Meer winst voor KLM dankzij slimme besparingen én hogere kerosineprijzen
Dat blijkt uit de nieuwste kwartaalcijfers die de Nederlandse luchtvaartmaatschappij — en haar moederbedrijf Air France-KLM — vanochtend naar buiten brachten.
KLM doet het beter dan Air France
De aangepaste brutowinst van KLM steeg in het tweede kwartaal met 3 miljoen euro tot 176 miljoen euro, vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Bij Air France ging het echter flink minder goed: de winst halveerde bijna, tot 225 miljoen euro.
Kerosineprijzen doorberekend — en beter dan verwacht
Een belangrijke reden waarom KLM het beter deed? De hogere kerosineprijzen zijn voor 85 procent doorberekend aan klanten — veel meer dan de 60 procent die drie maanden geleden nog werd voorspeld. Voor het hele jaar verwacht Air France-KLM brandstofkosten van 8,9 miljard dollar. Dat is 2 miljard dollar meer dan in 2025.
“De resultaten verbeteren, maar de marge is nog te laag”
In een reactie aan RTL Z benadrukte KLM-topvrouw Marjan Rintel dat de maatregelen van het eerste halfjaar werken: “De resultaten verbeteren, dat is belangrijk. Maar de winstmarge is nog te laag.” Ze wijst ook op de onzekere omstandigheden: “Er is veel concurrentie, de brandstofprijzen blijven schommelen, en de onrust in het Midden-Oosten blijft.”
Minder vluchten, maar wel meer capaciteit
Rintel bevestigde ook dat Air France-KLM ook in de tweede helft van dit jaar vluchten gaat schrappen als gevolg van de hoge kerosineprijzen. “Wij werken altijd aan de optimalisatie van ons netwerk. Als we bijvoorbeeld vier vluchten op een locatie hebben waarvan er één minder vol zit, halen we die vlucht eruit. Daar kijken we met de hogere brandstofprijzen kritisch naar. Maar de totale capaciteit blijft stijgen.”
Benjamin (12) bouwt zijn eigen oorlogsmuseum — één helm, uniform en verhaal tegelijk
“Kijk, dit is een echte Duitse helm uit 1940”, zegt Benjamin Barendregt met een trots glimlach terwijl hij een bezoeker door zijn eigen tentoonstelling leidt. De 12-jarige uit Oisterwijk heeft al jarenlang spullen uit de Tweede Wereldoorlog verzameld — en deze week krijgt hij eindelijk zijn eigen pop-up show in theater Tiliander. Geen gewone schoolprojecten of nabootsingen: hier staan échte helmen, originele uniformen, oude foto’s, kogelhulzen en zelfs stukken munitie die echt op Nederlandse bodem zijn gevonden.
Hoe begon het allemaal?
Vroeger woonde Benjamin met zijn familie een tijdje in Denemarken. “We gingen eens naar een oude verdedigingslinie aan zee — met gigantische kanonnen langs de kust. Daar is mijn interesse voor de oorlog echt vanaf gekomen”, vertelt hij. Sindsdien is hij steeds dieper in de geschiedenis gedoken… niet via boeken alleen, maar via dingen die écht zijn geweest — en die hij zelf heeft gevonden of aangekocht.
Wat zit er allemaal in zijn collectie?
“Helmen, uniformen, hulzen, foto’s — en veel, veel verhalen”, zegt hij enthousiast. Vooral de spullen die echt op het front zijn gedragen, vindt hij ‘gaaf’. En ja: die zijn ook zeldzaam. “We gaan vaak naar verzamelbeurzen en markten. En dankzij deze tentoonstelling hebben zelfs andere verzamelaars me dingen cadeau gedaan!”
Zijn absolute favoriet? Een Amerikaans legerarts-uniform op een mannequin. “De jas en broek zijn volledig origineel — net als de waterfles, het mes en het medicijnkastje. Alleen de helm en het armbandje zijn nieuw.”
En dan is daar nog dat grote stuk munitie op de tafel. “Dit komt van de munitietreinontploffing”, legt hij uit alsof hij al jaren lesgeeft in oorlogsgeschiedenis. “Toen de geallieerden dichtbij Nederland kwamen, probeerden de Duitsers hun munitie terug te brengen naar Duitsland. Een trein vertrok uit Oisterwijk — en werd onderweg geraakt door een raket van een geallieerd vliegtuig. Toen lag hier overal munitie. En nu ligt één van die granaten — ruim tachtig jaar later — gewoon bij mij.”
