Twee Oekraïense pleegjongens (15 en 20) overleden na ongeluk in de Zandenplas bij Nunspeet: ‘Lieve jongens’
RTL Nieuws meldde gisteren dat twee jongens tijdens het zwemmen in de Zandenplas bij Nunspeet in nood raakten. Ze werden met ambulances naar ziekenhuizen in Utrecht en Zwolle gebracht. Op beelden was te zien dat minstens één van beiden ter plekke werd gereanimeerd. Dat beide jongens later die dag overleden, noemt een coördinator van de lokale ondersteuning ‘vreselijk’.
De twee waren in Oekraïne officieel als wees geregistreerd en woonden sindsdien bij een Oekraïns gezin — biologisch gezien waren ze geen broers. Hun namen zijn niet bekendgemaakt. Toen de oorlog in 2022 begon, vluchtte het gezin naar Nederland en vestigde zich in Nunspeet.
“Ze worden herinnerd als hartelijke en lieve jongens”, zegt de coördinator. “Ze hadden een plekje bij ons in de kerk. Eén van de jongens vond het geweldig om de koster te helpen en ging elke zondag naar de Oekraïense mis. Het waren gewoon hele fijne knullen.”
Getuigen zagen de twee onder water verdwijnen en niet meer bovenkomen. Duikteams van de brandweer uit de regio werden ingezet om hen uit het water te halen. Volgens de coördinator lagen ze driekwartier in het water. Op foto’s die rondgaan in de media is de vader en het broertje uit het gezin te zien — of zij op dat moment bij de plas waren, weet hij niet.
“Op Facebook zag ik van de 20-jarige een filmpje waarop ze aan het zwemmen waren. Dat bleek vlak voor het ongeluk opgenomen.”
Hoe goed de jongens konden zwemmen, is onduidelijk. “Toen de Oekraïense gezinnen naar Nunspeet kwamen, hebben we er bij de gemeente op aangedrongen dat ze moesten leren zwemmen. Nunspeet is heel rijk aan water, en zwemmen is hier gewoon een normaal onderdeel van het leven.”
Jennifer Elskamp, loco-burgemeester van Nunspeet, reageerde:
“Met grote verslagenheid hebben wij kennisgenomen van deze tragische gebeurtenis. Onze gedachten gaan allereerst uit naar dit gezin. Geen woorden kunnen het verdriet beschrijven dat dit verlies veroorzaakt. Wat een veilige toekomst in Nederland had moeten zijn, is voor dit gezin veranderd in een groot verdriet. Als gemeente staan we dit gezin bij en bieden we waar mogelijk ondersteuning.”
Of de jongens in Nederland blijven of in Oekraïne worden begraven, is nog onduidelijk. Daarover is vandaag contact gezocht met de gemeente Nunspeet.
De Zandenplas is een populaire plek om te zwemmen. Aan omstanders is slachtofferhulp aangeboden. “Veel mensen hebben het zien gebeuren. Het is een ingrijpend incident”, zei een politiewoordvoerder gisteren.
In de video hieronder zie je beelden vlak na de reddingsoperatie:
Na de zonsverduistering: een nacht vol vallende sterren
Gisteravond was het niet alleen een feest voor de zonsverduistering — de hemel bleef gewoon doorgaan met zijn show! Direct daarna, in de heldere nacht die volgde, stortten de Perseïden zich in grote getale op de aarde. Deze jaarlijkse meteorenzwerm gaf een prachtig vervolg op het zonnespektakel, en in veel delen van Nederland was het een waar genoegen om ernaar te kijken.
Op verschillende sterrenwachten, zoals Cosmos in Lattrop (aan de grens met Duitsland), waren de deuren gisteravond al open voor mensen die de verduistering wilden meemaken — en die kregen er meteen een extraatje bij: na afloop konden ze blijven om samen naar de vallende sterren te kijken. De bezoekers kwamen goed voorbereid: met dikke truien, dekens, klapstoelen en veel geduld.
