Fors Meer Fietsongelukken in Brabant: Eindhoven Is Het Gevaarlijkst

We kunnen er niet omheen: fietsen in Brabant is een stuk riskanter geworden. Uit nieuwe cijfers blijkt dat het aantal ongelukken met fietsers flink is gestegen, en vooral in Eindhoven, Den Bosch en Helmond is het oppassen geblazen.

De cijfers liegen er niet om

Vergeleken met 2019 zijn er in Brabant bijna 35 procent meer fietsongevallen gebeurd. Dat is een stuk meer dan het landelijke gemiddelde van 28,4 procent. In totaal ging het vorig jaar om 2.500 ongelukken met fietsers in de provincie, wat neerkomt op 10,1 ongelukken per 10.000 inwoners. Maar lokaal zijn er flinke verschillen. In Eindhoven lag dat aantal op 16,6 per 10.000 inwoners, gevolgd door Den Bosch (14,4) en Helmond (14).

Waarom stijgt het aantal?

De opkomst van elektrische fietsen speelt een grote rol in deze toename. Volgens Bas Knopperts, expert fietsverzekeringen bij Independer, was bij ongeveer één op de vijf fietsongevallen een elektrische fiets betrokken. In bijna de helft van die gevallen ging het om een fatbike, die vooral onder jongeren populair is. Dat zorgt voor verschillende snelheden op fietspaden, wat extra risico’s met zich meebrengt.

Uitschieters in Waalwijk

Een opvallende uitschieter is Waalwijk. Daar steeg het aantal fietsongelukken met maar liefst 112 procent ten opzichte van 2019. In 2025 vonden er 53 ongelukken plaats in de gemeente, wat een van de hoogste stijgingen van het land is. Alleen Aalsmeer en Venray deden het nog slechter. De gemeente wil daarom ook fatbikes verbieden.

Gevaarlijke rotondes in Den Bosch

Independer bracht ook de gevaarlijkste rotondes voor fietsers in kaart, en daar zijn de Bossche rotondes opvallend slecht uit de bus gekomen. De rotonde aan de Klokkenlaan was vorig jaar goed voor 39 fietsongevallen, waarmee het de gevaarlijkste van Brabant is. Alleen een rotonde in Delft scoort nog slechter. Op plek twee staat de rotonde aan de Aartshertogenlaan met 37 ongelukken.

Volgens Knopperts is de Klokkenlaan-rotonde extra gevaarlijk omdat er dagelijks veel scholieren fietsen. Daarnaast was er bij twee op de drie ongelukken een elektrische fiets betrokken. “De combinatie van veel fietsers, verschillende snelheden en druk autoverkeer maakt de rotonde extra kwetsbaar”, zegt hij. De gemeente Den Bosch zegt maatregelen te nemen en een deel van de weg wordt dit jaar opnieuw ingericht om de verkeersveiligheid te verbeteren.

Bekijk origineel artikel

Met rugpijn op een festival staan, dat betekent vooral veel bewegen

Die voorovergebogen mensen na een dag hard dansen? Die hebben gewoon last van acute spierpijn. Het komt door vermoeidheid, rondhangen en uren in dezelfde houding op een keiharde ondergrond staan. Slaaptekort, alcohol en te weinig water drinken maken de spierverzuring alleen maar erger. Hoogleraar Ostelo vergelijkt het met een ‘slapende arm’: je spieren raken lokaal vermoeid omdat ze continu dezelfde klappen opvangen. En die zoektocht naar de ‘perfecte houding’? Daar moeten we volgens hem snel mee stoppen. “Mensen vragen vaak wat een goede sta- of zithouding is. Het antwoord is simpel: er bestaat eigenlijk niet één goede houding.”

Zijn gouden tip voor op het festivalterrein: de volgende beweging is altijd de beste beweging. “Heel lang in precies dezelfde houding zitten of staan geeft klachten. Dat zie je ook bij hardlopen, als je wervelkolom telkens dezelfde schokken opvangt.” Een rondje over het terrein lopen helpt al direct om de spanning eraf te halen.

