Blussen grote natuurbrand op de grens met Limburg duurt nog uren
Een flinke natuurbrand woedt sinds maandagochtend in het Limburgse Oostrum, vlak bij Venray — en die is nog lang niet onder controle. Rond halfzes ‘s middags sloeg het vuur al op ruim 21 hectare bos om zich heen, en de rook trekt langzaam maar zeker richting Land van Cuijk. Volgens de brandweer kan het blussen nog zeker zes tot acht uur duren.
Waarom is dit zo lastig?
De brand heeft zich vooral in dennenbos genesteld — en dat is geen malle zaak. De naalden zitten vol hars, wat het vuur extra goed laat branden. En het ergste: het vuur woedt niet alleen op de grond, maar ook hoog in de boomtoppen (zogeheten kroonvuur). Dat betekent dat de vlammen makkelijk van boom naar boom kunnen springen — en dus snel verder trekken. De wind speelt daarbij ook nog eens mee, en blaast het vuur juist richting het noorden.
Om te voorkomen dat het gebied verder in vlammen opgaat, legt de brandweer een stoplijn aan langs de Maasheseweg — een weg die dwars door het natuurgebied loopt. Daarmee probeert men het vuur letterlijk een halt toe te roepen.
Wie helpt er allemaal mee?
Het is een echte regionale inzet: brandweermensen uit Brabant zijn ter plaatse, met vier wagens. Ook twee blushelikopters — speciale Chinooks van Defensie vanaf vliegbasis Gilze-Rijen — zijn opgeroepen. Elke helikopter kan in één keer zo’n 7600 liter water meenemen. Ze vliegen laag over het gebied om precies te blussen, wat best lawaaierig is voor mensen in de buurt. De machines tanken brandstof op vliegbasis Volkel, waardoor Gilze-Rijen langer openblijft dan normaal. De Luchtmacht verwacht dat de helikopters tot zonsondergang actief blijven — en dit is al de vierde keer dit jaar dat ze bij een natuurbrand worden ingezet.
Wat moet jij doen?
Mensen ten noorden van de brand — onder meer in Maashees en Holthees — kregen rond halfzes een NL-Alert. Als je last hebt van de rook: houd ramen en deuren dicht, en zet ventilatiesystemen uit. En vooral: blijf uit de buurt! Toeschouwers en onnodig verkeer maken het voor de hulpdiensten alleen maar moeilijker om snel en veilig te werken.
Ook het treinverkeer is getroffen
Vanwege de brand en alle blusactiviteiten is het treinverkeer tussen Boxmeer en Venray tijdelijk stilgelegd. En omdat er al werkzaamheden liepen op dat traject, reden er sowieso minder treinen dan gewoonlijk.
Hoe krijg je jongeren met gewelddadige radicalisering weer op een andere weg?
Hoe krijg je jongeren bij wie sprake is van gewelddadige radicalisering, daar weer vanaf? Het is een vraag die de afgelopen dagen vaker opdook — vooral nadat vorige week drie jonge terreurverdachten werden opgepakt in De Rijp, Rotterdam en Eindhoven. Volgens het Openbaar Ministerie zouden ze betrokken zijn bij het voorbereiden van een mogelijke aanslag. Twee van hen waren eerder als minderjarigen veroordeeld voor terrorisme. Een 19-jarige uit Eindhoven had al eerder een gevangenisstraf uitgezeten voor het voorbereiden van een jihadistische aanslag in België. En een 17-jarige uit De Rijp kreeg ook een celstraf, vanwege deelname aan IS.
Bij De Waag, het oudste centrum voor forensische geestelijke gezondheidszorg in Nederland, draait een specifiek behandelprogramma voor jongeren die al geradicaliseerd zijn — of waarbij er sterke signalen naar uitgaan. Het zijn vaak lange trajecten: soms wel twee of drie jaar. Maar hoe werkt zo’n traject eigenlijk? Volgens Simone Dust, programmamanager Jeugd bij De Waag, is het eerste wat je moet begrijpen: wie raakt eigenlijk vatbaar voor radicalisering?
