Maastricht klampt MVV weer vast: “De stad is gewoon enorm chauvinistisch”

Zo, zijn jullie eindelijk eens afgereisd naar Limburg?”, klinkt het lachend op de training van MVV als de NOS-plopkap tevoorschijn komt. En ja — er is écht reden toe. Na twintig jaar lang in de eerste divisie rondhangen én een bijzonder pijnlijke 19de plaats vorig seizoen, is er eindelijk weer wat lucht in Maastricht. Onder trainer Andries Jonker en zijn assistent Kevin Hofland staat MVV na vier wedstrijden al op 12 punten — en zondag gaat de ploeg de derby tegen Roda JC in als gedeeld koploper.

“Ze lopen de polonaise in Maastricht. De club is weer gaan leven in de harten van veel Maastrichtenaren”, zegt Jonker na de training. Maar hij voegt meteen toe: “Deze stad is enorm chauvinistisch. Ze zijn trots op zichzelf — en dat mag ook, dat moet zelfs — maar we moeten wel met beide beentjes op de grond blijven.”

Jonker woont zelf in Maastricht en merkt het direct: er wordt weer meer over MVV gepraat. Mensen roepen hem op straat “bedank” of “goed bezig”. Vorige week werd de club zelfs toegezongen op het grote voedselfestival ’t Preuvenemint. En de hondstrouwe supporters Huub Kersten en Math Smeets komen nu met een glimlach bij hun club.
“Het is glunderen hè, ik ben er trots op”, zegt Kersten. “Onder Jonker en Hofland is er veel veranderd — er is meer discipline.”
Smeets: “We hebben ook veel nieuwe spelers gekregen, dat werkt. En Jonker heeft daar écht een eenheid in geslagen. Ik zit met trots op de tribune.”

Want zoals RvC-lid Bert van Marwijk telefonisch vertelt: “We zijn niet verwend vorig jaar.” Eigenlijk al niet meer sinds 2000 — toen MVV voor het laatst in de eredivisie speelde.

Dat doet clubicoon Jo Bonfrère pijn. Hij speelde tussen 1963 en 1985 meer dan 300 wedstrijden voor MVV. “Je zat je gewoon te ergeren aan het spel — het was niet om aan te zien”, zegt hij. “Ze hebben in de afgelopen twintig jaar maar één keer nacompetitie gespeeld. Dat is veel te weinig. Het is moeilijk te begrijpen dat MVV zo laag stond, want ik heb met deze club in de eredivisie gespeeld tegen topclubs.”

Bonfrère staat in zijn tuin, net over de grens met België, en denkt na over waar het misging. “Jarenlang werden er alleen maar huurlingen gehaald — tien tot vijftien per jaar. Geen goede spelers, en ze waren aan het einde van het jaar weer weg. Er werd niks opgebouwd, en er kwam ook geen voetbal in het elftal. Dat is vorig jaar gestopt. Het bestuur heeft ingezien dat het zo niet verder kon.”

Deze zomer werden spelers echt gebonden aan MVV — en dat ziet de clubicoon. “Deze spelers hebben meer zin om te voetballen. Er is eindelijk een beetje beleid. In plaats van ergeren op de tribune, zien we nu voetbal.”

En Van Marwijk had ook zijn hand in het veldspel. Hij zette op papier hoe MVV moet voetballen, vertelt Jonker: “Hij wil herkenbaar en aanvallend spelen. Ik volg zijn visie in grote lijnen — al heb ik wel de vrijheid om daar vanaf te wijken. Maar we zijn het over veel dingen wel eens.”

Van Marwijk zelf: “Ik heb ook kort hierover met Andries gesproken, voordat hij ging tekenen. De manier van spelen is wel waar ik voor sta. Of ik trots ben? Dat ben ik niet zo snel. Maar er is wel een verandering gaande — het is heel knap wat ze doen. De afgelopen jaren waren heel matig, maar er staat nu een heel ander team, dat duidelijk weet wat ze willen — zowel voetbaltechnisch, tactisch als mentaal.”

Tijdens trainingen kijkt de 63-jarige Jonker vanaf de tribune als een soort keizer over zijn manschappen. “We werken elke dag hard. Het is niet altijd makkelijk hier”, zegt hij — onder andere door de schamele financiële middelen. Toen hij binnenstapte, trof hij, net als meer dan twintig jaar geleden in zijn eerste periode, een club aan die op zijn gat lag. “Ik was niet verrast, maar ik ben nu wel beter voorbereid.”

