Opblaasboot op de Rijn: vader en zoon vragen aandacht voor de paling
De reis van de Europese paling zit vol hobbels. Denk aan sluizen, gemalen, waterkrachtcentrales, vervuiling en al die visserij. Daardoor is de palingstand sinds de jaren 80 met maar liefst 90 procent gedaald. Om daar iets aan te doen, gaan Ivo Leijten en zijn zoon Nils met een opblaasboot de bijna 1000 kilometer lange reis van de paling na: van Flaach in Zwitserland tot aan Nijmegen.
Het begon als een grapje tijdens een autorit door Zwitserland, maar groeide uit tot een echt avontuur met een serieus doel, vertelt Ivo Leijten, die al 18 jaar in Zwitserland woont. “De Rijn verbindt Zwitserland en Nederland, maar is ook de levenslijn van de paling. Door zelf die rivier af te varen, willen we laten zien hoe zwaar die tocht voor deze bijzondere vis is geworden.”
Waarom de paling Ivo zo aan het hart gaat? “In de jaren 80 at ik heel graag paling, en de stand was toen ook top. Je wordt ouder en gaat je erin verdiepen, en dan hoor je dat de palingstand met 90 procent is gedaald.” Ivo besloot geen paling meer te eten en zich in te zetten voor het behoud van de vis.
Met de reis hopen Ivo en Nils geld in te zamelen voor Stichting RAVON en hun project palingparadijzen. Hiermee vraagt RAVON aandacht voor het herstel van leefgebieden voor paling en werkt de organisatie aan veilige, bereikbare en schone wateren waar paling kan opgroeien en veilig terug kan keren naar zee. Onderzoeker Maurice Kooiman van RAVON benadrukt hoe urgent dit is: “De paling is een van de bijzonderste trekvissoorten van Europa, maar ook een van de meest bedreigde. De wetenschap is duidelijk: herstel van leefgebieden en migratieroutes is cruciaal als we willen voorkomen dat de soort verdwijnt.”
Tijdens de tocht kunnen mensen symbolische kilometers op de Rijn sponsoren. Het geld gaat naar onderzoek en herstelprojecten voor paling in Nederland. Wie interesse heeft, kan de reis live volgen via een online kaart met updates en video’s van onderweg.
De roeiers vertrekken op 12 juli vanuit Flaach. Ze moeten 40 tot 56 kilometer per dag afleggen om op tijd klaar te zijn. Slapen doen vader en zoon op campings of in de natuur. “We zitten straks ongeveer tien uur per dag op het water, afhankelijk van de stroming en waar we in en uit kunnen. We wisselen het roeien met elkaar af.”
Ze zijn al anderhalf jaar bezig met de voorbereidingen. Het zijn twee verschillende generaties die 17 dagen lang op twee vierkante meter met elkaar optrekken. “We willen ook fotograferen en wat vertellen. Dat moet een weerspiegeling zijn van onze gezamenlijke reis. Dat is het belangrijkste: ik wil een mooie reis met mijn zoon maken. Ik ben heus niet zo groen hoor, geen linkse rakker, maar mijn zoon heeft ook recht op een mooie wereld en daar wil ik aan bijdragen.”
Als alles meezit, leggen ze op 28 juli aan bij de Waalkade in Nijmegen. Vader en zoon hopen dan 10.000 euro voor de paling te hebben opgehaald. “Dat lijkt me een mooi en haalbaar bedrag. De meeste mensen kiezen voor een schattige vis als doel. De paling is niet echt ‘aaibaar’. Maar ook de paling verdient aandacht.” De illegale handel in glasaal (baby-aaltjes) is wereldwijd enorm. In Volendam proberen ze te werken aan een oplossing.
Derde hittegolf alweer een feit: recordvroeg en wie weet wat er nog komt
De derde hittegolf van dit jaar wordt deze maandag al werkelijkheid in onze provincie. En dat is nog nooit zo vroeg gebeurd, vertelt Berend van Straaten van Weerplaza maandagochtend in het radioprogramma KEIgoeiemorgen! op Omroep Brabant. En volgens hem kunnen er makkelijk nog meer hittegolven volgen. “Dat zou mogelijk kunnen, want we hebben nog twee zomermaanden voor de boeg”, legt de weerman uit op de radio. “Maar vijf of zes zou wel heel bijzonder zijn. Vijf regionale hittegolven is nu het record, uit 1947.” Volgens van Straaten komen drie regionale hittegolven in een jaar best vaak voor. Maar nu halen we dat aantal recordvroeg: al in de eerste helft van juli. De hittegolven duren ook steeds langer.