“In het algemeen kun je zeggen dat mensen die weinig verbinding ervaren met de maatschappij, een geïsoleerd leven leiden en moeilijk contact hebben met anderen, meer risico lopen om te radicaliseren”, legt ze uit.
Dat geldt bijvoorbeeld voor jongeren met een negatiever zelfbeeld of een gevoel dat ze op een bepaalde manier onrecht is aangedaan. Daarachter kunnen allerlei oorzaken schuilgaan — denk aan eerdere ervaringen met discriminatie of sociale uitsluiting.
“Wat je vaak ziet, is dat kwetsbare jongeren met tegenslagen te maken krijgen, waardoor ze worstelen met identiteitsvragen: Wie ben ik? Waar hoor ik thuis? Als je die vragen hebt, ga je op zoek naar antwoorden.”
En soms vinden ze die antwoorden online — bij groepen met extremistisch gedachtegoed.
“Dat kan hun een verklaring geven voor het feit dat het leven niet loopt zoals ze zouden willen. In zo’n groep word je geaccepteerd — en vaak ontstaat er ook een gemeenschappelijk vijandsbeeld.”
Vanaf daar kan het, volgens onderzoekers, steeds verder escaleren.
Hoe kom je dan toch weer terug op een andere weg?
Een jongere komt grofweg op twee manieren in beeld voor een behandeltraject: via een vrijwillige route of een gedwongen route.
Bij de vrijwillige route merken bijvoorbeeld ouders of docenten verontrustende veranderingen — en melden die. Maar meestal is het de gedwongen route: de behandeling maakt dan deel uit van een rechterlijke uitspraak.
Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding staan er momenteel zo’n 250 tot 300 mensen onder behandeling bij verschillende instanties.
Maar let op: het doel van zo’n traject is niet om iemand af te brengen van een bepaald wereldbeeld.
“We richten ons op het voorkomen van nieuw geweld”, benadrukt Dust.
“Vaak zijn de opvattingen van deze jongeren zo anders dan die van de behandelaren, dat een gesprek over ‘gelijk of ongelijk’ snel vastloopt. Hoe harder je probeert te overtuigen, hoe sterker de weerstand wordt: Waarom zou jouw wereldbeeld wel kloppen en het mijne niet?”
Daarom kiest De Waag voor een andere aanpak: in plaats van direct te focussen op ‘stop met radicaliseren’, kijken behandelaren eerst naar wat er precies speelt.
“Het is belangrijk dat mensen zich gehoord en erkend voelen”, zegt Dust.
“Behandelaren vragen zich daarom af: Waarom is het leven van deze jongere nou zo gelopen? Waarom kijkt hij of zij zo naar de wereld? Dat is niet zomaar ontstaan.”
Naast traumabehandeling gaat het ook om het opbouwen van een positief toekomstperspectief — en ervoor zorgen dat de jongere weer in verbinding komt met de maatschappij.
“Als dat lukt, lijken de problemen kleiner te worden — en neemt de bereidheid om geweld te gebruiken ook af.”
Al kost dat tijd. Veel tijd. Vaak tussen de twee en drie jaar. En daar is wel eens verwarring over:
“Mensen denken dat het risico meteen kleiner wordt zodra de behandeling begint. Dat is niet zo”, benadrukt Dust.
“Het risico neemt langzaam af — juist omdat de behandeling lang duurt. Na twee gesprekken is er nog nauwelijks een verbinding. Dat is tijdrovend.”
Over het succes van zo’n behandeling is het lastig om harde uitspraken te doen. Toch ziet Dust één duidelijke trend:
“Het risico neemt vaak af naarmate de jongeren ouder worden — en beter leren omgaan met zelfstandige keuzes.”
🔥 Grote natuurbrand in Noord-Limburg: NL-alert afgevuurd, defensiehelikopters onderweg
In het Limburgse Oostrum — een dorpje bij Venray — woedt sinds 11.45 uur een flinke natuurbrand in het natuurgebied. Door de aanhoudende droogte is de situatie snel ernstig geworden, waardoor de hulpdiensten extra opschalen.