Die acute pijn verdwijnt meestal vanzelf na een paar dagen rustig bewegen. Maar dat betekent niet dat rugpijn onder jongeren niet bestaat. “Rond de 15 tot 18 procent van de jongeren en jonge volwassenen geeft aan wel eens rugklachten te hebben”, zegt Ostelo. “Onderzoek laat over de jaren heen een hélé kleine stijging zien.” We praten er tegenwoordig vaker over omdat de wetenschap er meer aandacht voor heeft. Nek-, schouder- en rugklachten bij jongeren is iets waar we pas de laatste tien tot twintig jaar op grote schaal naar kijken. Eerder dachten we dat rugpijn iets voor vijftigers en zestigers was. “Maar het blijkt dat het al jong begint.”

Hoe het ontstaat? Dat weten we niet precies. In 90 tot 95 procent van de gevallen gaat het om ‘niet-specifieke’ rugklachten, dus zonder duidelijke medische oorzaak zoals een hernia. Vrouwen hebben iets vaker rugklachten dan mannen. En mensen met een lager inkomen hebben er vaker last van, omdat ze vaker fysiek zwaar werk doen.

Wendy Scholten-Peeters, hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, zei onlangs tegen Parool: “Belangrijk om te beseffen is dat de rug niet kapot gaat door een festival of stedentrip.” Ze vergelijkt festivalklachten met een stedentrip: “Dat is de ‘festivalversie’ voor ouderen als het gaat om het ontstaan van rugpijn.”

Hebben we door onze huidige leefstijl sneller last van een stijve rug? Dat weten we nog niet goed, volgens Ostelo. Maar er zijn wel patronen te zien: meer schermtijd, minder bewegen, thuiswerken met een slechte houding en obesitas kunnen allemaal een rol spelen. Ook werkstress en prestatiedruk zorgen ongemerkt voor meer spierspanning.

Hoewel acute pijn meestal vanzelf overgaat, is er één reden om alert te blijven. “We weten dat een van de belangrijkste factoren voor een volgende periode van rugpijn een eerdere periode rugpijn is”, zegt Ostelo. Australische onderzoekers ontdekten dat wandelen het risico op terugkerende lage rugpijn met 28 procent verlaagde.

“Onze maatschappij maakt het ons steeds makkelijker om niet te bewegen, want gemak dient de mens”, zegt Ostelo. Een perfecte oplossing is er niet, maar het Australische onderzoek biedt perspectief: “We zien dat simpele dingen, zoals vaker wandelen in het dagelijks leven, enorm helpen om te voorkomen dat klachten terugkeren.” Wandelen is dus niet saai, het is gewoon slim.

Bekijk origineel artikel

Veiligheid op straat, jaar na Lisa: ‘Mannen en vrouwen leven in andere wereld’

Thomas Michel, redacteur Online Vandaag is het precies een jaar geleden dat de 17-jarige Lisa uit Abcoude om het leven kwam toen ze ’s nachts na een avondje uit in Amsterdam naar huis fietste. Haar dood zorgde voor een grote maatschappelijke discussie over de veiligheid van vrouwen. Naast die discussie was er ook veel aandacht voor de rol van mannen en hoe zij zich in de openbare ruimte gedragen.

Dat gesprek wordt sindsdien vaker gevoerd, zegt Bas Zwiers van Emancipator, het expertisecentrum voor mannenemancipatie. Hij merkt dat mannen zich sinds Lisa’s dood en het initiatief ‘Wij eisen de nacht op’ bewuster zijn van hun positie in de publieke ruimte. Het centrum verzorgt trainingen op scholen en bij bedrijven, waarbij medewerkers met jongens en mannen praten over hun rol in de samenleving. Dankzij het maatschappelijke debat over vrouwenveiligheid – dat na vorig jaar een vlucht nam – hoeft Emancipator minder uit te leggen waarom zo’n training nodig is. “Vroeger vroegen jongens op scholen: waarom krijgen we hier een training over? Nu hoor je dat minder.”

