In zijn laatste Clásica genoot Mollema volop: ‘Baskische fans zijn beste ter wereld’
Tien jaar nadat hij in 2016 de Clásica San Sebastián won, reed Bauke Mollema zaterdag voor de allerlaatste keer deze Baskische klassieker. En wat een afscheid: niet om te winnen of te scoren, maar om écht te ervaren. De 39-jarige Groninger – die dit jaar zijn laatste seizoen als profrenner rijdt – liet zich gewoon gaan. De eerste 150 kilometer was hij volledig ingeschakeld voor kopman Giulio Ciccone bij Lidl-Trek. Daarna? Gewoon genieten. En dat lukte hem prima.
“Dat is wel redelijk gelukt. Ik heb hier mooie herinneringen en het Baskenland heeft een prachtig landschap. Het is een mooi parcours én de Baskische fans zijn misschien wel de beste wielerfans ter wereld.”
En dat meent hij ook:
“Het is heel fijn om hier te koersen. Mensen hebben veel respect voor de renners en kennen alle namen – zelfs degenen die achteraan rijden worden aangemoedigd en bij naam genoemd.”
Zo vertelde hij het in NOS Langs de Lijn.
Mollema kondigde begin dit jaar aan dat 2026 zijn laatste jaar op de weg zou worden. In zijn twintig jaar als prof bracht hij onder meer twee ritoverwinningen in de Tour de France mee naar huis, een etappezege in de Vuelta, en overwinningen in de Ronde van Lombardije (2019) én natuurlijk die iconische Clásica San Sebastián in 2016. Ook in de Tour van 2013 – die onvergetelijke editie met Lance Armstrong’s Oprah-interview en de golf van dopingbekentenissen – stond hij centraal, toen hij als Belkin-renner zesde werd in het algemeen klassement, naast Laurens ten Dam – de ‘Bau’ en ‘Lau’-Tour, zoals men die nog wel eens noemt.
Tijdens de koers van zaterdag kwamen de herinneringen vanzelf bovendrijven. Zeker aan die overwinning in 2016 – een van zijn grootste momenten.
“Ik kwam uit de Tour die aan het einde een beetje misging”, grinnikt hij. “In de negentiende etappe viel ik, en daardoor zakte ik van plek twee naar tiende in het klassement. Ik had al last van mijn knie na de val op de Mont Ventoux – waar ik samen met Chris Froome ten val kwam door die opstopping in het publiek. Toen ben ik langs een goede osteopaat in Nederland geweest, en op de dag voor San Sebastián voelde ik me zo goed… daar kon ik echt van profiteren.”
Toen zijn werk na 150 kilometer gedaan was en hij rustig de Jaizkibel opreed, daalde langzaam het besef: dit is één van mijn laatste koersen ooit.
“Ik zocht wat interactie met de fans en had tijd om om me heen te kijken. Na de Jaizkibel is het een stukje vlak – normaal zit ik daar helemaal in mijn focus, maar nu zag ik voor het eerst dat er een vliegveld lag.”
Terwijl andere renners op achterstand nog moeizaam de Erlaitz – de zwaarste klim van de dag – opploeterden, koos Mollema bewust voor een andere route:
“Ik kende het parcours goed genoeg dat ik daar niet meer op wilde rijden. Ik heb een shortcut naar de bus genomen.”
De komende weken rijdt hij nog een paar wedstrijden, totdat hij in oktober officieel afscheid neemt – in Italië.
“Het is de bedoeling dat de Ronde van Lombardije mijn laatste wedstrijd wordt.”
Hoe de voetbalwereld in een paar dagen ontplofte: dit was de week van Infantino
Hoe snel het leven kan omslaan, heeft FIFA-baas Gianni Infantino de afgelopen dagen op pijnlijke wijze geleerd. Nog maar twee weken geleden stond hij hoog in het zadel: trots naast Donald Trump bij de WK-uitreiking aan Rodri, met een wereldbeker in zijn hand en de hele voetbalwereld aan zijn voeten. Nu? Hij is het middelpunt van een volledige chaosstorm — en die begon pas negen dagen nadat het WK 2026 officieel was afgelopen.
