Gemeenten voelen zich niet gehoord door asielminister
Wat is er aan de hand?
Een flink aantal gemeenten in Nederland zit in de problemen omdat ze volgens het ministerie van Asiel en Migratie te weinig asielzoekers opvangen. Inmiddels staan er 42 gemeenten op een speciale lijst. Elke maand komen er weer nieuwe bij, en dat is precies de bedoeling: de minister wil zo druk zetten. Maar de gemeenten zelf zijn het daar helemaal niet mee eens.
“Wij zijn geen weigergemeente”
Veel gemeenten vinden dat ze onterecht op de lijst staan. Neem Vught. Burgemeester Chantal Nijkerken-de Haan (VVD) is duidelijk: “We zien onszelf niet als weigergemeente.” Haar gemeente staat sinds augustus onder verscherpt toezicht. “Als je ziet dat wij meer dan voldoen aan de opvang van ontheemden en ook statushouders huisvesten, dan voelt dat heel erg onterecht.”
Vught vangt namelijk 608 Oekraïners op, terwijl ze maar 232 zouden hoeven doen. Het probleem? Die opvang telt niet mee voor de spreidingswet. “De minister bekijkt het alleen langs de asielwet,” zegt Nijkerken-de Haan. “Onze oproep is: kijk er nou eens integraal naar. Het gaat allemaal om mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Die allemaal een dak boven hun hoofd nodig hebben.”
De spreidingswet als struikelblok
De spreidingswet verplicht alle gemeenten om bij te dragen aan asielopvang. Maar lang niet iedereen is het eens met hoe dat gaat. Gemeente Eersel zegt bijvoorbeeld: “Het gaat niet om weigering.” Een voorgestelde opvanglocatie werd daar afgewezen door de provincie, en een tweede voorstel sneuvelde om politieke redenen.
De gemeente Achtkarspelen is ook kritisch: “Die term wekt de indruk dat wij niet bereid zijn onze verantwoordelijkheid te nemen. Daar is geen sprake van.” Volgens hen moeten maatregelen uitvoerbaar, proportioneel en passend zijn bij de lokale situatie. “Kritische kanttekeningen bij de wijze van uitvoering moeten niet gelijkgesteld worden aan weigeren.”
Zorgvuldigheid kost tijd
Veel gemeenten zeggen dat ze wel willen, maar dat het gewoon tijd kost. Culemborg probeert al twee jaar om opvang voor 200 vluchtelingen te regelen. “Dat is een secuur proces en dat kost tijd,” aldus de gemeente. Als ze te snel besluiten nemen, vrezen ze protesten zoals eerder in Engelen en Loosdrecht.
Zoeterwoude schrijft: “Onze achterstand komt niet voort uit onwil. We voelen ons verantwoordelijk en zetten in op een menswaardige oplossing.” En Valkenswaard benadrukt dat ze kiezen voor “een zorgvuldige en stapsgewijze aanpak, met aandacht voor veiligheid, leefbaarheid en de betrokkenheid van direct omwonenden.”
Wat vindt de minister ervan?
Minister Van den Brink (CDA) zegt dat hij begrijpt dat Den Haag veel vraagt van gemeenten. Hij noemt asielopvang “een van de hele grote maatschappelijke opgaves.” De plaatsing op de lijst is volgens hem geen kwalificatie van hoe een gemeente het aanpakt, maar een feitelijke vaststelling. “Als het niet lukt met het COA, dan bieden wij hulp aan om het op te lossen.”
Hij wijst er ook op dat er nu stabiele financiering is voor het COA: “Dat kan nu geen issue meer zijn, we hebben stabiele financiering voor het COA, dus kunnen er met ons afspraken gemaakt worden.”
En nu?
De 42 gemeenten moeten met een plan komen over hoe ze asielzoekers gaan opvangen. Deze herfst volgt een volgende stap als gemeenten niet aan hun wettelijke taak voldoen. In het uiterste geval kan de minister hun bevoegdheid overnemen en zelf bepalen waar asielzoekers worden opgevangen.
Vught is al langs geweest bij het ministerie. Burgemeester Nijkerken-de Haan hoopt dat de minister gaat kijken naar wat elke gemeente al doet. “Ik zou willen dat de minister naar aanleiding van alle gesprekken integraal die afweging gaat maken. Een keer houdt het ook wel op met de mogelijkheden. De spankracht is op enig moment wel bereikt.”
