Kinderopvang straks nog steeds bijna gratis, maar net iets minder
(en dat voelen vooral degenen met een lager inkomen het meest)
Goed nieuws én een klein teleurstellend randje: kinderopvang blijft in 2029 nagenoeg gratis voor iedereen — maar net iets minder dan eerst beloofd. Het kabinet had gezegd dat alle ouders dan 96 procent van hun opvangkosten vergoed zouden krijgen, ongeacht inkomen. Maar uit recente stukken blijkt: het wordt 95,6 procent. Een klein verschil op papier — maar in de praktijk betekent het wel dat veel gezinnen straks wat meer uit hun portemonnee moeten halen.
Wat betekent dat voor jou?
Denk bijvoorbeeld aan een gezin met twee kinderen dat twee dagen per week gebruikmaakt van de opvang. Die ouder(s) betalen dan zo’n 10 euro extra per maand, dus rond de 120 euro per jaar. Hoeveel je precies meer kwijt bent, hangt natuurlijk af van hoeveel kinderen je hebt en hoe vaak ze naar de opvang gaan. Maar één ding is duidelijk: de verlaging valt vooral zwaar bij gezinnen met een lager inkomen. Zij hebben namelijk al nu de volle 96-procentsvergoeding (via de kinderopvangstoeslag), en moeten die dus straks iets inleveren. Voor hen is het geen ‘meer vergoeding’, maar juist een kleine stap terug.
Waarom wordt het minder?
Het kabinet legt uit dat de kosten van het nieuwe stelsel hoger uitvallen dan eerst ingeschat. Vooral twee dingen spelen een rol:
– Het eenvoudiger maken van het hele systeem kost meer dan verwacht;
– De GGD gaat straks strenger toezien op de kwaliteit van de opvang — ook dat vraagt om meer geld.
En ja, het is logisch dat de vraag naar kinderopvang waarschijnlijk stijgt als ouders meer vergoed krijgen. Daar wil de overheid graag mee omgaan — zonder dat de kwaliteit daaronder lijdt. Alleen: dat extra toezicht is duurder dan gedacht.
Wat verandert er verder?
Gelukkig is het nieuwe stelsel veel vriendelijker dan het huidige — waar veel ouders zich regelmatig in vastlopen. Zo:
– De arbeidseis werkt anders: als je je baan verliest, hoef je niet meteen bang te zijn dat je subsidie verdwijnt. Je houdt langer recht op de vergoeding.
– En als je per ongeluk een fout maakt in je aanvraag? Dan hoeft je geen geld terug te betalen. De overheid vordert geen geld meer in bij kleine vergissingen.
Het kabinet legt deze wijziging binnenkort uit in een brief aan de Tweede Kamer — dus hou de oren open.
Spookvoertuigen opgepakt en tachtigzeven boetes tijdens grote verkeersactie in Eindhoven
Gisteravond (woensdag) trok de politie in Eindhoven flink aan de bel bij een grote verkeerscontrole – en dat leverde behoorlijk wat ‘spookvoertuigen’ én een hoop boetes op. In totaal werden 140 voertuigen gecontroleerd, waarbij 87 overtredingen werden vastgesteld en meteen een proces-verbaal opgemaakt.
Vijf van de gecontroleerde wagens bleken zogeheten spookvoertuigen: voertuigen die niet officieel geregistreerd staan. Dat betekent onder andere dat er geen motorrijtuigenbelasting wordt betaald, en dat boetes of meldingen simpelweg nergens naartoe kunnen worden gestuurd – want er is geen geldige eigenaar bekend. Een van die spookwagens was een werkbusje. De twee mannen die erin zaten, kregen de opdracht om alles uit de bus te halen – gereedschap, materialen, de hele mikmak – en dat gewoon op straat te zetten. Daarna werd de bus afgevoerd door een bergingsbedrijf.
Maar het stopte niet bij de spookauto’s. De agenten vonden ook:
– zes keer rijden onder invloed van drugs,
– meerdere gevallen van telefoongebruik achter het stuur,
– te hard rijden,
– opgevoerde fatbikes (ja, die zijn ook onder de wet),
– en één keer iemand die met een ongeldig verklaard rijbewijs onderweg was.
