Denen willen uitgeprocedeerde asielzoekers volgend jaar buiten de EU onderbrengen

Roemer Ockhuijsen (redacteur Bureau Brussel) en Ardy Stemerding (correspondent Europese Unie)

Wat is er aan de hand?

Denemarken wil komend jaar de eerste uitgeprocedeerde asielzoekers naar een uitzetcentrum buiten de EU sturen. Dat kondigde Deense minister van Immigratie en Integratie Morten Bødskov vandaag aan, na een overleg tussen de asielministers van Nederland, Denemarken, Griekenland, Duitsland en Oostenrijk in Kopenhagen.

Deze vijf landen vormen een soort ‘kopgroep’ binnen de EU: ze willen zo snel mogelijk uitzetcentra opzetten buiten de Europese Unie — voor mensen die hun asielprocedure achter de rug hebben, maar niet terug kunnen naar hun land van herkomst. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat hun thuisland weigert ze terug te nemen, of omdat ze geen geldige papieren meer hebben.

Volgens de Griekse minister van Migratie zou de groep binnen een maand al kunnen aankondigen in welk land het eerste centrum komt te staan. Nederlandse minister Van den Brink houdt zich voorlopig nog terughoudend: hij noemt geen concreet tijdstip. “Dit is iets nieuws en baanbrekends. Dus we moeten het goed doen”, zei hij. In plaats daarvan wil hij de gesprekken met mogelijke partnerlanden verder opvoeren.

Hoe moet dat dan werken?

Binnenkort treedt nieuwe Europese wetgeving in werking die het opzetten van zulke uitzetcentra officieel mogelijk maakt. Volgens die wet moeten EU-landen zelf afspraken maken met derde landen buiten de EU — maar alleen met landen die de mensenrechten respecteren. Wat dat precies inhoudt, staat niet in de wet. Ook wie daarop moet toezien, is onduidelijk. Dat wordt dus per akkoord uitgezocht tussen het EU-land en het gastland.

Vorige week waren vertegenwoordigers van de vijf landen al in Rwanda om te praten over een mogelijke samenwerking. Maar vandaag wilden de ministers niet bevestigen dat een deal met Rwanda in zicht is. Ook Uganda, Kenia en Oezbekistan worden genoemd als mogelijke kandidaten.

Wat zeggen critici?

Amnesty International is scherp kritisch. Ze wijzen vooral op de risico’s bij Rwanda en Uganda — twee landen met een slechte reputatie op mensenrechtengebied. Denk aan onwettige detentie, onmenselijke behandeling, gedwongen verdere uitzetting of gebrek aan toegang tot een eerlijk proces.

Ook de Raad van Europa, een internationale organisatie die toezicht houdt op mensenrechten, maakt zich zorgen. De commissaris voor mensenrechten vraagt de ministers om eerst grondig de risico’s op schendingen in kaart te brengen — en om onafhankelijk toezicht én openbaarmaking van alle gemaakte afspraken.

Van den Brink benadrukte in juli al in een brief aan de Raad van Europa dat de centra moeten voldoen aan zowel het internationale recht als het EU-recht. Ook zei hij dat risicoanalyse en toezicht vast onderdeel zijn van de plannen.

En wat is het doel van al die centra?

Bødskov benadrukt vooral het afsprekende effect: “Het effect zal zijn dat velen die nu hierheen komen, zullen inzien dat het de moeite niet waard is, en daardoor helemaal niet zullen komen.”

Nederland probeerde eerder al een uitzetcentrum op te zetten in Uganda — met een intentieverklaring vorig jaar. Maar dat plan liep vast. Het huidige kabinet heeft de samenwerking met Uganda op pauze gezet, onder meer vanwege de strenge anti-LGBTI-wetgeving daar.

Voorbeelden van vergelijkbare initiatieven? Groot-Brittannië sloot in 2022 een asieldeal met Rwanda, maar trok die uiteindelijk in onder juridische druk. Italië heeft wel een terugkeercentrum in Albanië — maar dat is een detentiecentrum onder Italiaanse bevoegdheid, en het loopt moeilijk vanwege rechtszaken.

Van den Brink benadrukt dat de centra van de ‘kopgroep’ géén detentiecentra mogen worden. Hij spreekt over een open faciliteit, waar mensen veilig en ordelijk kunnen wonen en werken — en waar ze ook een tweede kans krijgen, ook al kunnen ze niet blijven in Europa. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) zullen meewerken aan de plannen.

