Renovatie leidt tot conflict: 18 huurders houden bouwpersoneel buiten

In de Altena- en Hoekkampstraat in Nieuwendijk is de sfeer op dit moment zo gespannen dat de deur voor bouwvakkers letterlijk op slot zit. Achttien huurders weigeren het bouwpersoneel van woonstichting Land van Altena binnen te laten — terwijl de renovatiewerkzaamheden eigenlijk maandag zouden moeten beginnen.

Waar gaat het mis?

Land van Altena wil de woningen renoveren: nieuwe kozijnen én een nieuw ventilatiesysteem. Maar juist dat ventilatiesysteem vindt een groot deel van de bewoners niks. Ze maken zich vooral zorgen over de energierekening — en willen eerst duidelijke, transparante cijfers zien over wat het systeem echt gaat kosten. “Zonder die cijfers gaan we niet akkoord”, zegt Edwin Kuijt, die namens de groep het woord voert.

Geen handtekeningen, geen renovatie (volgens hen)

De wet zegt: voor zo’n grootschalige renovatie moet minstens 70 procent van de huurders instemmen. Van de 28 huishoudens hebben er slechts 10 hun handtekening gezet. Dat betekent volgens de bewoners: onvoldoende draagvlak. En dus: géén renovatie. Ze claimen bovendien dat Land van Altena heeft laten vallen dat ook de kozijnen niet vervangen worden bij wie het ventilatiesysteem weigert — en dat ze daarom maar drie dagen de tijd kregen om ‘ja’ of ‘nee’ te zeggen. Die termijn liep vrijdag af.

“Mensen hebben slapeloze nachten”

De spanning loopt hoog op. In een brief aan de huurders staat dat wie blijft weigeren mogelijk hoge proceskosten moet betalen — en zelfs de kosten van de vertraging. “Veel zijn geschrokken wat er in die brief stond”, zegt Kuijt. Hijzelf werd volgens eigen zeg vrijdag negen keer gebeld — en noemt het gedrag van de corporatie ‘massaal geterroriseerd’. Ook zegt hij dat directeur-bestuurder Gea Eichelsheim zijn schikkingsvoorstel binnen twee minuten afwees en ‘totale desinteresse’ toonde. De bewoners voelen zich geïntimideerd, misleid én enorm gestrest.

Wat nu?

Land van Altena overweegt een kort geding tegen de achttien huurders — maar zegt tegelijkertijd dat het ‘hopelijk kan worden voorkomen’. Maandag beslist de stichting samen met haar advocaat wat er verder gebeurt. De corporatie erkent wel dat er bezwaren zijn, en zegt open te staan voor oplossingen. Maar volgens de bewoners is het probleem al veel eerder ontstaan: bij het oorspronkelijke akkoord werd volgens hen onvoldoende onderscheid gemaakt tussen noodzakelijk onderhoud en vrijwillige renovatie.

Bekijk origineel artikel

Hitte in Death Valley wordt Fransman fataal: hij zocht hulp na autopech

Een Franse toerist is overleden in Death Valley nadat zijn auto vastliep op een afgelegen weg — en hij te voet probeerde hulp te vinden in de extreme hitte.

Wat er precies gebeurde

De man was samen met een landgenoot onderweg over de West Side Road, een rustige, afgelegen route door het nationale park. Toen hun voertuig plotseling vast kwam te zitten in de modder, waren ze helemaal op zichzelf. Geen andere auto’s, geen signalen, geen mensen in de buurt. Dus besloten ze om te gaan lopen — richting Badwater Road, over de open zoutvlakte.

Op dat moment stond de temperatuur al op een flinke 47 graden Celsius, zo meldt de National Park Service. Na ongeveer twee kilometer kon de ene Fransman niet meer verder. Zijn reisgenoot bleef wel doorlopen, wist uiteindelijk een automobilist tegen te komen op een weg, en waarschuwde meteen de autoriteiten.

Daarna ging het nationale park direct in actie: rangers lanceerden een grote zoekactie — en ook een helikopter van de California Highway Patrol werd ingezet. Helaas vonden ze de man pas nadat hij al was overleden.