En dan nog een bijzonder detail: onder de bijrijdersstoel van een auto lag – zonder dat iemand het verwachtte – een cobra. Ja, echt.
De actie speelde zich af rond de Berenkuil, de John F. Kennedylaan en de Eisenhowerlaan. Tien motoragenten reden daar rond om auto’s, scooters, fietsers én fatbikers te controleren. Meegedaan hebben meerdere politiebureaus uit Eindhoven, met steun van Team Verkeer.
VS dreigt met handelsstop als EU en Canada nog dichter bij elkaar gaan
De Verenigde Staten zijn klaar om de kraan van de handel met Europa dicht te draaien — maar alleen als de EU en Canada echt, écht intensiever gaan samenwerken. Dat is de boodschap van president Trump, die de plannen van EU-voorzitter Ursula von der Leyen scherp veroordeelt.
Gisteren riep Von der Leyen tijdens een toespraak op tot een nieuwe vorm van samenwerking met Canada: denk aan gezamenlijke projecten op het gebied van handel, energie én zelfs defensie. En ja — ze noemde zelfs de mogelijkheid dat Canada zou kunnen uitgroeien tot het eerste ‘geassocieerde lid’ van de EU. Een soort half-lidmaatschap, dus.
Trump reageerde direct — en niet bepaald vriendelijk. Tegen journalisten noemde hij het idee “lachwekkend”. En hij waarschuwde: “Als ze dat echt doorzetten, en ik zie dat als een vijandige daad, dan leg ik zware importheffingen op — of stop ik gewoon met de handel met Europa.”
Dat is geen lege dreigement. De Amerikaanse president heeft in het verleden al vaak importheffingen gebruikt als onderhandelingswapen. Soms zelfs op het allerlaatste moment — en soms weer plotseling uitgesteld of helemaal ingetrokken. Ook heeft hij eerder rechterlijke uitspraken over zijn heffingen moeten slikken.
En nu komt het: Canada zit momenteel midden in een handelsoorlog met de VS. Onderhandelingen over het versoepelen van handelsbeperkingen liepen op het nippertje vast — waardoor Ottawa besloot om zich meer op andere partners te richten. Zoals Europa. Premier Mark Carney (die sinds kort de Canadese premier is) spreekt vandaag in Straatsburg voor het Europees Parlement. Zijn toespraak begint om 11:30 uur en wordt in het Engels gegeven — en is live te volgen.
Ondertussen blijft de spanning oplopen. Trump heeft onlangs de invoer van Canadese zuivel, alcohol en motorfietsen verboden. Canada reageerde met tegenheffingen op Amerikaanse producten. Het lijkt wel een wisselende dans van dreigementen en tegendraadsheid — terwijl Europa en Canada juist proberen om hun band te verstevigen.
Scriptie te laat? Dan maar een punt eraf… of toch niet?
Een student Civiel Recht van de Universiteit Leiden had op 6 juni 2025 om 12.00 uur zijn scriptie moeten inleveren. Maar het was nog niet helemaal klaar — dus stuurde hij een voorlopige versie, met de belofte dat hij er tijdens het Pinksterweekend dat volgde verder aan zou werken en de definitieve versie vóór het einde van dat weekend zou indienen. De eerste lezer reageerde per e-mail met de woorden dat hij ‘geneigd was’ om de student de ruimte te geven om af te maken én daarna de definitieve scriptie te beoordelen. En zo gebeurde het ook: op 9 juni, dus 79 uur na de oorspronkelijke deadline, werd de volledige scriptie ingeleverd.
De beoordelaars waren onder de indruk: ze gaven haar een prachtige 9. Maar omdat het te laat was, trokken ze één punt af — met als reden dat de student ‘beter had moeten plannen’.