Toch ziet Zwiers bij trainingen op scholen dat jongens zichzelf vaak niet als het probleem zien. “Maar wanneer vrouwen vertellen over wat zij meemaken, wordt duidelijk dat mannen en vrouwen niet in dezelfde wereld leven.” Uit een enquête van NOS Stories bleek dat een deel van de vrouwen zich op sommige plekken onveilig voelt en vaak iets bij zich draagt om zichzelf te beschermen – meestal zijn dat sleutels. Op scholen ziet Zwiers dat jongens verbaasd zijn als ze dit horen. “Dan zeggen ze: wat vervelend dat jij dit meemaakt. Wij proberen dan het gesprek aan te gaan over wat mannen kunnen doen zodat vrouwen zich veiliger voelen in de publieke ruimte.”

Als voorbeeld noemt hij het ’s avonds in het donker van het station naar huis lopen. Voor mannen voelt dat meestal niet onveilig, maar voor een vrouw vaak wel, omdat er op straat ook mannen lopen die kwaad in de zin kunnen hebben. “Ik leg uit dat een man het verschil kan maken door de pas in te houden of aan de andere kant van de straat te lopen, zodat de vrouw niet het gevoel heeft dat ze achtervolgd wordt.”

Daar komt bij dat bij het ontwerpen van publieke ruimtes het perspectief van vrouwenveiligheid vaak niet is meegenomen, stelt onderzoeker Eva James. Uit een rondgang van de NOS en Nieuwsuur enkele maanden na de dood van Lisa bleek dat meerdere grote gemeenten op plekken die als onveilig werden ervaren, maatregelen hebben genomen om de veiligheid van vrouwen en meisjes op straat te vergroten. Zo kwam er meer verlichting en werden struiken beter gesnoeid. Maar, zegt James: “Het is ingewikkelder dan dat.” Om veiligere openbare ruimtes te krijgen, is volgens haar een systeemverandering nodig waarbij de vrouwelijke blik wordt meegenomen. Die verandering is complex, maar James ziet een positieve ontwikkeling. Zo noemen gemeentes in hun coalitieakkoorden sociale veiligheid in het fysieke domein vanuit het vrouwelijk perspectief, en houden vervoersregio’s rekening met hoe vrouwen thuiskomen als ze ergens zijn geweest.

Zwiers en ook Danique de Jong van ‘Wij eisen de nacht op’ noemen de dood van Lisa “een vreselijke gebeurtenis”, maar benadrukken dat dit soort incidenten relatief weinig voorkomt. Ze wijzen erop dat geweld tegen vrouwen vooral gebeurt in situaties waarin slachtoffer en dader elkaar kennen. “In de weken daarvoor waren meerdere gevallen van femicide, terwijl daar een stuk minder commotie om was”, zegt Zwiers. De Jong vond het belangrijk om het gesprek over vrouwenveiligheid verder aan te wakkeren. Ze ziet dat er een groep mannen is die zich niet aangesproken voelt als het om dit onderwerp gaat, maar ook een groep die zich steeds bewuster is van hun positie in de openbare ruimte. “Als vrouw ben je voor de zekerheid bang, omdat de kans aannemelijk is dat er iets gebeurt en je weet niet wie wel en wie geen kwaad in de zin heeft”, zegt ze.

Zwiers vindt daarom dat mannen verder moeten gaan dan het ‘geen dader zijn’ en elkaar actief moeten aanspreken op gedrag dat onveilig kan voelen voor vrouwen. “Het allerbelangrijkste is dat mannen nieuwsgierig naar zichzelf kijken en zien welke rol en invloed ze hebben in dit systeem”, zegt De Jong. “Geweld tegen vrouwen is zo groot en diepgeworteld, dat kunnen we alleen verminderen als we allemaal helpen.”

Binnenland

Bekijk origineel artikel

Cees van Casteren: Van bierslobber tot wereldwijde wijnexpert

Dat een Tilburger ooit zou uitgroeien tot een van de meest gerespecteerde wijnkenners ter wereld, lag bepaald niet voor de hand. Tijdens zijn studententijd dronk Cees van Casteren vooral bier, maar inmiddels behoort hij tot de 420 Masters of Wine wereldwijd. Wekelijks reist hij als expert de wereld over om wijn te proeven en producenten te adviseren.

