Opnieuw een schokkende misbruikzaak in Engeland: veertien mannen voor de rechter

Het Verenigd Koninkrijk wordt opnieuw opgeschrikt door een gruwelijke misbruikzaak, die sterke gelijkenissen vertoont met de zaak-Pelicot in Frankrijk. Dit keer speelt het drama zich af in het Engelse Stockport, vlakbij Manchester. Een 60-jarige man wordt ervan verdacht zijn eigen vrouw jarenlang te hebben gedrogeerd om haar vervolgens te kunnen verkrachten. De man is niet bij naam genoemd, zodat zijn vrouw volledig anoniem kan blijven.

De beschuldigingen

De zaak draait om een periode van ruim twintig jaar waarin de echtgenoot zijn vrouw systematisch zou hebben bedwelmd. Tussen 2018 en 2025 zou hij ook hebben samengewerkt met dertien andere mannen. Die mannen worden ervan verdacht de vrouw seksueel te hebben misbruikt of te hebben geholpen met het toedienen van middelen om haar bewusteloos te maken. Het misbruik zou onder meer hebben plaatsgevonden in het huis van de vrouw in Stockport.

Bekentenissen en ontkenningen

De 60-jarige echtgenoot heeft inmiddels toegegeven schuldig te zijn aan 15 van de 48 aanklachten tegen hem, waaronder verkrachting. Eerder ontkende hij alle beschuldigingen. Voor de overige aanklachten moet hij zich nog voor de rechter verantwoorden. Van de andere dertien verdachten hebben de meesten alle beschuldigingen ontkend. Slechts één verdachte heeft inmiddels schuld bekend aan alle aanklachten tegen hem.

Niet de eerste zaak

Correspondent Anne Saenen benadrukt dat dit in het Verenigd Koninkrijk niet de eerste zaak is waarbij een echtgenoot zijn vrouw samen met anderen zou hebben misbruikt. De Britse politie neemt deze zaken zeer serieus en doet groot onderzoek. Slachtoffers worden opgeroepen om zich te melden.

Eerder dit jaar pleitte een Britse man al schuldig aan het drogeren en verkrachten van zijn ex-vrouw gedurende dertien jaar. Ook een man uit Northampton riskeert een levenslange gevangenisstraf voor soortgelijke feiten, gepleegd op zijn vriendin gedurende meer dan tien jaar.

Vergelijking met de zaak-Pelicot

De zaken doen sterk denken aan het proces in Frankrijk tegen Dominique Pelicot, die zijn toenmalige vrouw Gisèle bijna tien jaar lang onder invloed van drugs verkrachtte en ook andere mannen haar liet verkrachten. Volgens Saenen dachten de meeste mensen dat het verhaal van Pelicot een geïsoleerde zaak was, maar dat blijkt niet het geval.

Onlangs sprak Saenen met een Brits slachtoffer van drogeerverkrachting, Amanda Stanhope, die ook wel de ‘Engelse Gisèle Pelicot’ wordt genoemd. Saenen noemt het interview één van de heftigste die ze ooit heeft gedaan. Stanhope vertelde dat praten met de media haar helpt, omdat het een hoger doel dient.

Slachtoffers blijven vaak anoniem

Saenen begrijpt goed dat de vrouw in deze nieuwe zaak anoniem wil blijven. Slechts een handjevol slachtoffers treedt naar voren. Veel vrouwen weten niet eens dat ze slachtoffer zijn, omdat ze worden gedrogeerd. Eerder dit jaar onthulde CNN nog hoe een wereldwijd netwerk van mannen elkaar online aanmoedigt en tips geeft over hoe ze hun vrouwen kunnen drogeren en misbruiken. Of deze zaak in Stockport verband houdt met dat netwerk, is vooralsnog niet bekend.

Bekijk origineel artikel

Eerste NCRV-omroepster en televisiepionier Tanja Koen (100) overleden

Vorige week maandag is op 100-jarige leeftijd Tanja Koen overleden, de eerste omroepster van de NCRV. Dat heeft haar familie via KRO-NCRV laten weten. De uitvaart heeft in besloten kring plaatsgevonden.

