Merz blijft kanselier – maar de CDU zet hem onder druk
De Duitse bondskanselier Friedrich Merz mag voorlopig doorzetten. Na een reeks tegenslagen stond zijn leiderschap op losse schroeven, maar tijdens meerdere partijbijeenkomsten de afgelopen dagen kreeg hij uiteindelijk de brede steun van de CDU achter zich. Dat betekent wel: hij blijft aan, maar — en dat is een groot maar — zijn partijgenoten eisen duidelijke verbeteringen.
Een zware klap in het oosten
Deze maand ging het niet goed met de CDU. Bij de deelstaatverkiezingen in het oosten van Duitsland boekte de partij grote verliezen. In Mecklenburg-Voor-Pommeren was het resultaat van afgelopen zondag zelfs historisch slecht: de CDU haalde de kiesdrempel niet eens. Voor een partij die zich al decennia lang ‘de grote volkspartij’ noemt, is dat een harde klap. En veel kiezers wijzen de vinger naar Merz zelf — onvrede over zijn leiding speelt daarbij een grote rol.
Kritiek van binnen, steun van boven
In Berlijn ging het gerucht dat Merz zou moeten opstappen, maar openlijk verzet bleef beperkt. Kleiner politieke figuren, zoals de voormalige secretaris-generaal van de CDU, riepen wel degelijk op tot vertrek. Maar prominente partijgenoten stonden juist achter hem. Achter de schermen klonk wel kritiek: volgens Stern noemde de CDU-deelstaatpremier van Hessen Merz’ taal “empathieloos” en uit de jaren ’90. En oud-fractievoorzitter Brinkhaus verwijt hem dat hij “het land niet bij elkaar houdt”, meldt onder meer Spiegel. Die opmerking werd in de fractie met applaus ontvangen.
Snelle actie, maar nog veel werk
Merz besefte hoe gevoelig de situatie was — en reageerde snel. Al minuten na de desastreuze exitpoll van zondag stapte hij naar de pers. Zo liet hij weinig ruimte voor kritiek om te escaleren. In zijn toespraak verdedigde hij zijn hervormingsplannen, die op termijn moeten leiden tot economische groei. Het probleem? Weinig kiezers geloven er nog in. Merz heeft veel beloofd sinds hij kanselier werd — maar veel beloftes zijn onvoltooid gebleven. Denk aan pensioenhervorming en gezondheidszorg: daar stuit hij op fel verzet.
Een klein lichtpuntje: de economie begint te bewegen
Een positief puntje op de balans: de Duitse economie, die jarenlang stagneerde, lijkt eindelijk wat op te trekken. Denktanks hebben hun groeivooruitzichten deze week naar boven bijgesteld. De OESO verwacht nu 1,1 procent groei dit jaar — zelfs boven het eurozone-gemiddelde. Een belangrijke drijfveer? De forse defensie-investeringen.
Wat moet er nu veranderen?
Merz weet dat hij moet bijschaven — en dat vraagt zijn eigen fractie ook expliciet. Zijn communicatie moet beter worden: beloften helderder uitleggen, kiezers’ emoties serieuzer nemen. Ook moet de coalitie écht samenhangend overkomen — iets wat recent weer misging. Toen hij maatregelen tegen hoge benzineprijzen aankondigde, had hij geen concreet plan klaar. De coalitiepartijen kwamen met verschillende ideeën, wat leidde tot een nieuwe openbare ruzie. Uiteindelijk is er wel een compromis, maar dat moet nog uitgewerkt worden.
En dan was er nog die onverwachte oproep van Merz om het zorgverzekeringssysteem aan te passen — een systeem met twee pijlers (wettelijk en particulier), dat volgens hem een ‘rechtvaardigheidsprobleem’ oproept. De SPD is het ermee eens, maar de CDU zelf is tegen. Een woordvoerder moest zijn uitspraak daarna snel terugnemen.
