Bijna 300 mensen op de zwarte lijst van ziekenhuizen door agressie tegen zorgmedewerkers
Stel je voor: je werkt dag in, dag uit om anderen te helpen — en dan word je plotseling aangevallen op de spoedeisende hulp. Dat gebeurt vaker dan je denkt. Volgens een onderzoek van RTL Nieuws staan er inmiddels bijna 300 mensen op een soort ‘zwarte lijst’ van Nederlandse ziekenhuizen — omdat ze agressief zijn geweest tegen verpleegkundigen, artsen, receptionisten of andere zorgmedewerkers.
Hoe werkt zo’n ‘ziekenhuisverbod’ eigenlijk?
41 ziekenhuizen over heel Nederland deelden hun ervaringen met RTL Nieuws. En wat blijkt? Het Hagaziekenhuis bijvoorbeeld vertelt over een patiënt die zo heftig werd op de SEH, dat het vijf medewerkers kostte om hem in bedwang te houden. Die persoon kreeg daarna een ziekenhuisontzegging van een jaar — de zwaarste maatregel die een ziekenhuis kan nemen.
Meestal begint het eerst met een ‘gele kaart’: een waarschuwing of een stopgesprek. Maar als het gedrag extreem is — of als eerdere waarschuwingen niet geholpen hebben — dan kan een volledig verbod volgen. Dat betekent: geen bezoeken meer, geen afspraken, geen operaties. Alleen voor spoedzorg moet het ziekenhuis je nog opnemen — dat mag wettelijk niet worden geweigerd.
Cijfers spreken voor zich
In 2025 werd minstens 281 keer zo’n verbod opgelegd. En in de eerste zeven maanden van dit jaar al weer minstens 205 keer. Sterker nog: zeven ziekenhuizen gaven al vaker een verbod in het eerste halfjaar dan in heel vorig jaar samen.
Waarom gebeurt dit zo vaak?
Ziekenhuizen noemen verschillende oorzaken: stress, onzekerheid over een diagnose, teleurstelling over wachttijden of behandeling, maar ook psychische problemen, verwarring of middelengebruik. Toch is één ding duidelijk: agressie tegen zorgpersoneel is nooit acceptabel — ongeacht de reden.
En het komt overal voor: vooral op de spoedeisende hulp, chirurgie en verloskunde. Het LUMC zegt zelfs: “We zien een duidelijke toename van zowel het aantal meldingen als de ernst van de incidenten.” En Rijnstate merkt op dat patiënten en bezoekers steeds veeleisender worden — en sneller emotioneel reageren als dingen niet gaan zoals verwacht.
Wat doet de zorg eraan?
Ziekenhuizen kunnen niet zomaar iemand weigeren — daar moet een gewichtige reden voor zijn, zoals geweld of ernstig grensoverschrijdend gedrag. En zelfs dan moeten ze eerst proberen het op een andere manier op te lossen.
Maar het gaat niet alleen om straffen. Veel ziekenhuizen bieden bijvoorbeeld agressietrainingen aan hun personeel. Veiligheidsdeskundige Joram Dreef van het LUMC legt uit: “Mensen in de zorg werken om te zorgen — en vooral niet om met agressie om te gaan. En toch gebeurt dat wel.” Daarom leren medewerkers hoe ze spanningen kunnen de-escaleren en zich veilig kunnen houden.
Daarnaast zijn er ook praktische maatregelen: extra beveiliging, naamplaatjes met alleen de voornaam (om privacy én veiligheid te waarborgen), voorlichtingscampagnes — en in sommige ziekenhuizen zelfs zorgbegeleiders: speciale beveiligers die alert zijn op verward of agressief gedrag en snel kunnen ingrijpen.
Een maatschappelijk probleem — niet alleen een ziekenhuisprobleem
De Patiëntenfederatie vindt agressie tegen zorgverleners volstrekt onaanvaardbaar — en benadrukt dat betere communicatie en tijdige informatie veel spanning kunnen voorkomen.
En dan is er nog het grote probleem: agressie leidt ook tot personalexcodus. Het Zuyderland zegt het open en eerlijk: “Onze grootste zorg is dat medewerkers besluiten om te stoppen met dit werk, vanwege de toename van onheuse bejegening en agressie. Daarmee wordt personeelskrapte alleen maar erger.”
Rijnstate noemt het een maatschappelijk probleem, waarbij landelijke maatregelen nodig zijn — want nu worden veel aangiftes bij de politie geseponeerd door gebrek aan capaciteit. En dat laat melders zich niet serieus genomen voelen.