Bekijk origineel artikel

Vintage jassen uit de jaren 70 en 80 opgedoken in Valkenswaard

Als kind heb je vast wel eens in de kledingkast van je opa of oma gesnuffeld — en dan kwam je een wereld van stijlen uit vervlogen tijden tegen: dikke wollen stoffen, knusse kleuren, en prints die nu weer helemaal ‘in’ zijn. In kringloopwinkel Verderest in Valkenswaard werd deze week zo’n echte tijdreis gevonden: twee prachtige wollen jassen uit de jaren zeventig én tachtig, beide in een onverwacht goede staat.

Het woord vintage wordt vaak wat losjes gebruikt voor elke oude trui of broek die je tweedehands tegenkomt — maar echt vintage is toch iets heel anders. “Slechts 2 procent van alles wat hier binnenkomt, valt echt onder die noemer”, legt Trudie Wijnen van Verderest uit. Voor een stuk om als vintage te mogen worden aangemerkt, moet het minstens 25 jaar oud zijn, gemaakt zijn van hoogwaardige materialen én een tijdloze uitstraling hebben. En ja — die twee jassen voldoen volledig. “Geweldig om te zien hoe goed kleding uit die tijd bewaard is gebleven.”

Interessant detail: het begrip vintage komt oorspronkelijk uit de wijnwereld — daar ging het over het oogstjaar van een bijzonder goede wijn. Rond 1950 begonnen mensen in Frankrijk en Engeland het woord ook te gebruiken voor kleding met dezelfde eigenschappen: ouderwets, maar van hoge kwaliteit. Vandaag de dag is het wereldwijd een begrip voor stukken die niet alleen oud zijn, maar ook karakter, zorg en stijl uitstralen.

Hoe herken je het? Eerst en vooral aan de gevoel: vintage stof is dikker, steviger, vaak met handmatige afwerking. “We merken het meteen als zo’n stuk binnenkomt”, zegt collega Michel Hoonings. Denk aan wollen jassen met zachte lijnen, rokken met verfijnd binnenwerk of leren jacks met rijke details. De jaren zeventig zitten in de slankere silhouetten, de duidelijke stikselranden en herfstkleuren zoals bruin, rood en oranje. De jaren tachtig? Die herken je direct aan de kenmerkende schoudervullingen — ja, die zijn echt terug!

Hoe komen deze parels eigenlijk bij Verderest terecht? Soms liggen ze verstopt in zakken tussen andere kleding, soms worden ze gevonden tijdens huisontruimingen. “Als je zo’n huis binnenstapt, dan ervaar je grootmoeders leven”, vertelt Michel. “Daar halen we de echte schatten op.”

En waarom ziet zo’n vintage jas er na al die jaren nog zo fris uit? Deels door de betere materiaalkwaliteit, deels door de manier waarop mensen vroeger met hun kleding omgingen. “Mensen waren zuiniger op hun spullen. Ze wasten en streken met meer aandacht”, zegt Trudie. En mocht er toch een klein mankement zijn? Dan wordt het in het atelier van Verderest netjes hersteld.

Vintage is natuurlijk niet voor iedereen. “Je moet er echt van houden”, zegt Trudie. “Soms wordt het door mensen die het niet kennen of waarderen, simpelweg als oubollig bestempeld.” Toch zijn de stukken populair — en dat merk je aan de verkoop. “Kwaliteit heeft zijn prijs, maar we proberen de prijzen toegankelijk te houden.” Een leren jas of wollen mantel kan bijvoorbeeld al vanaf 30 euro mee naar huis.

Bekijk origineel artikel

Enorme reorganisatie bij Volkswagen: een harde wake-up call voor de hele auto-industrie

Bart van der Heijden
Gisteren liet Volkswagen een schokkend nieuws los: 50.000 banen verdwijnen. Niet over een paar jaar — maar als onderdeel van een urgente, diepgaande reorganisatie. En dat zegt meer dan alleen ‘we moeten inkorten’. Het laat zien hoe groot de druk op de Duitse autobouwer echt is.

Waarom zo’n grote klapper nu?

Volkswagen telt nog altijd ruim 600.000 medewerkers — maar de cijfers kloppen al jaren niet meer met de realiteit. Sinds de coronapandemie lopen de verkopen tegen, en Amerikaanse importtarieven op aluminium en staal hebben de omzet verder onder druk gezet. Daarbovenop komt de steeds heftigere concurrentie van Chinese automerken, die niet alleen sneller elektrisch gaan, maar ook veel goedkoper kunnen produceren — zelfs met de huidige importheffingen.

“Unaniem? Dat is verassend.”