Terwijl veel fans nog in vakantiestemming zaten en clubs rustig hun voorbereidingen voor het nieuwe seizoen opvolgden, liet de Britse krant The Times kort na de lunch een bom vallen: de FIFA wilde een nieuw bedrijf oprichten om het WK te beheren. En dan niet zomaar een bedrijfje — nee, FIFA Forward Enterprise (FFE), waarbij aandelen zouden worden verkocht aan privé-investeerders. Onder hen: Joshua Kushner, broer van Jared Kushner — dus direct verbonden met Trumps inner circle.
Stipt om 17.00 uur bevestigde de FIFA het nieuws met een uitgebreide verklaring op haar website. Maar de reactie kwam sneller dan een strafschop: slechts 25 minuten later reageerde de UEFA met een scherpe, woedende uitspraak: “Niemand is eigenaar van voetbal.” En: “Hiermee wordt een grens overschreden.”
De spanning tussen FIFA en UEFA was al lang opgeladen — maar zo openlijk, zo snel, zo fel? Dat was nog nooit eerder gebeurd.
En het werd er alleen maar erger. Want ook de AFC (Azië) en CONCACAF (Noord- en Midden-Amerika + Caraïben) spraken zich openlijk tegen het plan uit. Samen vertegenwoordigen die drie continentale bonden meer dan de helft van alle FIFA-lidstaten. Druk genoeg om te moeten reageren — en dat deed Infantino woensdagavond met een zelfgemaakte Instagram-video.
“Dit is een unieke kans om de sport wereldwijd een enorme impuls te geven,” zei hij daarbij — en gaf geen centimeter toe.
Maar terwijl hij vasthield aan zijn visie, kookte het al over in Europa. Donderdag werd er een spoedoverleg van UEFA-landen gehouden… en wat er daarna kwam, was een vernietigende uitspraak: de UEFA kondigde een boycot aan van alle FIFA-toernooien — inclusief het WK — zolang het FFE-plan op tafel lag. Ook de KNVB, meestal voorzichtig in formuleringen, was duidelijk: bondsvoorzitter Frank Paauw sprak ronduit: “Het plan klopt niet.” In Nieuwsuur liet hij alvast doorschemeren wat later in de week zou exploderen: “Het wordt erg moeilijk om vertrouwen te houden in Infantino als FIFA-baas.”
Vrijdagochtend om 5.05 uur (Nederlandse tijd) probeerde de FIFA de boel te kalmeren met een verklaring waarin ze “de zorgen respecteert” — maar tegelijkertijd aankondigde dat het proces gewoon doorging. Dat was de druppel.
Eén voor één stapten belangrijke mensen af. Kevin Lamour, operationeel directeur van de FIFA, beweerde dat het bestuur door Infantino was misleid — en sprak van een “eenmansactie”. Zelfs Infantino’s topadviseur Carlos Cordeiro stapte op. En toen kwam de grootste klap: Trump, altijd een bondgenoot op papier, antwoordde ijskoud op de vraag of hij op de hoogte was van de plannen: “Nee, ik heb hem niet gesproken.”
Ook de AFC bevestigde vrijdag nog eens expliciet dat ze achter de UEFA en CONCACAF stond. De druk werd ondraaglijk — en om 1.30 uur ’s nachts kwam Infantino met een nieuwe verklaring:
“Na zorgvuldig naar alle standpunten te hebben geluisterd, is duidelijk geworden dat het project voor verdeeldheid heeft gezorgd.”
Hij trok het hele FFE-plan terug.
Maar de schade was al aangericht. Bij het krieken van de dag kondigde de UEFA aan dat ze het vertrouwen in Infantino intrekken. De KNVB sloot zich daar ondubbelzinnig bij aan. En CONCACAF riep op tot een “grondige herziening” van het FIFA-bestuur onder Infantino’s leiding.