Mike Reynolds, beheerder van Death Valley National Park, sprak zijn diepe rouw uit:

“Onze condoleances gaan uit naar de familie en vrienden van de overleden man. Dit herinnert ons op pijnlijke wijze aan hoe snel de omstandigheden hier gevaarlijk kunnen worden. Death Valley is een buitengewone plek — maar de hitte én de afgelegenheid maken het ook risicovol. We zijn dankbaar voor iedereen die meehielp bij de zoektocht.”

Waarom is dit zo gevaarlijk?

Op de officiële website van het park staat duidelijk: Death Valley is geen gewone vakantiebestemming. De hitte is verraderlijk — vooral als je onvoorbereid bent. Elk jaar vallen er slachtoffers, vaak omdat mensen onderschatten hoe snel uitputting, uitdroging of hitteberoerte toeslaan.

Daarom geeft het park duidelijke adviezen:
– Neem veel water mee — veel meer dan je denkt dat je nodig hebt;
– Blijf bij je pechgevallen voertuig — reddingsteams vinden een stilstaande auto veel sneller dan een persoon op een vlakte;
– Gebruik een satelliettelefoon, want mobiel bereik is er vaak gewoon niet;
– Check vooraf de weersverwachting én de parkwaarschuwingen.

En ja — drie jaar geleden maakten we al eens een video over Death Valley, toen toeristen massaal afgingen op de plaats van de hoogste ooit gemeten temperaturen op aarde.

Bekijk origineel artikel

Voor het eerst in 26 jaar: dode dwergvinvis aangespoeld op Vlieland

Het kadaver van een dwergvinvis ligt deels in het water — waardoor het met het getij blijft dobberen en af en toe weer even onder water verdwijnt. Dat is niet alleen macaber om te zien, maar ook bijzonder zeldzaam: het is de eerste keer sinds 2000 dat zo’n walvis op een Waddeneiland aan land spoelt. Toen was het ook al een dwergvinvis — precies 26 jaar geleden.

Dwergvinvissen zijn de kleinste baleinwalvissen die je in de Noordzee tegen kunt komen. Ze hebben een slank, gestroomlijnd lijf, een smalle driehoekige kop en zijn vaak verrassend nieuwsgierig: soms zwemmen ze zelfs een stukje mee met boten, steken dan hun kop boven water of maken zelfs sprongen. Meestal zwemmen ze alleen, maar af en toe ook in kleine groepjes van twee of drie.

Ze hebben geen tanden, maar wel lange baleinen in hun bek om vissen zoals zandspiering, haring, sprot en makreel te vangen. Volwassen exemplaren worden meestal 7 tot 7,5 meter lang en wegen rond de 4 à 5 ton. Je herkent ze aan hun donkere rug, lichte buik én vooral aan die opvallende witte band op hun flippers.

Hoewel er in Nederland wel vaker meldingen zijn van aangespoelde dwergvinvissen (zoals eerder dit jaar in Borssele, Zeeland), is het voor Vlieland echt een uitzondering. Daar gebeurde het voor het laatst in 2000 — dus ja, het is alweer een kwart eeuw geleden.

Voor wie denkt aan grote strandingsdrama’s: eerder trok een andere gestrande walvis, de bultrug Timmy, veel aandacht. In een video is te zien hoe een takelwagen zijn 12-tonnen zware karkas van de Deense kust sleepte.

Bekijk origineel artikel

Ad (83) klautert nog steeds op het dak: ‘Nie mauwe, gewoon doen’

De eerste keer dat je Ad Wouters ontmoet, is in zijn keurig afgewerkte voortuin in Bladel. Zijn vrouw José — een tenger, vriendelijke tachtiger — veegt rustig uitgedroogde bladeren bij elkaar. Zestig jaar zijn ze al getrouwd, en hun huwelijk straalt nog steeds warmte en gezelligheid uit. Maar Ad zelf? Die is nergens te zien op de begane grond. Hij zit boven — op het dak. Want daar ligt veel blad, en dat moet weg. Terwijl de meeste mensen op zijn leeftijd al blij zijn als ze de tuin zonder hulp kunnen oproepen, zet Ad gewoon een ladder tegen de muur… en klimt hij omhoog. Gewoon doen. Geen gezeur, geen uitvluchten. Nie mauwe, gewoon doen — dat is niet alleen een zinnetje voor hem, maar de rode draad door zijn hele leven.

