Auto botst op vrachtwagen op A16 — chauffeur rijdt gewoon door
Donderdagochtend ging het mis op de A16 bij Prinsenbeek: een auto botste frontaal op een vrachtwagen. De klap deed behoorlijk wat schade aan de voorkant van de personenauto, maar gelukkig bleef de bestuurster ongedeerd. Ambulancepersoneel kwam ter plaatse om haar te checken — en die controle liep goed af.
Wat wel raar was: de vrachtwagenchauffeur reed na de botsing gewoon verder, alsof er niets gebeurd was. Mogelijk had hij de aanrijding zelfs niet in de gaten — of misschien dacht hij dat het ‘alleen’ een klein schrammetje was. Het ongeluk vond plaats tussen knooppunt Princeville en de afslag Prinsenbeek, waardoor één rijstrook tijdelijk moest worden afgesloten voor het onderzoek en de berging.
Uiteindelijk werd de beschadigde auto door een berger meegenomen — en de weg kon weer langzaam op gang komen.
Dieren ontsnapt uit Nederlandse dierentuinen: het is nooit 100% te voorkomen
Het gebeurt steeds weer: dieren die hun verblijf in een Nederlandse dierentuin even weten te ontwijken. Niet om de wereld te veroveren of iets kwaads te doen — maar gewoon omdat ze nieuwsgierig zijn, een moment van onoplettendheid uitbuiten, of simpelweg kunnen wat we mensen graag willen voorkomen.
Zo was er bijvoorbeeld in de Beekse Bergen een cheeta die voor openingstijd uit haar verblijf wist te glippen — maar bleef rustig binnen het park. Een maand later verdween daar ook een kuifmangabey… en die werd pas na een hele tijd weer gevonden.
En dan is er nog Avifauna, waar afgelopen weekend drie mara’s op stap gingen. Gelukkig waren ze snel terug — maar dat was al de zesde keer dit jaar dat er ‘iets’ ontsnapte. Al is het niet altijd zo dramatisch als het klinkt: vier van die zes ‘ontsnappingen’ betroffen vogels die tijdens demonstraties vrij rondvlogen. Ze vliegen soms wat verder weg, verkennen de buurt — en komen vaak zelf terug, of worden door alerte buurtbewoners gemeld. “Mensen weten dat en bellen ons dan”, legt directeur John de Hoon uit. “Onze verzorgers kennen die vogels goed: sommige willen liever dat we ze ophalen, andere kiezen gewoon voor een wandeling met terugkeer.” Toch geeft hij toe: twee keer was het puur slordigheid — een onervaren medewerker had een deur gewoon open laten staan.
Ook het gedrag van de dieren zelf speelt mee. In Burgers’ Zoo zwom bijvoorbeeld een laponder-aapje vorige maand gewoon door de gracht heen — niet omdat het verblijf tekort schoot, maar omdat er spanning in de groep was. “Het gros van de apen kan wel zwemmen, maar doet dat normaal gesproken niet”, zegt parkmanager Arun Idoe. En dat soort dierlijke mogelijkheden (zwemmen, klimmen, vliegen) wordt juist meegenomen bij het ontwerpen van verblijven.
Natuurlijk zijn er regels: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geeft vergunningen, en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit controleert of alles klopt. Er moet onder meer een noodplan zijn — want wat doe je als het toch gebeurt? Bij Burgers’ Zoo zijn er voor elk scenario duidelijke werkinstructies. Bij de laponder keken ze eerst waar hij zat, probeerden hem terug te lokken… en uiteindelijk werd hij verdoofd. Maar bij gevaarlijke dieren ligt dat anders. “Stel: een mannelijke olifant breekt los — die kun je niet verdoven”, zegt Idoe. “Dan heb je mensen met toestemming om, als het écht niet anders kan, een schot te lossen.” En bij een tijger in een drukke dierentuin? Dan is er een speciaal protocol: geen paniek, geen massale ontruiming — maar wel mensen veilig inbouwen (bijvoorbeeld in een restaurant), terwijl het dier met uiterste voorzichtigheid wordt ingeperkt. Want het doel is niet alleen veiligheid voor bezoekers — maar ook voor het dier zelf. “Een dier houd je niet alleen binnen voor de omgeving, maar ook voor zichzelf”, benadrukt Wineke Schoo van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen. “Het ene dier redt zich prima in Nederland, het andere misschien helemaal niet.”
