Onderwerp van artikel
Met trots presenteren Ruben en Melanie Kruithof hun gloednieuwe hospice in Sleeuwijk. Het gebouw, dat met zijn groene dak en organische vormen aan een huis uit een sprookje doet denken, opent binnenkort haar deuren. De initiatiefnemers zijn overweldigd door alle steun uit de buurt en kunnen niet wachten om de eerste bewoners te verwelkomen.
Een droom die werkelijkheid wordt
“Een tuinman zei laatst: je zou bijna willen dat het al zover is…” Met deze woorden omschrijft Ruben het gevoel dat hem en zijn vrouw Melanie bezielt. Ze staan glunderend in hun splinternieuwe hospice in Sleeuwijk, een plek die ze samen met heel Altena hebben opgebouwd. Op afstand doet het gebouw met zijn ronde vormen en groene bedekking denken aan een Teletubbies-huis of een Hobbithuisje uit Lord of the Rings. Ruben lacht erom, maar de trots is overduidelijk.
Een warm thuis voor iedereen
Melanie raakt geëmotioneerd als ze vertelt over de steun die ze hebben gekregen. “Onwerkelijk. Hartverwarmend. Het stemt ons nederig.” Het stel heeft niets aan het toeval overgelaten. Ze reisden langs twintig verschillende hospices in het land en vroegen overal hetzelfde: wat zou je anders doen als je opnieuw zou bouwen? Het resultaat is een huis met grote ramen, een terras bij elke kamer en rustige kleuren. Maar het meest bijzondere is dat de bedden door de openslaande deuren naar buiten kunnen worden gereden. “Zodat je misschien de laatste warmte van de zon op je huid kan voelen,” vertelt Melanie enthousiast. In de gezamenlijke woonkamer kunnen families elkaar troosten, terwijl kinderen er ook gewoon hun huiswerk kunnen maken.
Een gemeenschap die samenwerkt
De inzet van de inwoners van Altena was enorm. Via een benefietloop, een concert, taarten bakken en het inzamelen van lege flessen, werd bijna een half miljoen euro opgehaald. De gemeente deed daar nog eens 95.000 euro bovenop. Maar er kwam meer dan alleen geld: honderd vrijwilligers uit de regio hebben zich al aangemeld om te helpen, van tuinieren tot het draaien van wasjes. Coördinator Marie-José Brouwer is verbaasd over de animo. “In de grote steden was er altijd een tekort. Hier melden zich elke week nieuwe mensen aan!”
Een bijzonder moment
Ambassadeur Wim Marinissen kijkt met een grote glimlach toe. “Dit is best een slik-momentje. Echt heel bijzonder. Hier hebben we naartoe gewerkt.” Het doel was om te laten zien dat een hospice niet iets engs of afstandelijks is. “Maar dat het zo supermooi zou uitpakken, dat hadden we niet gedacht!” Maandag melden de eerste gasten zich, en het huis staat klaar om hen een warm en liefdevol thuis te bieden.
Onderwerp van artikel
Studenten zoeken wanhopig naar een kamer: ‘De druk wordt steeds groter’
“Hartstikke stressvol”, zo omschrijft studente Emma Verstand (18) uit Oosterbeek haar speurtocht naar een kamer in Leiden of Den Haag, waar ze sinds deze zomer studeert. Op de bekende platforms zoals Kamernet is er volgens haar amper keuze, en bij het hospiteren is ze één van de vele kandidaten. “Ik wil ontzettend graag een eigen plek en de spanning loopt op”, vertelt ze tegen RTL Z. Nu kost het haar iedere dag meer dan twee uur om vanuit huis naar Leiden te reizen. Een behoorlijke afstand voor een college van een uur en drie kwartier, of een avondje uitgaan. “Dan moet je de laatste trein halen, of hopen dat je ergens kunt blijven slapen”, legt Emma uit. Deze lange reistijden worden steeds normaler voor een groeiende groep studenten. Dat blijkt uit de jaarlijkse cijfers van kenniscentrum Kences. Vorig jaar was al te zien dat meer studenten ervoor kiezen om thuis te blijven wonen vanwege het gebrek aan kamers. Vooral studenten die 60 tot 80 kilometer moeten reizen voor hun opleiding, zien we dit patroon terug, zegt Kences-directeur Reijnder Jan Spits. “In 2015 ging nog meer dan twee derde van die studenten op kamers, nu is dat nog maar de helft.” Dit kan invloed hebben op hoe betrokken studenten zich voelen bij hun studie of vereniging.