In een verklaring noemt de omroep Koen “een van de pioniers van de Nederlandse televisie”. Directievoorzitter Arie Koornneef voegt daaraan toe: “Met het overlijden van Tanja Koen nemen we afscheid van een van de laatste vertegenwoordigers van de generatie die de Nederlandse televisie heeft helpen opbouwen.”

De carrière van Koen in de media begon kort na de oorlog, in 1946. In een interview met de Volkskrant begin dit jaar vertelde de in Amsterdam geboren Koen dat zij en haar man, radiomaker Peter Koen, in dat jaar in Hilversum kwamen te wonen, in de tuin pal achter de NCRV-studio. Zonder dat ze het destijds wisten, was dat haar eerste stap in de media.

Op een ochtend werd ze uit bed gebeld, de omroepster van dienst was ziek. Of Tanja zo snel mogelijk naar de nabijgelegen studio kon komen. “Ik vloog mijn bed uit, kleedde mij snel aan en rende naar de studio. Na het nieuwsbulletin om 07.00 uur moest ik de stationcall uitspreken: ‘Dit is Hilversum 1, de NCRV.’ Daarna klonk het NCRV-lied. Zo ging mijn debuut als invaller.”

Een lange loopbaan bij de protestants-christelijke omroep volgde. Als omroepster op de radio heette Koen, die eigenlijk ballerina wilde worden, tientallen jaren de luisteraars welkom en kondigde ze vele radioprogramma’s aan, zoals toentertijd gebruikelijk was. Ze werd daarmee een belangrijke vertolkster van de sfeer en het geluid van de NCRV en een bekende stem in Nederland.

Toen in 1951 de televisie zijn intrede deed in het Nederlandse medialandschap, moesten alle radio-omroepsters auditie doen. Koen werd door de mannelijke televisie-leiding goed genoeg bevonden om omroepster op tv te worden (“Ik versprak me niet en deed dat later ook nooit”). In een tijd dat Nederland nog maar weinig zenders en televisiepersoonlijkheden kende, werd ze in een klap beroemd.

Vlekkeloos verliep de begintijd van de televisie niet. De tv-opnames van de NCRV waren in een wit kerkje in Bussum, waar de omroep voor voorbijgangers een bord had opgehangen met de tekst “Uitzending, stilte”. Niet iedereen gehoorzaamde dit, vertelde Koen in de Volkskrant. “Elke keer als onze uitzending begon, hoorden we buiten een auto luid toeteren. Het bleek een man uit de buurt te zijn, die met zijn vrouw had afgesproken dat hij zou toeteren als hij bijna thuis was, zodat zij het avondeten kon opzetten.”

Nadat zij ook haar eigen programma’s was begonnen te presenteren, stonden er rijen met mensen voor het huis in Blaricum waar zij en haar man inmiddels woonden. Ze liet kaarten van zichzelf drukken die ze voorzag van een handtekening, om aan haar fans uit te delen. In haar laatste grote interview moest ze lachen om haar faam van toen. “Het was de televisie die een fenomeen was. Als er dan steeds dezelfde juffrouw in beeld kwam die de programma’s aankondigde, trok dat de aandacht”, blikte ze terug in de Volkskrant.

Koen, die in 1977 werd benoemd in de Orde van Oranje Nassau en tot 1986 voor de NCRV werkte, woonde tot op hoge leeftijd zelfstandig in Ede. Eind vorig jaar vierde ze haar honderdste verjaardag. Ze laat vier kinderen, zeven kleinkinderen en vier achterkleinkinderen na. Haar man Peter overleed in 1973 op 50-jarige leeftijd.

Binnenland

Bekijk origineel artikel

Gele rookwolken bij Eindhovens bedrijf, situatie onder controle

In Eindhoven heeft een metaalbewerkingsbedrijf aan de Hurksestraat voor flink wat opschudding gezorgd. Er ontsnapten namelijk gevaarlijke dampen, wat zorgde voor opvallende gele rookwolken boven het pand. Het goede nieuws? De brandweer meldt dat de situatie inmiddels weer helemaal onder controle is.

Wat is er precies gebeurd?

Het is nog niet helemaal duidelijk hoe het incident precies is ontstaan, maar dit is wat we weten: er lijkt een ijzeren balk in een bad met salpeterzuur terecht te zijn gekomen. Dat zorgde voor een chemische reactie, waardoor er gevaarlijke dampen vrijkwamen. Een woordvoerder van de veiligheidsregio legde uit dat er geen sprake was van brand, maar puur van een reactie tussen het metaal en het zuur.