En ja — wie herinnert zich Bokito niet? Die gorilla uit Burgers’ Zoo die op 18 mei 2007 over de gracht sprong en wereldnieuws werd? De beelden spreken voor zich.
Onderzoekers zien weinig passende hulp voor criminele meiden en jonge vrouwen
Voor meiden en jonge vrouwen die in de strafrechtelijke keten terechtkomen, is er eigenlijk bijna geen hulp die echt is getest én blijkt te werken. Dat concluderen onderzoekers van de Vrije Universiteit (VU) en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC). Ze hebben gekeken naar wat er allemaal op het gebied van hulpverlening bestaat voor deze groep — en hoe effectief dat is.
In Nederland is er maar één behandeling die goed onderzocht is én als ‘veelbelovend’ wordt beschouwd tegen crimineel gedrag bij meiden: een programma dat specifiek gericht is op het beter reguleren van agressie. Van vrijwel alle andere vormen van hulp is gewoon niet duidelijk of ze wel iets opleveren. En dat is niet zo gek: de meeste programma’s zijn namelijk ontwikkeld voor jongens — logisch, want zij maken het grootste deel van de jeugdcriminaliteit uit. Maar meiden en jonge vrouwen hebben vaak heel andere achtergronden en problemen dan hun mannelijke leeftijdgenoten.
Zo komt crimineel gedrag bij meiden vaak voort uit bijvoorbeeld een angststoornis, een moeilijke relatie met ouders of ervaringen met seksueel geweld. Jongens hebben vaker last van onbeheersbare agressie, moeite met zelfregulatie of worden beïnvloed door vrienden die in de problemen zitten. Daardoor past veel van de bestaande hulp gewoon niet — zeker bij lichtere vormen van ondersteuning, zoals thuisbegeleiding of hulp binnen de jeugdzorg. Criminoloog en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogiek Anne-Marie Slotboom benadrukt daarom: er moet meer specifieke hulp komen, gericht op meiden. Want nu weten we vaak gewoon niet of wat we doen ook daadwerkelijk helpt. “Weten wat we doen én of het werkt, is belangrijk. Het zou echt verkeerd zijn als een behandeling juist averechts uitpakt.”
Interessant genoeg vallen meiden niet vaker terug in criminaliteit dan jongens — integendeel: de recidivecijfers zijn juist lager. Toch kan ongeschikte hulp op termijn wel flinke gevolgen hebben. Volgens Slotboom kunnen meiden langduriger worstelen met hun mentale gezondheid, in financiële problemen raken of later moeite krijgen met het opvoeden van hun eigen kinderen.
Er is overigens geen eenduidig standpunt onder hulpverleners. Sommigen vinden dat elke behandeling al op maat is, en dus automatisch geschikt voor zowel meiden als jongens. Zo denkt ook de forensische ggz-polikliniek de Waag, waar vorig jaar ruim 120 meiden en jonge vrouwen hulp kregen. Volgens hen overlappen de problemen tussen de geslachten wel degelijk — al verschilt de oorzaak of de manier waarop ze zich uiten vaak wel. “We kijken altijd naar de individuele situatie”, zegt een woordvoerder. En volgens eigen bevindingen profiteren meiden op sommige punten zelfs méér van de behandeling dan jongens.