Ook in Brabant — denk aan Beek en Donk — was de sterrenregen duidelijk zichtbaar. Soms zelfs met een kleurrijk lichtspoor, wat het gebeuren nog spectaculairder maakte. En het was zeker geen Nederlandse zaak alleen: over de hele wereld trokken mensen samen naar donkere plekken om de Perseïden te spotten — van de Al-Khatim-woestijn in Abu Dhabi tot de tv-toren in Hilversum, waar Albert Bos en Peter Kuipers Munneke live verslag deden van zowel de verduistering als de aansluitende sterrenregen.
Binnenland
Deel artikel: Advertentie via Ster.nl (opent in nieuw venster)
Rusland en Oekraïne raken elkaars graanhavens – een gevaarlijke escalatie op zee
Rusland heeft vannacht de havenstad Izmajil in het zuiden van Oekraïne aangevallen — de grootste Oekraïense haven aan de Donau. Volgens lokale autoriteiten brak er bij de aanval brand uit en ontstond er aanzienlijke schade. Izmajil speelt een belangrijke rol in de graan- en grondstoffenhandel van Oekraïne, vooral sinds de oorlog de toegang tot andere havens beperkte.
Deze Russische aanval komt precies één dag nadat Oekraïne zelf toesloeg op de Russische havenstad Novorossiejsk, een cruciaal knooppunt voor de graanexport in het Russische deel van de Zwarte Zee. Op radarbeelden zag de Roemeense defensie vannacht een vliegend object — waarschijnlijk een Russische drone — het Roemeense luchtruim binnendringen. Het bleef ongeveer tien minuten boven Roemenië hangen voordat het richting Oekraïne vloog. Kort daarna klonken er explosies in de regio. Roemenië, als lid van zowel de NAVO als de EU, reageerde meteen: twee gevechtsvliegtuigen werden opgestuurd, meldt het Roemeense ministerie van Defensie.
Tegelijkertijd claimt Rusland dat het vannacht 362 Oekraïense drones heeft neergehaald in verschillende regio’s — een enorm aantal, ook al is dat cijfer moeilijk te verifiëren.
Wat gebeurde er in Novorossiejsk?
De grote Oekraïense aanval op Novorossiejsk vond plaats in de nacht van dinsdag op woensdag. Volgens lokale functionarissen zijn er drie doden gevallen, waaronder een 8-jarig kind, en 24 gewonden. Twee belangrijke graanexportterminals raakten beschadigd — een groot graanhandelsbedrijf bevestigde dit aan TASS, een ander aan Reuters en RBK. Er wordt ook gespeculeerd dat de aanval ook de laatste grote Russische marinebasis aan de Zwarte Zee trof.
Oekraïense president Zelensky sprak over een “unieke operatie” waarbij raketten, straaljagers én drones werden ingezet. Hoewel hij niet specifiek naar de graanterminals verwees, benadrukte hij wel dat “de bezettingsvloot en alle ondersteunende infrastructuur niet veilig zullen zijn zolang de Russische agressie voortduurt”. Het Oekraïense leger meldde dat vier Russische oorlogsschepen — waaronder twee fregatten — getroffen zijn.
Wat betekent dit voor de graanhandel?
Na de aanvallen van gisternacht kondigde het Russische ministerie van Landbouw aan dat het werkt aan het omleiden van vrachtstromen naar havens in de Oostzee en de Kaspische Zee — zowel per schip als over land. Het ministerie noemde de Oekraïense aanvallen niet expliciet, maar sprak wel over het “rekening houden met de huidige logistieke beperkingen”.
Novorossiejsk is niet alleen een graanhaven, maar ook de belangrijkste thuishaven van de Russische Zwarte Zeevloot — vooral sinds Rusland de vloot eerder moest evacueren uit Sevastopol op het bezette Krim-schiereiland, omdat die basis te kwetsbaar bleek voor Oekraïense aanvallen.
Deze wederzijdse slagen op graanhavens vormen een nieuwe fase in de oorlog: na een periode van relatieve rust in de Zwarte Zee, lijkt de escalatie deze zomer weer op te spelen.