Van lab naar klusvrouw: Moniek (41) pakt het liefst elke dag een andere klus aan
Een muur behangen, een lamp ophangen of een badkamer opnieuw kitten. Moniek Vijfvinkel (41) uit Nijnsel draait er haar hand niet voor om. Sterker nog: sinds een half jaar is het haar werk. Ze verruilde haar baan in het laboratorium voor een bestaan als klusvrouw. “Je bent lekker buiten bezig, ziet snel resultaat en maakt mensen blij.”
Geen twee linkerhanden
Met vieze handen heeft Moniek geen enkel probleem. “En ik heb zeker geen twee linkerhanden”, lacht ze. Die handigheid kreeg ze van huis uit mee. “Bij ons thuis werd vroeger veel geklust. Mijn vader was altijd aan het klussen en mijn moeder is heel creatief.”
Van vruchtbaarheidskliniek naar gereedschapskist
Toch zag haar werkende leven er lange tijd heel anders uit. Moniek werkte jarenlang in een laboratorium, de laatste vijf jaar in een vruchtbaarheidskliniek. Die helpt mensen die graag een kind willen. “Dat vond ik ook heel mooi en dankbaar werk.”
Rond haar veertigste begon het toch te kriebelen. “Dan ga je nadenken: wil ik dit altijd blijven doen? Ik ben gaan kijken naar wat ik nog meer leuk vind en waar ik goed in ben. Toen kwam ik op klussen uit.”
Een landelijk netwerk van klusvrouwen
Via internet ontdekte Moniek Onze Klusvrouw, een landelijke franchiseorganisatie met zo’n veertig klusvrouwen. Nu rijdt ze langs klanten voor de meest uiteenlopende klusjes. “Je kunt mij bellen voor alle karweitjes die blijven liggen. Zoals behangen, schilderen, je badkamer opnieuw kitten, een lampje of plankje ophangen of tuinonderhoud.”
De klussen kunnen Moniek niet afwisselend genoeg zijn. Deze keer staat een lekkend buitenkraantje op het programma. “Als je het kraantje opendraait, merk je dat het niet meer zo soepel gaat. Daarnaast lekt het”, zegt ze terwijl ze de hoofdkraan dichtdraait. Het blijkt een kleine klus: in een mum van tijd is ze klaar. “Hij doet het weer. Gefixt.”
Even later werkt Moniek alweer aan een kippenren. Alsof het niets is, schroeft ze een schapenhek op houten paaltjes in de grond. “Ik doe dit nu een half jaar en het bevalt heel goed. Vooral die afwisseling vind ik superleuk. Sommige klanten bellen alweer terug, dus dat is wel fijn”, vertelt ze met een lach.
Leren door te doen
Hoe ze weet hoe het moet? “Nou, ik heb het gewoon opgezocht. En als ik vragen heb, kan ik altijd bij de andere klusvrouwen terecht.”
Dat netwerk ziet ze als een groot voordeel. “Daardoor sta je er niet alleen voor. Je hebt meteen veel kluservaring om je heen en je kunt samen een grotere klus aanpakken.”
Bewust kiezen voor vrouwen
De franchiseorganisatie kiest bewust voor een netwerk van vrouwen, zegt directeur Dunja van Munster. “Vrouwen in de techniek zijn er nog altijd niet zoveel. In een mannenwereld haken ze soms snel af. Wij bieden juist de support en veiligheid van een groep vrouwen.”
Moniek merkt bovendien dat sommige klanten bewust voor een klusvrouw kiezen. “Veel klanten zijn ouderen of alleenstaande vrouwen. Ik denk dat zij het prettiger vinden om een vrouw over de vloer te hebben. Vrouwen benaderen de dingen toch net even iets anders. Wij kunnen wat socialer en opgeruimder zijn.”
Geen spijt
Spijt van haar overstap heeft ze dan ook niet. “Je bent de hele dag lekker bezig. Het is lekker fysiek en je ziet snel resultaat. Daarnaast spreek je veel verschillende mensen. Ik wil hier de komende jaren graag mee verder, nog meer leren en veel mensen blij maken met de klussen die ik voor hen doe.”
Toke dacht dat ze een blaadje zag, maar het is iets heel anders
Boswachter Frans Kapteijns deelt elke week zijn natuurkennis. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Deze keer heeft Frans het onder andere over een rups, een trekkende nachtvlinder, graspollen met gele en grijze pitjes en een raadsel van allemaal losse vleugels op tafel. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.