Het onderzoek van de VU en het WODC richtte zich op meisjes en jonge vrouwen van 12 tot 27 jaar. Zij staan slechts voor een klein deel van alle geregistreerde criminaliteit — meestal gaat het om lichtere misdrijven, zoals winkeldiefstal. Bij de alleryngste groep (onder de 16 jaar) is wel een lichte stijging in geweldsdelicten te zien, maar waarom dat is, blijft onduidelijk. Het totale aandeel meiden in de jeugdcriminaliteit neemt verder niet toe.
Ouders van Milou (17) winnen kort geding: rechter dwingt OM tot vrijgave namen artsen achter euthanasiebrief
De ouders van Milou Verhoof, die in oktober 2023 overleed na een euthanasieprocedure, hebben vorige maand een belangrijke stap gezet in hun zoektocht naar duidelijkheid — en rechtvaardiging. Ze hadden een kort geding aangespannen om de namen te weten te komen van de 14 artsen die begin mei 2024 een brief stuurden naar het Openbaar Ministerie. In die brief vroegen ze — volgens de ouders — om een verkennend onderzoek naar henzelf én de behandelteam van hun dochter.
Maar het OM weigerde langdurig om die namen vrij te geven. Volgens Justitie was anonimiteit belangrijk: mensen moesten zich veilig voelen om zonder angst te melden wat ze opmerkten. Bovendien beweerde het OM dat de artsen geen formeel verzoek tot onderzoek hadden ingediend — en dat het ook nooit van plan was geweest om alsnog onderzoek te starten. Dat is volgens de rechter nu niet genoeg.
In de uitspraak oordeelde de rechter dat de belangen van de ouders zwaarder wegen dan de wens van de artsen om anoniem te blijven. De ouders willen weten wie er achter de brief zit, omdat ze zich ten onrechte schuldig worden gemaakt van het beïnvloeden van Milou’s keuze — en van twijfel aan haar wilsbekwaamheid. Milou kreeg euthanasie vanwege uitzichtloos en ondraaglijk psychisch lijden, een beslissing die eerder al door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie als zorgvuldig werd beoordeeld.
“Wij zijn kapotgemaakt door voor ons onbekende artsen met deze brief”, zei Milou’s moeder tijdens de zitting in augustus in de Haagse rechtbank. “Ons rouwproces wordt sindsdien volledig overschaduwd.” Ze vertelde ook dat zij en haar man sindsdien doodbedreigingen ontvangen — zelfs aan huis. En dat is, zoals ze terecht benadrukte: “Als ouder je kind verliezen en voor altijd moeten missen is het ergste wat je kan overkomen. Als ouder daarna beschuldigd worden van het aanzetten tot de dood van je kind of medeplichtig zijn aan haar dood is met geen pen te beschrijven.”
Voor de ouders is het nu een kwestie van verantwoordelijkheid: ze willen de artsen via de rechter én het tuchtrecht ter verantwoording roepen. Zolang ze niet weten wie ze moeten aanspreken, staan ze ‘met lege handen’, zo zei hun advocaat Richard Korver eerder. Hij betoogde dat de ondertekenaars zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan smaad.
Van de 14 artsen zijn tot nu toe slechts zes namen bekend. Nu heeft de rechter het OM opgedragen de resterende namen binnen een bepaalde termijn vrij te geven.
Nederlandse zwemwateren: schoon op het oog, maar stiekem vol chemicaliën
Je springt graag in een plasje bij de kust of in een rivier bij je dorp – en terecht: veel Nederlandse zwemwateren zien er fris uit, zijn vaak goed beoordeeld én staan op de officiële zwemwaterkaart. Maar onder die oppervlakte zit een steeds groter probleem: veel van die wateren zijn stilletjes vervuild met chemische stoffen – soms zelfs boven de veilige normen. En daarover krijg je bijna nooit een waarschuwing.
Een nieuw onderzoek van Natuur & Milieu en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) laat zien dat de chemische kwaliteit van zwemwater nauwelijks is verbeterd – en in veel gevallen juist slechter is geworden. Tussen 2015 en 2024 werden honderden zwemlocaties onder de loep genomen. Van de 122 onderzochte stoffen bleken er 35 regelmatig boven de norm te zitten. In 2024 werd in alle onderzochte zwemwateren te veel van ten minste één chemische stof gevonden. Dat is een flinke verslechtering vergeleken met tien jaar geleden: toen voldeden nog 22 procent van de wateren aan de chemische normen.