Ook deze maandag staat ons weer een zomerse dag te wachten. ’s Ochtends vroeg scheen de zon al flink bij een graad of 16. “En daar komt nog wat bij. Het wordt 30 tot 32 graden in de provincie. Gelukkig staat er een verkoelend briesje.” De lucht is ook niet heel vochtig: “Daardoor is het wat aangenamer dan de vorige hitteperiode, twee weken geleden.” De derde regionale hittegolf is een feit zodra het graden wordt. Deze hittegolf begon vorige week en we hebben inmiddels al drie dagen van 30 graden of meer gehad. Deze derde hittegolf blijft volgens de weerman van Weerplaza zeker tot vrijdag aanhouden. “Het is tot die tijd elke dag stralend zonnig. Ik weet zeker dat we iedere dag de 30 graden halen. Temperaturen van 35 graden zijn gelukkig niet voor ons land weggelegd deze week. Bovendien koelt het ’s nachts flink af.” Vrijdag lijkt de wind naar het noordwesten te draaien. “Die zorgt voor wat verkoeling en mogelijk ook wat buien”, zegt Van Straaten. “Eerder leek het erop dat dit flinke regen- of onweersbuien zouden worden, maar dat lijkt nu niet het geval.” Volgende week ziet er volgens hem weer heel droog uit. “We lijken steeds meer een langdurige droge periode in te gaan”, stelt de weerman.
Waardeloze waterstofbus kost chauffeur zijn baan: ontslag blijft staan
Een buschauffeur uit Groningen die weigerde nog langer in een ‘waardeloze’ waterstofbus te rijden, is terecht op staande voet ontslagen. Dat blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die onlangs openbaar is gemaakt.
De 57-jarige man was al sinds 2002 in dienst bij vervoersbedrijven, eerst bij Arriva en later bij Qbuzz dat in 2009 de concessie overnam. Sinds 2021 rijdt Qbuzz met waterstofbussen en moeten alle chauffeurs daarin kunnen rijden. Daarvoor kregen ze een online cursus van vier uur over de bijzonderheden van die bussen, onder meer over energiezuinig rijden en het rustig gebruiken van het gaspedaal.
Helemaal soepel liep de overstap niet. De brandstofcel van een bepaald type bleek van mindere kwaliteit, waardoor die bussen soms tijdens de rit opgeladen moesten worden. Later zette Qbuzz die bussen alleen nog in op korte stadsritten, niet meer op streekritten.
De chauffeur klaagde daarover nadat hij eind 2023 een vertraging van 25 minuten opliep omdat hij zijn bus tussentijds moest opladen. Hij noemde het ‘waardeloze bussen’. Zijn werkgever reageerde dat het misschien zou helpen als hij het gaspedaal wat rustiger gebruikte.
Eind 2024 gebeurde hetzelfde opnieuw. Een maand later vroeg de chauffeur of hij vrijgesteld kon worden van het rijden in die waterstofbussen, omdat die niet bij zijn rijstijl pasten. Die vrijstelling kreeg hij niet.
Vanaf april dit jaar weigerde hij herhaaldelijk om diensten met een waterstofbus te rijden. Qbuzz gaf hem meerdere en steeds zwaardere waarschuwingen. Toen de chauffeur bleef weigeren, dreigde de werkgever met ontslag. Daar trok de man zich niks van aan. Eind juni werd hij uiteindelijk geschorst.
Een week later kreeg hij tijdens een gesprek met zijn manager en personeelszaken nog een laatste kans om zijn weigering in te trekken. Toen hij dat niet deed, ontsloeg Qbuzz hem op staande voet wegens plichtsverzuim, werkweigering en ernstig verwijtbaar handelen.
De chauffeur ging daarmee niet akkoord en stapte naar de rechter. De rechtbank in Groningen gaf Qbuzz in december gelijk, waarna de man in hoger beroep ging. Daarin voerde hij aan dat de waterstofbus gevaarlijk en ongeschikt zou zijn, en dat het ontslag op staande voet te streng was, gezien zijn lange en verder vlekkeloze dienstverband. Zijn rijstijl op gewone bussen zou uitstekend zijn; hij zei zelf een ‘gouden voetje’ te hebben.
Het gerechtshof in Leeuwarden was niet onder de indruk. De rechters oordelen dat Qbuzz de man terecht heeft ontslagen. Er zijn geen aanwijzingen dat de waterstofbussen gevaarlijk of ongeschikt zijn. Qbuzz heeft de chauffeur ook voldoende kansen gegeven om zijn werkweigering in te trekken. Zijn lange dienstverband weegt niet zwaar genoeg.