Waarom kwam er hulp uit Rotterdam?

Salpeterzuur is een behoorlijk heftig en bijtend goedje. De standaarduitrusting van de Brabantse brandweerlieden was niet genoeg om veilig in de buurt van die stof te komen. Daarom werd er een specialistisch team uit Rotterdam opgetrommeld: een zogenaamd gaspakteam. Die lui hebben speciale pakken aan en weten precies hoe ze met dit soort chemische incidenten moeten omgaan. Zij konden wél bij de gevaarlijke stoffen en hun hulp werd dan ook zeer gewaardeerd.

Wat betekent dit voor omwonenden?

De omgeving rond het bedrijf was tijdelijk afgezet en er zijn metingen uitgevoerd in de buurt. Het belangrijkste voor de mensen in de buurt: er is geen reden tot paniek. De gemeten waarden waren niet alarmerend en er was geen direct risico voor omwonenden. De hele inzet was vooral gericht op het monitoren en stabiel houden van de situatie, zodat het veilig bleef voor iedereen.

Bekijk origineel artikel

Compensatie voor schade bij afgesloten brug? Rijkswaterstaat keert amper geld uit

Heb je schade omdat de overheid een brug afsluit of een weg blokkeert? Dan kun je nadeelcompensatie aanvragen. Dat klinkt mooi, maar in de praktijk valt het flink tegen, blijkt uit onderzoek van RTL Z. Sinds januari dit jaar kreeg Rijkswaterstaat 250 aanvragen binnen, maar slechts elf daarvan zijn gehonoreerd. Van de 179 aanvragen die inmiddels zijn behandeld, kregen de aanvragers gemiddeld nog geen 1000 euro. In totaal keerde de wegbeheerder maar 9.838,40 euro uit.

De meeste aanvragen kwamen binnen na problemen met bruggen die (tijdelijk) dicht moesten of bij onderhoudsprojecten. “Daardoor zijn omleidingen nodig en worden bedrijven slechter bereikbaar”, legt een woordvoerder uit. Maar dat bedrag staat in schril contrast met de miljoenen schade die transporteurs zeggen te lijden. Zo kost het rijverbod op de Merwedebrug zo’n 1,5 miljoen euro per dag, berekende brancheorganisatie TLN. Transportondernemer Leonard van den Heuvel vertelt in de video hieronder waar die extra kosten vandaan komen.

Weinig vertrouwen in de regeling

Van den Heuvel, wiens bedrijf vlakbij de Merwedebrug zit, is niet verbaasd over het grote verschil tussen geleden schade en uitgekeerde compensatie. “Onze ervaring is dat de regeling in de praktijk vaak beperkt uitpakt voor ondernemers.” Hij weet het uit eigen ervaring: in 2016, toen er ook problemen waren met de brug, is er niets uitgekeerd. “Ik ben er dus heel sceptisch over.” Ook is het aanvragen van compensatie een flinke klus, en dat schrikt veel mensen af.

Een andere reden voor het lage bedrag is dat je de schade moet claimen bij de juiste instantie. Bij N-wegen zijn dat de provincies, binnen de bebouwde kom zijn gemeentes verantwoordelijk en bij de Zeelandbrug is dat de provincie Zeeland. Daar zijn nog geen aanvragen binnengekomen, laat een woordvoerder weten. Ronald Wielemaker, eigenaar van een transportbedrijf uit Middelburg, heeft wel gekeken naar de mogelijkheden nu de Zeelandbrug zes weken dichtgaat. “Je moet al bijna aan het begin van de brug zitten om in aanmerking te komen”, zegt hij. “Het is zo ingewikkeld dat mensen er vaak niet aan beginnen.” Hij doet het zelf dan ook niet.