Het lijkt op een blaadje, maar is het niet
Toke de Vries had haar kleinzoons op bezoek en op hun auto zat een klein beestje van nog geen centimeter groot. Het beestje leek op een soort rupsje, maar zag er ook uit als een blaadje. Wat Toke is tegengekomen, is een diertje met de naam slakrups. Deze larve/rups is de rups van een slakrupsvlinder. Slakrupsvlinders – er zijn meer soorten – behoren tot de nachtvlinderfamilie van slakrupsvlinders. Deze rupsen zijn enigszins afgeplat, een beetje eivormig en hebben een heel kort, ietwat vierkant uitsteeksel. De rupsen lijken ook een beetje op een kleine slak. De nachtvlinders van deze soort zijn klein tot middelgroot, vaak felgekleurd en behaard. Deze kleine nachtvlinders van de slakrups hebben als wetenschappelijke naam apoda limacodes. Dit betekent letterlijk: typische pootjes die onder de vlinderrups zitten. Maar het lijkt alsof er helemaal geen pootjes onder zitten, daardoor hebben deze diertjes meer weg van slakken. Slakken hebben namelijk geen pootjes. Er is besloten de naam niet te baseren op het uiterlijk van de nachtvlinder, want veel nachtvlinders zien er zo uit, maar dus duidelijk op de naam van de rups. Je kunt deze soort vooral vinden op de zandgronden en in de duinen en het liefst in bosrijke gebieden. Soms kom je ze ook wel tegen in boomrijke tuinen. Toch zijn ze lastig te vinden, want ze leven heel vaak in de kronen van bomen. En dan vooral op loofbomen, met een grote voorkeur voor inlandse eiken en beuken. Hun voedsel vinden ze aan de onderkant van de bladeren, waar ze van het bladmoes eten.
Wat is de naam van deze prachtige vlinder?
Anneke Harthoorn trof een prachtige vlinder op de deur van haar schuurtje. Ze wil graag weten om welke vlinder het gaat. Wat ze gefotografeerd heeft, is een van de mooiere nachtvlinders (geen mot) van de pijlstaartfamilie, namelijk de windepijlstaart. Windepijlstaarten kunnen een spanwijdte hebben tot wel 130 millimeter. Bijzonder is dat windepijlstaarten over een korte afstand een snelheid van wel 100 kilometer per uur kunnen halen, al is hun gemiddelde snelheid vaak zo’n 50 kilometer per uur. Het zijn in principe trekvlinders uit Zuid-Europa, maar sinds 2015 worden er steeds meer windepijlstaarten bij ons gezien. Wat vooral opvalt bij deze nachtvlinder is de zeer lange roltong van wel vijftien centimeter. Rupsen van de pijlstaartenfamilie zijn vaak grote rupsen en dus worden het ook grote nachtvlinders. De rupsen van de windepijlstaartvlinder kunnen zo’n acht centimeter lang worden. Ze hebben een dikte van een normale mensenduim. De rupsen van de windepijlstaart leven van haagwinde – de pispotjes – en van akkerwinde.
Wat zijn dat voor gele bolletjes aan de grassprieten in het gazon?
Maria de Jong zag gele bolletjes aan grassprietjes, die later grijs werden. Ze vraagt zich af waarmee ze van doen had. Als je met een beetje fantasie naar die bolletjes kijkt, lijken ze enigszins op pitjes. Daarom heeft men dit organisme de naam glanzend druivenpitje gegeven. Het glanzend druivenpitje behoort net zoals heksenboter tot de familie van de myxomyceten ofwel slijmzwammen. Slijmzwammen vind ik overigens niet zo’n best gekozen naam, want myxomyceten hebben niets te maken met zwammen. Inmiddels behoren ze tot een aparte supergroep in dat rijk van de schimmels, maar er zijn ook wetenschappers die het een apart rijk – naast onder meer planten, dieren en schimmels – willen geven. Daar ben ik groot voorstander van. Het glanzend druivenpitje is een heel mooie myxomyceet en komt het meest voor op dood blad en afgevallen takjes en soms enkele centimeters boven de grond op levende kruiden, zoals op de foto bij Maria, en stammetjes van bomen. De vruchtlichamen/pitjes hebben een heel kenmerkende vorm die doet denken aan kleine bolletjes, pitjes, korte cilindertjes of een peervorm. Die vruchtlichamen groeien vaak dicht bij elkaar in groepen, maar ook wel in een lengterichting, zoals je op de foto kunt zien. De steel, op de foto minder goed te zien, is wat bleek, slap en heeft een gerimpelde, vaak afgeplatte vorm. Wanneer het glanzend druivenpitje rijp is en gaat sporen, verliest het glanzend druivenpitje alle opvallende, glanzend gele tot roodbruine vruchtomhulsels. Het pitje barst dan open en de eerst grijze en later donkere, zwartachtige sporenmassa laat los. De sporen gaan vervolgens mee met de wind. Wil je meer lezen over myxomyceten en waarom zij sporen hebben, kijk dan eens hier.