Wat wil hij straks worden?
Een helm van duizend euro is voorlopig nog een droom — “die is nog te duur”, grapt hij — maar zijn grootste doel is al lang duidelijk: “Later wil ik werken in mijn eigen museum. Dan kan ik al mijn spullen permanent tentoonstellen — en iedereen uitleggen waar ze vandaan komen.”
Er worden miljarden in AI gepompt — maar wordt dat geld ooit terugverdiend?
De bedragen die nu in kunstmatige intelligentie worden gestopt, zijn gewoonweg onvoorstelbaar groot. OpenAI — de maker van ChatGPT — zegt alvast 600 miljard dollar te willen uitgeven in de komende jaren. Google zit dit jaar alleen al op 200 miljard dollar. En uit de kwartaalcijfers die Meta en Microsoft gisteren publiceerden, blijkt dat beide bedrijven elk ruim honderd miljard dollar per jaar investeren — onder andere in datacenters, chips en het trainen van nieuwe AI-modellen.
Maar hier stopt de vraag niet: hoe gaat al dat geld ooit terugverdiend worden?
Op de website Is AI Profitable Yet? staat het antwoord duidelijk in grote rode letters: NEE. En dat zorgt voor steeds meer onrust.
Toezichthouders waarschuwen al een tijdje voor een mogelijke AI-bubbel. En ook deze week nog liet kredietbeoordelaar Fitch een nieuw rapport los waarin het benadrukt hoe gevaarlijk het is dat er op zo’n enorme schaal in AI wordt geïnvesteerd. “De economie is in hoge mate blootgesteld aan het risico op een beurscorrectie”, schrijft Fitch. En als zo’n correctie komt, kan de waarde van techbedrijven in één klap instorten — met gevolgen voor de hele wereldwijde economie.
Waarom is het zo moeilijk om winst te maken?
Eerlijk gezegd: we weten eigenlijk nog heel weinig over de echte kosten én opbrengsten van AI. Bedrijven als OpenAI en Anthropic zijn niet beursgenoteerd, dus ze hoeven geen gedetailleerde financiële cijfers naar buiten te brengen. Grote spelers als Google en Microsoft wel — maar daar worden de AI-uitgaven vaak verwerkt in bredere posten. Dat maakt het lastig om precies te zien wat AI echt kost en oplevert… tenminste, totdat die bedrijven naar de beurs gaan.
En dat is precies wat OpenAI en Anthropic nu voorbereiden — mogelijk al dit jaar. Bij een beursgang moeten ze namelijk officiële documenten indienen met informatie over gebruikersaantallen, groei, strategie en financiën. Dat zou eindelijk wat helderheid kunnen brengen.
Soms lekken er al wat cijfers uit: The Wall Street Journal meldde eerder dit jaar dat Anthropic in het tweede kwartaal een omzet van 10,9 miljard dollar verwachtte — en daarmee voor het eerst een klein beetje winst zou draaien. Maar let op: die ‘winst’ houdt geen rekening met rente, belasting of afschrijvingen op gigantische investeringen. En Anthropic heeft nog veel grotere uitgaven gepland — vooral voor nieuwe infrastructuur (zoals datacenters en geheugenchips) en het trainen van steeds krachtiger modellen.
Ook de concurrentiestrijd speelt een rol: elke paar maanden komt er weer een nieuw model uit, net iets beter dan het vorige. Iedereen wil het beste model hebben — maar elke verbetering kost exponentieel meer rekenkracht, data en tijd. Het lichtpuntje? Veel klanten vinden de huidige modellen al prima — en betalen liever wat minder dan dat ze de topklasse kopen. Misschien neemt de drang naar ‘altijd het nieuwste’ dus langzaam af.
Hoe verdienen AI-bedrijven nu eigenlijk geld?
Daar is geen éénduidig antwoord op — elk bedrijf doet het anders:
- Microsoft verkoopt AI vooral aan zakelijke klanten: CoPilot zit ingebouwd in Outlook, Word en Excel.
- OpenAI richt zich op consumenten via abonnementen voor ChatGPT.