De titel Master of Wine wordt uitgegeven door het Britse Institute of Masters of Wine . De opleiding is zwaar en volgens Cees van Casteren (64) ligt het slagingspercentage rond de 14 procent. Tijdens de opleiding kreeg Van Casteren les in de theorie achter de wijn, proefde hij de wijnen blind en schreef hij een scriptie.

Op dit moment zijn er 420 Masters of Wine in de wereld. Zijn worden gezien als dé wijnexperts. In een garage achter in zijn tuin bewaart Van Casteren zijn grote geheim. In zijn wijnkelder staan meer dan tweeduizend flessen uit alle windstreken van de wereld, die netjes bij een temperatuur van veertien graden worden bewaard. Maar wie nu verwacht dat deze wijnflessen in luxueuze rekken liggen, heeft het mis.

Van Casteren houdt niet van opsmuk en dus staan er allerlei oude frisdrankkratten gevuld met wijn. “Ik heb gekozen voor een eenvoudige opzet. Maar wat erin ligt, is wel speciaal. Ik geef het geld liever uit aan wat erin ligt.” Die nuchtere houding loopt als een rode draad door zijn leven, zelfs nu hij behoort tot een uiterst exclusieve groep wijnkenners.

Een van zijn favoriete wijnen staat boven op een krat. Een D’Oliveiras Malvasia Madeira uit 1900 met een waarde van duizend euro. Die smaakt naar rozijnen, gedroogde vijg, laurier, kruidnagel, Marokkaanse kruiden, pruimedanten, hazel- en walnoten en cappuccino. Zo’n fles drinkt hij het liefst op… in zijn eentje. “Er zijn maar weinig mensen die dit kunnen waarderen. Ik kan deze fles openmaken, een halfjaar in de vensterbank zetten en opnieuw een slokje nemen zonder dat hij veranderd is. Sommige wijnen drink je het liefst met jezelf.”

Van Casteren weet waar hij over praat. Aan de muur van zijn huis in Tilburg-Noord hangen schilderijen waarop mensen wijn proeven. In de werkkamer hangt een certificaat van Master of Wine, dat wordt gezien als de hoogste titel binnen de internationale wijnwereld. Van Casteren behaalde die titel in 2012. Op dit moment dragen slechts 420 mensen ter wereld de prestigieuze titel, onder wie drie Nederlanders.

Dat de in Schaijk geboren Van Casteren in de wijnwereld terechtkwam, is puur toeval. Tijdens zijn studie in Tilburg dronk hij voornamelijk bier. Pas nadat zijn leven serieuzer werd, ontstond de passie voor wijn. Op dat moment was hij werkzaam in de parfumwereld en werd hij daarvoor naar de Verenigde Staten gestuurd. Daar ontmoette hij de topman van Sherry-Lehmann, destijds dé leverancier van topwijnen in New York.

In een bar ging het gesprek al snel over wijn en de directeur voelde de liefde voor wijn bij Cees. Hij wilde hem graag in zijn managementteam. Maar het enige wat daarvoor telde, was ervaring. ” Which you have none “, zei de CEO tegen Cees, die zich uiteindelijk aanmeldde bij het Institute of Masters of Wine omdat hij het ‘juiste hart voor wijn had’ en zo de nodige ervaring kon opdoen. Na een strenge en zware opleiding van meer dan acht jaar behaalde hij in 2012 het felbegeerde certificaat.

Dankzij zijn titel reist hij wekelijks de wereld rond als wijnexpert. Hij adviseert grote wijnproducenten, helpt bij het samenstellen van wijnen, geeft trainingen, schrijft boeken en verzorgt lezingen. Zo is hij elke maand te vinden in Zuid-Amerika en gaat hij komende week naar Wiesbaden in Duitsland om daar de Grosse Gewächs wijn te proeven. Volgens hem de absolute top van Duitsland. “Elke dag proef ik tweehonderd wijnen. Dat drie dagen lang.”