Wat lag er op het tafeltje bij een luisteraar?
Peter van Grunsven zag op een tafeltje allemaal vleugels van nachtvlinders liggen. Hij vraagt zich af hoe dat kan. Volgens mij zijn hier vleermuizen debet aan, want die hebben actieve nachtvlinders op hun menu staan. Zoals iedereen weet, werken vleermuizen met echolocatie. In feite sturen ze dus in de donkere nacht geluidssignalen uit om zo hun prooi tijdens hun vlucht te ontdekken. Per nacht eet een vleermuis een kwart tot de helft van zijn eigen lichaamsgewicht aan insecten op. Een kleine dwergvleermuis weegt maximaal zeven gram en dus heeft de kleine dwergvleermuis zeker 3,5 gram aan insectenvoer nodig. De nachtvlinder rood weeskind weegt maximaal twee gram en dus kan de kleine dwergvleermuis met twee van die nachtvlinders gaan slapen. Helaas voor de kleine dwergvleermuis zijn de nachtvlinders behendige vliegers en is het heel lastig om zo’n grote prooi van 94 millimeter te pakken te krijgen, zeker ook omdat de kleine dwergvleermuis ook maar 48 millimeter is. Kortom, grotere vleermuizen hebben bij Peter een maaltijd genoten en ik denk dat gewone grootoorvleermuizen bezig zijn geweest met het menu nachtvlinder, want ze zijn echte liefhebbers van nachtvlinders en de niet eetbare resten liggen op zijn tafel. Dan nog even terug naar de kleine dwergvleermuis. Die is dus afhankelijk van onder meer muggen. De kleine dwergvleermuis moet dan wel veel steekmuggen vangen, want een gemiddelde steekmug weegt ongeveer vijf milligram. Dus reken maar uit hoeveel steekmuggen de kleine dwergvleermuis verorbert.
Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto’s dit keer een foto die gemaakt is door Noortje Marres. Zij legde op de golfbaan in Esbeek pyjamawantsen aan die het doen met hun pyjama aan.
Natuurtip
Zondag 4 oktober van halftien ’s ochtends tot halfeen ’s middags kun je een zeer gevarieerde fietstocht maken door de natuur bij Uden waarbij ervaren natuurgidsen van IVN Uden en omstreken meer in detail vertellen over de natuur, het landschap en de historie. Deelnemers fietsen vanaf de Markt naar het nieuwe fietspad onder de A50 en door de ecologische verbindingszone langs de Leijgraaf. Vandaar gaan ze langs de waterzuivering van waterschap Aa en Maas naar landgoed Zwanenburg en de Kilsdonkse molen, verder door het beekdal van de Aa met goed uitzicht op de Dintherse kerk en naar kasteel Heeswijk. Na een korte pauze gaan ze door de Heeswijkse bossen en over de Dintherse heide naar de Bedafse Bergen en door het Udens Broek terug naar de Markt. Graag tot ziens op 4 oktober.
Meer informatie
Vooraf aanmelden niet nodig. Vertrekplek is de Markt in Uden. Deelname is zoals altijd gratis. Neem zelf iets mee voor tijdens de korte pauze onderweg. Kijk ook eens op onze website, zie deze link.
Nieuwe anti-greenwashregels: ‘groen’ en ‘ecologisch’ alleen nog met bewijs
De EmpCo-richtlijn: strengere regels voor duurzaamheidsclaims
De nieuwe EmpCo-richtlijn (Empowering Consumers for the Green Transition) draait om duurzame claims en keurmerken. De richtlijn geldt voor alle manieren waarop bedrijven met consumenten communiceren: via verpakkingen, websites en reclame. Toezichthouders zoals de Autoriteit Consument en Markt (ACM) pakten misleidende duurzame claims al langer aan, maar de nieuwe regels moeten meer duidelijkheid bieden en het voor toezichthouders makkelijker maken om in te grijpen.