Tot slot: alle ziekenhuizen roepen ons op als burgers op. Want agressie tegen mensen die voor anderen zorgen, is nooit oké. Samen moeten we dat duidelijk maken — en levendig houden.
Rijbewijs halen wordt weer duurder: straks is alleen de elite nog mobiel
Je rijbewijs halen? Denk dan maar meteen aan een flinke rekening — en die wordt volgend jaar alleen maar hoger. Volgens nog niet officieel bekende CBR-tarieven die Omroep Brabant heeft ingezien, stijgen diverse examens en diensten opnieuw. En hoewel het praktijkexamen voor het gewone autorijbewijs ‘maar’ zo’n 3,5 procent duurder wordt, lopen andere kosten flink op: bijvoorbeeld bijna 13 procent voor de registratie van nascholing voor beroepschauffeurs.
Waarom kost het nu al zo veel?
Bij rijscholen als Dek Opleidingen in Halsteren ligt de gemiddelde prijs al tussen de €2750 en €3250. Bij Van Leeuw Opleidingen in Eindhoven en Verkeersschool Blom in Etten-Leur is het nog fors: €3000 tot €3500. En dat is geen uitzondering — het is steeds vaker de realiteit.
Rijschoolhouders zien hoe jongeren en hun ouders steeds harder moeten sparen om die bedragen bij elkaar te krijgen. “De drempel om dat rijbewijs te halen wordt steeds hoger, hoger, hoger”, zegt Marc Leeuw. Vroeger kregen veel jongeren hun bewijs nog cadeau van hun ouders — bijvoorbeeld als beloning voor goed gedrag of omdat ze niet rookten. Nu horen ze vaak: “Ik haal het later wel, als ik het zelf kan betalen”, of: “Ik betaal een deel zelf.” En de volledige betaling door één ouder? Die komt steeds minder voor.
In plaats daarvan springen ook opa’s en oma’s vaker bij — ja, echt. Volgens Jos Dek is het rijbewijs niet langer een luxe beloning, maar een noodzaak, vooral buiten de grote steden waar het openbaar vervoer vaak beperkt is.
Een financiële tweedeling in de maak?
Beide rijschoolhouders waarschuwen voor een groeiende kloof. “Die is echt al aan het ontstaan”, zegt Leeuw. Dek is nog scherper: “Straks is alleen de elite nog mobiel en de rest moet het doen met het openbaar vervoer.”
Waarom wordt het zo duur? Het is niet alleen het CBR. Er spelen meerdere factoren mee: hogere personeelskosten, duurdere lesauto’s, stijgende brandstofprijzen én een groot tekort aan rijinstructeurs. “Ze zijn er gewoon niet”, zegt Leeuw.
Elektrisch lessen: een oplossing… maar dan wel met ruimte
Er is wel een manier om de kosten omlaag te brengen: elektrisch lesgeven. Een elektrische auto is een automaat, dus leerlingen hoeven niet te leren schakelen — wat volgens Leeuw kan leiden tot minder lessen. Daarnaast besparen rijscholen op brandstof en onderhoud.
Maar hier zit een groot obstakel: wie examen doet in een automaat, krijgt code 78 op zijn rijbewijs — en mag daarna niet in een handgeschakelde auto rijden. En juist betaalbare tweedehands auto’s zijn vaak nog handgeschakeld. Dat maakt elektrisch leren voor veel jongeren onaantrekkelijk.
Daarom pleiten Dek en Leeuw voor versoepeling: leerlingen zouden bijvoorbeeld het grootste deel van hun opleiding in een automaat mogen volgen, en daarna in een paar extra lessen leren schakelen — zodat ze een volledig geldig rijbewijs krijgen. Zo zou elektrisch rijden écht helpen om het bewijs betaalbaar te houden. Maar nu? “Wij worden min of meer door de overheid gedwongen om elektrisch te gaan rijden. Door diezelfde overheid worden we gewoon tegengewerkt.”
Van Dijk: “Oranje verdiende minstens één punt – met vlagen echt sterk!”
Aanvoerder Virgil van Dijk vond dat Oranje in de wedstrijd tegen Duitsland minstens één punt had verdiend. En terecht: dankzij een late treffer van Cody Gakpo werd het uiteindelijk 1–1 in de Johan Cruijff Arena.
