijke toppers waren aanwezig: Luuk Verbaandert uit Veldhoven was de snelste Nederlander op de Ten Miles, en bij de vrouwen was Eline de Jong uit Valkenswaard de snelste. “Ik heb enorm genoten van de vele aanmoedigingen”, zegt ze. “Wat een geweldig evenement.”

Bekijk origineel artikel