Wat mag vanaf nu niet meer?
Sinds vandaag zijn verschillende praktijken volledig verboden. Zo mag je niet meer beweren dat een product klimaatneutraal is dankzij compensatie. Ook generieke milieuclaims zoals ‘ecologisch’ of ‘biologisch afbreekbaar’ staan nu op de zwarte lijst. Dat verbod geldt alleen niet als de beweringen duidelijk onderbouwd zijn of voldoen aan strenge Europese of nationale standaarden, aldus de ACM. Ook plaatjes en logo’s vallen onder de nieuwe regels.
“Er zullen claims op verpakkingen van producten gaan verdwijnen, omdat bedrijven zich realiseren dat ze de beweringen helemaal niet hard kunnen maken”, verwacht Sjoerd Lopik, klimaatadvocaat en onderzoeker aan de Universiteit Leiden.
Eigen keurmerken aan strengere eisen
Eigen duurzaamheidskeurmerken zijn alleen nog toegestaan als ze aan meerdere eisen voldoen, zoals onafhankelijke controle en transparantie. Dat moet het consumenten makkelijker maken om verschillende producten met elkaar te vergelijken.
Waarom valse duurzaamheidsclaims een probleem zijn
Valse duurzaamheidsclaims zijn een groot probleem, zegt Lopik. Naar schatting is 42 procent van de milieuclaims overdreven, onjuist of misleidend, meldde de Europese Commissie in 2020. Volgens Lopik zijn valse duurzaamheidsclaims om meerdere redenen bezwaarlijk. Allereerst simpelweg omdat het een vorm van misleiding is. Daarnaast kunnen ze ervoor zorgen dat consumenten sceptisch worden over dit soort duurzame beweringen. Ze kunnen er daardoor voor kiezen om duurzaamheid helemaal niet meer mee te laten wegen bij een aankoop, omdat ze niet meer in de waarde van de claims geloven. Tot slot kan het ervoor zorgen dat echte duurzame bedrijven het onderspit delven ten opzichte van vervuilende bedrijven die hoog van de toren blazen met valse duurzaamheidsclaims.
Handhaving door de ACM
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is in Nederland verantwoordelijk voor de handhaving van de regelgeving. Welke aanpak de toezichthouder hanteert bij een overtreding is afhankelijk van de ernst en de duur van de overtredingen, laat een woordvoerder van de ACM weten. Zo kan de toezichthouder een boete opleggen tot 900.000 euro per overtreding of van 10 procent van de jaaromzet. Andere opties zijn bijvoorbeeld: een waarschuwing, een last onder dwangsom of een zogeheten ’toezegging’, waarbij de ACM maatregelen bindend kan maken die een bedrijf zelf voorstelt.
Ondernemers worstelen met praktische invulling
Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio berichtten eerder deze week dat ondernemers zich zorgen maken over de praktische invulling van de nieuwe richtlijnen. “In het duurzaamheidsrecht wordt steeds vaker gebruik gemaakt van ‘open normen'”, zegt Lopik. In dat geval zijn er bewust geen hele strakke kaders voor hoe aan de verplichtingen moet worden voldaan. Ook Lopik ziet bedrijven worstelen met de vraag hoe ze daarmee om moeten gaan. “Bedrijven moeten hun positie gaan bepalen en ze zullen daarvoor ook veel naar elkaar kijken. Het eerste jaar zal dat spannend zijn”, denkt Lopik.
Studenten uit Delft ontwerpen duurzame pan die 2 keer zo snel bakt. Je ziet het in deze video.
Duizenden bezoekers voor open dag azc’s: ‘Benieuwd wat er achter die deuren zit’
Gisteren hebben maar liefst 23.000 mensen een kijkje genomen bij asielzoekerscentra door het hele land. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) noemt het aantal “torenhoog”. Vorig jaar kwamen er nog 16.000 bezoekers naar de open dag. Elk jaar op Burendag gooit het COA de deuren van de opvanglocaties open.
Luttelgeest: oudste locatie van het COA
Pieter Deinum, locatiemanager van het azc in Luttelgeest, vertelt tegen Omroep Flevoland dat hij de open dag belangrijk vindt om te laten zien hoe het er in een azc aan toe gaat. Het asielzoekerscentrum in Luttelgeest is de oudste opvanglocatie van het COA en bestaat al sinds 1987. “Ik zag dat er een open dag was en dacht: leuk om even te kijken hoe het hier gaat”, zegt een van de bezoekers. “En ook een beetje om die mensen het gevoel te geven dat er vriendelijke belangstelling is vanuit de buurt.”