Voor Infantino breken er nu spannende dagen aan. Hij zal proberen de tijd te rekken, de ophef te laten afzwakken — maar of hij die tijd nog krijgt, is meer dan twijfelachtig.
NAC zit in het bloed: ouders en kinderen beleven droomtrip naar Engeland
De negentig minuten op het veld waren zaterdag bijna een bijsmaak. Voor veel NAC-fans was de reis van Breda naar Engeland vooral één ding: tijd samen, herinneringen maken én die geel-zwarte clubliefde overdragen — van ouder op kind, van hart op hart. Onder de bijna negenhonderd meegereisden zaten talloze gezinnen: vaders met hun zoon, moeders met hun dochter, allemaal met dezelfde missie — de NAC-passie levend houden.
En ja, er werd wel gespeeld tegen Bolton Wanderers (en uiteindelijk 1-0 verloren), maar dat was bijna secundair. Want dit ging om veel meer dan een oefenwedstrijd.
“Het stokje moet worden doorgegeven”
Voor Chris (50) is NAC nooit alleen een voetbalclub geweest. “90 procent van mijn vrienden heb ik via NAC leren kennen. Die saamhorigheid? Die gaat véél verder dan die negentig minuten.” Zijn dochter Renée (13) volgt al sinds haar achtste elke thuiswedstrijd — en Bolton was haar eerste buitenlandse NAC-reis. “De dingen die je als kind met je ouders doet, vergeet je nooit meer”, zegt Chris. “Ik hoop dat zij later precies datzelfde gevoel heeft.” En Renée? Ze is vooral onder de indruk van de massale geel-zwarte invasie. “Zo’n grote groep supporters die samen een Engelse stad overneemt? Dat is gewoon heel gaaf.”
Sil (17) uit Dorst had zijn eerste buitenlandse NAC-trip én zijn eerste avondje stappen met zijn vader Melle (55). “Hij was eindelijk oud genoeg voor een biertje”, grapt Melle — en toevoegt: “Ik haakte vroeg af, maar hij lag pas om halfvijf in bed.” Achter de mop schuilt een serieuze boodschap: “Het stokje moet worden doorgegeven. De jonge gasten moeten straks de sfeer maken.” Sil weet wie thuis het fanatiekst is: “Qua schreeuwen naar de scheidsrechter wint mijn vader met afstand.” Voor Melle draait zo’n weekend om voetbal kijken, een biertje delen en “de volgende generatie besmetten met het NAC-virus.”
Tatoeages, tradities en tranen
Bij Hennie (53) en Sarina (19) zit de clubliefde letterlijk onder de huid — allebei hebben ze een NAC-tatoeage. “Het zit echt in ons bloed”, zegt Sarina. Dat begon al bij Hennies vader, die vroeger vlaggen en petten verkocht bij het oude stadion aan de Beatrixstraat. Hun reis naar Engeland was een droom die uitkwam: na Bolton bezochten ze ook Manchester United en Liverpool. “Die prijzenkasten zijn indrukwekkend”, lacht Sarina. “Zoiets ben je als NAC-supporter niet gewend.” Maar het Rat Verlegh Stadion blijft voor haar het mooiste. En Hennie kijkt trots om zich heen in Bolton: “Duizend NAC-supporters bij elkaar… dat is misschien nog mooier dan de wedstrijd zelf.”
Louis en zijn dochter Sjors uit Breda stapten pas donderdag op het laatste moment in de auto richting Engeland. “Dit zijn momenten die je als NAC-supporter gewoon niet wilt missen. Ik heb haar nooit gepusht — het ging vanzelf. Je maakt Sjors nu eenmaal blijer met een NAC-shirt dan met iets anders.” En Sjors voelt zich direct thuis tussen de honderden supporters: “Al die NAC’ers bij elkaar? Dat is echt geweldig.”