Tim (21) zet de ijstraditie voort — met een eigen zaak, veel energie en een flinke scheut zelfvertrouwen
De 21-jarige Tim Kees uit Best is de vierde generatie in een echte ijsfamilie. En ja — hij heeft echt een ijssalon op zijn naam: Timmeez, die sinds afgelopen maart zijn plek heeft gevonden middenin Best. “Het is niet te bevatten hoe lekker het loopt”, zegt hij met een brede glimlach terwijl hij een hoorntje vol crunchycaramel-ijs volschept.
Tim studeert tegelijkertijd bedrijfskunde en foodbusiness aan de HAS in Den Bosch — maar zijn echte lesgeven gebeurt achter de toonbank. Van maandag tot zaterdag (met uitzondering van maandag, zijn enige vrije dag) staat hij minstens 12 uur per dag in de ijssalon: ijs maken, verkopen, socials beheren, familie coördineren… en af en toe een biertje drinken met vrienden — want ja, hij is pas 21.
Een familiegeschiedenis die smelt in elke lepel
Tim’s overgrootopa begon al met ijs, zijn opa opende ijssalon Kees in Geldrop, zijn oom nam die over, en zijn vader bleef de traditie levend houden. “Ik wilde die lijn voortzetten”, vertelt Tim trots. “Niet omdat ik moest, maar omdat ik er écht zin in heb.”
En dat merk je: sinds de opening heeft hij elke dag geld verdiend. Een droomstart? Absoluut. Maar ook een heleboel werk — en een beetje anders leven dan veel van zijn leeftijdsgenoten. Feestjes worden vaak overgeslagen, maar daar ruilt hij graag voor de blik van iemand die net zijn eerste hap amarena-ijs neemt en zegt: “Dit is beter dan wat ik in Italië had.”
Een beetje arrogantie? Ja — maar wel een gezonde dosis
“Eigenlijk heb ik nog nooit klachten gehad over het ijs. Dat klinkt een beetje arrogant, hè?” lacht Tim. En ja — het klinkt inderdaad een tikkeltje zelfbewust. Maar hij haast zich meteen te verduidelijken: “Ik zeg niet dat ik het beter kan dan de Italianen. Ik ben gewoon ontzettend blij dat mensen ons met Italianen vergelijken.”
En die vergelijking komt niet uit de lucht vallen: Tim en zijn team maken dagelijks zo’n vijftig bakken ijs — van klassiekers als cookie blauwe bes tot creatieve combinaties die op social media viral gaan. En ja, die video’s over ‘de jongste ijsbaas van Brabant’ zijn al bijna een half miljoen keer bekeken. “Dat komt vooral door mijn broertje en zijn vriendin”, zegt Tim. “Zij zeggen wat ik moet zeggen en doen. En de reacties? Vooral erg lachen. Ze vinden me heel knap — en dat vind ik erg lief.”
Familie, vrienden en een team dat samen ijs draait
Timmeez is geen soloproject. Zijn broertje staat naast hem achter de toonbank, diens vriendin helpt mee, en ook Tim’s ouders zijn regelmatig in de zaak te vinden. “Ik ben ook de baas van één van mijn beste vrienden”, geeft hij toe — maar hij noemt zichzelf liever niet ‘de grote baas’. “Ik luister goed, ben meegaand, en we maken het samen.”
Na dit eerste jaar is Tim er nog lang niet klaar mee. Groot worden? Ja, graag. Meer vestigingen? “Dat durf ik al rustig te dromen”, zegt hij — maar dan met een knipoog: “Laten we het eerst maar even bij Best houden. Het is al druk genoeg.”
We luiden een nieuw tijdperk in: Duitsland wil écht ‘geheime’ spionnen
“We luiden een nieuw tijdperk in. We maken van onze inlichtingendiensten échte geheime diensten.”