- Anthropic mikt juist op ontwikkelaars en professionele gebruikers.
Maar er zijn ook minder zichtbare manieren: denk aan AI in de zorg, klantenservice of interne bedrijfsprocessen — vaak draaien die ‘onder de motorkap’ op modellen van grote techbedrijven. En dan zijn er nog experimentele verdienmodellen: AI-assistenten die online kunnen winkelen of facturen betalen (met een kleine commissie per transactie), of advertenties gebaseerd op gebruikersdata. Welk model uiteindelijk het meest rendabel is, is nog volstrekt onduidelijk. “De toekomst moet uitwijzen welke inkomstenstroom het grootst zal zijn”, zegt technologie-econoom Diederik Stadig van ING.
De groei is enorm — maar wie wint er echt?
De omzet van AI-diensten schiet inderdaad de lucht in. Anthropic, dat pas in 2023 zijn eerste model lanceerde, vermenigvuldigt zijn omzet elk jaar meer dan tien keer. Google meldde vorige week een groei van 82 procent in zijn cloud-divisie — voornamelijk dankzij AI. En ook Microsoft en Meta lieten gisteren weten dat hun omzet de afgelopen drie maanden flink is gestegen, grotendeels door AI.
Toch is het nog lang niet zeker wie er straks echt groene cijfers zal schrijven. “Een aantal bedrijven zal niet zo succesvol worden als ze nu hopen”, zegt Stadig. “AI is een relatief jonge technologie die eerst volwassener moet worden — voordat duidelijk wordt welke spelers blijven overleven.”
Storing bij matrixborden boven snelwegen in Noordoost-Nederland voorbij
Vanochtend hadden de grote elektronische borden boven de snelwegen in het noordoosten van Nederland een flinke knik in de kabel. Door een stroomstoring bij een verkeerscentrale van Rijkswaterstaat waren de matrixborden enkele uren lang niet te bedienen.
Rond 09.00 uur was de storing verholpen en gingen de systemen weer geleidelijk aan opstarten, zo meldt de ANWB. Tijdens de storing kon er niets meer op de borden worden gewijzigd: geen rode kruizen plaatsen of verwijderen, geen nieuwe snelheidslimieten instellen en ook geen spitsstroken open- of dichtdraaien.
De problemen speelden zich af in Groningen, Drenthe, Friesland én delen van Overijssel en Gelderland. Zo bleven vannacht twee rijstroken op de A50 bij de Rijnbrug bij Heteren afgesloten door werkzaamheden — maar die konden daarna niet meer worden vrijgegeven omdat de borden niet reageerden. Ook de Salland-Twentetunnel in de N35 werd uit voorzorg tijdelijk gesloten, aangezien de verkeersregeling via de borden niet mogelijk was.
Hennepkwekerij met 120 planten gevonden in Waalre — woning twee maanden dicht
Eergisteren heeft de politie in een huis aan de Wollenbergstraat in Waalre een flinke hennepkwekerij ontdekt. Niet zomaar een paar plantjes: er stonden maar liefst 120 hennepplanten in het pand — en die waren nog volop aan het groeien toen de agenten binnenvielen. De hele installatie, inclusief verlichting, ventilatie en andere kweekapparatuur, werd dezelfde dag opgeruimd en vernietigd.
Woning gesloten op last van de burgemeester
Op 30 juli is het huis officieel voor twee maanden gesloten — op besluit van de burgemeester. Dat gebeurt via het Damoclesbeleid: een regeling waarmee burgemeesters snel kunnen ingrijpen als er in een woning sprake is van illegale drugspresentie of -productie.
Waarom is dat nodig?
Volgens de gemeente brengen zulke panden serieus risico mee voor de buurt. Denk aan brandgevaar door onveilige stroomaansluitingen, kortsluiting of lekkende waterinstallaties. Ook kan zo’n plek ongewenste bezoekers aantrekken — en de schade aan het gebouw (en aan de omgeving) kan behoorlijk oplopen. Vaak zijn het niet de daders, maar woningcorporaties, verhuurders of energiebedrijven die uiteindelijk de rekening krijgen gepresenteerd — voor bijvoorbeeld brandschade, wateroverlast of gestolen stroom.