Geen alternatieven, dus: eenheid of bust
De onvrede blijft, maar een duidelijke opvolger is er niet. Namen als Hendrik Wüst en Markus Söder — beiden deelstaatpremiers — houden zich voorlopig rustig. Ook over de samenwerking met de SPD klinkt gemor… maar ook daar is geen realistisch alternatief in de huidige Bondsdag. Daarom roepen CDU’ers nu in koor op tot eenheid: alleen zo kunnen de geplande hervormingen eindelijk doorgaan. Zoals vicefractievoorzitter Mathias Middelberg het formuleert: “Als we ons uiteen laten spelen, zal niet alleen de regering mislukken, maar ook het land.”
Tijd dringt
De volgende verkiezingscampagne is nooit ver weg in Duitsland. In 2027 staan vijf deelstaatverkiezingen gepland — te beginnen in april in Noordrijn-Westfalen, de dichtstbevolkte deelstaat. Daar staat de CDU traditioneel sterk, en de AfD relatief zwak. Dat wil de regering graag behouden. Maar daarvoor moet Merz de neerwaartse spiraal van zijn partij snel keren. Hij krijgt nu nog een kans — maar het is misschien wel de laatste.
Jurriën Timber is weer terug bij Oranje — en de training begon met een behoorlijk gekke, kolderieke sfeer
Jurriën Timber heeft weer meegetraind met het Nederlands elftal, één dag voor de Nations League-wedstrijd tegen Duitsland. De Arsenal-verdediger is net hersteld van een liesblessure en had deze week een aangepast trainingsprogramma gevolgd. Dat betekent: Xavi Hernández kon voor de laatste oefening vóór het duel eindelijk over een volledige selectie beschikken.
Op woensdag liet de bondscoach al weten dat hij alle 26 geselecteerde spelers tot zijn beschikking heeft — ook al mag hij er op donderdag in de Johan Cruijff ArenA maar 23 op het veld zetten. Dus: drie internationals gaan op de bank zitten. Wie dat zijn? Xavi houdt dat nog stevig onder zijn pet. Zelfs de spelers zelf krijgen pas op donderdag te horen wie er in het basiselftal staat.
En ja, er was ook wat opvallends op de persconferentie: Van Dijk sprak vrij scherp over zijn gesprek met Xavi (“Na één seconde was het me duidelijk dat ik door wilde”), en schoot hard in op de geruchten over vijf verdedigers — noemde het “klinkklare onzin” én “onzin die de wereld wordt ingestuurd”.
Ook nieuwelingen zoals Feyenoord-middenvelder Gjivai Zechiël, PSV-aanvaller Ruben van Bommel en AZ-spits Mexx Meerdink hopen deze interlandperiode hun debuut voor Oranje te maken.
Na Duitsland wacht nog Servië (uit, komende zondag), dan Griekenland (uit, 1 oktober) en weer Servië (thuis, 4 oktober). De laatste twee duels — tegen Griekenland (thuis) en Duitsland (uit) — vinden plaats in november. Nederland moet bij de eerste twee landen eindigen om zich te kwalificeren voor de kwartfinales van de Nations League in maart.
De voorbeschouwing van het duel begint vanaf 20.06 uur op NOS.nl, in de NOS-app en op NPO 3. Alle vier Oranje’s wedstrijden in deze interlandperiode zijn live te volgen bij de NOS. En vandaag bespreken Jeroen Elshoff, Jeroen Stekelenburg en Thierry Boon in de NOS Voetbalpodcast de opmerkelijke persconferentie met Van Dijk en Xavi.
Overigens mist Depay de eerste selectie onder Xavi — Veerman keert wel terug, en Xavi heeft bewust geen centrumspits als pinchhitter meegevoerd: alleen Brobbey en Malen staan op die positie.
Verstappen wil volgend jaar weer volle bak op de Nürburgring — en Spa is ook een serieuze optie
Max Verstappen heeft duidelijk zin om volgend jaar weer mee te doen aan de 24-uursrace op de Nürburgring. En wie weet: ook de klassieke 24 uur van Spa-Francorchamps staat op zijn ‘wil graag’-lijstje. De 24 uur van Le Mans? Die laat hij bewust links liggen.
Dat vertelde de viervoudig Formule 1-wereldkampioen kort voor de Grote Prijs van Azerbeidzjan — die komend weekend plaatsvindt.