Van bosknechtje tot mijnwerker

Al op elfjarige leeftijd trok Ad mee met zijn opa het bos in. Die werkte bij Staatsbosbeheer, kon nauwelijks lopen en reed rond in een invalidewagentje — maar dat weerhield hem niet. Met knielappen van oude autobanden kroop hij van boom naar boom om bomen te inspecteren. En als er eentje het niet meer deed? Dan moest Ad hem wegslepen. “Ik was zijn knechtje”, vertelt hij met een knikje. “En als dank kreeg mijn moeder af en toe een stuk varkensvlees van het dier dat hij had geslacht.”

Op zeventien ging hij werken in de steenkoolmijnen in Genk — zes dagen per week, in een busje vol Brabantse jongens. Bij mijn Zwartberg daalde hij honderden meters af, de duisternis in. “Het was bloedheet, vol ratten, en geen toilet in zicht”, herinnert hij zich. “Als je door een gang kroop waar net iemand was gaan zitten… nou, dan hoopte je op een frisse wind.”

Bouw, muziek en nooit stilzitten

Toen de mijnen dichtgingen, stapte Ad over naar de bouw. Met ruwe handen timmerde hij draagconstructies, metselde muren en bouwde huis na huis — vaak 80 uur per week, in Bladel én Hapert. “Daar lijd je niks van”, zegt hij met een glimlach. “Ik ben er toch nog?”

Opleiding? Die had hij niet — maar dat maakte hem niet uit. Hij leerde door te doen: in tuinen van anderen, met zijn handen in de aarde, groeide zijn kennis van planten, onderhoud en natuur. En dan was er nog de muziek. Als dj Don Juan zette hij ieder weekend café-dancing Dennenlucht op stelten — tot diep in de nacht. “Sommige bezoekers namen de huwelijkse voorwaarden niet zo letterlijk”, lacht hij. “Achter de dancing stond een speeltuintje met een glijbaan… die werd intensief gebruikt. En vanuit mijn draaitafel had ik een perfect zicht op alles.”

Samen met dochter Marina startte hij later — heel illegaal, maar met veel plezier — radiostation Radio Spooky, gewoon vanuit de slaapkamer. En ja, hij haalde zelfs nog drie diploma’s: hovenier, bloemschikker én tuintechnicus. ’s Ochtends werken, ’s avonds draaien, ’s middags of ’s avonds studeren — de muziek betaalde de lessen.

Pensioen? Dat betekent niet stoppen

Ad is al jaren gepensioneerd — hij sloot zijn loopbaan bij de gemeente Bladel af — maar stilzitten? Dat is geen optie. José en hij fietsen nog steeds jaarlijks 7.500 kilometer samen. De tuin, het huis, de dakgoten — alles blijft zelf onderhouden, zonder hulp van buitenaf. En die ladder tegen de muur? Die staat altijd klaar. “Ik ga ervan uit dat we samen 105 worden”, zegt hij met een knipoog naar José. “Anders komen we tijd tekort.”

Bekijk origineel artikel

Diamanten zijn voor altijd… of toch niet? Jongeren kijken anders naar edelstenen

Door Jacobien van der Kleij, redacteur Online

De klassieke uitspraak “Diamanten zijn voor altijd” klinkt nog steeds mooi — maar de realiteit ziet er anders uit. De wereldwijde diamantsector zit flink in de knoei, en dat merken juweliers én diamantairs in Nederland ook.

Een mijnschok in Zuid-Afrika

Vorige maand kondigde De Beers, ’s werelds grootste diamantbedrijf, aan dat de Venetia-mijn in Zuid-Afrika twee jaar lang dichtgaat. Die mijn levert zo’n 40 procent van alle Zuid-Afrikaanse diamanten — en nu wordt die gewoon stilgelegd. Reden? De markt voor natuurlijke diamanten zakt al jarenlang. Dat zie je ook in Antwerpen, de Europese diamanthoofdstad: vorig jaar daalde de handel met maar liefst 22 procent.