Proeven versus drinken

Bang om de volgende ochtend met een kater wakker te worden, is hij niet. Volgens de expert zit er een groot verschil tussen proeven en drinken. “Als ik proef, proef ik en spuug ik uit. Als ik drink, slik ik het ook door. Dat doe ik ongeveer twee dagen per week. Maar wel met mate, want ik ken de gevaren. Ik ben er elke dag mee bezig.”

Waar de meeste mensen een speciale wijn bewaren voor bijzondere momenten, doet Van Casteren daar niet aan. “Ik bewaar geen wijnen voor Kerst of andere bepaalde dagen. Ik drink waar ik zin in heb. Het leven is te kort. Je moet wijn drinken als je er zin in hebt.”

Bekijk origineel artikel

Tragische nacht in Kyiv: Twaalf doden, waaronder een geraakt kinderziekenhuis

Wat een verschrikkelijke nacht heeft Oekraïne achter de rug. Bij een nieuwe reeks Russische luchtaanvallen op de hoofdstad Kyiv zijn zeker twaalf mensen om het leven gekomen en tientallen anderen gewond geraakt. De nacht stond volledig in het teken van inslagen, ballistische raketten en drones die de stad aan flarden probeerden te scheuren.

Volgens The Kyiv Independent waren er net na middernacht en vroeg in de ochtend series explosies te horen, met een duidelijke rookgeur die door de stad trok. De dreunen waren zo hevig dat huizen op hun grondvesten trilden en autoalarmen massaal afgingen. Het luchtalarm bleef tot in de vroege ochtenduren actief, waardoor veel inwoners urenlang in schuilkelders zaten.

De schade is enorm. Neervallende munitie zorgde voor meerdere branden bij wooncomplexen. Van een negenverdiepingen tellend flatgebouw in het centrum zijn de bovenste twee etages praktisch verdwenen. Maar het meest hartverscheurende nieuws komt van burgemeester Vitali Klitsjko: ook een kinderziekenhuis is geraakt. Daar liggen de ruiten eruit en staan auto’s op het terrein in brand. Ook de oostelijke voorstad Brovary werd getroffen, waar zeker één dode is gevallen. De brandweer in Kyiv had de handen vol aan meerdere grote branden tegelijk.

Rusland claimt militaire doelen, Oekraïne zwijgt

Het Russische ministerie van Defensie beweert dat het zich richtte op militaire doelwitten in en rond Kyiv. Ze zeggen onder meer een fabriek voor drone-onderdelen, een militair depot en een logistiek knooppunt te hebben geraakt. Oekraïne heeft vooralsnog niet gereageerd op deze claim.

Dag van rouw afgekondigd

Burgemeester Klitsjko heeft voor morgen een dag van rouw uitgeroepen in Kyiv. Alle vlaggen op gemeentelijke gebouwen gaan halfstok en er is een volledig verbod op entertainment. Op zijn Telegram-kanaal schrijft hij dat alle vormen van vermaak op 21 augustus verboden zijn in de stad.

Munitietekort speelt Rusland in de kaart

De timing van deze aanvallen is niet toevallig. Rusland speelt in op het nijpende tekort aan munitie dat Oekraïne heeft om ballistische raketten te onderscheppen. Deze raketten zijn extreem snel en daardoor lastig neer te halen. De afgelopen dagen werden ze steeds vaker ingezet tegen doelen in de hoofdstad. Zo ging in de nacht van zaterdag op zondag nog een bekende boekenmarkt bij het Pochaina-metrostation in vlammen op.

Het Amerikaanse Patriot-systeem is de beste verdediging tegen dit soort raketten, maar Oekraïne heeft simpelweg te weinig interceptors. Op aandringen van president Zelensky heeft president Trump toegezegd dat Oekraïne de raketten zelf mag produceren, maar de VS betalen daar niet aan mee. Een lastige situatie, die nu letterlijk levens kost.

Bekijk origineel artikel

Weercodes: overdreven of toch niet?

