Amerika herdenkt de 9/11-aanslagen — vandaag, 25 jaar later

Vandaag is het weer zover: Amerika staat stil bij één van de meest schokkende dagen in zijn moderne geschiedenis. Vijfentwintig jaar geleden, op 11 september 2001, werden de Verenigde Staten getroffen door een reeks brute terreuraanslagen — en vandaag worden die gebeurtenissen op meerdere plekken herdacht, met respect, rouw en bezinning.

Een nationale herdenking op Ground Zero

Om 14.30 uur Nederlandse tijd begon de officiële nationale herdenkingsdienst op Ground Zero in New York — de plek waar ooit de Twin Towers stonden. Daar is nu het 9/11 Memorial Plaza, een rustige, nadenkende plek gewijd aan alle slachtoffers. Tijdens de dienst worden de namen van de doden voorgelezen, én er zijn talloze belangrijke gasten aanwezig: onder meer oud-presidenten Obama, Biden, Clinton en Bush jr. President Trump is niet aanwezig bij deze bijeenkomst — volgens rapporten zou hij op die locatie geen toespraak mogen houden. Zijn plaats wordt ingenomen door vicepresident Vance.

Herdenkingen over heel het land

Niet alleen in New York is er rouw en herdenking. Ook bij het Pentagon, vlak bij Washington D.C., vindt vandaag een aparte ceremonie plaats — en daar is president Trump wel aanwezig. Hij houdt daar een toespraak, terwijl mensen zich opnieuw bewust worden van wat er op die ochtend gebeurde: twee vliegtuigen sloegen in op de Twin Towers, kort daarna raakte een derde vliegtuig het Pentagon, en een vierde stortte neer in Pennsylvania — dankzij de moedige actie van passagiers die de kapers tegenhielden.

Meer dan alleen de dag zelf

De herdenking gaat verder dan alleen de directe slachtoffers. Vandaag wordt ook stilgestaan bij de ruim 9.000 mensen die in de jaren daarna overleden als gevolg van gezondheidsschade door de aanslagen — zoals longaandoeningen en kanker na de blootstelling aan as en giftige stoffen. En internationaal blijft de echo van 9/11 voelbaar: Noorwegen opende pas vorig jaar, 15 jaar na de aanslagen, een nationaal monument ter nagedachtenis. In een andere ontwikkeling liet een Amerikaanse rechter onlangs weten dat een ‘afgedwongen’ bekentenis van iemand die vaak wordt genoemd als mogelijke geestelijk architect achter 9/11, waarschijnlijk niet als bewijs mag worden gebruikt. En op politiek vlak: 25 jaar later haalt Trump opnieuw hard uit in zijn beleid rond terreurbestrijding — alsof de gebeurtenissen van toen nog steeds een directe spil vormen in het Amerikaanse debat.

Bekijk origineel artikel

Ooit was Jarno het dikste jochie van de klas — nu doet hij mee aan Ironman (én een bodybuildingwedstrijd)

Zijn lichtgewicht fiets staat al klaar, de zwembroek is ingepakt en zijn kuitspieren staan strak gespannen. Komend weekend vertrekt de 19-jarige Jarno van de Heijden uit Luyksgestel naar Italië — om mee te doen aan één van de zwaarste sportuitdagingen ter wereld: een Ironman. En nee, dat is nog niet alles. Direct daarna stapt hij op het podium voor een bodybuildingwedstrijd… waarvoor hij eerst kilo’s moet kwijtraken door streng caloriearm te eten.

Wat is nou eigenlijk een Ironman?

Eerst even duidelijkheid: een Ironman is géén gewone triatlon. Het is een échte marathon voor je hele lijf én geest. “Je begint met 3,8 kilometer zwemmen in zee, dan 180 kilometer fietsen en ten slotte een volledige marathon van 42,2 kilometer — allemaal non-stop, zonder rust”, legt Jarno uit aan de keukentafel. “Het is puur uithoudingsvermogen, tot het laatste beetje.”