Tot 18.00 uur rijden er géén treinen meer tussen Boxmeer en Venray. Dat is één van de eerste maatregelen om de brandbestrijding niet in de weg te staan.
Om het vuur onder controle te krijgen, is er al een blushelikopter van Defensie ingezet — en een tweede is onderweg. De Veiligheidsregio Limburg-Noord vraagt iedereen dringend om weg te blijven uit het gebied en de ruimte te geven aan alle hulpverleners. “Er zijn zeer veel mensen en voertuigen bezig”, zegt een woordvoerder. “Het brandt behoorlijk.”
Op dit moment staat ongeveer 21 hectare in lichterlaaie — en de brand is nog niet onder controle. De wind begint juist wat harder te waaien, waardoor de vlammen zich verder verspreiden. Rond 17.00 uur werd een NL-alert verstuurd naar inwoners van het gebied ten noordoosten van Venray — dus o.a. in Loobeek en Holthees. Zij krijgen het advies om binnen te blijven, ramen en deuren te sluiten, en uit de rook én het natuurgebied te blijven.
De brandweer gebruikt drones om vanuit de lucht in beeld te brengen hoe groot het brandgebied precies is. De eerste beelden laten al zien dat het om een serieuze brand gaat. Een camping vlakbij is ontruimd: zo’n 300 gasten worden tijdelijk opgevangen in een hotel in de buurt. Er worden ook metingen verricht in de omgeving om te kijken of er nog meer ontruimingen nodig zijn.
Omdat de brand zo groot is en langdurig zal duren, zijn brandweereenheden uit meerdere provincies en regio’s ter plaatse — inclusief teams uit Gelderland, Brabant en andere delen van Limburg.
Een extra uitdaging: het vuur vertoont kenmerken van kroonvuur — dat wil zeggen: de vlammen springen via de toppen van bomen heen. Daardoor verspreidt het zich sneller en is het lastiger te blussen. Het is trouwens al de vierde keer dit jaar dat een blushelikopter van Defensie wordt ingezet voor een natuurbrand in Nederland.
En even een kanttekening: ook in Rosmalen (Noord-Brabant) brak er eind van de middag een grote brand uit. Volgens de Veiligheidsregio Brabant-Noord is die wel onder controle — de brandweer is nu alleen nog bezig met nablussen.
Grote natuurbrand bij Oostrum in Limburg: helikopters op pad, NL-Alert onderweg
In het rustige Limburgse dorpje Oostrum, in de gemeente Venray, woedt sinds 11.45 uur een flinke natuurbrand in een natuurgebied. Door de aanhoudende droogte is de situatie snel ernstig geworden — en daarom is er extra hulp ingeroepen.
Treinverkeer stilgelegd, mensen gevraagd om weg te blijven
Tot minstens 18.00 uur rijden er géén treinen meer tussen Boxmeer en Venray. De Veiligheidsregio Limburg-Noord vraagt iedereen dringend om niet naar het gebied toe te gaan — zowel voor eigen veiligheid als om de hulpdiensten ruimte te geven. Volgens een woordvoerder zijn er “zeer veel mensen en voertuigen” bezig, en het vuur “brandt behoorlijk”. De wind is aan het opkrikken, waardoor de brand zich nog steeds verder uitbreidt.
Helikopters, drones en ontruimingen
Om het vuur onder controle te krijgen, is een blushelikopter van Defensie al ter plaatse — en een tweede is onderweg. Daarnaast gebruikt de brandweer drones om vanuit de lucht in beeld te brengen hoe groot het brandende gebied precies is. De eerste luchtbeelden laten al zien dat het om een omvangrijke brand gaat.
Een camping vlakbij moet daarom worden ontruimd. De gasten worden opgevangen in een hotel in de buurt. Ook worden er metingen verricht in de omgeving om te kijken of er nog meer ontruimingen nodig zijn — en vooral om te voorkomen dat het vuur zich verspreidt naar het nabijgelegen spoor.
Kroonvuur maakt blussen extra lastig
Er is sprake van kroonvuur: dat betekent dat de vlammen niet alleen over de grond trekken, maar ook in de toppen van de bomen woeden. Dat maakt het blussen veel complexer — want dan kan het vuur via boomtoppen razendsnel doorgaan naar nieuwe gebieden.
