Kwart van de Kamervragen is (deels) met AI geschreven — en het aantal stijgt
Joost Schellevis, redacteur tech en data
Een op de vier documenten met Kamervragen die in de Tweede Kamer worden ingediend, is minstens gedeeltelijk geschreven met behulp van een AI-tool zoals ChatGPT of Claude. Dat blijkt uit een onderzoek van de NOS onder 2500 documenten — met daarbinnen ruim 28.000 individuele vragen aan de regering.
De manier waarop AI wordt ingezet, verschilt per Kamerlid: soms helpt het bij het formuleren van één zin, soms bij het opstellen van hele lijsten met vragen. En het aandeel neemt duidelijk toe: in het afgelopen halfjaar bevatte 26 procent van de Kamervragen sporen van AI-gebruik — tegenover 17 procent in het halfjaar daarvoor. Alleen in de afgelopen twee maanden daalde het aantal weer ietsje.
Om dit te detecteren, gebruikte de NOS het programma Pangram: een tool die goed kan herkennen wanneer een tekst is geschreven in de typische stijl van grote taalmodellen. Let wel: Pangram ziet hoe er is geschreven, niet hoeveel denkwerk er achter zit. En hoewel het programma betrouwbaar werkt op grote schaal, kan het bij afzonderlijke vragen weleens naast zitten — bijvoorbeeld als iemand bewust in ‘AI-stijl’ schrijft.
Is dat nou erg?
Deskundigen vinden het niet per se problematisch — zolang Kamerleden zelf blijven nadenken, controleren en uiteindelijk verantwoordelijk blijven voor wat ze indienen. “Als Kamerleden AI helemaal niet zouden gebruiken, zou ik dat ergens ook wel kwalijk vinden”, zegt AI-ontwikkelaar Maarten Sukel. Volgens hem kan AI juist helpen om sneller én gerichter vragen te stellen. Maar hij waarschuwt ook: “Als je een dossier niet kent en je laat AI de vragen bedenken, dan geef je het denkproces uit handen. Dat is risicovol.”
Techdenker Marleen Stikker ziet vooral een groter democratisch risico: “We outsourcen onze democratische systemen naar algoritmes van Amerikaanse AI-bedrijven — die bovendien niet neutraal zijn, maar gekleurd. Dat is toch absurd?”
En dan is er nog het risico op onjuiste informatie: ook al doen AI-bedrijven hun best, soms spuwen de modellen nog steeds onwaarheden uit — en die kunnen dan ongemerkt terechtkomen in officiële Kamervragen.
“Ik gebruik AI — maar ik ben altijd verantwoordelijk”
Meerdere Kamerleden bevestigen openlijk dat ze AI gebruiken — en benadrukken telkens weer dat zijzelf de inhoud bepalen en controleren.
Daniël van den Berg (JA21) geeft toe dat veel van zijn vragen volgens de analyse voor een groot deel door AI zijn geschreven — maar hij is absoluut niet bang voor kritiek. “Niet om me er makkelijker van af te maken en snel weer thuis te zijn”, zegt hij. “AI helpt me sneller media-items terug te vinden of formuleringen te verbeteren — maar ik heb elke vraag tot op de bodem uitgezocht.”
Ook Renate den Hollander (VVD) gebruikt AI om teksten in te korten, te checken op spelling of om iets sneller uit te zoeken. “Maar alles wat ik inbreng in de Kamer is onder mijn verantwoordelijkheid bedacht en uitgewerkt.” En Marieke Vellinga-Beemsterboer (D66) laat AI helpen bij het aanscherpen van vragen en het verbeteren van begrijpelijkheid — maar geen enkele volledige vragenlijst wordt door de machine opgesteld. Haar woordvoerder merkt op: “Heel Nederland doet dat inmiddels.”
Waarom is dit onderzoek eigenlijk betrouwbaar?
De NOS analyseerde 2500 documenten met Kamervragen die tot en met de vorige zomer werden ingediend. Daarbij werd Pangram ingezet — een tool die juist op grote hoeveelheden teksten het beste presteert. Om de resultaten te valideren, werd ook een controlegroep van 468 documenten uit het “pre-AI-tijdperk” geanalyseerd. Die werden allemaal terecht als ‘100 procent menselijk’ bestempeld.