Fred van Putten, zelfstandig adviseur voor de Duitse autosector, noemt het unanieme akkoord van de raad van commissarissen over dit plan “zeer verassend”. En terecht: de raad bestaat voor de helft uit vakbondsleiders en ondernemingsraadsleden — mensen die juist sterk staan voor werknemersbelangen. Hoe ze dit nieuws aan hun collega’s gaan uitleggen, is nog volkomen onduidelijk. En dat is geen klein detail: de bestuursstructuur van VW geeft vakbonden én de Duitse deelstaat Nedersaksen zó veel invloed, dat herstructureringen vaak langdurig en pittig zijn.

Wat verandert er precies?

  • De oude werkgarantie — dertig jaar oud — is al beëindigd.
  • Voor 2030 wordt er nog eens flink ingekort op het personeelsbestand.
  • De helft van alle modellen verdwijnt van het programma — minder variatie, eenvoudiger fabrieken, lagere vaste kosten per auto.
  • In vier Duitse fabrieken (Emden, Zwickau, Hannover en Neckarsulm) worden geen nieuwe modellen meer gebouwd, tenzij de kosten daar drastisch omlaag kunnen.

En wat gebeurt er dan met die lege halles? Niemand weet het zeker — maar er wordt gespeculeerd over productie voor de defensie-industrie, of samenwerking met Chinese partners. Volkswagen werkt al met het Chinese merk Xpeng, en Stellantis (Fiat, Opel, Peugeot) bouwt al samen met Leapmotor in Italië. Zo’n samenwerking zou ook helpen om importheffingen te ontwijken — en lege capaciteit nuttig te gebruiken.

Waarom is dit zo nodig?

ING-econoom Rico Luman legt het helder: “Fabrieken staan deels leeg en produceren veel minder. En de kosten voor personeel zijn simpelweg te hoog — ze hebben gewoon te veel mensen in dienst.”
Rabobank-mobiliteitseconoom Marieke Kuijpers voegt daaraan toe: “VW bouwt elektrische auto’s duurder, omdat de accumaterialen vaak buiten Europa moeten worden gehaald — en dat maakt ze extra afhankelijk van China.”

De markt reageert al: het aandeel steeg vandaag met rond de 6 procent. Beleggers lijken te geloven dat deze pijnlijke stap nodig is — en dat het alternatief nog pijnlijker zou zijn.

Conclusie: geen keuze meer, maar een noodzaak

Deze reorganisatie is geen strategische keuze — het is een noodmaatregel. Het toont aan hoe kwetsbaar de traditionele Europese automaker is geworden in een wereld waarin snelheid, schaal en prijsconcurrentie doorslaggevend zijn. En hoewel het politiek en sociaal een enorme uitdaging is, lijkt iedereen — bestuurders, vakbonden, zelfs de Duitse regering — het nu eens te zijn: als Volkswagen wil blijven concurreren, moet er nu iets gebeuren.

Bekijk origineel artikel

Finse maker van slimme ringen gaat naar de beurs in New York

Het Finse techbedrijf Oura heeft gisteravond officieel de papieren ingediend bij de Amerikaanse beurswaakhond SEC om naar de beurs te gaan — en wel op de Nasdaq in New York. Als alles volgens plan verloopt, staat het aandeel eind september klaar voor handel. Dat is een grote stap voor een bedrijf dat begon met één doel: mensen helpen om beter te slapen.

Oura maakt slimme ringen die via gevoelige sensoren allerlei lichamelijke signalen opvangen: denk aan slaapkwaliteit, hartslag, lichaamstemperatuur én zelfs patronen rondom menstruatie en vruchtbare dagen. Alles wat je meet, kun je via de bijbehorende app overzichtelijk volgen — handig, duidelijk, en vooral persoonlijk.

Van slaap tot algehele gezondheid

Hoewel slaap nog steeds centraal staat, is Oura inmiddels veel breder gaan denken: de ring helpt gebruikers nu ook bij het begrijpen van hun dagelijkse energie, herstel en algemene welzijn. De vijfde generatie ring is al op de markt, en het bedrijf telt inmiddels zo’n 1350 medewerkers — verspreid over kantoren in Finland en de VS.

Cijfers die indruk maken

In de negen maanden tot eind juni groeide de omzet met 74 procent naar 1,21 miljard dollar. De winst schoot in diezelfde periode omhoog van 1,6 miljoen dollar (een jaar eerder) naar 60,8 miljoen dollar. En het aantal verkochte ringen? Niet minder dan 3,6 miljoen in het afgelopen jaar.

Bekendheden én sporters staan achter de ring

Je ziet de Oura-ring regelmatig op de vingers van bekende figuren: actrice Jennifer Aniston, prins Harry en Tom Holland zijn er al mee gefotografeerd. Recent kondigde het bedrijf ook sportambassadeurs aan — zoals voetballers Harry Kane en Declan Rice, en tennissers Coco Gauff en Taylor Fritz.