Voor het zwemmen trekt hij een wetsuit aan — en daaronder een dry-suit, die hij ook tijdens de fietsetappe én de marathon blijft dragen. Zodra hij uit het water komt, begint de race tegen de klok: natte kleding eraf, schoenen aan, helm op — en weg! “Elke seconde telt, maar je hoofd moet óók helder blijven. Want terwijl je spieren steeds meer afvallen, vraagt de wedstrijd mentaal minstens net zoveel.” En het zwaarste onderdeel? “De marathon. Je begint ermee met benen die al bijna niets meer willen, na 3,8 km zwemmen én 180 km fietsen. Dat is pure wilskracht.”

Van ‘dikste jochie’ naar doelgerichte krachtpatser

Dat Jarno zichzelf zo ver kan pushen, was een paar jaar geleden bijna onvoorstelbaar. Net 17 was hij toen hij worstelde met psychische problemen: hij liep vast op school, voelde zich gestrest, somber en trok zich steeds verder terug. “Ik had geen zicht meer op mijn toekomst, had nergens zin in. Op een gegeven moment dacht ik zelfs: Als ik nou maar mijn been brak bij een aanrijding… dan hoef ik de deur niet meer uit.

Hij was zwaarder dan de andere kinderen in zijn klas. Gepest werd hij niet, maar een losse opmerking over zijn lichaam kon hem diep raken. Sporten werd zijn reddingsboei. “Ik merkte dat mijn hoofd tot rust kwam als ik fysiek bezig was”, zegt hij. Langzaam groeide zijn zelfvertrouwen — net als het aantal uren in de sportschool. En toen de opmerkingen langzaam veranderden van “dik” naar “breed”, moest hij daar ook weer aan wennen. “Als iemand zei: Daar komt die brede aan, wist ik eerst echt niet wat ik daarop moest denken. Bedoelde-ie dat ik dik was, of juist gespierd?”

Geen biertje, wel veel lach

Een avondje biertje op het terras? Voor Jarno zit dat er niet in. “Als ik drink, voel ik het de dag erna meteen: minder motivatie, slechtere slaap. Een avond op stap zonder alcohol is voor mij net zo gezellig.” En zijn vrienden? Die vinden het prima. “Zij hebben nu tenminste iemand die kan rijden”, lacht hij.

Twee doelen, één missie

Een Ironman én een bodybuildingwedstrijd vragen op totaal verschillende manieren om het uiterste van hem. “Bij de triatlon bouw ik vooral aan uithoudingsvermogen en langdurige kracht. Bij bodybuilding draait het om spiermassa, kracht én een laag vetpercentage. Die combinatie is bijna onmogelijk — en juist daarom wil ik bewijzen dat grenzen vaak alleen in je hoofd zitten.”

En er zit nog meer achter dan persoonlijke prestatie. Jarno wil aandacht én geld ophalen voor de Sander Foundation, die jongeren ondersteunt die worstelen met depressie en andere mentale uitdagingen.

Zijn boodschap aan jou

Voor jongeren die zich niet lekker in hun vel voelen, heeft Jarno een duidelijke boodschap:

“Zoek iets waar je naartoe kunt werken — en ga daar vol voor. De energie en voldoening die je eruit haalt, kunnen je een enorme boost geven. Het is net als in het leven: als je ergens hard voor werkt én je doel bereikt, geeft dat een goed gevoel. Stel jezelf een doel, houd je aan je plan en blijf consistent.”

En zijn eigen toekomst? Die ziet hij al heel helder: “Ik wil jongeren gaan coachen via mijn eigen bedrijf. En dat gaat zeker lukken.”