En het heeft gevolgen. Venetia is een van de grootste werkgevers in de regio — en als daar honderden banen verdwijnen (er wordt gesproken over ruim 1200), dan voelen niet alleen mijnwerkers het, maar ook hun leveranciers, lokale winkels en hele gemeenschappen. De grootste mijnvakbond NUM noemt het een verwoestende klap, en is boos: volgens hen wist De Beers al langer dat de markt in de problemen zat — en had het bedrijf eerst andere manieren moeten vinden om te bezuinigen. Overigens: in de afgelopen tien jaar zijn in Zuid-Afrika al meer dan 7000 mijnbanen verdwenen. Dat is een daling van 38 procent. Dit komt dus echt niet uit de lucht vallen.

Waarom dalen de prijzen zo hard?

Rob van Beurden, diamanthandelaar en directeur van Diamond House in Antwerpen, legt het helder uit: sinds maart 2022 is de waarde van natuurlijke diamanten bijna gehalveerd. Vooral stenen onder de twee karaat doen het moeilijk. En daar zijn meerdere oorzaken voor — waaronder de opkomst van kweekdiamanten. Die worden in laboratoria gemaakt, zien er vrijwel identiek uit als natuurlijke exemplaren, en zijn veel goedkoper.

Jongeren kiezen anders

Dat blijkt vooral bij jongeren. Generatie Z en millennials hebben simpelweg andere prioriteiten dan oudere generaties. Ze besteden hun geld liever aan kleurstenen, zilveren sieraden of ervaringen — denk aan festivals of een lange reis. “Hun focus ligt elders”, zegt Van Beurden.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: sommige jonge kopers zien een diamant nog steeds als een investering of iets wat ze later doorgeven aan hun kinderen of kleinkinderen. Ook gerecycleerde diamanten zijn populair — denk aan een oude steen van oma of moeder die opnieuw wordt geslepen of in een modern montuur gezet.

Robert den Haag, juwelier en inkoper bij Klumpers in Leidschendam, ziet het ook: diamanten worden vaak als te klassiek ervaren. Nieuwe merken zoals Miss Spring spelen juist in op subtiele kleurstenen — peridoot (die olijfgroene steen), saffieren, robijnen en blauwe spinellen zijn in trek. En ja: voor trouwringen blijft de diamant voor veel klanten wel degelijk favoriet.

De VS als barometer

De verandering is het duidelijkst in de Verenigde Staten. Daar zijn kweekdiamanten al goed voor ruim 50 procent van alle verkochte verlovingsringen. Dankzij ze is de diamant niet langer alleen weggelegd voor wie dikke portemonnees heeft. Zo verkocht bijvoorbeeld Seeman vorig jaar een kweekdiamant van 0,10 tot 0,12 karaat voor slechts 30 euro.

Maar: deze ontwikkeling heeft ook een keerzijde. Er komen steeds meer fabrieken voor kweekdiamanten — vooral in China en India — die elkaar kapot concurreren. “Op een gegeven moment implodeert die markt”, waarschuwt Van Beurden. Inmiddels komt zo’n 20 procent van alle verkochte diamanten uit een lab, volgens de Federatie Goud en Zilver.

En wat betreft duurzaamheid? Ja, kweekdiamanten hadden aanvankelijk een lagere ecologische voetafdruk dan natuurlijke. Maar nu het een massaproduct is geworden, is dat voordeel lang niet meer zo duidelijk.

Is er hoop voor de natuurlijke diamant?

Den Haag hoopt op een omslag. Hij kijkt naar de diamantprijzen, die vorige maand een lichte stijging lieten zien. “De diamant gaat het echt wel winnen”, zegt hij.

Bekijk origineel artikel

Amsterdam krijgt straks bijna de hoogste toeristenbelasting ter wereld

Een nachtje in Amsterdam wordt over een paar jaar flink duurder — niet vanwege de prijs van de kamer zelf, maar door de stijgende toeristenbelasting. De nieuwe coalitie van Pro en D66 wil het tarief stap voor stap opvoeren: van 12,5 procent nu naar 20 procent in 2031. En dat is geen klein beetje.