Wat kost het in Nederland?

In Nederland is de ring voor ruim 400 euro te koop. Zonder abonnement krijg je al toegang tot basisinformatie over activiteit, vermoeidheid en slaap. Met een abonnement (5,99 euro per maand of 69,99 euro per jaar) krijg je meer dan vijftig gezondheidsinzichten — en dat blijkt te werken: het aantal betalende leden steeg van 1,5 miljoen eind december 2024 naar 5 miljoen. Oura noemt die abonnementen daarom ‘voorspelbare, terugkerende’ inkomsten.

Wie draagt er eigenlijk mee?

De ring is vooral populair bij vrouwen: 72 procent van de gebruikers is vrouw. Het grootste deel (42 procent) is tussen de 30 en 45 jaar oud; 31 procent is 29 jaar of jonger, en 27 procent ouder dan 46 jaar.

Maar… is het allemaal ook betrouwbaar?

Niet iedereen is even enthousiast. Experts wijzen er soms op dat de nauwkeurigheid van dergelijke wearables – zoals de Oura-ring – niet altijd op hetzelfde niveau ligt als medische apparatuur. Het Belgische Nieuwsblad meldde eerder al kritische geluiden over de betrouwbaarheid van de metingen.

Hoeveel geld wil Oura ophalen?

Uit de ingediende documenten blijkt niet exact hoeveel geld Oura wil ophalen of tegen welke waardering het bedrijf aan de beurs wil. Volgens Bloomberg zou het echter tot wel 3 miljard dollar kunnen zijn — en de verwachting is dat de beursgang Oura een waarde kan geven van meer dan 16 miljard dollar.

Bekijk origineel artikel

Reform UK weer in de problemen – dit keer door ‘verstopte’ donaties en opnames die pijn doen

Arjen van der Horst, correspondent Verenigd Koninkrijk

Reform UK zit weer met zijn handen in het haar – en dit keer is het geen klein kriebeltje, maar een volwaardig schandaal rondom partijdonaties. Twee belangrijke partijfunctionarissen, Dan Jukes en James Orr, zijn onmiddellijk opgestapt nadat geheime opnames naar buiten kwamen. Daarin lijken ze te bespreken hoe je donaties zo kunt regelen dat ze technisch gezien wel binnen de wet vallen… maar praktisch gezien helemaal niet door de beugel kunnen.

Wat ging er nou precies mis?

Eerder dit jaar liet Reform UK drie opiniepeilingen uitvoeren – voor in totaal 32.500 pond (ongeveer 38.000 euro). Op het eerste gezicht niets bijzonders. Alleen: de betaling kwam van een Amerikaans bedrijf. Maar dat bedrijf bleek niet echt te bestaan – het was opgezet door onderzoeksjournalisten van Verbatim, die zich voor deden als een Amerikaanse zakenman en zijn zoon die in Groot-Brittannië woonden.

En daar begint het probleem: volgens de Britse kieswet moet een partij duidelijk aangeven wanneer zijzelf de opdrachtgever is voor onderzoek of communicatie. Dat heeft Reform UK niet gedaan. En omdat de peilingen werden gepresenteerd alsof ze onafhankelijk waren, leken ze in de media ook echt onafhankelijk – terwijl ze in feite betaald werden door de partij zelf.

Daarnaast geldt: als een bedrijf iets voor een partij betaalt (zoals peilingen), dan is dat een donatie in natura. En die moet officieel worden gemeld bij de Britse Kiescommissie. Dat is nooit gebeurd. En nog een knelpunt: donaties van buitenlandse personen of bedrijven zijn verboden. En toch praten Orr en Jukes op de opnames over een volgende, veel grotere donatie – half miljoen pond – waarbij het geld vanuit de VS komt, maar op naam wordt gezet van de ‘Britse zoon’. Een klassieke constructie die de wet omzeilt… en volgens de wet dus illegaal is.

“Niemand komt hier ooit achter”

Op de opnames zegt Orr vrijwel letterlijk: “Technisch is het een donatie in natura. Maar gaat iemand hier achter komen? Ik zal je vertellen: natuurlijk niet. In werkelijkheid kun je er makkelijk mee wegkomen.” Hij noemt de Britse Kiescommissie zelfs “compleet waardeloos” en “dom en ineffectief”.

Reform UK ontkende eerst alles en noemde het een “hoax” van klimaatactivisten die van buitenlandse geldstromen gebruikmaken. Maar na de ophef besloot de partij alsnog een intern onderzoek te starten – en Jukes en Orr stapten direct op. In een korte verklaring staat nu: “We geven geen verdere commentaar zolang dit onderzoek loopt.”