Van Dijk zag een ploeg die zich goed wist te laten gelden – maar ook zichzelf kritisch bleef:
“We hebben met vlagen heel goed gespeeld. Al zijn we op momenten van druk zetten soms nog wel kwetsbaar, dat is iets waar we wel beter in kunnen.”
Hij dacht zelfs even dat hij de openingstreffer had gemaakt… totdat de scheidsrechter de goal afkeurde vanwege vermeende hinder van Brian Brobbey op doelman Marc-Andre ter Stegen. Van Dijk was daar niet blij mee:
“De eerste goal was wel heel makkelijk afgekeurd. Volgens mij deed Brian helemaal niets. Hij stond er, maar deed niks.”
Meerdink: “Een millimeter tekort – maar ik ben blij met de goal!”
Mexx Meerdink, die al vroeg inviel voor de geblesseerde Brobbey, keek tevreden terug op zijn onverwachte grote rol. Zelfs bijna zijn eerste interlandgoal:
“Als ik bij de kans de sliding eerder inzet, glijd ik ’m gewoon binnen. Nu kom ik een millimeter tekort.”
En toch:
“Ik denk dat er een paar goede momenten tussenzaten, ook een paar momenten met balverlies. Maar ondanks dat ben ik wel erg tevreden, en gelukkig maken we nog de goal.”
Gakpo scoort zijn 25e voor Oranje – en roept Van Bommel naar voren
Cody Gakpo schoot met de 1–1 zijn 25e doelpunt voor het Nederlands elftal binnen. En wie kreeg de eer? Ruben van Bommel – die net zijn debuut maakte.
“Ik heb wel wat wedstrijden van PSV gezien, dus ik wist dat hij snel was. Echt een prachtige bal buitenkant voet van hem. Ja, dan moet ik ’m gewoon binnenschieten.”
Van Bommel zelf koos voor bescheidenheid – al was zijn assist onweerstaanbaar:
“Als je zo vliegend met binnenkant voet kan afwerken, dat is wel knap hoor.”
En Denzel Dumfries? Die vond dat Oranje eigenlijk nog méér verdiende:
“Wij hadden eigenlijk verdiend om te winnen.”
En over zijn eigen inzet:
“Als je voor het Nederlands elftal uitkomt, moet je altijd passie leveren.”
“Vooral in tweede helft waren er heel veel positieve dingen – daar moeten we nu op voortborduren.”
Mara (8) na misbruik door Benno L.: “Ik werd bang van papa’s van vriendinnetjes”
“Het was alleen maar huilen. Ik hoefde haar handdoek maar te pakken en dan begon het al.”
Anja kijkt met verdriet terug op de tientallen keer dat ze haar dochter Mara* naar het zwembad in Sint-Michielsgestel bracht — voor zwemlessen bij Benno L. Een jaar later kwam naar buiten dat Mara één van de vele kinderen was die door de Bossche zwemleraar waren misbruikt. Pas toen werd duidelijk waarom Mara’s angsten steeds heviger werden.
Al voordat ze met zwemles begon, ging Mara naar speltherapie vanwege verlatingsangst. En omdat ze ook bang was voor water, leek Benno L. de perfecte keuze: hij was gespecialiseerd in watervrees. Moeder Anja dacht dat het huilen onderweg naar de les alleen te maken had met die angst. “Als ze binnenkwam en de andere kinderen zag, hield het huilen op — dus ik dacht: het zit alleen in het naar zwemles toe gaan.”
Maar het werd erger. Niet alleen in het zwembad, maar ook thuis. Mara durfde niet meer alleen naar de wc, niet alleen douchen en niet alleen slapen.
En dan zegt ze het zelf, heel eerlijk: “Ik werd ook bang voor papa’s van mijn vriendinnetjes en sommige jongetjes, want ik dacht dat die hetzelfde zouden doen als mijn zwemleraar.”
Dat vertelt ze in de Omroep Brabant-podcast Benno L. zat aan mijn kind.
Anja en haar man waren alert — ze vonden het inderdaad vreemd dat Mara’s angsten steeds toegenamen. Toch dachten ze in eerste instantie niet aan misbruik. “Als we haar vroegen waarom ze bang was, had ze altijd een antwoord klaar. Bijvoorbeeld: ‘Het is te donker.’”