Met Jonkers ervaring wil MVV weer omhoog. Terug naar de gloriejaren van begin jaren ’90?
“Toen ik bij Telstar werkte, heb ik gezegd dat die club structureel in de eredivisie kan spelen. Toen werd ik uitgemaakt voor dromer. Maar wat in IJmuiden kan, moet in Maastricht ook kunnen.”

Bekijk origineel artikel

Bosz moet zonder vijf nieuwelingen de ArenA in – “Nog niet fit genoeg”

PSV reist zaterdagavond naar Amsterdam voor de grote kraker tegen Ajax – maar doet dat zonder vijf van zijn nieuwste aanwinsten. Dennis Man, Kiliann Sildillia, Mikkel Bro Hansen, Sam Lammers én Sami Ouaissa zullen allemaal niet meedoen in de Johan Cruijff ArenA. En dat terwijl PSV al een flinke omschakeling heeft doorgemaakt met talloze nieuwe gezichten in het elftal.

Bosz, die nog nooit in die arena heeft gewonnen met PSV, laat vrijdag tijdens de persconferentie duidelijk weten dat hij zich daar niet mee laat afleiden: “Daar ben ik niet mee bezig. Wij gaan daar gewoon heen om te winnen.”

Maar ja… het is wel lastig. Met zoveel nieuwe spelers in de groep is het nu juist moeilijker inschatten wat ze op het veld gaan doen – vooral als een stuk van de frisse bloedtoevoer gewoon ontbreekt. “Ik kan me niet voorstellen dat alle nieuwe spelers al meteen gaan spelen, maar we houden rekening met alle scenario’s,” zegt hij. Toch ziet hij positieve veranderingen bij Ajax: “Ze spelen meer vooruit, dat vind ik leuk om te zien.”

En ook in Eindhoven was het druk op de laatste dag van de transferwindow. Ayoni Santos werd onder andere gepresenteerd – en Bosz is enthousiast over zijn veelzijdigheid: “Hij heeft rechtsbuiten gespeeld, linksbuiten, op tien… en hij zei zelfs dat hij op zes heeft gestaan!” Maar realistisch blijft hij ook: “Bij hem moet het nodige nog gebeuren. Hij is een laatbloeier, maar heeft veel potentie. We hadden hem al op ons netje toen wij bij Sparta speelden.”

“Blessure klinkt zo zwaar…”

Over de afwezigen is Bosz duidelijk: “Blessure klinkt zo zwaar, maar ze zijn nog niet fit genoeg om te spelen.” Dat geldt voor Hansen, Lammers en Ouaissa – maar ook voor Man en Sildillia. Ook Lutsharel Geertruida, een andere nieuwkomer, is nog in de opbouw: hij speelde tot nu toe maar vijf minuten in de afgelopen twee wedstrijden. “Hij kwam er pas laat in de voorbereiding bij, maar er is een optie om in de basis te starten.” En ja, Geertruida bracht vrijdag ook zijn nieuwe nummer ‘LIT’ uit – opgenomen in het Philips Stadion. Vraag aan Bosz of hij het al gehoord had? “Lekker nummertje man, LIT. Hij was bij ons al een tijdje geleden uitgekomen.”

Tot slot: Bosz wil geen discussie over niveauverschil. “Het hoeft van mij niet spannend te worden in de competitie. Als wij maar kampioen worden. Maar ik snap dat de neutrale kijkers van het Nederlands voetbal daar gebaat bij zijn.”

Ajax – PSV begint zaterdag om 20.00 uur in de Johan Cruijff ArenA.

Bekijk origineel artikel

Onrust in het Midden-Oosten zorgt voor twijfel onder Brabantse Dakar-coureurs: gaan of juist niet?

De onrust in het Midden-Oosten gooit roet in het etalage bij een aantal Brabantse deelnemers aan de Dakar Rally van 2027. Voor sommigen is de vraag ‘gaan of niet?’ al beantwoord — maar voor anderen blijft het afwachten. Het is geen simpele keuze: het gaat om veiligheid, verzekeringen, financiële risico’s én het vertrouwen in de organisatie.