En ja — de NOS heeft bewust geen ranglijst van Kamerleden gepubliceerd die het meest met AI werken. De kans op valspositieven was gewoon te groot.
Brand in stroomhuisje zorgt voor stroomstoring op Vossenberg – bedrijven weer up and running
Maandagochtend ging het mis aan de Erebusstraat in Tilburg: door een brand in een stroomhuisje vielen zestien bedrijven op industrieterrein Vossenberg plotseling uit. Geen lampen, geen machines, geen koffiezetapparaat — gewoon niets.
Rond het middaguur zat nog steeds de helft van die bedrijven (acht stuks) in het duister. De brand zelf had flink wat rook geproduceerd, en die trok door de straten — zo veel dat mensen op verzoek van brandweer én Enexis even binnen moesten blijven. Bij een paar bedrijven werd zelfs de bedrijfshulpverlening ingeschakeld om alles veilig te houden. Gelukkig was de brand tegen die tijd onder controle, al bleef de brandweer rond de middag nog bezig met nablussen.
Goed nieuws: acht van de getroffen bedrijven kregen rond het middaguur weer stroom, omdat Enexis de stroom via andere stations kon omleiden. De andere acht moesten wat langer wachten — zij zijn namelijk rechtstreeks aangesloten op het beschadigde stroomhuisje. Voor hen werden tijdelijke oplossingen georganiseerd, totdat een nieuw noodstation kon worden geplaatst. En ja — aan het einde van de middag was ook voor hen de stroom weer terug. Alles dus weer op orde.
Wake voor vermoord ezeltje Pleun: stilstaan bij gruwelijk leed
Er komt een wake voor het vermoorde ezeltje Pleun — een twee weken oud veulentje dat vorige week uit de ezelopvang Het Ezelpaleis in Baarle-Nassau verdween. Een dag later werd Pleun dood teruggevonden in de wei. Ze was zwaar toegetakeld en had een schotwond.
Donderdagavond om 19.00 uur wordt Pleuntje herdacht tijdens een bijzondere, emotionele wake.
Waarom een wake voor een dier?
Voor mensen die op gewelddadige wijze omkomen, is het gebruikelijk om stil te staan — via een stille tocht, een herdenkingsbijeenkomst of een wake. Voor dieren gebeurt dat bijna nooit. Maar dit keer wel. Nicolette Seggelink en Patriek Paap organiseren donderdagavond bewust een wake voor Pleun.
“Voor Pleuntje willen we stilstaan bij het gruwelijke leed dat haar is aangedaan”, zegt Seggelink. “En tegelijkertijd willen we Het Ezelpaleis een warm hart onder de riem steken.”
Meer dan alleen herdenken
De wake is niet alleen bedoeld om Pleun te gedenken — het is ook een oproep voor meer aandacht voor dierenwelzijn.
“Er gebeuren zoveel dingen die niet oké zijn richting dieren”, benadrukt Seggelink. “Ze zijn geen producten of accessoires, maar levende wezens met een eigen waarde. Ze voelen pijn, angst, verdriet — net als wij.”
De organisatoren hopen dat bezoekers na de wake écht gaan nadenken over hoe wij als maatschappij met dieren omgaan — en wat we daar zelf aan kunnen doen.
Waarom raakt Pleun zo veel mensen?
Dat het verhaal van Pleun zoveel emotie oproept, verbaast Seggelink niet. “Het was een babydiertje van nog maar twee weken oud. Het is ongelooflijk dat zoiets kan gebeuren.”
En omdat dieren geen stem hebben, wil ze dat Pleun juist een symbool wordt: een boegbeeld dat ons doet reflecteren op onze relatie met dieren — en op wat we bereid zijn te doen om ze te beschermen.
Dankbaarheid vanuit de opvang
Marlhene Mouws, eigenaresse van Het Ezelpaleis, is niet direct betrokken bij de organisatie van de wake — maar vindt het ontzettend mooi dat er zoveel liefde en betrokkenheid is.
“We zijn dankbaar voor alle steun, alle aandacht en alle warmte die nu naar Pleuntje en naar ons toe komt.”
Hoeveel mensen er donderdagavond zullen komen, is nog onduidelijk. De organisatie hoopt op een grote opkomst — en vindt al honderd aanwezigen een prachtig resultaat. “We merken in ieder geval dat het enorm leeft.”