Vierde blushelikopter dit jaar in Nederland
Dit is al de vierde keer dit jaar dat een blushelikopter in Nederland wordt ingezet voor een natuurbrand. Eerder werd die al gebruikt tijdens de grote brand op het militaire oefenterrein in ’t Harde (Gelderland) en bij de natuurbrand in Weert (eind april). Ook in Rosmalen (Noord-Brabant) brak vandaag een grote brand uit — maar daar is de situatie volgens de Veiligheidsregio Brabant-Noord inmiddels onder controle; de brandweer is nu alleen nog bezig met nablussen.
Opportunistische ooievaar was ooit bijna uitgestorven, maar broedt er nu op los
Je ziet ze wel vaker deze dagen: een groep ooievaars die gezellig op een dak zit of soepel zweeft op de warme luchtstromen. Dat is geen toeval — want augustus is de tijd dat de vogels zich klaarmaken voor hun lange trektocht naar het zuiden.
Volgens Wim van Nee van Stichting Ooievaars Research & Knowhow (STORK) is het nu precies het moment dat je het meeste vliegende ooievaarspel ziet. De eieren komen namelijk al in april en mei uit, en daarna blijven de jongen nog zo’n negen à tien weken op het nest — tot ze in augustus eindelijk goed kunnen vliegen.
En ja: het gaat echt goed met de ooievaar. Wereldwijd is het aantal de afgelopen tien jaar met zo’n 20 procent gestegen. In Nederland waren er afgelopen jaar ongeveer 2000 broedparen — een gigantisch verschil met begin jaren ’80, toen er slechts zestien paar over waren. En in de jaren ’60? Toen stond de ooievaar zelfs op het randje van uitsterven in Nederland.
De grootste schuldige? DDT — een landbouwgif dat na de Tweede Wereldoorlog massaal werd gebruikt om insecten te doden, vooral in de fruitteelt. Het leek eerst als een wondermiddel, maar bleek uiteindelijk verwoestend: het bleef jarenlang in de grond zitten en raakte de voedselketen op allerlei manieren. In 1973 werd het in Nederland verboden — en tegenwoordig is het over heel Europa verboden.
Toen de situatie kritiek werd, sprong de Vogelbescherming in de bres met een reddingsplan: ooievaars werden gefokt en weer uitgezet. Dat fokprogramma in de jaren ’70, ’80 en ’90 sloeg aan — de populatie groeide hard, en in 2004 verdween de ooievaar zelfs van de Rode Lijst. Maar volgens Van Nee zou de soort waarschijnlijk ook zonder dat plan zijn hersteld. “Want wereldwijd is het aantal gewoon aan het stijgen.”
En daar komt de ‘opportunisme’ om de hoek kijken: de ooievaar is een echte aanpassingskunstenaar. Als één voedselbron verdwijnt, pakt hij gewoon een andere — of het nu torren, kevers of wormen zijn. En ja, ook de menselijke bevolking is de laatste decennia enorm gegroeid… maar daar maakt de ooievaar blijkbaar prima mee kennis.
Sommigen maken zich wel zorgen dat de ooievaar zo dominant wordt dat hij andere vogels of dieren verdringt. Van Nee is daar rustig over: “Een ooievaar eet wat voor zijn snavel komt. Dat is gewoon de natuur: eten en gegeten worden.” Hij vindt het ook niet nodig om nog steeds kunstnesten (die gevlochten manden op hoge palen) neer te zetten — want die waren een hulpmiddel in tijden van nood, en die tijden zijn gelukkig voorbij.
De Nederlandse ooievaars vertrekken deze en volgende maand richting het zuiden: via België, Frankrijk en Spanje, soms zelfs door naar West-Afrika. En wie denkt dat ze allemaal samen vertrekken, vergist zich: de jonge ooievaars gaan eerst, zonder ouders. Ze moeten de route dus zelf uitzoeken — en dat betekent vaak een wat slingerende, experimentele vlucht. Volwassen ooievaars vliegen daarentegen gerichter, in een rechte lijn.