Iedereen kent het wel: je checkt de weersverwachting en ziet een felle oranje of zelfs rode code op de kaart. Je maakt je op voor het ergste, haalt de kaarsen en zaklampen tevoorschijn, maar uiteindelijk valt het reuze mee. Die ervaring delen veel Nederlanders, blijkt uit nieuw onderzoek. Sterker nog, bijna de helft van ons laat zich zelfs bij een code rood niet meer tegenhouden om de deur uit te gaan.

Een jaar vol waarschuwingen

We hebben dit jaar al bijzonder veel te maken gehad met zwaar weer. Tot nu toe zijn er al dertien forse waarschuwingen uitgegaan: elf keer code oranje en twee keer code rood. Dat is opvallend veel. Ter vergelijking: sinds 2010 geeft het KNMI gemiddeld zo’n acht van die waarschuwingen per jaar. Dat gemiddelde lag dit jaar al in februari achter ons.

Het gevolg? Ruim vier op de tien Nederlanders (43%) vindt dat er te veel gewaarschuwd wordt. En die frustratie is goed te begrijpen, zegt opiniepeiler Gijs Rademaker. “Zes op de tien mensen zeggen regelmatig mee te maken dat er code oranje was, terwijl er bij hen in de buurt nauwelijks iets gebeurde. Een belangrijke reden is dat die codes per provincie worden afgegeven, terwijl het weer lokaal flink kan verschillen.”

En dat roept de vraag op: wat is zo’n waarschuwing nog waard als jouw ervaring telkens anders uitpakt?

Code rood-inflatie

Bij een code rood voor storm of onweer geeft de helft van de mensen aan zoveel mogelijk thuis te blijven en afspraken af te zeggen. Maar de andere helft? Die trekt zich er weinig van aan en gaat gewoon op pad. “Je zou kunnen spreken van een soort code rood-inflatie,” legt Rademaker uit. “Een deel (30%) houdt nog wel rekening met de weersomstandigheden en keert om als het echt misgaat. Maar bijna één op de zes zegt stellig: mijn afspraken gaan gewoon door, ook bij code rood.”

Die houding is niet voor iedereen gelijk. Vooral mannen laten zich niet snel door een weercode tegenhouden. Bij code rood laat 24% van de mannen al zijn afspraken in principe gewoon doorgaan, tegenover 11% van de vrouwen.

Toch wil bijna niemand de waarschuwingen helemaal kwijt. “We klagen behoorlijk over de codes en lang niet iedereen past zijn plannen erop aan,” zegt Rademaker. “Maar afschaffen? Dat wil bijna niemand. Als er echt gevaarlijk weer aankomt, wil een grote meerderheid dat wél graag weten.”

Waar willen we wél voor gewaarschuwd worden?

Het onderzoek laat zien dat we vooral zijn gericht op gevaarlijke omstandigheden in de winter en bij stormen. Zo wil 85% een waarschuwing voor ijzel en gladheid, 80% voor zware wind en storm en 76% voor hevige sneeuwval. Ook voor zware onweersbuien is er veel steun: 70% wil hier graag over geïnformeerd worden.

Extreme hitte wordt minder belangrijk gevonden: 56% wil hiervoor gewaarschuwd worden. Voor extreme kou is dat 46% en voor zware regenbuien slechts 44%. Een kleine groep van 4% wil voor geen enkele weersituatie een waarschuwing ontvangen.

Verandering op komst

Er staat volgens Rademaker wel iets belangrijks te gebeuren: “De weercodes worden binnenkort niet meer per provincie gegeven, maar veel plaatselijker. Dat zal denk ik veel frustratie wegnemen.” Die aanpassing kan ervoor zorgen dat een waarschuwing weer echt relevant wordt voor jouw eigen buurt, in plaats van een algemene oproep voor een hele regio.

Het onderzoek is uitgevoerd door het RTL Nieuwspanel, in samenwerking met Buienradar en het KNMI. Ruim 20.000 mensen namen deel aan het onderzoek, dat na weging representatief is voor leeftijd, geslacht, opleiding, werkzaamheid en politieke voorkeur.

Bekijk origineel artikel