“Ik trek me terug — veiligheid boven alles”

Ronald van Loon, die met een auto wilde starten, heeft besloten om niet mee te doen. De veiligheid van zijn team was de doorslaggevende factor. “We hebben er goed over nagedacht en dit was de conclusie. Op een gegeven moment moet je gewoon een keuze maken.” Daarnaast speelde ook een praktisch probleem: zijn materiaal moest per schip naar Saudi-Arabië, maar hij kreeg het niet verzekerd tijdens de zeereis. “Dus dat is ook weer een risico dat ik niet wil nemen.”

“Voorlopig wacht ik af”

William de Groot houdt zijn deelname eveneens voorlopig op pauze. “Als de spanning in Saudi-Arabië zo blijft, ga ik mijn team niet in de waagschaal leggen”, zegt hij. En terecht: het ministerie van Buitenlandse Zaken geeft momenteel een oranje reisadvies voor het hele land — alleen noodzakelijke reizen. Voor het grensgebied met Jemen geldt zelfs rood. Ook wordt gewaarschuwd voor mogelijke raket- en droneaanvallen, vooral rond de Rode Zee. Dat is geen theoretisch risico: op 24 augustus meldden de Houthi’s uit Jemen dat ze een Saudi-Arabische olietanker hadden geraakt, slechts 117 kilometer voor de kust van Yanbu — precies de havenstad waar de eerste etappe van de Dakar eindigt én waar de volgende dag weer wordt vertrokken.

“Verzekeraars bepalen de toekomst”

Arjan van Tiel uit Venhorst, navigator in een team dat wél doorgaat, wijst op een cruciale speler: de verzekeraars. “De grote vraag is: wat gaan verzekeringen doen?”, zegt hij. “Als zij zich terugtrekken, is het voor iedereen gedaan.” Dat zou namelijk betekenen dat teams geen dekkingsverzekering krijgen — en zonder die bescherming is deelname vrijwel ondenkbaar.

“Ik ga gewoon — maar let wel goed op”

Niet alle Brabanders zijn even terughoudend. Marnix Leeuw uit Eindhoven, trucker en ingeschreven deelnemer, zegt niet echt bang te zijn: “Dat moet denk ik wel goed komen.” Toch volgt hij de ontwikkelingen nadrukkelijker dan ooit. Wat hem opvalt? De organisatie ASO heeft tot nu toe niets gezegd over mogelijke gevolgen van de onrust voor de rally. “Dat vind ik wel raar.” Op de officiële website loopt alles gewoon door: de Dakar 2027 wordt van 1 tot en met 15 januari gehouden, en de route is al heel vroeg bekendgemaakt. “Nu weten we eigenlijk alles al. We gaan er gewoon heen.”

“Het is nog veel te vroeg voor een definitief oordeel”

Kees Koolen uit Bergeijk, een echte Dakar-veteraan, neemt het rustiger. “We hebben nu nog geen idee hoe de vlag er in januari bij hangt. Dat is voor dit soort besluiten nog zo ver weg.” Hij vertrouwt op de verantwoordelijkheid van de organisatie: “De organisatie heeft en neemt ook verantwoordelijkheid in hun besluit. Dus vooralsnog vertrouw ik er honderd procent op dat zij een verstandig besluit nemen.” En laat hij er geen misverstand over bestaan: “Het kan echt last minute nog veranderen. Maar ik ga ervan uit dat het doorgaat — en dan doe ik mee.”

Bekijk origineel artikel

Lage transfersommen, hoge salarissen: hoe Cruijff de Ajax-renovatie financiert

Het was de zomer van de grote namen bij Ajax. Julian Brandt, Marc ter Stegen, Sofyan Amrabat, Marcos Leonardo — de kleedkamer in de Johan Cruijff Arena zit nu vol met spelers die bij hun vorige clubs flink op de salarislijst stonden én een imposante staat van dienst hebben. Veel mensen denken daarom meteen: Ajax heeft weer eens alles op rood gezet. Maar klopt dat wel? Technisch directeur Jordi Cruijff ziet het anders. En zijn manier van geld omgaan is veel slimmer dan het op het eerste gezicht lijkt.