“Ik zei al na de race op de Nordschleife dat ik er graag weer naartoe wil. Dus als ik me goed kan voorbereiden én het met de planning lukt, dan doe ik het. Spa is ook een interessante optie.”
Goed nieuws voor fans van langeafstandsraces: de Formule 1-kalender van 2027 biedt ruimte genoeg. De 24-uursrace op de Nürburgring (29–30 mei) én de 24 uur van Spa-Francorchamps (26–27 juni) vallen allebei in weekenden waarin géén Formule 1-race op het programma staat.
Voor Verstappen was de Nürburgring afgelopen jaar zijn debuut in een echte 24-uursrace. Zijn team reed met een Mercedes GT3 en stond met nog maar drie uur te gaan zelfs aan de leiding — totdat een technisch probleem de auto hard terugbracht in het klassement.
Ziek thuis, maar wel sporten of op vakantie: wat mag eigenlijk wel en niet?
Een Tilburgse vrouw verloor deze week haar baan nadat ze, terwijl ze officieel ziek was gemeld, deelnam aan een zware Hyrox-wedstrijd. De zaak roept veel reacties op: veel mensen vinden het gewoon niet gepast om tijdens een ziekteverlof zo’n intensieve sportwedstrijd te doen. Maar let op: deze uitspraak betekent niet dat je als zieke werknemer helemaal niets meer mag ondernemen.
“Laten we eerlijk zijn: dit was niet slim van haar”, zegt arbeidsrechtadvocaat Jean-Louis van Os. “Maar het is ook een extreem voorbeeld. Je kunt niet in het algemeen zeggen dat iemand die ziek thuiszit geen sport mag doen.”
Volgens Van Os draait het vooral om waarom je iets doet — en vooral om wat de bedrijfsarts daarover zegt. “Een bedrijfsarts bepaalt wat je wel en niet mag doen tijdens je ziekteperiode. Het moet bijdragen aan je herstel”, legt hij uit. “Als de bedrijfsarts zegt: ‘Je moet acht weken volledig rusten en alleen op de bank tv kijken’, dan is dat wat je moet doen. Maar dezelfde bedrijfsarts kan ook zeggen: ‘Ga gerust hardlopen in de bossen’ of zelfs: ‘Doe gerust een Hyrox.’ Want iemand met Pfeiffer heeft andere behoeftes dan iemand met een burn-out.”
Wat mag wel in de praktijk?
In grote lijnen mogen zieke werknemers hun dagelijkse activiteiten vaak gewoon blijven doen. Denk aan boodschappen doen of mantelzorg verlenen — bijvoorbeeld voor een ouder. Een werkgever zou kunnen zeggen: “Jij zorgt toch voor je moeder, dus dan kun je ook gewoon werken.” Maar zo simpel ligt het niet. De bedrijfsarts kijkt daar meestal niet naar, tenzij die activiteit echt belastend is voor jouw herstel.
En wat dacht je van vakantie tijdens een langere ziekteperiode? Ook dat is soms toegestaan — maar alleen na overleg met de bedrijfsarts. Die kan zeggen: “Ja, ga gerust op vakantie, dat doet je goed.” Of juist: “Nee, dat is nu niet verstandig, want dan krijg je juist meer klachten.”
En wat als het misgaat?
Een werkgever mag nooit zelf beslissen of iemand wel of niet ziek is. Als er medisch oordeel nodig is om vast te stellen of iemand weer aan het werk kan, dan moet de werkgever een bedrijfsarts inschakelen. Zomaar zeggen “jij hebt buikpijn, maar dat is geen reden om thuis te blijven” — dat werkt niet. Zonder een oordeel van een bedrijfsarts zal een kantonrechter daar meestal niet in meegaan.
Van Os benadrukt: elke zaak is uniek. Wat voor de ene werknemer tijdens ziekte toegestaan is, kan voor een ander juist riskant of onverstandig zijn. “Maar als het verhaal niet klopt, dan prikt een kantonrechter daar meestal wel doorheen.” Hij verwijst daarbij naar een eerdere zaak van een Transavia-medewerker die zich ziekmeldde, maar vervolgens naar de bruiloft van haar oom ging.
