Schilder met ingepakte vingers pakt zilver in Eugene — Myers stelt Laros opzij met mijl-sensation
Gisteren ging de grote Diamond League-meeting in Eugene (de Prefontaine Classic) weer volop los — en er was flink wat te beleven, zowel voor Nederlandse atleten als voor het internationale veld.
Jessica Schilder: kogelstoten met tape, maar toch weer boven de 20 meter
Jessica Schilder eindigde als tweede bij het kogelstoten, met een beste stoot van 20,11 meter. Alleen Chase Jackson — de wereldkampioene van 2022 én 2023 — kon haar verslaan: die haalde al bij haar eerste poging 20,56 meter. Interessant detail? Schilder had eerder dit jaar al twee keer tegen Jackson gewonnen (in Shanghai en Stockholm), maar in Oslo was juist Jackson de sterkste. En nu dan: vlak voor de FBK Games in Hengelo liep de Volendamse een vingerblessure op aan haar stoothand. In Eugene mocht ze daarom stoten met flink ingepakte vingers — en toch kwam ze ‘gewoon’ weer over de twintigmetergrens. Jorinde van Klinken werd met 19,06 meter zesde. Ze had op de Amerikaanse vrijdagavond ook al zilver gehaald bij het discuswerpen, net achter de winnares en voor Alida van Daalen (derde). Van Klinken wil beide onderdelen ook combineren bij de Europese kampioenschappen komende maand in Birmingham.
Niels Laros ontbreekt — en Myers schrijft geschiedenis
Niels Laros doet niet mee aan de Prefontaine Classic. De 21-jarige Nederlandse mijl-specialist had na langdurig blessureleed eerder deze maand een indrukwekkende rentree gemaakt en hoopte terug te keren in Eugene — waar hij vorig jaar zijn eerste van drie Diamond League-overwinningen behaalde. Maar door lichte klachten trok hij zich uit voorzorg terug. En wie pakte de overwinning dan? De 20-jarige Australiër Cameron Myers, die met 3.46,06 niet alleen won, maar ook een nieuw nationaal record vestigde. Cole Hocker en Yared Nuguse — de nummers één en drie van de Olympische Spelen — konden hem niet meer inhalen; hun eindsprint kwam te laat. Een echte stunt, zeker gezien de afwezigheid van Laros.
En verder in Eugene…
- Bij de vrouwen werd wereldkampioene Faith Kipyegon verrast op de mijl door de Amerikaanse Nikki Hiltz.
- Tara David-Woodhall won het verspringen met 7,13 meter, terwijl Larissa Iapichino tweede werd met een Italiaans record van 7,12 meter — één centimeter verder dan het oude record van haar moeder Fiona May (uit augustus 1998).
- De pas 18-jarige Amerikaan Tate Taylor liet op de 200 meter zien waarom hij zo veelbelovend is: 19,75, dus niks minder dan 0,19 onder zijn persoonlijk record. Letsile Tebogo (olympisch kampioen) werd tweede met 19,93.
- Op de 100 meter was Melissa Jefferson-Wooden net sneller dan Sha’Carri Richardson: 10,78 tegen 10,79.
- Bij de 100 meter horden was olympisch kampioene Masai Russell met 12,24 tien honderdste sneller dan wereldrecordhoudster Tobi Amusan (12,34).
- Nadine Visser was er niet bij — ze blijft in Europa trainen en wedstrijden lopen in aanloop naar de EK in Birmingham.
Eindelijk officieel: Dumfries trekt naar Real Madrid
Het was al maandenlang een open geheim in de voetbalwereld — en nu is het eindelijk bevestigd: Denzel Dumfries gaat naar Real Madrid. De 30-jarige Oranje-international, bekend om zijn krachtige loopsprints en doelgevaarlijke kruislopen, verruilt Inter Milan voor de koninklijke club uit Madrid. Zijn nieuwe contract loopt tot medio 2030.
Al sinds begin vorige maand deden geruchten de ronde dat de Rotterdammer — die bij Inter een optie tot vertrek in zijn contract had — op stap ging naar Spanje. Op 4 juni werd hij zelfs al medisch gekeurd door Real Madrid, maar tot nu toe bleef de transfer officieel in de lucht hangen. Ook tijdens de vooravond van het WK kon Dumfries nog niet met zekerheid bevestigen dat hij vertrok — ondanks dat de spanning al flink op liep.