Het tekort aan studentenkamers blijft volgens Kences onverminderd groot. De organisatie schat het tekort voor dit jaar op meer dan 20.000 woningen. Vorig jaar waren dat er nog ongeveer 21.000. Er werd gevreesd dat het probleem dit jaar zou groeien door een golf van verkochte huurwoningen, maar dat viel mee, zegt Spits. Het aantal Nederlandse studenten op hbo, wo en mbo daalt, net als het aantal buitenlandse studenten. Ook de nieuwbouw van studentenwoningen helpt een beetje. Toch is dit lang niet genoeg om het tekort echt te verkleinen. Sinds het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting in 2022 – een afspraak tussen overheid, scholen, woningcorporaties en investerders om extra kamers te bouwen – hebben woningcorporaties gemiddeld zo’n 5.000 woningen per jaar opgeleverd, meldt Kences. Volgens Spits doen de partijen hiermee wat ze beloofd hebben, maar is het nog steeds niet voldoende. “Zelfs als alle plannen doorgaan, blijft er over acht jaar nog een tekort van 10.000 tot 35.000 studentenwoningen bestaan.” Hij pleit ervoor dat de belasting op winst voor woningcorporaties wordt afgeschaft, iets waar zij al langer om vragen. Daarnaast moeten er genoeg geschikte locaties voor studentenhuisvesting beschikbaar blijven.
Wat opvalt: een groot deel van de mbo-studenten (82 procent) blijft tijdens hun studie thuis wonen, aldus Kences. Van de hbo-studenten woont 38 procent op kamers, terwijl dat bij universitaire studenten 72 procent is. Het totale aantal uitwonende hbo- en wo-studenten is in de afgelopen acht jaar licht gestegen, met 1 procent. Deze stijging komt vooral door internationale studenten; het aantal Nederlandse studenten dat uit huis gaat, is juist gedaald. Ook de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) krijgt klachten binnen over de kamernood, zegt voorzitter Evy Kras. “Ik bedoel dan bewust ‘kamers’, omdat studenten graag samenwonen en die gezelligheid willen ervaren.” Tegenwoordig worden er steeds vaker studio’s en appartementen gebouwd, maar die bieden niet altijd de sociale omgeving die studenten zoeken. Volgens Kras zijn studentenkamers schaars en steeds vaker weggelegd voor wie de juiste contacten heeft, bijvoorbeeld via een studentenvereniging met eigen huizen. De woningmarkt is krap en “dat raakt juist mensen zonder dat netwerk, zoals eerste-generatie studenten of studenten met een minder goede sociaaleconomische achtergrond”, zegt Kras. Deze groep woont noodgedwongen thuis, zoals ook blijkt uit onderstaande video.
Man uit Turkije ontkent betrokkenheid bij Iraanse opdracht na schietpartij op politiemedewerker
Het onderzoek naar de schietpartij op een 36-jarige Iraniër in Schoonhoven heeft nog geen link opgeleverd met het Iraanse regime. Dat zei het Openbaar Ministerie tijdens de eerste zitting in de zaak tegen de 27-jarige Hasan B. De verdachte, die als asielzoeker in Duitsland verbleef, ontkende vandaag dat hij de man wilde doden en zegt niets te weten van een opdracht uit Iran.
B. gaf toe dat hij het slachtoffer heeft neergeschoten, maar zegt dat hij bewust op de arm mikte. Hij beweert dat hij maar één keer heeft geschoten en dat zijn wapen was doorgeladen, waardoor hij vaker had kunnen schieten als hij dat gewild had. Het OM verdenkt hem van poging tot doodslag.
De schietpartij vond plaats op een vroege ochtend in maart. Het slachtoffer, een ICT-medewerker bij de politie, stond bekend als tegenstander van het regime in Teheran. Op sociale media riep hij Iraniërs op om informatie over militaire doelen te delen en vierde hij het overlijden van een belangrijke geestelijk leider. Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid hield er eerder rekening mee dat Iran achter de aanval zat, maar het OM heeft daar tot nu toe geen bewijs voor gevonden.