De chauffeur krijgt zijn baan niet terug en kan fluiten naar achterstallig salaris.
Medijnen tegen ebolavariant worden nu op patiënten getest: ‘We willen de sterfte flink omlaag krijgen’
In de Congolese provincie Ituri wacht men vol spanning op de uitslagen van een test met twee medicijnen tegen de Bundibugyo-variant van het ebolavirus. Het is een internationaal project van universiteiten, farmaceuten en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “We hopen dat door een van de twee methodes of allebei, de sterfte omlaag gaat. In het beste geval werken ze samen nog beter en wordt het 1+1=3,” vertelt de Belgische arts Laurens Liesenborghs aan de NOS. Hij werkt voor het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen, dat samen met de Universiteit van Oxford en de WHO bij de studie betrokken is. Liesenborghs is nu zeven weken in Congo aan het werk. Het kan nog maanden duren voordat de resultaten van de klinische testen er zijn. Ondertussen verspreidt de ziekte zich nog steeds in het grote Afrikaanse land. Volgens Africa CDC, het Afrikaanse RIVM, zijn er sinds het begin van de epidemie 1830 bevestigde gevallen van de Bundibugyo-variant en zijn er 648 patiënten overleden.
Bij de proef gaat het om de medicijnen remdesivir, een bestaand antiviraal middel, en MBP134, een medicijn met proteïnen die het virus kunnen herkennen en uitschakelen. Deze worden aan twee groepen ebolapatiënten gegeven. Beide medicijnen zijn al op dieren getest en lijken te werken tegen de Bundibugyo-variant. De volgende stap is de test bij mensen, die nu anderhalve week bezig is. “Het moet bij zeker 700 tot 1000 mensen worden getest om echt een verschil te kunnen aantonen,” zegt de Belgische arts. “Het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen.”
“Het is fantastisch dat we zo snel van start zijn gegaan,” zegt Amanda Rojek van de Universiteit van Oxford. Bij de ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014, waar 11.000 doden vielen, duurde het een jaar om klinische tests te beginnen. “Nu is het in ongeveer zes weken gelukt.”
In Bunia, een van de plaatsen in Oost-Congo waar de variant in mei opdook, lijkt de situatie nu te stabiliseren, maar de epidemie heeft zich intussen verder verspreid, weet ook Liesenborghs. “Er zijn mogelijk gevallen tot in Kisangani. Dat is een miljoenenstad en als de epidemie daar doorzet, is dat heel slecht nieuws.” Tragisch, want het is goed mogelijk de uitbraak onder controle te krijgen. “In Oeganda waren er in het begin ook best wat besmettingen, maar daar verloopt de bestrijding veel efficiënter en hadden ze het snel onder controle,” zegt de arts. “Eigenlijk is het niet moeilijk als je goed contactonderzoek kunt doen en patiënten kunt isoleren, maar hier zijn daar de faciliteiten niet voor. Je ziet dat door bezuinigingen op ontwikkelingshulp veel minder middelen vrijkomen, ook hiervoor.”
Meer aandacht voor de epidemie zou kunnen helpen, maar Liesenborghs begrijpt dat het voor veel Europeanen een ver-van-mijn-bedshow is. “We benadrukken zelf ook steeds dat ebola geen voet aan de grond kan krijgen in Europa. Dus het leeft hier minder, alleen als er een Fransman wordt opgenomen met ebola is er ineens veel nieuws, maar daarna ebt het snel weer weg.”
Intussen werkt hij zelf door in het gebied, vaak met een veiligheidsbril en in een wit pak dat zijn hele lichaam bedekt. “Het is heel warm, maar het is zeker vol te houden. Die pakken zorgen ervoor dat we veilig kunnen werken. Er worden ook behandelcentra gebouwd met doorzichtige wanden, zodat we de patiënten op veilige afstand kunnen zien.” Hoewel de Bundibugyo-variant minder dodelijk is dan andere ebola-varianten, sterft toch één op de drie patiënten. “Dat is niet makkelijk,” geeft Liesenborghs toe, die voorlopig in Congo blijft. “Het is een heel heftige ziekte, mensen worden erg ziek en sommigen overlijden. Het zijn erbarmelijke omstandigheden, maar dat motiveert ons juist extra om aan een behandeling te werken.”
Bewoners mogen nog niet terug naar huis na explosie en brand in Woerden
De bewoners van zeven appartementen kunnen nog niet naar huis na de explosie in Woerden van gisteravond. Wanneer de woningen weer bewoonbaar zijn, is nog onbekend, schrijft RTV Utrecht.