Bekijk origineel artikel

Deze knuffel moet kinderen helpen na een scheiding: ‘Dit gaat verder dan troost’

Stichting Villa Pinedo, de landelijke organisatie die zich inzet voor kinderen met gescheiden ouders, lanceerde vandaag de nieuwe knuffel — precies op de Dag van de Scheiding. Die dag is bedoeld om aandacht te vragen voor échte, deskundige ondersteuning bij een scheiding. En dat begint al bij het allereerste contact: de gemeente Goes stelt vijftig exemplaren van de Mappa-knuffel beschikbaar voor scholen in de regio.

Maar Mappa is geen gewone knuffel. Hij is slim ontworpen: er zit een speciaal vakje in waarin je een telefoon kunt leggen — zodat kinderen eenvoudig en gezellig kunnen beeldbellen met hun andere ouder. Daarnaast heeft hij een ritsvakje, waarin een briefje, een foto of wat dan ook kan worden bewaard. En ja: hij kan zelfs als rugzak worden gedragen — handig voor de heen- en terugreis tussen de huizen van papa en mama.

De knuffel is bedacht door Angela Jansen en Simon Coolen uit Eindhoven. Zij kregen het idee uit eigen ervaring: Angela is al tien jaar gescheiden van Simon. Toen hun kind bij de andere ouder verbleef, hadden ze ’s avonds vaak FaceTime-gesprekken. Maar bij het afscheid merkten ze steeds weer hoe erg hun kind behoefte had aan iets tastbaars — een kus, een knuffel, een gevoel van nabijheid.
“Zo kwamen we op het idee voor Mappa”, vertelt Angela tegen RTL Nieuws. “We merkten dat ons kind bij het afsluiten van het videobellen echt behoefte had aan een kus en een knuffel.”

En de naam? Mappa is een knutselwoord: een combinatie van papa en mama. “Het staat voor papa én mama tegelijk. We dachten: hoe leuk zou het zijn als er een knuffel is die voor ons allebei staat?” Zo voorkomen ze ook dat de knuffel per ongeluk alleen aan één ouder wordt gekoppeld. Het is juist de bedoeling dat beide ouders hem samen aan het kind geven — als symbool van eenheid, steun en continuïteit. Vooral in moeilijke momenten, wanneer het kind de andere ouder mist of de scheiding zwaar vindt.

Kinderpsycholoog Tischa Neve vindt het een waardevol hulpmiddel — zeker voor kinderen die het lastig hebben met afwezigheid. “Ik denk dat dit voor veel kinderen heel goed kan werken. Het is iets anders dan een gewone knuffel: kinderen kunnen hem aanraken, vasthouden, als ze emoties hebben of het zwaar vinden — juist als de andere ouder er op dat moment niet is.”

En het blijft niet bij knuffelen. Volgens Neve kan de knuffel een persoonlijke betekenis krijgen — als ouders en kind samen afspreken wanneer hij gebruikt wordt. Bijvoorbeeld: “Je pakt Mappa als je papa mist.” Zo bouwen ze samen een ritueel op. “Dan staat hij niet alleen voor troost, maar ook voor verbinding, voor steun, voor de ouder die op dat moment niet bij je is.”
Uiteraard werkt het niet voor ieder kind op dezelfde manier. “Voor het ene kind is hij een symbool voor papa, voor het andere voor mama — of gewoon voor veiligheid. Het verschilt per kind, per gezin. Ik zeg niet dat ieder kind zo’n knuffel nodig heeft. Maar als een kind het moeilijk heeft met de scheiding of het missen van een ouder, dan kan dit zeker helpen.”

Jaarlijks horen naar schatting zo’n 86.000 kinderen in Nederland dat hun ouders gaan scheiden. Volgens het CBS is de leeftijdsgroep tussen de 2 en 7 jaar het meest getroffen — relatief gezien — door een scheiding.