Man aangehouden na mishandeling in Den Hoorn – mogelijk verband met reeks belagingen in Delft
De politie heeft gisterenavond een 19-jarige man uit Delft gepakt die wordt verdacht van aanranding, mishandeling én poging tot zware mishandeling. Het incident gebeurde afgelopen weekend, in de nacht van vrijdag op zaterdag, in Den Hoorn – een dorp vlak bij Delft. Daar werd een vrouw van haar fiets geslagen door een man, die daarna ook probeerde haar aan te randen.
Dit is niet het eerste incident van dit soort in de regio. De afgelopen maanden zijn er al minstens vier vergelijkbare meldingen binnengekomen uit de Delftse Hout:
– Twee vrouwen werden in juli van hun fiets getrokken en aangerand;
– Begin deze maand werd een andere vrouw van haar fiets geslagen en mishandeld;
– Kort daarna meldde nog een vrouw dat ze bijna van haar fiets was geduwd.
Alle slachtoffers hebben aangifte gedaan.
De politie had de 19-jarige man op het oog tijdens een surveillanceronde in het gebied – hij paste precies bij het signalement van de dader. Of hij daadwerkelijk achter alle incidenten zit, moet nu nog worden uitgezocht. Mensen die iets gezien of gehoord hebben, worden dringend gevraagd zich te melden.
Voor de incidenten begin september is het signalement van de verdachte: een man tussen de 20 en 25 jaar, ongeveer 1,75 tot 1,80 meter lang, met een donkere huidskleur, kort zwart haar en een slank postuur. Hij zou op een fiets hebben gereden. Interessant: dit signalement lijkt gedeeltelijk overeen te komen met dat van de verdachte bij de juli-incidenten.
Gisteren riep burgemeester Alexander Pechtold van Delft mensen op om de komende tijd niet alleen te fietsen – vooral in rustige of afgelegen gebieden. Ook benadrukte hij hoe belangrijk het is om verdachte situaties direct bij de politie te melden.
Almeerse wijkagent waarschuwt: ‘Cat in the Hat’-trend op TikTok is angstaanjagend voor kinderen
Het begint met een kat – maar geen gewone kat. Denk aan een kat met een hoge, gekleurd hoed, die ‘s nachts plotseling opduikt bij de voordeur van een huis, op het schoolplein of op een verlaten straat. De filmpjes zien er vaak uit alsof ze zijn opgenomen met een beveiligingscamera of deurbel: korrelig, schokkerig, alsof je per ongeluk een geheim moment hebt vastgelegd. Soms lijkt het personage te wijzen, te fluisteren of zelfs iemand te volgen. En ja – soms wordt er zelfs een echte school, straat of stad genoemd.
Deze trend begon op TikTok en werd in augustus een groot gebeuren in Ierland en het Verenigd Koninkrijk. Daarna sloeg hij over naar de Verenigde Staten, Canada… en nu ook Nederland. In Almere is hij al zichtbaar – en daar maakt digitale wijkagent Niels Horn zich zorgen over.
Waar komt die kat vandaan?
Sommige filmpjes zijn gemaakt met AI: kunstmatig gegenereerde beelden die verrassend realistisch zijn. Andere keer zijn het gewoon mensen in een kostuum – vaak geïnspireerd op de bizarre, wat onheilspellende versie van Cat in the Hat uit de film van 2003 met Mike Myers. Het is dus geen officiële of erkende figuur, maar een internetgrap die zichzelf steeds verder verspreidt – en daarmee steeds meer angst oproept.
“Het is nep, maar voelt heel echt”
Niels Horn waarschuwt ouders expliciet: deze filmpjes kunnen kinderen écht laten schrikken. “De beelden zijn nep, maar kunnen voor kinderen en jongeren heel echt lijken. Wat begint als een grap, kan door delen, reacties en herkenbare locaties snel leiden tot onrust of angst”, schrijft hij.
Zijn advies is duidelijk:
– Deel niets verder als je een video ziet waarin een kind, school of specifieke locatie wordt genoemd of bedreigd.
– Maak eventueel een screenshot – en meld het bij de juiste instantie.
– Blijf rustig, praat met je kind over wat ze online tegenkomen. Vraag waar het filmpje vandaan komt, wie het heeft gemaakt en waarom.