Maar de student dacht daar anders over. Hij ging in beroep bij het College van Beroep voor de Examens (CBE) van de Universiteit Leiden. Het CBE vond wel dat de examinatoren mogen meewegen dat de student extra tijd kreeg — zodat niemand onterecht vooruitloopt op medestudenten die wél op tijd inleverden. Toch vond de student het onduidelijk waarom precies één punt werd afgetrokken. Het CBE ging daar niet mee akkoord, dus stapte hij verder: naar de Raad van State, de hoogste algemene bestuursrechter van Nederland.
En daar kreeg hij gelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het de student vooraf niet duidelijk was gemaakt wat de precieze gevolgen zouden zijn van het te laat inleveren — vooral niet hoeveel punten er zouden worden afgetrokken, afhankelijk van hoe lang het te laat was. Tijdens de zitting legde de student uit dat hij de definitieve scriptie al eerder tijdens het Pinksterweekend had ingeleverd als hij had geweten dat de duur van de vertraging zo’n grote rol speelde bij de puntaftrek.
Daarom vond de Raad van State: de examinatoren hebben hun beslissing over de aftrek van één punt niet goed gemotiveerd. En dat is wettelijk onaanvaardbaar. De beslissing is daarom vernietigd — en de examinatoren krijgen nu zes weken de tijd om een nieuw, beter gemotiveerd eindcijfer vast te stellen.
Palestijnse leider Abbas mag weer niet naar de VN-top in New York
De Amerikaanse regering heeft voor het tweede jaar op rij besloten om Mahmoud Abbas, de leider van de Palestijnse Autoriteit, geen visum te geven voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die grote jaarlijkse top van alle 193 lidstaten vindt volgende week plaats — maar Abbas en zijn delegatie mogen niet naar New York komen.
Volgens een officiële verklaring van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is dat omdat er “geen vorderingen zijn gemaakt op het gebied van hervormingen”, en omdat de Palestijnse Autoriteit “nog steeds het vredesproces ondermijnt”. Concreet noemt Washington onder andere betalingen aan families van gewelddadige daders, het verheerlijken van terreurdaden in openbare uitspraken én in schoolboeken, én de pogingen van Palestijnse autoriteiten om internationaal erkend te worden als een onafhankelijke staat. Ook de aanvragen bij het Internationaal Strafhof (in Den Haag) en het Internationaal Gerechtshof worden genoemd als redenen.
En ja — de VS heeft eerder dit jaar al aangekondigd dat ze actief zullen werken aan het ‘ontmantelen’ van het Internationaal Strafhof.
Er is wel een plan B: Abbas zou mogelijk via video kunnen toespreken tijdens de vergadering — net zoals vorig jaar. Over die optie wordt later vandaag gestemd. Maar een fysiek bezoek heeft veel meer voordelen: rondom de VN-top vinden talloze bilaterale gesprekken plaats, waarbij diplomatie vaak pas echt begint — buiten de microfoon en de camera’s om.
Let op: de Staat Palestina is géén officieel VN-lid, maar mag wel als waarnemer aanwezig zijn. Volgens de overeenkomst uit 1948, toen de VN-hoofdzetel in New York werd gevestigd, moet de VS diplomaten toegang verlenen — zelfs als ze met hun land in conflict liggen. Toch houdt Washington zich het recht voor om uitzonderingen te maken, bijvoorbeeld vanwege veiligheid of buitenlandse beleidsdoelen.
Vertraging op de A2 bij Leende door botsing met meerdere auto’s
Donderdagochtend ging het mis op de A2 bij Leende: een ongeluk met meerdere auto’s zorgde voor flinke vertraging richting Eindhoven. De linkerrijstrook was volledig afgesloten, waardoor het verkeer zich moest inpassen in de overige rijstroken.
Rond tien uur lag de file al op tot wel een half uur extra reistijd — vooral voor wie vanaf Budel aansloot op de A2 richting Eindhoven. De schade aan de betrokken voertuigen is behoorlijk, maar over de toestand van de bestuurders is niets bekendgemaakt.
Rijkswaterstaat meldde dat er zelfs een tweede bergingsbedrijf onderweg was naar de plek van het ongeluk. Wanneer de linkerrijstrook weer open kan, is op dat moment nog niet duidelijk.