Volgens de aanklager had B. wel degelijk een vooropgezet plan. “Hij kwam daar met één doel: om het slachtoffer dood te schieten.” Zo werd B. twee dagen vóór het incident al in Schoonhoven gespot, zou hij het slachtoffer hebben gevolgd en kocht hij een pet die hij tijdens de schietpartij droeg. Het wapen, een semiautomatisch pistool, werd op een paar minuten rijden van de plaats delict teruggevonden.
B. zei niet te weten wie het slachtoffer was en ontkende elke connectie met Iran. “Ik wilde de man absoluut niet doden en heb hem niet gedood.” Na het schietincident reed hij in een vluchtauto naar Abcoude, nam daarna een taxi naar Amsterdam, bezocht een massagesalon en werd vervolgens door iemand naar Duitsland gebracht. Daar werd hij zes dagen later aangehouden in samenwerking met de Duitse autoriteiten. Sinds eind mei zit hij vast in Nederland.
Zijn advocaat schetst een beeld van een kwetsbare man met psychische problemen en verslavingen aan onder meer crack en alcohol. Volgens de verdediging werd B. gemanipuleerd door mensen die misbruik maakten van zijn situatie en werd hij “voor de gek gehouden”. De rechtbank heeft inmiddels een psychologisch onderzoek toegewezen.
De volgende zitting staat gepland voor 11 november. De inhoudelijke behandeling van de zaak volgt op 3 februari volgend jaar. Het slachtoffer wil bij die zitting gebruikmaken van zijn spreekrecht. Het onderzoek naar mogelijke opdrachtgevers of tussenpersonen is nog steeds bezig, onder meer via aanvullend DNA-onderzoek in de vluchtauto.
Onderwerp van artikel
Het grootschalige onderzoek in Overasselt zit erop, maar de politie is nog lang niet klaar. De sfeer in het Gelderse dorp blijft gespannen enagenten blijven voorlopig op de plek van de schietpartij. Inwoners wordt gevraagd om goed op te letten en verdachte zaken direct te melden.
De rest van het verhaal
Inmiddels zitten er al 35 verdachten vast die mogelijk iets te maken hebben met de dodelijke schietpartij in de nacht van maandag op dinsdag. Het gaat om een mix van mensen met verschillende buitenlandse nationaliteiten en een deel komt ook uit Nederland. De kans is aanwezig dat er nog meer arrestaties volgen; de politie sluit dat in ieder geval niet uit.
Gisteren heeft de Mobiele Eenheid tijdens de zoektocht meerdere wapens opgegraven. Die kwamen niet alleen tevoorschijn in het afgezette speurgebied, maar ook in het vlakbij gelegen Wijchen. Daar gingen de agenten op zoek nadat een oplettende inwoner een tip had gegeven. Eerder meldde RTL Nieuws al dat er een tas was gevonden met daarin wapens die ook op beelden te zien waren. De recherche doet nu onderzoek om te kijken of deze wapens iets te maken hebben met het schietincident.
Het huis waar de schietpartij plaatsvond, is nog steeds een plaats delict en blijft dus bewaakt. De politie roept iedereen in de omgeving op om ‘alert te blijven bij het aantreffen van verdachte voorwerpen of het zien van verdachte situaties’ en dit vooral te melden.
Bij het geweld kwam een 51-jarige man om het leven. Twee agenten liepen zware verwondingen op door de schoten. Het zou gaan om een gerichte aanval op Jan G., een man met een crimineel verleden.
De ME-actie in Overasselt zit erop: meerdere wapens opgedoken
De grote zoektocht van de mobiele eenheid in en rond Overasselt is afgerond. Volgens de politie zijn er tijdens de actie verschillende wapens gevonden. Dat gebeurde niet alleen in het officiële zoekgebied, maar ook daarbuiten. Zo leverde een tip van een bewoner in het nabijgelegen Wijchen ook nog wapens op.
De politie roept mensen op om waakzaam te blijven. Zie je iets verdachts liggen? Meld het dan vooral bij de politie. Op dit moment wordt onderzocht of de gevonden wapens iets te maken hebben met het drama in Overasselt. Over de wapens zelf wil de politie nog weinig kwijt, meldt de NOS. Dat is een bewuste keuze: ze willen niet dat verdachten op die manier aan informatie kunnen komen.