Bekijk origineel artikel

Susy wacht al zes maanden op haar HBO-diploma: ‘Het is meer dan een papiertje’

Met pijn in haar buik plaatste Susy een bericht op LinkedIn – gericht rechtstreeks aan NCOI. Ze hoopte dat publieke aandacht eindelijk beweging zou geven in haar zaak.
“Ja, net pas”, zegt ze als haar wordt gevraagd of ze inmiddels iets heeft gehoord. “Ik heb eindelijk de belofte dat mijn diploma op de post wordt gezet.” Ze klinkt opgelucht, maar is nog steeds erg aangedaan door wat er allemaal voorafging.
“Het is diep triest dat er een LinkedIn-bericht voor nodig is om überhaupt een reactie te krijgen. Dit diploma staat voor zoveel meer dan alleen een papiertje.”

En Susy is absoluut niet de enige. Onder haar bericht reageren talloze studenten met dezelfde frustratie. Jessy bijvoorbeeld:
“Ook ik ervaar dat het op diverse – en inmiddels behoorlijk veel – fronten niet goed loopt bij NCOI Opleidingen. Ik ben uiteindelijk twee dagen na mijn bericht hier op LinkedIn teruggebeld. Naar aanleiding van mijn bericht werd erkend dat mijn punt terecht was en werd aangegeven dat er een reactie zou volgen. Inmiddels zijn we ruim drie weken verder en heb ik nog steeds niets gehoord.”

Veel studenten melden dezelfde problemen: vertraging bij het ontvangen van hun diploma én ondraaglijk lange wachttijden bij de klantenservice. Ook een aantal van Susy’s studiegenoten heeft hun diploma nog steeds niet in handen.

NCOI biedt excuses aan voor de vertraging.
“We weten dat een deel van de NCOI-studenten langer dan gebruikelijk wacht op de ontvangst van een diploma of certificaat. Dat vinden we vervelend en daarvoor bieden we onze excuses aan.”

Volgens NCOI ontstonden de problemen na de overstap naar een nieuw systeem voor het uitreiken van diploma’s en certificaten. Daarbij deden zich technische storingen voor, waardoor een groot aantal diploma’s niet op tijd kon worden verwerkt. Vooral studenten die hun diploma of certificaat in juni, juli of augustus verwachtten, werden hierdoor geraakt. Normaal gesproken ontvangen studenten hun diploma uiterlijk vier weken nadat ze hun opleiding succesvol hebben afgerond. Door de achterstand duurt dat nu gemiddeld één tot twee maanden langer.

NCOI zegt met extra capaciteit te werken aan het wegwerken van de achterstanden – en verwacht die in de loop van volgende week volledig te hebben opgelost.

Voor studenten die nog wachten, is dat hoopgevend nieuws. Maar ook Samara deelt haar ervaring:
“Hier hetzelfde. Geen enkele reactie vanuit NCOI totdat ik via LinkedIn contact zocht. Zou vorige week mijn diploma ontvangen moeten hebben, maar dit is niet gebeurd.”

En Dominique voegt eraan toe:
“Helaas herkenbaar. Ik ontving gisteren via een onbekend systeem ineens na vijf maanden eindelijk een digitaal diploma… met mijn naam verkeerd gespeld. De problemen zijn nog niet voorbij bij NCOI Opleidingen.”

Voor Susy lijkt de situatie hopelijk vanaf vandaag echt voorbij. Na maanden van bellen, mailen en wachten ontving ze vanochtend eindelijk een reactie van NCOI: haar diploma – dat ze al op 26 maart behaalde – wordt nu opgestuurd. Een woordvoerder van NCOI bevestigt dat het diploma vanochtend is verstuurd.

Susy begon in 2021 aan haar opleiding bij NCOI en heeft hard moeten vechten voor haar diploma.
“Voor mij staat dit document bovendien voor veel meer dan alleen een afgeronde opleiding. Het staat symbool voor jaren van doorzetten naast een baan van 32 uur, het alleenstaande moederschap van twee kinderen, de intensieve zorg voor mijn dochter, het mantelzorgen voor mijn moeder, het ondersteunen van mijn zoon in zijn weg binnen het profvoetbal én mijn vrijwilligerswerk.”

Ook financieel was het geen kleine investering:
“Het totale kostenplaatje van mijn opleiding, inclusief herkansingen en overige kosten, ligt rond de 10.000 euro.”