De gemeente heeft duidelijk een doel: minder toeristen. Al jarenlang worden de gewenste 20 miljoen overnachtingen per jaar ruimschoots overschreden. Daarnaast wil de stad dat bezoekers “een eerlijkere bijdrage leveren aan de kosten die de stad maakt”.

Maar let op: deze toeristenbelasting komt bovenop de btw op hotelovernachtingen — die dit jaar al van 9 naar 21 procent is gestegen. Dat betekent dat de totale belasting op een hotelkamer in Amsterdam over een paar jaar oploopt van 21,5 procent (vorig jaar) naar maar liefst 41 procent in 2031. Bijna een verdubbeling dus.

Hotels vinden het allesbehalve een feest. De Koninklijke Horeca Nederland (KHN) heeft zelfs al bij het kabinet aangeklopt om een landelijk maximum voor de toeristenbelasting in te stellen. Volgens KHN dreigt Nederland, met deze combinatie van hogere btw én hogere toeristenbelasting, internationaal steeds minder aantrekkelijk te worden als reisbestemming.

Een woordvoerder van de gemeente Amsterdam erkent de zorgen: “We zijn hierover in gesprek met hen en andere vertegenwoordigers van de toeristische sector.”

En ja — Amsterdam zit nu al bovenaan in Europa met 12,5 procent. Straks, met 20 procent, staat de stad bijna bovenaan op de wereldranglijst. Alleen Los Angeles (14 procent) en Bhutan (100 dollar per persoon per nacht, oftewel zo’n 87 euro) gaan haar dan nog voorbij.

Terwijl veel gemeenten een vast bedrag per persoon per nacht vragen (vaak een paar euro), of helemaal geen toeristenbelasting heffen (zo’n twintig gemeenten), kiest Amsterdam voor een percentage. En dat blijkt ook financieel zwaar te wegen: van de 654 miljoen euro die alle gemeenten samen aan toeristenbelasting innen, gaat ruim 42 procent — dus 275 miljoen — naar Amsterdam alleen. Den Haag en Rotterdam volgen ver achteraan.

Extra zuur is het voor hotels in Weesp. Tot 2022 was Weesp een zelfstandige gemeente zonder toeristenbelasting. Sinds de fusie met Amsterdam moet het dorp nu mee op de hoge tarieven van de hoofdstad — terwijl de druk van overtoerisme daar juist minimaal is. Het management van Hotel Het Hart van Weesp vindt het ongelukkig: “Wij hadden het passender gevonden als Weesp als buitengebied een eigen tarief had kunnen behouden, zodat toerisme juist verder gestimuleerd wordt.”

Geen uitzonderingen, zegt de gemeente. En het effect is al merkbaar: het hotel meldt een daling van circa 10 procent in de bezettingsgraad, mede door de combinatie van hogere btw en toeristenbelasting. En het wordt er alleen maar erger mee: “Inclusief commissies van grote boekingsplatforms bestaat bij het merendeel van de boekingen inmiddels bijna de helft van de logiesprijs uit belastingen en commissie. Bij een verdere verhoging van de toeristenbelasting zal dit zelfs ruim boven de helft uitkomen.”

Dat kan leiden tot een simpel maar effectief alternatief voor bezoekers: overnachten buiten Amsterdam. Zoals in Amstelveen — waar de toeristenbelasting 4,75 euro per persoon per nacht is, en overtoerisme geen issue is. Een woordvoerder van de gemeente: “Ontwikkelingen in Amsterdam kunnen kansen bieden. Amstelveen staat positief tegenover toerisme en nieuwe hotels die een duidelijke meerwaarde hebben voor de stad. Een verhoging van de toeristenbelasting heeft niet de voorkeur.”

Zaanstad, ten noorden van Amsterdam, volgt de lijn van de hoofdstad ook niet: “De lijn die Amsterdam hanteert volgt Zaanstad niet, omdat we ook toegankelijk willen blijven voor een brede doelgroep.”

Bekijk origineel artikel