Mogelijk belangenverstrengeling bij Utrechts onderzoek naar effecten van Red Bull
Een universitair hoofddocent van de Universiteit Utrecht staat onder vuur — niet vanwege wat hij vond, maar vanwege wie hem betaalde en hoe hij zich presenteerde. Joris Verster, hoogleraar farmacologie, zou onafhankelijk onderzoek doen voor de universiteit, maar deed dat werk eigenlijk via zijn eigen bedrijf: NeuroClinics. En juist daar zit de knoop.
De Universiteit Utrecht heeft nu een breed onderzoek gestart naar de hele vakgroep farmacologie, nadat meerdere media — waaronder Investico, De Groene Amsterdammer, Trouw en internationale outlets — berichtten over mogelijke belangenverstrengeling. Dat betekent kortweg: het lijkt alsof wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt om persoonlijke of commerciële doelen te dienen — in dit geval met name die van Red Bull en het Amerikaanse Sen-Jam Pharmaceuticals.
De UU bevestigt dat Verster toestemming had om naast zijn universitaire functie als consultant te werken. Maar volgens de universiteit was de omvang en zichtbaarheid van die nevenactiviteiten onduidelijk — en vooral: de schijn van belangenverstrengeling werd niet voldoende aangegeven. Volgens de media presenteerde Verster zich in rapporten en publicaties vaak als medewerker van de UU, terwijl hij in feite via zijn eigen bedrijf werd ingehuurd. De universiteit reageert daarop:
“Voor alle nevenwerkzaamheden dient een eventuele schijn van belangenverstrengeling transparant te worden vermeld. De UU is van mening dat dit hier niet of onvoldoende is gedaan.”
Wat onderzocht hij eigenlijk?
Farmacologie is de wetenschap die bestudeert hoe stoffen — zoals medicijnen, alcohol of energiedrank — werken in het lichaam. Verster onderzocht onder meer een katerpill van Sen-Jam Pharmaceuticals. Zijn conclusie? Mensen zouden door zo’n pil niet meer gaan drinken. Die claim baseerde hij op een vragenlijst onder studenten — waarvan driekwart zei dat het middel zou gebruiken, maar de meeste ook benadrukte dat ze daardoor niet meer zouden drinken.
Maar experts twijfelen aan die methode. Frits Rosendaal, hoogleraar epidemiologie (LUMC), noemt de vragenlijst “te mager voor harde conclusies”:
“Een vragenlijst geeft helemaal geen uitsluitsel over hoe mensen zich in de toekomst zullen gedragen.”
En Mariëtte van den Hoven, professor medische ethiek (Amsterdam UMC), spreekt rechtstreeks van belangenverstrengeling:
“Waarbij je de universiteit gebruikt om je persoonlijke doelen te bevorderen.”
Verster’s kant van het verhaal
Verster beweert altijd transparant te zijn geweest: hij noemt zijn consultancy-rol in al zijn publicaties, ook bij kleine bijdragen, en zegt de UU volledig op de hoogte te hebben gesteld — en dat die toestemming gaf. Hij verklaart dat zijn onderzoek naar katers “deel uitmaakt van zijn academische activiteiten”, vandaar dat hij zich in papers vaak als UU-medewerker noemde.
Sinds 1 mei is hij op ziekteverlof en zegt hij alle professionele activiteiten — inclusief consultancy — te hebben stopgezet.
Dit is niet de eerste keer
Trouw wijst erop dat Verster eerder in opspraak raakte met onderzoek naar Red Bull. Zo concludeerde hij ooit dat Red Bull positief zou werken op rijvaardigheid — en dat mengen van alcohol en energiedrank geen extra risico’s zou opleveren ten opzichte van alcohol alleen. De integriteitscommissie van de UU onderzocht toen wel de studies, maar vond geen bewijs dat Red Bull invloed had op de conclusies — dus geen formele belangenverstrengeling. Wel was de commissie kritisch op het feit dat Verster zich via zijn privébedrijf liet betalen.
Volgens Investico publiceerde Verster sindsdien samen met andere onderzoekers nog minstens dertien artikelen die door Red Bull werden gefinancierd — en in al die studies kwam Red Bull positief uit de hoek. Bij twee van die studies kreeg Verster zelfs persoonlijk geld van Red Bull, bevestigt hij aan Investico.