Hoge drempels en veel papierwerk

De lat ligt hoog bij Rijkswaterstaat. Particulieren moeten eerst zelf de eerste 500 euro schade dragen. Voor bedrijven geldt dat de schade meer moet zijn dan 2 procent van de jaaromzet of dat er minstens 2 procent extra kosten zijn gemaakt. Daarnaast kijkt de organisatie naar de winst van een bedrijf, de oorzaak van de schade, de grootte ervan en of je had kunnen anticiperen. Schade door een plotseling rijverbod, zoals op de Merwedebrug, heeft meer kans gecompenseerd te worden dan schade door een nachtelijke afsluiting die maanden van tevoren is aangekondigd.

Als je schade wel in aanmerking komt, beoordeelt een expert de precieze omvang. Maar een deel blijft altijd voor eigen rekening, omdat ondernemen nu eenmaal risico’s met zich meebrengt. En dan heb je nog het papierwerk: het aanvraagformulier telt maar liefst 12 pagina’s. Bij simpele aanvragen belooft Rijkswaterstaat binnen acht weken antwoord, maar bij ingewikkeldere gevallen duurt het langer, omdat er dan een onafhankelijke adviescommissie wordt ingeschakeld of uitgebreider onderzoek nodig is.

Bekijk origineel artikel

Zomerweer, maar Rijkswaterstaat denkt al aan de winter

Het is maandag heerlijk zonnig en met ruim 20 graden voelt het allesbehalve winterachtig. Toch worden er bij het Rijkswaterstaat-steunpunt in Den Bosch alvast vrachtwagens met sneeuwschuivers klaargezet. Terwijl het buiten nog aanvoelt als de zomer, is de organisatie al druk bezig met de voorbereidingen voor de koude maanden.

Rijkswaterstaat houdt deze dagen de jaarlijkse grote inspectie van alle strooiwagens, sneeuwschuivers en andere materialen die nodig zijn bij gladheid. Vanaf begin oktober moeten deze voertuigen namelijk direct inzetbaar zijn zodra het gaat vriezen of sneeuwen. “Het klinkt heel gek met dit weer, maar voor ons is dit echt de aftrap van het winterseizoen”, vertelt Wesley Maurer, adviseur gladheidsbestrijding bij Rijkswaterstaat.

De vrachtwagens en sneeuwschuivers hebben na de afgelopen winter maandenlang stilgestaan. Daarom wordt nu zorgvuldig gecontroleerd of alles nog naar behoren werkt. Dat levert soms onverwachte problemen op. “Lampjes die kapot zijn, stekkers die zijn aangetast of onderdelen die zijn vastgeroest”, somt Maurer op. Reparaties worden direct uitgevoerd.

Ook de sneeuwschuivers krijgen speciale aandacht. Die hadden afgelopen winter flink wat te verduren. Vooral begin januari sneeuwde het dagen achter elkaar. “Toen hebben we alle sneeuwschuivers maximaal moeten inzetten.” De onderkant van zo’n schuiver gaat tijdens het werk voortdurend over het asfalt en kan daardoor behoorlijk slijten.

Miljoenen kilo’s zout in voorraad

Aan strooizout is er in ieder geval geen gebrek. Alleen al in Den Bosch ligt vier miljoen kilo klaar. Verspreid over Brabant heeft Rijkswaterstaat in totaal 12,5 miljoen kilo op voorraad. Dat klinkt als een enorme hoeveelheid, maar afgelopen winter raakte bijna de hele voorraad op. In Brabant werd ongeveer tien miljoen kilo zout gebruikt, een groot deel daarvan in de eerste week van januari. In Brabant-Oost alleen al ging ongeveer 1,3 miljoen kilo de weg op.

Maurer zag toen hoe snel het voorraadniveau kon dalen. Een hoeveelheid zout waar normaal gesproken een heel seizoen mee wordt gedaan, was tijdens de sneeuwval in korte tijd verdwenen. “Na het weekend kwam ik terug en was één zoutloods leeg. Dat was wel even schrikken.”

Strooichauffeur heeft er zin in

Strooichauffeur Jan Bouwmeester kijkt alweer uit naar de winter. Zijn wagen doorstond maandag de controle zonder problemen. “Zodra die schuif er weer op zit, dan gaan we ploegen. Ik heb er zin in.” Voorlopig loopt hij nog gewoon in een T-shirt rond. Maar als het aan Bouwmeester ligt, mag er deze winter best flink wat sneeuw vallen. “Voor mij mag het heel veel zijn.”

Bekijk origineel artikel