Experts pleiten voor openheid over Russische sabotage: ‘Gooi alles op tafel’
“Er gebeurt wel veel meer dan dat u weet”, zei defensieminister Yeşilgöz gisteren — maar wat dat precies is, liet ze met opzet in het midden. “Omdat ik daarmee de vijand ook meer inzicht geef in wat wij weten en doen. En u snapt dat ik de vijand niet méér informatie wil geven dan strikt nodig, want die kan hij weer tegen ons gebruiken.”
Ze noemde zelf als voorbeeld de verkeerscamera’s die door Russische hackers waren gekraakt om troepenbewegingen te volgen. En ze liet doorschemeren dat er nog veel meer van dit soort incidenten zijn — alleen praten we daar niet over. Volgens de VVD-minister doen de AIVD en MIVD hun werk uitstekend: ze houden Nederland veilig voor ernstige bedreigingen. “Daar staan we echt heel sterk.”
Maar die zorgvuldige terughoudendheid roept natuurlijk vragen op. Wat doet Rusland eigenlijk allemaal in Nederland? En zou het niet juist beter zijn als burgers wél wisten wat er speelt?
“Gooi alles op tafel” — een oproep aan de overheid
Rob de Wijk, directeur van de Haagse denktank HCSS, is duidelijk: “Ik zou zeggen: gooi alles op tafel.” Hij roept de Nederlandse overheid op om transparanter te worden over wat er allemaal gebeurt.
Jelle Postma, directeur van Justice for Prosperity (en voormalig medewerker van AIVD en NCTV), weet waar hij het over heeft. “Dat is vaak digitaal”, zegt hij. Denk aan hacks die onze cyberveiligheid ondermijnen — zoals de hack van de Nederlandse politie, waarbij Russische hackers gegevens van politiemedewerkers buitmaakten. Of aan de talloze desinformatiecampagnes: nepnieuwsberichten op sociale media over asielzoekers die ellende veroorzaken, verspreid door Russische trollenlegers die destabiliserende stemmen in de samenleving extra kracht geven.
Postma noemt de recente verkiezingen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt als voorbeeld: “De golf manipulatie die over zo’n deelstaat wordt uitgekieperd, is indrukwekkend — niet alleen qua inhoud, maar vooral qua bereik. Gelukkig behoren de Nederlandse diensten bij de wereldtop.”
Sabotage gebeurt ook op straat — en soms op een manier die je niet eens ziet
De Wijk noemde tijdens een rondetafelgesprek met Tweede Kamerleden de desinformatiecampagnes vandaag gewoon sabotage: “Het saboteren van politieke besluitvorming van landen én tussen landen.”
En het blijft niet bij het digitale domein. Vorig jaar werden twee minderjarige Nederlandse jongens door Rusland geronseld om te spioneren — zij liepen met een ‘wifi-sniffer’ rond bij internationale organisaties in Den Haag, waaronder Europol. En op een discussieavond in De Balie in Amsterdam klonken plots pro-Russische leuzen. “De Russen doen dat om het ongemak in de samenleving te vergroten”, legt Postma uit. “Er worden zo speldenprikjes uitgedeeld.”
Dan zijn er nog de incidenten waarbij Rusland vermoed wordt, maar waarvan nooit definitief is vastgesteld wie erachter zit — zoals de brand vorig jaar in de Schipholtunnel rond de NAVO-top in Den Haag, of de drones die plotseling rondvlogen bij militaire vliegvelden.
“Er is heel veel wat we weten, maar ook heel veel wat we niet weten”, zegt Postma. Daarom vindt hij het belangrijk dat de overheid met burgers deelt wat ze wél weet. “Het is ontzettend belangrijk om in deze tijden van geopolitieke spanning en maatschappelijke onrust het vuurtje niet verder op te stoken. Want zo werk je verdere speculatie in de hand — en creëer je angst zonder dat burgers ook maar iets kunnen doen.”