Peter uit Zundert is al ruim vijftig jaar fan — zo fanatiek dat hij zijn zoon vernoemde naar oud-NAC-spits Bob Latchford. Vader en zoon maken ieder jaar samen een buitenlandse voetbaltrip, maar hun grootste wens blijft: een bekerfinale met NAC. Peter leerde zijn zoon ook de keerzijde van het supporter zijn: “Bij NAC leer je verliezen. Daardoor voelen de hoogtepunten juist mooier.” En Bob? Die geniet extra van deze trip: “Het is gewoon mooi dat je dezelfde passie met je vader deelt.”
En dan is er nog Frank (56), zichtbaar geëmotioneerd terwijl hij samen met zijn zoon Viggo (20) en bonuszoon Daan (10) tussen de honderden NAC-supporters in Bolton staat. De trots is zo groot dat de tranen hem even in de ogen schieten. “Ik vind dit zó mooi. NAC is heel belangrijk in ons leven. Dat mijn kinderen supporter van een andere club zouden zijn? Dat bestaat gewoon niet.” Viggo weet al dat hij die clubliefde doorgeeft: “Als ik later kinderen heb, zijn ze ook voor NAC.” Daan denkt nog niet zo ver vooruit — maar hij weet wel wat hij nu al zeker weet: “Ik vind het gewoon heel gaaf dat we hier zijn.”
En daarmee is de volgende generatie geel-zwart alvast verzekerd.
Is de Johan Cruijff Schaal nou écht een serieuze prijs? Alleen als PSV wint
Het is de allereerste trofee die er dit seizoen te pakken te nemen valt: de Johan Cruijff Schaal. Zondag om 18.00 uur staat PSV — als landskampioen — tegenover AZ — als bekerwinnaar — in het Philips Stadion. Een klassieke opening van het nieuwe voetbalseizoen. Maar… is het eigenlijk wel echt een prijs waard? Of is het meer een soort ‘opwarmwedstrijd met een glimmend dingje’?
“Ik neem het zeker serieus”
Ook trainer Peter Bosz kreeg die vraag vrijdag tijdens het persmoment. Zijn antwoord? Duidelijk, maar ook even eerlijk: “Ik neem het zeker serieus. Het is maar één wedstrijd, maar je moet wel iets gepresteerd hebben om hier te komen.”
Hij ziet de schaal niet op één lijn met een landstitel of een KNVB-beker — dat is waar. Maar hij laat ook niet ontkennen: “Een prijs is een prijs.”
Wie speelt er nu eigenlijk?
Niet iedereen is zondagavond direct klaar voor actie. Paul Wanner, Sergiño Dest, Ricardo Pepi en Ivan Perisic zijn deze week pas terug van vakantie — en volgens Bosz nog niet fit genoeg voor een basisplaats. Dus: geen zorgen als ze niet in de startopstelling staan. Dat zegt meer over hun conditie dan over hun waarde.
Wat denken de fans?
Bij de supporters in Eindhoven is de Johan Cruijff Schaal nog geen grote hype — tenzij PSV wint.
“Als we ’m winnen, wel.”
Maar dan moet PSV eerst AZ verslaan. En daarbij lacht één fan er gewoon om: “En als we verliezen, of niet mee hadden gedaan, dan was het geen serieuze prijs.”
Een andere supporter ziet het wat positiever: “Je moet ergens het seizoen beginnen. Het is een mooie prijs om het succesjaar van PSV af te trappen.”
En dan is er nog die derde groep: de sceptici. “Mickey Mouse-prijs. Stelt niks voor. Ik denk zelfs dat AZ gaat winnen,” zegt een man in een PSV-shirt. Maar meteen daarna: “Maar we worden wel weer kampioen.”
En de vrouwen? Die deden het al
Vrijdagavond gaven de PSV-vrouwen al het goede voorbeeld: ze versloegen FC Twente met 3-0 in de Supercup — de vrouwelijke versie van precies dezelfde wedstrijd. Ook zij werden afgelopen seizoen kampioen, en wonnen deze trofee voor het eerst. Dus ja: het kan best een serieuze momentopname zijn… als je hem wint.