“Risico-minimizing”, niet “risk-taking”

Cruijff noemt de afgelopen transferperiode zelf “juist risk-minimizing”. En dat is geen lege frase. Van de elf nieuwe gezichten in Amsterdam waren er maar drie voor een echte transfersom overgenomen — de rest kwam transfervrij of op huurbasis. Dat betekent: minder druk op de kas, meer tijd om te kijken of het werkt, en vooral: géén lange-termijnverplichtingen zonder garantie op rendement.

En ja — Leonardo kostte Ajax zo’n twintig miljoen euro. Maar omdat hij een vijfjarig contract tekende, wordt die som in de boekhouding over vijf jaar uitgesmeerd. Dus ‘kost’ hij Ajax officieel maar vier miljoen per jaar — los van zijn salaris. Een slimme truc om de jaarlijkse last te verlagen, zonder het talent te laten schieten.

Weg met de oude lasten, in met de nieuwe vrijheid

Tegelijkertijd liet Ajax een flink aantal spelers vertrekken waarvoor ooit wel degelijk een transfersom was betaald: Chuba Akpom, Ahmetcan Kaplan, Sivert Mannsverk, en nog een paar anderen. Dat betekent twee dingen: hun salarissen verdwijnen uit de boeken én hun nog openstaande afschrijvingen (die jarenlang op de balans bleven staan) worden ook afgeschreven. Kortom: financiële ruimte gecreëerd — zonder dat Ajax daarvoor een cent hoefde te verdienen.

Jos Berden van Ajax Financials vat het goed samen: “Cruijff geeft blijkbaar liever geld uit aan salarissen dan aan aankoopkosten. Het lijkt op het eerste gezicht duur, maar het is eigenlijk een heel pragmatische keuze.”

Een breuk met het verleden — maar wel een berekende

Onder voorganger Alex Kroes was er een duidelijk doel: salarissen onder de 2,5 miljoen per jaar houden. Die grens is deze zomer meerdere keren doorbroken — denk aan Leonardo’s topsalaris uit Saudi-Arabië, of aan Caio Henrique en Thilo Kehrer, die kwamen vanuit een belastingparadijs en dus gewend waren aan hogere inkomens.

Maar Berden wijst erop dat dit nog geen vast patroon voor de komende jaren is: “Misschien zijn de salariskosten dit jaar hoog — maar Cruijff houdt de flexibiliteit om ze volgend jaar weer terug te draaien. Bijvoorbeeld door huuropties niet te lichten, of door spelers sneller te verkopen dan verwacht.”

De puzzel blijft — ongeacht het resultaat

Wat ook gebeurt: volgend jaar staat Cruijff weer voor een enorme puzzel. Als Ajax de Champions League haalt, moet het rendement daarvan snel binnenkomen — via verkoop of commerciële deals. Haalt het de groepsfase niet, dan moet het geld nog harder rollen via transfers. En al die gehuurde spelers? Of ze blijven, of ze gaan — en dat besluit moet op tijd genomen worden.

Cruijff laat geen twijfel bestaan over zijn prioriteit: “Dat zit in mijn karakter en in het DNA van Ajax.” Hij wil meteen presteren. En daarom koos hij voor een strategie die op korte termijn werkt — zonder zich blind te staren op wat er over vijf jaar staat.

Berden concludeert het mooi: “Hij heeft het creatief en pragmatisch opgelost. Voor nu. Niet noodzakelijkerwijs risicovol — eerder slim ingezet.”

En één ding is zeker: Ajax heeft weer een budget. Niet alleen vanwege de commerciële inkomsten, maar ook dankzij de constante stroom geld uit spelersverkopen — en de ruimte die ontstond door overbodige namen weg te laten.

Bekijk origineel artikel

Voetbalsters PSV, Feyenoord en Ajax op weg naar het hoofdtoernooi – maar nu via een andere route

Landskampioen PSV speelt tegen het Deense Fortuna Hjørring in de laatste voorronde van de Europa Cup — het tweede grote Europese clubtoernooi voor vrouwen. Dat betekent: geen Champions League (nog niet), maar wel een serieuze kans om toch Europees voetbal te spelen op het hoogste niveau.

Fortuna Hjørring is geen willekeurige ploeg: met twaalf Deense landstitels op haar naam behoort ze tot de absolute top van het vrouwenvoetbal in Denemarken. Toch moest ze afgelopen seizoen wel onderdoen voor HB Køge — de ploeg die PSV gisteren juist uitschakelde in de voorronde van de Champions League. Dus: PSV heeft net een sterke tegenstander verslagen… en nu staat er een andere Scandinavische topclub op de lijst.