Openheid helpt — ook tegen naïviteit
Rob de Wijk is ook een groot voorstander van meer openheid. “Om te laten zien dat de inlichtingendiensten goed doorhebben wat er gebeurt. En dat je daar dus ook op kunt acteren.” Het grote probleem, merkt hij vaak op, is dat politici bang zijn voor angstzaaien. “Maar het is wel wat het is, op dit ogenblik. En een klein beetje angst kan ook wel helpen om de naïviteit eraf te krijgen — mits je maar een handelingsperspectief hebt.”
Bart van den Berg, onderzoeker veiligheid bij Clingendael, is het daar mee eens. Hij noemt als voorbeeld de talloze drones bij vliegvelden, waarvan nooit duidelijk werd wie of wat daarachter zat. “Zonder feiten kun je geen zinvol gesprek voeren. Als er geen feiten zijn, creëren we ook heel veel ruimte voor alternatieve theorieën. Daar maak ik me wel zorgen over.” Hij hoopt op een koerswijziging van het kabinet: “We hebben echt richting en leiderschap nodig. En het is echt wachten tot dat gaat komen.”
Boy (19) zet rokende influencers onder vuur — en haalt al 18.000 handtekeningen op
Een petitie tegen rokende influencers op sociale media heeft in vijf maanden tijd al ruim 18.000 handtekeningen verzameld. Aan het roer staat Boy Tanis uit Geertruidenberg — pas 19 jaar oud, maar al flink bezig met een serieuze maatschappelijke kwestie. Hij wil dat berichten met afbeeldingen van rokers op platforms als Instagram, TikTok en YouTube duidelijk worden gemarkeerd met een waarschuwing. En die petitie wil hij binnenkort persoonlijk aanbieden aan de Tweede Kamer. “Het gaat nu echt gebeuren. Fijn dat ik de handtekeningen aan hen kan overhandigen.”
Waarom rookt hij er zo mee door?
Boy vindt het gewoon niet meer toegestaan dat beïnvloeders — mensen met tienduizenden of miljoenen volgers — ongestraft foto’s en filmpjes delen waarop ze aan het roken zijn. Denk aan die beroemde foto van Lil Kleine met een sigaret, of trainer Peter Bosz na het PSV-kampioenschap, met een dikke sigaar op de platte kar. Volgens Boy is dat geen onschuldig ‘levensecht’ moment — het is een krachtige boodschap die vooral jongeren bereikt.
Van eigen ervaring naar actie
De strijd tegen rokende influencers is voor Boy geen theoretisch idee. Toen hij 17 was, begon hij zelf met roken. Hij stopte — maar na een vakantie in Engeland begon hij weer. En waarom? Omdat hij op zijn telefoon zat te scrollen… en steeds weer zag hoe influencers ontspannen een sigaretje rookten. Dat moment was de druppel. “Dat was het moment waarop ik besloot: ik ga hier iets mee doen.”
“Ik verbied niemand iets”
Natuurlijk kreeg hij ook veel negatieve reacties online. Sommige mensen dachten dat hij rokers wilde verbieden of hun vrijheid wilde wegnemen. Maar Boy benadrukt: “Ik heb nooit gezegd dat ik mensen verbied te roken. Maar dat denken mensen wel.” Zijn doel is niet om rokers te veroordelen — het gaat hem om influencers. Mensen die bewust of onbewust een rol spelen in het vormen van normen, vooral bij jonge volgers.
Wat wil hij nu precies?
Allereerst hoopt hij dat sociale media-platforms verplicht worden om waarschuwingen te tonen bij inhoud met roken — net zoals bij geweld of schokkende beelden. Als dat juridisch niet haalbaar blijkt, wil hij dat er campagnes komen die bewustwording creëren. Want laat hij weten: de laatste landelijke campagne tegen roken is alweer een tijdje geleden.
Een prijs voor zijn inzet
Zijn actie bleef niet onopgemerkt. Afgelopen zomer won Boy de Rookvrij Prijs 2026 van Clean Air Nederland — een organisatie die werkt aan een rookvrije samenleving. Eerder wonnen onder anderen Arjen Lubach en oud-burgemeester Ahmed Aboutaleb deze prijs. Voor Boy is het een mooie bevestiging dat zijn stem écht gehoord wordt.