De ontploffing was rond 20.00 uur in een van de appartementen. Daarna brak brand uit. 24 woningen moesten worden ontruimd. De bewoners werden tijdelijk opgevangen in een sporthal in de buurt. Uiteindelijk kon een groot deel van de bewoners weer naar huis. Zeven appartementen zijn een dag later nog niet veilig genoeg.
“Deze mensen hebben bij vrienden of familie geslapen. Voor wie dat zo snel niet kon regelen, heeft de gemeente opvang geregeld”, zegt een woordvoerder van de veiligheidsregio. De oorzaak van de explosie is nog niet bekend. De politie doet vandaag verder onderzoek.
In samenwerking met RTV Utrecht
Eén worteltje lijkt onschuldig, maar het werd Nono fataal
Emma-Lee is kapot van verdriet. Haar ezel Nono (20) overleed dit weekend nadat hij vanuit zijn wei in Tilburg was verhuisd naar de ezelopvang in Baarle-Nassau. “Ik heb gisteren de hele dag gehuild”, vertelt ze. “Ik heb het met de beste bedoelingen gedaan en nu ben ik mijn ezeltje kwijt”, zegt Emma-Lee van Huijgevoort.
Ze hoorde zaterdagochtend dat haar ezel Nono vrijdagnacht onverwacht was overleden aan een hartstilstand bij Het Ezelpaleis in Baarle-Nassau. Hij was daar pas een dag. Nono woonde veertien jaar samen met paard Missy langs het drukke fietspad aan de Alleenhouderstraat in Tilburg. Emma-Lee zorgt al vanaf haar negende voor de dieren. Ze moesten verhuizen omdat de gemeente de grond nodig heeft voor werkzaamheden aan het viaduct bij de Ringbaan West. Nono vertrok donderdag naar zijn nieuwe verblijf.
Samen huilen
Marlhene Mouws van de opvang belde zaterdagochtend naar Emma-Lee om te zeggen dat Nono was overleden. “We moesten allebei heel hard huilen”, vertelt Marlhene. Ze had de ezel ’s ochtends liggend gevonden op zijn zij in de wei. “Hij lag er heel rustig bij, waarschijnlijk een hartinfarct”, is haar conclusie. Na het belletje is Emma-Lee meteen naar de opvang gereden om afscheid te nemen van haar trouwe metgezel: “Ik heb gisteren de hele dag gehuild.”
Zowel Marlhene als Emma-Lee denken dat de verhuizing Nono te veel is geworden. “Achteraf heeft hij te veel stress gehad. Een nieuw plekje en mij verlaten, de reis in de warmte. Plus, dat hij opeens heel veel andere ezels hoorde. Hij heeft de hele nacht staan balken”, zegt Emma-Lee. “Nono voelde het verdriet van Emma-Lee heel goed, toen we hem kwamen ophalen”, zag ook Marlhene. “Ezels zijn hele slimme dieren.”
Toen de dierenarts de ezel vrijdagochtend onderzocht bij het Ezelpaleis, schrok hij. “De arts had nog nooit zo’n zware ezel gezien”, vertelt Marlhene. “Hij was 150 kilo te zwaar doordat mensen hem te veel eten gaven, met de beste bedoelingen.”
Waarschuwing: niet voeren
Ze waarschuwt dat mensen absoluut geen dieren in weitjes moeten voeren. “Doe het alsjeblieft niet, het is niet goed”, zegt Marlhene. “Hij woog 300 kilo maar hij hoort tussen de 150 en 200 te wegen.” Ze laat een foto zien waarop op de billen, rug en nek van de ezel dikke vetplekken te zien zijn.
De wei waar Nono al die jaren stond, ligt pal naast het fietspad dat parallel aan het spoor loopt. Honderden mensen komen er dagelijks langs. Een oudere man die hier iedere dag zijn hondje uitlaat zegt: “Ik dacht al, waar is Nono gebleven? Ik geef hem altijd wel een paar worteltjes, dan kwam hij zo blij naar me toelopen.” De man schrikt als hij hoort dat Nono is overleden en te zwaar was. “Ik gaf hem altijd maar twee worteltjes”, zegt hij opeens schuldbewust. “Maar ik zag veel mensen hem wat geven. Die ezel, die kwam wel.”
Precies het punt dat Marlhene wil maken. “Als honderd mensen goedbedoeld eten geven, dan krijgen die dieren veel te veel eten. Nogmaals: niet doen dus.”