Zo klinkt het vrijwel letterlijk van minister Alexander Dobrindt, Duitsland’s minister van Binnenlandse Zaken — en ja, hij leek woensdagmiddag best wat nerveus toen hij dat zei. En terecht: de regering legt een ambitieus wetsvoorstel op tafel waarbij de Duitse inlichtingendiensten ineens veel verder mogen gaan dan tot nu toe toegestaan was.
Tot nu toe zijn de Duitse spionnen vooral waarnemers: er is een binnenlandse, een buitenlandse én een militaire dienst — maar alle drie mogen ze alleen signaleren, niet ingrijpen. Stel: de binnenlandse dienst ontdekt een mogelijke terrorist. Dan mogen ze hem niet hacken, zijn woning niet doorzoeken, en zeker geen arrestatie uitvoeren. Ook kunstmatige intelligentie gebruiken? Dat is voorlopig helemaal verboden. Volgens de regering werkt dat simpelweg niet meer — dus komt er nu een flinke stap vooruit: in één klap krijgen de diensten nieuwe bevoegdheden om daadwerkelijk actief te worden.
Hoe sterk staan de Duitse spionnen nu eigenlijk?
Niet slecht, hoor — maar wel relatief. Vorige maand stond Duitsland op plaats vijf in een Europese ranglijst van beste inlichtingendiensten (van het Franse tijdschrift L’Express), achter het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland én Oekraïne. Toch begrijpt Vlaamse inlichtingenexpert Kenneth Lasoen volledig waarom Duitsland meer wil. “Het komt zelfs rijkelijk laat, als je het mij vraagt.” Hij vergelijkt het met een voetbalwedstrijd: “Rusland, China, Iran en Noord-Korea kunnen vrij voetballen — de Duitse spelers hebben altijd touw om hun benen.” Gevolg? Vaak moeten ze op informatie van bondgenoten vertrouwen.
Waarom nu écht iets veranderen?
Dobrindt noemde tijdens zijn presentatie de dreigingen die Duitsland dagelijks onder ogen ziet: spionage, sabotage, cyberaanvallen en geheime operaties van buitenlandse mogendheden — allemaal gericht op destabilisatie, schade en politieke of maatschappelijke veranderingen in Duitsland.
Maar er is ook een historische context die niet mag worden genegeerd. Zoals Hanco Jürgens van het Duitsland Instituut uitlegt: na de Gestapo onder de nazi’s én de Stasi in de DDR zijn Duitsers extreem wantrouwend tegenover machtige geheime diensten. Daarom zijn de bevoegdheden bewust beperkt gehouden — en daarom is dit wetsvoorstel ook zo gevoelig.
Kritiek, zorgen en politieke spanningen
De oppositie is scherp. Voor Die Linke gaat het plan “elke redelijkheid te boven”: “Dat juist de instantie die het moeilijkst te controleren is, de meest vergaande bevoegdheden krijgt, is gevaarlijke waanzin.” En: “We mogen niet zomaar kopiëren wat anderen doen. Aan de scheiding tussen inlichtingendiensten en politie mag niet worden getornd.”
Tegelijkertijd staat de regering onder druk — vooral na recente incidenten. Eind juli vond er tijdens de Pride-parade in Berlijn een dodelijke aanslag plaats, gepleegd door een islamist die bij de autoriteiten al bekend was. En vorige week werd op de luchthaven van Leipzig een met explosieven beladen drone gevonden bij een Oekraïens vrachtvliegtuig. Daarom krijgen de diensten in het voorstel ook expliciet de bevoegdheid om onbemande vliegtuigen op te sporen, te jammen, over te nemen of fysiek neer te halen.
Jürgens ziet daarin ook een laagje law and order-politiek: “Bedoeld om rechtse kiezers binnenboord te houden.”
En nu: geen ‘license to kill’, maar wel meer vuurkracht
Een misverstand dat sommige Duitse media woensdag verspreidden: Duitse spionnen krijgen géén ‘license to kill’. Die bevoegdheid bestaat wel — bijvoorbeeld bij de Amerikaanse, Britse, Franse en Oekraïense diensten — maar wordt nooit door één agent beslist. Er loopt een lang tracé van toetsing en goedkeuring via speciale commissies.