Toen in 2009 het misbruik tijdens de zwemlessen aan het licht kwam, viel alles op zijn plaats. Waarom Mara zo lang haar mond had gehouden, bleek pas later duidelijk. Het inmiddels 25-jarige slachtoffer vertelt:
“Benno zei dat de politie kwam als ik ons geheim doorvertelde — en dat ik dan naar de gevangenis moest. Ik was acht jaar en wist wat een geheim was. Een geheim mag je niet vertellen… dus dan vertel je het op die leeftijd gewoon niet.”
*Mara is een gefingeerde naam vanwege privacy — de echte naam is bekend bij de redactie.
Van Weel geeft het uiteindelijk toe: “Ja, ik heb de Tweede Kamer op het verkeerde been gezet”
Minister Van Weel heeft na flinke druk van de oppositie toch maar toegegeven dat hij de Tweede Kamer inderdaad op het verkeerde been had gezet — en dat niet pas gisteren, maar al eerder. Rond middernacht tijdens het debat liet hij weten dat hij onvolledig was geweest in zijn uitspraken over onbehandelde aangiften bij de politie. “Het is klip en klaar dat u zich misleid heeft gevoeld en dat is nooit mijn bedoeling geweest”, zei hij.
Eerder op dezelfde avond had de VVD-minister al spijt betuigd dat hij niet meer had gedaan om het meningsverschil met de Algemene Rekenkamer op te lossen — vooral over welke soort aangiften er eigenlijk niet worden behandeld. En hij wilde ook duidelijk maken dat hij het alarmerende rapport van de Rekenkamer absoluut niet bagatelliseerde. Maar voor veel oppositiepartijen (zoals Pro, SP, JA21, 50Plus, SGP, BBB en Kamerlid Keijzer) was die eerste excuses te slap. Ze vonden dat hij alleen spijt had van de ophef — niet van wat hij daadwerkelijk had gezegd of niet had gezegd.
BBB-Kamerlid Van der Plas bracht het op de punt: “De minister heeft meerdere kansen gehad om te zeggen dat hij de Kamer op het verkeerde been heeft gezet, maar daar heeft hij geen gebruik van gemaakt.” En Pro-Kamerlid Mutluer vatte het nog scherper samen: “Ik vind de minister vrij star. Ik wil dat hij goed begrijpt dat het niet oké is.”
Enkele partijen lieten zelfs doorschemeren dat ze een motie van wantrouwen zouden steunen — een zwaar politiek wapen, vooral nu de oppositie een meerderheid in de Tweede Kamer heeft. Die boodschap kwam aan: Van Weel erkende uiteindelijk dat de boodschap “ook bij hem binnenkwam”.
Waar ging het allemaal om?
Al maanden was er spanning tussen de minister en de Algemene Rekenkamer over hoeveel aangiften van burgers bij de politie gewoon op de plank blijven liggen — zonder dat er ook maar iets mee gebeurt. In juni concludeerde de Rekenkamer dat in 2024 ongeveer 10.000 aangiften van ernstige misdrijven (zoals geweldsmisdrijven) letterlijk niets opleverden.
Van Weel’s eerste reactie? Dat er een “vertekend beeld” werd geschetst, en dat de politie vooral meldingen negeert waar geen enkel aanknopingspunt in zit. Maar toen president Pieter Duisenberg van de Rekenkamer in een heel ongebruikelijk radio-interview zei dat de minister de Kamer op het verkeerde been had gezet — en dat “met halve feiten een uitkomst wordt gebagatelliseerd” — begon de hitte pas echt te stijgen.
“Nee, ik heb de Kamer niet misleid” — tot hij het wel deed
Veel oppositiepartijen wilden één ding zeker weten: was de Kamer wel of niet verkeerd geïnformeerd? Want dat is in de politiek een grote zaak — en vaak reden genoeg om een minister naar huis te sturen.
Na de eerste spijtbetuiging bleven Pro, SP en BBB hameren op een duidelijke erkenning van misleiding. Van Weel bleef echter herhalen: “Nee, ik heb de Kamer niet misleid.” Hij legde vooral uit dat het om een andere rekenmethodiek ging en dat hij “nuance” wilde aanbrengen bij het rapport van de Rekenkamer. Tot Mutluer hem rechtstreeks vroeg: “Waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat u een verkeerd beeld heeft neergezet?”
Uiteindelijk deed hij dat dan ook — en daarmee sloot een spannend debat af. “Het was een spannend debat”, zei Van Weel achteraf. En dat is zacht uitgedrukt: in een minderheidskabinet zoals dit, kan de oppositie écht een bewindspersoon naar huis sturen.