En ook voor haar baan is het diploma cruciaal:
“Ik ben aangenomen met de gedachte: ‘je haalt binnenkort je diploma’. Nu zit ik in mijn tweede jaar. Ik heb na mijn eerste contractverlenging mijn diploma behaald. En voor een verdere verlenging moet mijn fysieke diploma binnen zijn.”

Susy wacht nu met smart:
“Nu maar hopen dat de postbode snel komt, zodat ik dit hoofdstuk eindelijk af kan sluiten.”

Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws

Bekijk origineel artikel

Houthi’s nemen controle over de ‘poort naar de Rode Zee’ — en dat schudt de wereldhandel flink op

De Houthi-rebellen in Jemen hebben het strategisch cruciale eiland Perim (ook wel Mayyun genoemd) veroverd. Dat betekent: ze hebben nu de volledige greep op de kustlijn langs de Straat van Bab al-Mandeb — oftewel de belangrijkste zeestraat die de Rode Zee verbindt met de Indische Oceaan. Volgens berichten van onder meer AFP en Al Jazeera duurde het offensief maar 18 uur, en de regeringstroepen trokken zich gisteren terug van het eiland.

Waarom is dit zo’n groot deal?

Bab al-Mandeb is geen gewone waterweg. Het is een van de knooppunten van de wereldhandel — vooral voor olie. Dagelijks varen er miljoenen vaten Saoedische en andere Midden-Oosterse olie doorheen, op weg naar Europa en Azië. En omdat de Straat van Hormuz nog steeds bijna stilligt door de spanningen in de regio, is Bab al-Mandeb de laatste grote alternatieve route voor olieexport. Als die ook wordt geblokkeerd, lopen de wereldwijde olietekorten verder op — en dat kan leiden tot hogere prijzen voor benzine, diesel en kerosine.

Michel Don Michaloliákos van het Haagsch Instituut voor Geopolitiek legt het simpel: “De Saoedische olie is heel belangrijk voor de wereldhandel.” En ja — die olie zou nu via Bab al-Mandeb moeten stromen… als de Houthi’s dat toestaan.

Wat gebeurt er nu precies?

Gisteren namen de Houthi’s ook al de havenstad Mokka in, duidelijk met als doel om hun grip op Bab al-Mandeb te verstevigen. Saudi-Arabië reageerde met twee luchtaanvallen op de luchthaven van Mokka. Volgens Al Jazeera ondervonden de rebellen weinig weerstand: eerst Dhubab, dan Murad — de laatste kustplaatsen nog in handen van de regering — vielen snel.

Ooggetuigen zagen gewapende mannen zich langs de kust opstellen en militaire voertuigen over de weg rijden. En terwijl de Houthi’s officieel zeggen dat ze voorlopig alleen olietankers uit Saudi-Arabië willen blokkeren, blijft de dreiging hangen: ze kunnen elk moment besluiten om het hele scheepvaartverkeer stil te leggen.

En de rest van de wereldhandel?

Voorlopig zeggen de Houthi’s dat goederen uit andere landen — zoals Europese of Aziatische export — wel mogen doorgaan. Don Michaloliákos denkt daarom dat “de Europese handel door de straat voor nu ongemoeid blijft”. Maar in de praktijk is er al weinig van over: veel rederijen zijn al lang overgestapt op de lange route rond Kaap de Goede Hoop — gewoon om veilig te blijven.

Wat zegt dit over de Houthi’s zelf?

Hun snelle, georganiseerde opmars laat zien dat ze in de afgelopen jaren een serieuze militaire macht hebben opgebouwd: grondtroepen, luchtverdediging, raketten én drones. Dit is één van de zwaarste offensieven in Jemen in jaren — en het is duidelijk dat ze niet langer alleen vanuit de lucht toeslaan, maar ook terrein innemen en controleren.