Het wordt niet makkelijker voor Farage

Het schandaal komt op een uiterst ongelukkig moment: het jaarlijkse partijcongres van Reform UK is net begonnen – maar in plaats van plannen en toekomstvisies, domineert nu alleen het nieuws over de opnames en de mogelijke strafrechtelijke gevolgen.

En dit is niet het eerste keer dat de partij onder vuur ligt vanwege dubieuze geldstromen. Eerder dit jaar raakte bekend dat een cryptomiljardair 5 miljoen pond (5,8 miljoen euro) had overgemaakt aan Nigel Farage persoonlijk – geld dat hij nooit als partijdonatie heeft aangemeld. Farage beweerde dat het ging om een persoonlijke gift voor zijn beveiliging, geen politieke steun. Een parlementaire commissie onderzoekt die donatie nog steeds.

Ondertussen hebben zowel Labour als de Liberaal Democraten aangifte gedaan bij de politie. Die laat weten dat ze alle bevindingen serieus nemen en zich erover buigen.

Bekijk origineel artikel

Bizar tractorongeluk kost 13-jarige jongen het leven: taakstraf geëist

Eind november vorig jaar ging er in Achtmaal iets gruwelijks mis — en dat had fatale gevolgen voor een dertienjarige jongen op zijn crossmotor. Hij reed over een zandweggetje tussen de akkers, op weg naar huis van een klusje, toen hij frontaal botste op de uitgestoken lepels van een grote tractor. De jongen overleed later aan zijn verwondingen.

Het zandpad waar het ongeluk plaatsvond ligt midden in het buitengebied — zo afgelegen dat de Poolse verdachte zelf zei: “Je komt daar eerder een fazant tegen dan een mens.” Toch bleek die weg volgens de officier van justitie wél een openbare weg te zijn… en daarmee gold er ook verkeersregelgeving.

Wat gebeurde er precies?

De verdachte, Jacek G. (53), was met twee collega’s bezig met het rooien van boompjes op een akker. Bijzonder: hij zat niet in de tractor, maar liep er naast — samen met zijn Roemeense collega’s. De machine reed volledig automatisch, gestuurd via GPS, en werd alleen handmatig gekerend op het zandweggetje. Volgens de regels hoort er iemand in de cabine te zitten tijdens het keren, maar in de praktijk hielp de bestuurder gewoon mee op het land.

De officier van justitie stelt dat Jacek, als degene die de GPS instelde én de tractor bij het keren bestuurde, verantwoordelijk was voor het voertuig — ook al zat hij er niet in. En omdat hij ‘aanmerkelijk onvoorzichtig’ was tijdens het gebruik van die weg, eiste de officier 180 uur werkstraf.

Waar stonden de lepels nu eigenlijk?

Dat blijft een knagende vraag. De lepels van de tractor steken 1,20 meter uit — een risico dat een jonge crosser misschien niet direct zag, zeker niet als hij de tractor wel zag, maar niet de smalle, donkere ijzeren armen. Het politie-onderzoek toont aan dat de rechterkant van de crossmotor de linkerlepel raakte.

Toen de politie aankwam, stonden de lepels omhoog. Jacek kon zich door de schok niet meer herinneren of ze tijdens het ongeluk omlaag of omhoog stonden. De officier concludeert daarom dat één van de mannen de lepels na het ongeluk omhoog heeft gezet — en gaat ervan uit dat de jongen tegen de neergelaten lepels is gebotst.

Emoties, rouw en een pijnlijke parallel

Tijdens de zitting in de rechtbank in Breda kwamen ook de gevoelens aan bod. De moeder van de jongen vertelde via haar advocaat hoe hard ze hun zoon — die bijna veertien zou worden — nu missen. Hoe levendig, energiek en gewoon jong hij was.

Jacek G. sprak weinig tijdens de rechtszaak. Zijn advocaat noemde hem ‘een man van weinig woorden en emotie’. Toch wilde hij kwijt dat de dood van de jongen hem diep trof — vooral omdat hij vorig jaar zelf ook een zoon verloor.

De officier van justitie waardeerde dat Jacek na het ongeluk met de familie van de jongen had gesproken. Daarom bleef de eis beperkt tot 180 uur werkstraf — zonder verzoek tot intrekken van het rijbewijs.

De uitspraak in deze zaak is op 18 september.

Ben jij geïnteresseerd in rechtbankverhalen? Abonneer je dan op onze podcast en mis niks over criminaliteit en rechtszaken in Brabant.

Bekijk origineel artikel