Ook Feyenoord en Ajax zijn mee in de Europa Cup-race. Feyenoord treft Valerenga uit Noorwegen — een ploeg met veel ervaring in Europese wedstrijden en een vaste waarde in het Noorse vrouwenvoetbal. Ajax, de nummer twee van de Eredivisie, kreeg een verrassende loting: het reist naar Kazachstan om het op te nemen tegen Aktobe — de afgelopen seizoen ongeslagen landskampioen van dat land.

Alle drie de Nederlandse clubs beginnen met een thuiswedstrijd:
– Woensdag 23 september: PSV vs Fortuna Hjørring, Feyenoord vs Valerenga, Ajax vs Aktobe
– Woensdag 30 september: de returnwedstrijden

Let op: de Europa Cup kent géén groepsfase — sinds vorig seizoen is het vanaf de voorrondes direct knock-out, met telkens een heen- én een terugwedstrijd. Wie wint, gaat door. Wie verliest, is uit. Simpel, spannend, en vol spanning.

Bekijk origineel artikel

Bosz tast in het duister over Ajax – maar Pepi? Die staat gewoon altijd op de juiste plek

PSV-trainer Peter Bosz zit met een knoop in zijn maag als hij denkt aan de topper tegen Ajax zaterdag om 20.00 uur. Niet omdat hij bang is — nee — maar omdat hij eerlijk toegeeft: hij weet eigenlijk nog niet goed wat hij van de Amsterdammers kan verwachten. “Er zijn nog veel spelers bijgekomen. Een heleboel jongens kennen we wel, maar veel ook niet.” Kortom: het is even wachten op de eerste echte indruk.

Leuk detail: Julian Brandt, de Duitse middenvelder van Ajax, is voor Bosz geen onbekende. Ze werkten kort samen bij Bayer Leverkusen — en die herkenning blijft zitten. “Een fijn mens en een goede voetballer”, zegt Bosz met een knikje.

En dan de PSV-selectie zelf: zaterdag in Amsterdam mag Bosz weer over dezelfde groep spelers beschikken die zondag FC Utrecht met 1–6 ondersteboven maakten. Dat betekent ook: Dennis Man en Kiliann Sildillia blijven nog steeds buiten beeld — ze zijn nog niet fit genoeg. Ook de nieuwe aankopen Sami Ouaissa, Sam Lammers en Mikkel Bro Hansen zullen zeker niet in actie komen. Ayoni Santos daarentegen kan wel op de bank zitten — maar Bosz moet nog even uitvinden waar hij binnen het systeem het beste tot stand komt. “Hij heeft vroeger op allerlei posities gespeeld: rechtsbuiten, linksbuiten, op 10, zelfs op 6. Ik moet echt nog kijken waar hij het meest effectief is.”

De drukke transferzomer in Eindhoven is nu achter de rug — en met acht nieuwe gezichten is de selectie flink gegroeid. Bosz is duidelijk tevreden: “Met het eindresultaat kan ik niets anders dan heel tevreden zijn.” En ja, meer spelers betekent ook meer keuzes — en dus meer concurrentie om een basisplaats. “Niet iedere speler zal elke drie dagen een wedstrijd kunnen volhouden”, zegt Bosz. “Dus veel spelers komen aan bod. Het blijft belangrijk om iedereen perspectief op speeltijd te geven.”

En dan Pepi. Ricardo Pepi is de vaste spits — en al twee keer trefzeker dit seizoen. Maar Bosz weet dat er meer in zit. Volgens hem ligt het niet aan Pepi, maar aan de aanvoer. “We hebben beelden laten zien waarop hij altijd op het juiste moment voor zijn man staat — precies wanneer de voorzet zou moeten komen. Als die bal dan niet komt, is het moment weg. Maar Pepi staat er wel. Je kunt die bal bijna blind voorgeven — hij zorgt ervoor dat hij er is.” En op de training? “Ik zie dat hij daar ook mee bezig is. Hij is er op het moment dat hij er moet zijn. Nu moet hij die bal nog gewoon krijgen. Maar dat gaat straks ook gebeuren.”

Bekijk origineel artikel