Bekijk origineel artikel

Provincie hoopt dat jonge boeren weer aan tafel komen — maar het vertrouwen is wel flink geschokt

Als het aan landbouwgedeputeerde Marc Oudenhoven (Lokaal Brabant) ligt, gaan de gesprekken met de jonge Brabantse boeren binnenkort weer van start. Maar daar zit een grote ‘maar’ aan vast: het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK) trok zich onlangs volledig terug uit alle overleggen met de provincie. De reden? Vijf pluimveehouders dreigen hun vergunning te verliezen — en dat ziet BAJK als een onaanvaardbare klap in het gezicht van rechtszekerheid.

Tot voor kort was BAJK juist een graag geziene gesprekspartner in Den Bosch. Of het nu ging om stikstof, bestrijdingsmiddelen of de toekomst van voedselproductie: de jonge boeren waren er altijd bij — ook als ze het niet eens waren met de provincie. Ze kozen steeds voor dialoog, zelfs als het pittig werd.

“Dat gaat echt te ver”

Maar dit keer was het genoeg. Na het debat over het mogelijke intrekken van vergunningen liet BAJK weten: alle gesprekken zijn opgeschort. Interim-voorzitter Lotte van Heesbeen legde het duidelijk: “We hebben steeds opnieuw gekozen voor overleg, ook wanneer dat moeilijk was. Maar het voornemen om rechtsgeldig verleende vergunningen in te trekken, gaat voor ons alle grenzen over.”

De provincie mist BAJK vooral bij belangrijke onderwerpen zoals de voedselstrategie, overgangsgebieden, het actieplan voor jonge boeren, het Brabants Platform Stikstof én beleid rond grondwaterbeschermingsgebieden en andere kwetsbare gebieden.

“Jullie zijn altijd welkom”

Oudenhoven heeft al gebeld met BAJK, zo staat in antwoorden op vragen van de BBB. Daarbij zou hij “gereflecteerd op het verleden en doorgekeken naar de toekomst” hebben. En ja — hij heeft duidelijk gemaakt dat BAJK “altijd welkom” is. De provincie betreurt het weglopen ook openlijk: “De afgelopen jaren hebben we met BAJK op veel onderwerpen intensief samengewerkt en waarderen we de betrokkenheid en constructieve bijdrage van jonge boeren aan vraagstukken als stikstofreductie, gewasbescherming en de toekomst van de voedselproductie in Brabant. Dat vertrouwen en die samenwerking zijn voor ons van grote waarde.”

“De bal ligt bij de provincie”

Toch ziet BAJK het anders. Volgens Van Heesbeen is de initiatiefnemer nu juist de provincie — en die heeft tot nu toe geen concrete stappen gezet. “Het is allemaal vooral op ons initiatief geweest. Wij hebben telefonisch contact gezocht na onze aankondiging dat we uit de gesprekken zouden stappen. Dat wilden we namelijk niet alleen via de media doen. We hebben ook een brief gestuurd.”

In dat telefoongesprek zei Oudenhoven inderdaad dat de deur openstaat — maar daarna bleef het stil. “Wij staan open voor een gesprek, maar het intrekken van rechtsgeldige vergunningen zorgt voor te veel onzekerheid. Zolang jonge boeren niet kunnen rekenen op rechtszekerheid, hebben andere gesprekken weinig zin,” benadrukt Van Heesbeen. Concreet: het besluit om die vergunningen in te trekken moet eerst van tafel — en er moeten afspraken komen die het vertrouwen werkelijk herstellen.

Ze is zich bewust van de consequenties: zonder BAJK worden besluiten genomen zonder het perspectief van jonge ondernemers. “Maar uiteindelijk willen we vooral dat het vertrouwen wordt hersteld, we weer met elkaar in gesprek kunnen en de belangen van jonge boeren daarbij serieus worden meegenomen. Het is moeilijk voor ons, omdat we altijd in gesprek zijn gebleven. Ik hoop dat het goedkomt.”

Bekijk origineel artikel