Veenendaal: van noodopvang naar reguliere locatie
In Veenendaal worden al vier jaar vluchtelingen opgevangen. Officieel is het nog een noodopvang, maar binnenkort begint er een verbouwing en wordt het een reguliere opvanglocatie voor de komende twintig jaar, schrijft RTV Utrecht. Een gids leidt de gasten rond: “Er zijn negen wasmachines op 236 bewoners, dus dat vergt best wel wat afstemming.” Een buurman kijkt vanuit zijn woning op de opvang en was nieuwsgierig. “We zien dagelijks hier bewoners met tassen naar binnen lopen en we zijn gewoon benieuwd wat er achter die deuren zit.”
Nuenen: drukst bezochte locatie ondanks weerstand
Het azc in Nuenen was een van de drukst bezochte locaties met meer dan 900 bezoekers. Het asielzoekerscentrum in het dorp is nieuw; een paar weken geleden kwamen de eerste asielzoekers er aan. Tegen het azc was veel weerstand en tegenstanders stapten naar de rechter om de opening tegen te houden, maar kregen geen gelijk. Ook werd in juni zwaar vuurwerk in het gebouw gevonden, waarschijnlijk neergelegd uit protest tegen het azc.
Een bewoner uit Pakistan, die graag anoniem blijft, zegt tegen Omroep Brabant de weerstand te begrijpen. “Mensen houden van hun land. Ik hoop hier iets aan bij te kunnen dragen. Ik heb meerdere talenten, ik kan je versteld doen staan.” Hij is de inwoners die het azc wel steunen dankbaar: “We krijgen binnenkort een kindje en bij de receptie werd een kinderwagen gedoneerd.” Een inwoner van Nuenen zegt: “We moeten accepteren dat we deze mensen in het dorp gaan zien. We moeten daar als maatschappij goed mee omgaan, met de goede en negatieve kanten. Ik vind dat we dat moeten kunnen.”
160 locaties open voor publiek
In totaal waren bezoekers welkom op 160 locaties van het COA. Mensen konden er rondleidingen krijgen, in gesprek gaan met bewoners en proeven van gerechten uit de thuislanden van azc-bewoners.
Deel artikel: Advertentie via Ster.nl
OpenAI zet ontwikkeling krachtigste AI tijdelijk stop na nieuw beveiligingsincident
Het gaat weer mis bij OpenAI. Deze keer moest het krachtigste AI-model van het bedrijf het werk stilleggen nadat het op eigen houtje dingen had gedaan die absoluut niet de bedoeling waren.
Wat ging er mis?
Het model kreeg de opdracht om uit te zoeken wie een bepaalde blogpost had geschreven. Dat lukte alleen niet, waarop het een zwakke plek in de beveiliging vond en zo toegang kreeg tot het internet. Eenmaal online ging het vragen stellen aan een openbare chatbot. OpenAI greep direct in zodra het bedrijf dit ontdekte.
Ook overheidswebsites bezocht
Het blijft niet bij dat ene incident. De AI-modellen van OpenAI bezochten namelijk ook tegen de instructies in websites van de Amerikaanse overheid. Daar bekeken of kopieerden ze openbare informatie. Het gaat om het Census Bureau (het Amerikaanse Bureau voor de Statistiek) en de Securities and Exchange Commission (de toezichthouder van de effectenbeurzen). Daarnaast probeerde OpenAI de website van het Amerikaanse ministerie van Onderwijs te hacken om data over burgerrechten te verzamelen. Dat meldt The New York Times.
Even pas op de plaats
OpenAI wil nu pas weer verder met de ontwikkeling van zijn AI-modellen als het lek is gedicht en er meer veiligheidstests zijn gedaan. Opvallend, want de veiligheidsregels waren recent nog juist aangescherpt. Dat gebeurde nadat een AI-systeem van het bedrijf zijn afgeschermde omgeving verliet en inbrak in de computers van techbedrijf Hugging Face.
OpenAI ligt al langer onder vuur
Dit is niet het eerste incident. Onlangs werd nog bekend dat een AI-agent had ingebroken bij de website van het Australische zorgstelsel. Daardoor kreeg de AI toegang tot niet-openbare medische informatie. Wouter van Dijke legt in de onderstaande video uit hoe AI-bots andere bedrijven kunnen hacken.