Wat wél komt, is dat speciaal opgeleide agenten straks fysiek geweld en wapens mogen gebruiken — bijvoorbeeld ter zelfverdediging tijdens operaties of bij de beveiliging van eigen gebouwen. Dat is overigens niets nieuws: de Nederlandse én Belgische geheime diensten hebben die bevoegdheid al lang.
Wat nu?
Het Duitse parlement moet nog stemmen over de wet. Als alles volgens plan verloopt, gaan de nieuwe bevoegdheden vanaf 2027 van kracht.
Na de aanslag op de Pride in Berlijn deden ooggetuigen hun verhaal:
Hier draait alles om de Zomerspelen: ‘Heel het dorp leeft mee’
Wie Dongen binnenstapt, merkt het meteen: het is de week van de Zomerspelen. Straten dansen in geel — vlaggetjes wapperen, ballonnen zweven, en op bijna elke ruit prijken affiches met een knusse, feestelijke boodschap. Want ja: de 65e editie van deze grote zomervakantie-klasse is officieel van start! En wat een start: bijna 1.600 kinderen doen dit jaar mee. Zo populair is het, dat er zelfs een wachtlijst is voor vrijwilligers — ja, echt waar!
De Hoge Ham: een ontbijtplek vol leven
Op de Hoge Ham staat een lange rij tafels klaar — over een afstand van maar liefst driehonderd meter. Rond kwart over negen is het er nog rustig… maar een kwartier later? Dan is alle rust verdwenen. Muziek klinkt uit de boxen, kinderen zitten aangeschoven, en het speciale jubileumontbijt wordt geserveerd. Kaas, vlees, eierkoeken, appelsap — alles staat erop. En Jamal (10) heeft al flink genoten: “We eten met alle kinderen van de Zomerspelen. Ik heb al een lekkere eierkoek gegeten!”, vertelt hij stralend.
Alyanna (10) is ook helemaal in haar element: “Al mijn vrienden en vriendinnen doen mee. Anders zou ik me hier in de vakantie écht vervelen — dan ga ik thuis zeuren, en dat vindt mijn moeder niet leuk.” Met een brede glimlach zegt ze het — alsof de Zomerspelen simpelweg de beste remedie zijn tegen saaie dagen.
Een wachtlijst voor vrijwilligers? Ja, hoor!
Al 65 jaar lang blijft het evenement trekken — niet alleen bij kinderen, maar ook bij volwassenen die graag hun handje willen laten zien. Dit jaar zijn er ruim driehonderd vrijwilligers. En toch: dertig mensen die zich hadden aangemeld als leiding, moesten teleurgesteld worden. “Een wachtlijst is heel bijzonder”, zegt bestuurslid Rowan Timmermans. “Het laat zien dat dit geen gewoon evenement is — het is iets waar mensen écht aan willen meedoen.”
En het is ook makkelijk om mee te groeien: vanaf je veertiende mag je al helpen bij de spelletjes, en vanaf je zestiende kun je zelf leiding geven. Geen abrupt einde dus — maar een soepele overgang van deelnemer naar begeleider.
Het hele dorp draagt mee
Paulien Janssen is al veertien jaar vrijwilliger en ziet elke dag hoe de Zomerspelen leven in Dongen. “Het is 65 jaar geleden begonnen, en Dongen is meegegroeid. Winkels delen hun stroom, restaurants openen hun keukens zodat wij broodjes kunnen smeren — dat is gewoon bijzonder.”
En de toekomst is ook al in goede handen. Jamal denkt al verder: “Ik vind de Zomerspelen heel leuk, en je kunt kinderen helpen.” En Sep (13), die al jaren meedoet, ziet zich ook al als vrijwilliger: “Je begeleidt kinderen en doet samen spelletjes — dat zou me wel leuk lijken.”
Voor Paulien is het duidelijk: “Je bent ermee opgegroeid. En zoals je ziet: het leeft enorm in het dorp. Ik kan me bijna geen leven voorstellen zonder de Zomerspelen.”