Vanaf februari komen de volwassen vogels weer terug om hier nieuwe eieren te leggen. De jongen blijven meestal een paar jaar weg — ze ‘puberen’ onderweg of in Spanje of Afrika, totdat ze zelf ook broedgevoelig worden.
Huismerk Jumbo wordt wat goedkoper — maar België blijft flink vooruit
Goed nieuws voor de Jumbo-klant: de boodschappenkar vol huismerkproducten is in een jaar tijd iets goedkoper geworden. Dat blijkt uit een jaarlijkse prijssteekproef van Omroep Brabant. Maar voordat je al te enthousiast begint te klappen: dezelfde kar met veertien producten is in Pelt (België) nog steeds bijna zes euro goedkoper. Dus ja — het wordt wat beter in Nederland, maar België blijft ver vooruit.
Wat is er precies gebeurd met de prijzen?
In augustus 2024 betaalden we voor die veertien huismerkproducten 27,85 euro. Vorig jaar was dat nog 29,28 euro — en in 2023 zelfs 25,63 euro. Ja, je leest het goed: het was in 2023 iets goedkoper dan nu, maar wel duurder dan in 2022. Het belangrijkste: tien van de veertien producten zijn in een jaar tijd in prijs gedaald. Vooral sinaasappelsap is door een goede oogst flink in prijs gezakt — een fijne meevaller.
Toch blijft het verschil met België fors: daar kost dezelfde kar slechts 21,92 euro. Een kloof van bijna zes euro. En dat terwijl veel van deze producten uit dezelfde fabriek én hetzelfde distributiecentrum komen.
Waarom is huismerk zo belangrijk?
Huismerk is niet zomaar een extra lijn op het schap — het is een echte spil in de supermarktstrategie. Meer dan de helft van alle verkochte producten in Nederland is tegenwoordig huismerk. En met reden: de prijs ligt vaak tussen de veertig en vijftig procent lager dan bij een bekend A-merk. “Heel veel consumenten stappen daarom over”, zegt supermarktdeskundige Paul Moers.
Jumbo zet daarom hard in op eigen merken — zoals hun ‘chiquere’ Jumbo’s-lijn — en probeert via slimme keuzes de prijs laag te houden. Denk aan scherp inkopen, sneller werken en simpelere processen. Ook nieuwe technologie helpt: bijvoorbeeld om de voorraad beter te beheren en minder verspilling te veroorzaken. “Goed voor het milieu én voor de portemonnee van onze klanten”, zo benadrukt Jasper Koek van Jumbo.
Waarom is België dan toch zo veel goedkoper?
“Nederland en België zijn twee heel verschillende markten”, legt een woordvoerder van Jumbo uit. “De belastingen, de consument, de vraag — alles is anders.” Wat in België populair is, wordt daar vaak sneller en goedkoper ingekocht. Maar volgens Moers is er meer aan de hand: “Albert Heijn én Jumbo zijn op agressieve wijze bezig om marktaandeel te winnen in België.” En dat betekent: lagere prijzen om klanten te trekken — ook als dat ten koste gaat van de winstmarge.
Daarom is een bak ijs in Nederland soms dubbel zo duur, en kost een pak koffie hier 1,50 euro meer dan daar. Het is geen toeval — het is strategie.
Maar hoe lang blijft dit duurder worden… of juist goedkoper?
We moeten niet te snel juichen, waarschuwt Moers. Supermarkten kopen vaak tot een half jaar vooruit in — en daardoor kunnen ze de prijzen even stabiel houden, ook als de grondstoffen duurder worden. De oorlog in Iran, de onzekerheid rond de Straat van Hormuz en de politieke spanningen met Trump maken de wereldwijde situatie extra wankel. “In deze economie moet je het bijna dag per dag bekijken”, zegt hij.
Ook Jumbo durft geen garanties af te geven. “Ons doel is om de boodschappen betaalbaar te houden en daar werken we hard aan in een onzekere wereldeconomie. Maar we hebben geen zekerheden voor over een jaar”, aldus een woordvoerder.