Eén stof die vaak opduikt? Imidacloprid – ja, die stof uit vlooienbanden voor honden. Maar het blijft niet bij één naam: in landelijke gebieden vind je vaker landbouwbestrijdingsmiddelen, terwijl in stedelijke omgevingen verkeer en industrie de hoofdverdachten zijn. Sommige stoffen, zoals PFAS, zijn al jaren verboden maar blijven gewoon in het water zitten – ze breken nauwelijks af.
Waarom merk je niets als zwemmer?
Omdat de officiële controles vooral kijken naar bacteriën (zoals E. coli) en blauwalgen. Dat is belangrijk voor acute risico’s – denk aan buikloop of huidirritatie – maar het zegt niets over langdurige blootstelling aan chemicaliën. Een zwemwater kan dus ‘goed’ worden beoordeeld, terwijl er toch te veel schadelijke stoffen in zitten. En hoewel de overheid wel meet of die stoffen aanwezig zijn, hoeft ze dat niet openbaar te maken. Wel moet Nederland ze wél onder de norm houden – en dat lukt niet. Daarom staat het land in 2027 voor een Europese rekening: de Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt dan afgestemd, en Nederland zit in overtreding.
Gezondheid: geen paniek, wel aandacht
De onderzoekers benadrukken: te veel chemicaliën betekent niet dat je direct ziek wordt van één keer zwemmen. Maar wel dat je langzaam en ongemerkt stoffen binnenkrijgt die op termijn schadelijk kunnen zijn – denk aan verhoogd kanker-risico, een zwakker immuunsysteem of hormoonverstoringen. Hoe groot het risico precies is, hangt af van hoeveel je binnenkrijgt en hoe vaak je blootstaat. Dat is lastig te meten – en daarom juist belangrijk om serieus te nemen.
Wat moet er gebeuren?
De onderzoekers willen geen angst zaaien, maar wel transparantie. Zwemmers hebben recht op informatie over de volledige kwaliteit van het water – niet alleen wat er op het moment groen of rood is op de app. Bovendien moet de overheid gerichter op zoek naar de bronnen: rond een industriegebied of in een intensief landbouwgebied moet specifiek worden gemeten. Ook spelen oude vergunningen voor lozingen en te weinig afgestemde afvalwaterzuivering een rol – en natuurlijk: geld. “Ergens gaat het niet goed”, zegt Koenraad Backers van Natuur & Milieu. “We weten waar het zit, maar krijgen het organisatorisch niet voor elkaar om het op orde te krijgen.”
Conclusie? Het zwemwater ziet er misschien fris uit – maar de controle is te summier, de vervuiling te divers, en de informatie voor jou als zwemmer te dun. Tijd voor een serieuze update van hoe we zwemwater eigenlijk beoordelen.
Half uur vertraging op de A67 door pech bij vrachtwagen
Een vrachtwagen die dinsdag pech kreeg op de A67 richting Eindhoven zorgde voor flinke vertraging: automobilisten moesten een half uur langer wachten dan normaal. De file begon bij Geldrop en reikte tot aan Asten — allemaal door één gestrande bestelwagen die de rechterrijstrook blokkeerde.
Volgens de melding had de vrachtwagen last van ‘luchtproblemen’: kort gezegd, er zat iets mis met het persluchtsysteem. Dat is niet ongevaarlijk — want als dat systeem niet goed werkt, kan de remwerking minder betrouwbaar zijn. Daarom werd extra voorzichtigheid aangeraden voor wie daar langskwam.
Kortom: dinsdag was het even wachten op de A67 tussen Asten en Geldrop. Een half uur extra in de file — allemaal door een vrachtwagen die gewoon niet meer verder kon.