De woning waar de fatale schietpartij plaatsvond, blijft voorlopig een plaats delict. Morgen gaat de politie verder met het onderzoek in en rond het dorp.
De aanhoudingen en de achtergrond
Even terughalen wat er is gebeurd: in de nacht van maandag op dinsdag liepen tientallen gemaskerde mannen met zware wapens door het dorp. Ze stopten bij het huis van Jan G. Daar werd een bewaker doodgeschoten.
De dag daarna werden al 34 mensen opgepakt. Afgelopen nacht is daar nóg een verdachte bij gekomen, in de omgeving van Overasselt. Dat brengt het totaal aantal aanhoudingen op 35.
Overige artikelen over dit onderwerp:
– Inwoners Overasselt mogen weer naar buiten na dag met ‘on-Nederlands’ geweld
– Schoten bij grote politieactie Overasselt na fatale schietpartij, veel aanhoudingen
– Inwoners Overasselt hopen dat Jan G. vertrekt: ‘Zoveel ellende elke keer’
– Heel het dorp weet ‘het’, maar bewoners Overasselt houden zich op de vlakte
Polonaise tussen de kunst: deze drie Brabantse musea vieren carnaval op hun eigen manier
Carnaval is voor veel Brabanders natuurlijk hét moment om vijf dagen lang los te gaan. Maar achter al dat feesten zit veel meer dan alleen een feestje. Het Stedelijk Museum Breda, het Noordbrabants Museum in Den Bosch en Museum Helmond laten de komende anderhalf jaar zien dat carnaval ook een enorme kunst- en maakcultuur is. Geen stereotypes, maar echte verhalen, creativiteit en traditie. Deze drie musea pakken het elk op hun eigen manier aan.
Wie zou jij willen zijn?
In Breda draait het om de persoon achter het feest. Fotograaf Vincen Beeckman dook met een groep Bredanaars in de wereld van carnaval en vergeleek dat met vergelijkbare tradities wereldwijd. Zijn tentoonstelling Parade toont niet alleen foto’s, maar combineert beelden met persoonlijke verhalen en bestaande kunstwerken. De kernvraag is simpel maar krachtig: ‘Wie zoude wille zijn?’ Want tijdens carnaval gooi je de normale regels even overboord en word je even iemand anders. Beeckman maakt die verschuiving voelbaar in beeld en tekst.
Samen creatief aan de slag
Museum Helmond richt zich juist op het onderdeel waar carnavalsvierders stiekem het meest in investeren: het maken. Voordat de wagens door de straten trekken en de outfits perfect zitten, gaat er maanden van ontwerpen, bouwen en schilderen aan vooraf. Kunstenaar Yasser Ballemans trekt daarom met een mobiel atelier de stad in, op zoek naar het creatieve ‘goud’ van het carnaval. Uiteindelijk verandert de Kunsthal Helmond zelf in één groot atelier, waar professionele makers en carnavalsliefhebbers uit Helmond samen nieuwe kunstwerken creëren. En het mooiste? Bezoekers mogen ook zelf meedoen. In speciale ‘maakstations’ kun je zelf aan de slag en je eigen creativiteit ontdekken.
De wereld op zijn kop
Het Noordbrabants Museum in Den Bosch pakt het anders aan. Daar halen ze carnaval naar binnen met beeld én geluid, rechtstreeks vanaf straat. Erik Kessels geeft met zijn tentoonstelling elf – Cult & Carnaval een podium aan de wereld die tijdens het feest ontstaat. Het is een andere werkelijkheid, waarin iedereen tijdelijk een andere identiteit aanneemt. Carnavalsvierders zelf laten hier hun eigen kijk op het feest zien. Directeur Jacqueline Grandjean vertelt erover: “We hebben de sleutels van de tentoonstellingszalen uit handen gegeven aan Erik Kessels en de carnavalsvierders. Zij zijn daar nu even de baas.”
Een feest vol kunst dus, maar wel met een hele eigen draai. Of je nu wilt ontdekken wie je zou willen zijn, zelf creatief wilt knutselen of gewoon wilt zien hoe de wereld op zijn kop gaat – deze drie musea laten zien dat er achter de polonaise een geweldige culturele schatkamer schuilgaat.