– En: niet elk schrikwekkend filmpje is 112-waardig. De politie is er voor échte noodsituaties – niet voor virale grappen.
Horn vergeleekt de trend met een eerdere AI-grap: de ‘AI-zwerver op de bank’, waarbij levensechte beelden van een man op een bank werden gegenereerd. Ook toen werd de politie onnodig gebeld – en dat was geen pretje voor niemand.
En in de VS? Er zijn al aanhoudingen
In de Verenigde Staten is het serieuzer geworden. In Wichita (Kansas) werd een 15-jarige aangehouden na een video met dreigende teksten gericht op klasgenoten die mee deden aan de trend. Ook in Georgia werden twee leerlingen van Worth County High School aangeklaagd – zowel strafrechtelijk als binnen het schooldistrict. Sommige scholen hebben zelfs extra politie rond de gebouwen gestationeerd, puur als voorzorgsmaatregel.
Kortom: wat als grap begon, kan snel uit de hand lopen – vooral als kinderen en jongeren het niet van een grap kunnen onderscheiden.
Twee volledig Europese satellieten op weg naar de ruimte — minder afhankelijk van de VS
Vannacht om 03.21 uur (Nederlandse tijd) gaan twee gloednieuwe, 100% Europese satellieten de ruimte in — gelanceerd vanaf het lanceerplatform in Kourou, Frans-Guyana. Één van de twee gaat zich vooral richten op het in de gaten houden van oceanen én landoppervlakken; de andere zal de gezondheid van gewassen monitoren — denk aan droogte, ziektes of ongunstige groeiomstandigheden.
Dat klinkt misschien vooral civiel, maar er zit een duidelijke strategische lading achter: Europa wil steeds minder afhankelijk zijn van Amerikaanse ruimtevaartcapaciteit. En dat is geen theoretisch probleem. Denk maar aan de oorlog in Oekraïne: veel van de satellieten die daar nu voor communicatie en navigatie worden gebruikt, zijn Amerikaans. Dat betekent dat uiteindelijk Washington — niet Brussel of een EU-lidstaat — bepaalt of en wanneer die systemen beschikbaar blijven.
“Het idee is simpel: Europa moet zelf in staat zijn om de technologie te bouwen, de data te genereren én de lanceringen uit te voeren — zonder elke keer op Elon Musk of andere Amerikaanse bedrijven te moeten wachten”, legt defensiedeskundige Patrick Bolder van HCSS uit.
Maar waar staat Europa nu?
Goed op het gebied van onderzoek en aardobservatie — ja. Maar als het om lanceren gaat, loopt Europa flink achter. Volgens Philippe Schoonejans, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Ruimtevaart (NVR), zijn er in Europa slechts tien tot vijftien lanceringen per jaar. De VS? Die zit al bijna op duizend per jaar. En dan nog: de VS heeft rond de 15.000 satellieten in de ruimte — waaronder de duizenden Starlink-satellieten — terwijl Europa met zo’n 500 zit.
Er wordt wel degelijk actie ondernomen. Eerder deze maand werd voor het eerst een Europese raket gelanceerd — vanuit Noorwegen. Maar de grote vraag blijft: kan Europa de achterstand inhalen?
Volgens Bolder is dat lastig — vooral door SpaceX. Hun herbruikbare raketten hebben de prijs van lanceringen flink omlaag getrokken, waardoor de VS een superaantrekkelijke plek is geworden om raketten op te sturen. Europa heeft nog geen eigen herbruikbare raket. “Dat kan nog vijf tot tien jaar duren — hoewel het soms sneller gaat dan verwacht”, zegt hij.
Daarom is het nu cruciaal om Europese lanceringen ook commercieel aantrekkelijk te maken. Stel: een bedrijf uit India wil een telecommunicatiesatelliet lanceren. Dan moet Europa een serieuze, concurrerende optie worden.
En wat betreft militaire satellieten? Daar is weinig transparantie. Hoeveel de VS of de EU er precies heeft, is moeilijk te zeggen — veel landen delen die informatie niet openbaar. Bovendien bestaat er binnen de EU nog geen gemeenschappelijk ruimtevaartbeleid op het gebied van veiligheid en defensie. Die projecten worden vooral nationaal georganiseerd — wat vaak leidt tot dubbel werk, hogere kosten en minder samenhang.