Stormloop op stroomaansluitingen: ‘Je krijgt een soort van hamsteren’
Netbeheerders zitten de komende tijd flink onder druk — en dat komt door een ware stormloop op nieuwe stroomaansluitingen. Met name in de aanloop naar 1 juli binnen er massaal aanvragen voor nieuwbouwwoningen: in totaal zo’n 600.000. Maar slechts de helft daarvan kan waarschijnlijk echt worden ingewilligd in de komende jaren. Waarom? Omdat het Nederlandse stroomnet simpelweg overvol dreigt te raken.
Dat is niet alleen een probleem van schaarse capaciteit, maar ook van nieuwe regels: vanaf 1 juli gelden strakkere regels voor aansluitingen. Netbeheerders hadden tot dan toe bewust ruimte vrijgehouden op het net voor woningbouw — maar vanaf die datum wordt alles volgens een strikt prioriteitskader afgehandeld. En dat kader is van de Autoriteit Consument en Markt (ACM): ziekenhuizen, brandweerkazernes en drinkwaterbedrijven gaan voorop; nieuwe woningen en scholen staan verder achteraan.
Daarom hebben projectontwikkelaars massaal aangevraagd voordat 1 juli kwam — om op geen enkele manier op de wachtlijst terecht te komen. En die wachtlijst bestaat echt: als er in jouw regio geen ruimte meer is op het stroomnet, dan ga je gewoon op de lijst staan. Hoe hoog je staat, hangt af van wat je wilt aansluiten — en wie je bent.
Ook huishoudens en kleine bedrijven vragen steeds vaker om zwaardere of nieuwe aansluitingen. Bij Enexis (actief in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland) zijn er bijvoorbeeld al ruim 140.000 aanvragen binnengekomen voor nieuwbouw — bovenop nog eens 60.000 voor uitbreidingen van bestaande aansluitingen. En het ergste? “Zo’n aanvraag kost je niets; als gevolg krijg je dus een soort van hamsteren”, legt energie-expert Martien Visser van de Hanze Hogeschool uit.
Die aanvragen eindigen allemaal op een wachtlijst. Enexis laat bijvoorbeeld weten dat klanten uiterlijk eind november te horen krijgen of er al dan niet ruimte is voor hun aansluiting. Vanaf begin 2027 gaat de netbeheerder langzaam ruimte vrijgeven — maar altijd volgens de ACM-prioriteiten. Hoe lang je moet wachten? Dat verschilt per regio én per type aansluiting. Stedin (Randstad) sluit niet uit dat het jaren kan duren. Liander (onder andere Noord-Holland, Flevoland en Gelderland) meldde in juni al dat wachttijden sterk uiteenlopen: tot wel drie jaar voor nieuwe aansluitingen, maar vaak slechts weken of maanden voor uitbreidingen van bestaande.
En hoewel Netbeheer Nederland benadrukt dat er landelijk genoeg ruimte is om ruim 300.000 nieuwe woningen aan te sluiten in de komende drie jaar — in lijn met de doelstelling van 100.000 woningen per jaar — is de praktijk anders. Volgens het CBS waren er in 2025 slechts 69.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd; dit jaar wordt verwacht dat het aantal rond de 70–80.000 uitkomt.
En dan komt de knelpuntvraag: Waar is die ruimte op het stroomnet dan eigenlijk? Volgens Fahid Minhas van branchevereniging Neprom klopt het landelijke cijfer misschien op papier — maar regionaal ziet het er heel anders uit. “De grootste opgave ligt met alle respect niet in Zeeland, maar bijvoorbeeld wel in Oost-Brabant rondom ASML in de regio Eindhoven en Helmond.” En dat beeld wordt bevestigd door Enexis zelf: voor ruim 85.000 van de 140.000 aangevraagde nieuwbouwwoningen is op dit moment geen plek op het stroomnet. Dat betekent dat bijna 60 procent van de aanvragen niet kan worden ingewilligd — en vooral Oost-Brabant heeft het zwaar: 55.000 nieuwe woningen kunnen hier nu niet worden aangesloten.
Toch is het volgens Enexis-topman Rutger van der Leeuw niet definitief: op den duur zullen die woningen aangesloten kunnen worden. De vraag is alleen: wanneer? En buiten Brabant wordt het ook steeds duidelijker: Tenet waarschuwde eerder dit jaar al in Utrecht, Gelderland en Flevoland voor een volledige aansluitstop — een scenario waar de netbeheerders alles aan doen om te voorkomen.