En dan is er nog Florentino Pérez: begin juni beloofde de Real-voorzitter tijdens zijn herverkiezing al de komst van Dumfries, Ibrahima Konaté (Liverpool) én trainer José Mourinho. Hoewel de aankoop van Konaté en de aanstelling van Mourinho nog moeten worden afgerond, is Dumfries’ overstap nu wel een feit. Real heeft deze zomer ook al Marc Cucurella (Chelsea) en Bernardo Silva (Manchester City) binnengehaald — een duidelijk signaal dat de club volop investeert in een nieuwe, sterke generatie.
Dumfries’ weg naar Madrid begon in Nederland: via Sparta en sc Heerenveen kwam hij bij PSV terecht, waarna hij vijf jaar geleden naar Inter trok. Bij de Milaanse club pakte hij twee keer de Serie A-beker en veroverde hij drie keer de Coppa Italia. Nu staat een nieuw hoofdstuk op het punt te beginnen — in het witte shirt van één van ’s werelds meest iconische clubs.
Tevreden Van der Poel: “Gele trui? Niet onmogelijk, maar zondag wordt écht lastig”
Mathieu van der Poel keek zaterdag met een knikje terug op zijn tijdrit in Barcelona — de openingsetappe van de Tour de France. Hij noemde het een ‘oké tijdrit’, en dat klinkt bescheiden, maar is ook eerlijk: hij eindigde als elfde, op 39 seconden van winnaar Jonas Vingegaard. Dat was zelfs iets beter dan hij vooraf had durven hopen: hij had zichzelf een marge van maximaal een halve tot één minuut toegestaan.
“Zo sta ik er toch nog een beetje tussen om zondag iets te proberen”, zei hij nuchter — maar met een knipoog naar de mogelijkheid. Toch temperde hij meteen de verwachtingen: “Die etappe is toch nog lastiger dan iedereen denkt.” En dat zegt wat, gezien de aandacht die al op de Montjuïc-finish is gericht.
Een herhaling van vorig jaar? Misschien… maar niet zomaar
Vorig jaar pakte Van der Poel de gele trui al in de tweede etappe en droeg hij hem vier dagen lang. Dit jaar hoopte hij op een soortgelijke start: snel in de strijd om het geel, vooral nu de eerste ritten in Barcelona liggen — waar hij vorig jaar al sterk was. Zondag is daarom weer een belangrijke dag: dezelfde finish op de Montjuïc, maar dit keer na een lange, warme etappe met flinke beklimmingen onderweg. Kans? Ja. Makkelijk? Absoluut niet.
Ploegstrategie ging niet helemaal volgens plan
Ook de tijdrit van zijn ploeg Alpecin-Premier Tech verliep niet helemaal zoals bedoeld. “We waren een paar man sneller kwijt dan verwacht, waardoor ik ook een paar lange kopbeurten moest doen”, legde hij uit. Toch bleef hij realistisch: “Voor onze ploeg is dit wel het maximale. Ik heb nooit aan winnen gedacht.”
Een nuchtere, maar ook rustige en zelfverzekerde Van der Poel — tevreden over wat hij bereikte, maar met beide benen stevig op de grond bij wat er nog komt.
Van der Poel: “Een oké tijdrit, maar de gele trui is nog lang niet in de wacht”
Mathieu van der Poel keek terug op zijn tijdrit in Barcelona met een gerust, maar realistisch oog — en zeker geen overdreven verwachtingen. Hij noemde het resultaat ‘oké’, niet spectaculair, maar ook niet teleurstellend. Zaterdag wilde hij maximaal een halve tot een hele minuut verliezen op de winnaar van de tijdrit, en uiteindelijk stond hij 39 seconden achter Jonas Vingegaard — als elfde over de streep.
“Zo sta ik er toch nog een beetje tussen om zondag iets te proberen”, zei hij, “maar die etappe is toch nog lastiger dan iedereen denkt.”
Vorig jaar pakte hij de gele trui al in de tweede etappe en droeg hij hem vier dagen lang. Dit jaar hoopte hij op een soortgelijke start: snel in beeld komen, en misschien al in de eerste ritten de gele trui te bemachtigen. Zondag is inderdaad een kansrijk moment — weer eindigend op de Montjuïc in Barcelona — maar daarvoor ligt een lange, warme etappe met flinke beklimmingen in het verschiet. Kans is dus wel, maar geen kwestie van ‘gewoon instappen en meenemen’.
Ook de tijdrit van zijn ploeg Alpecin-Premier Tech verliep niet helemaal volgens plan. “We waren een paar man sneller kwijt dan verwacht, waardoor ik ook een paar lange kopbeurten moest doen”, legde hij uit. Toch blijft hij positief: “Voor onze ploeg is dit wel het maximale. Ik heb nooit aan winnen gedacht.”
40 jaar later: Engeland keert terug naar het stadion waar ‘de hand van God’ de wereld schook
Boris van der Spek, correspondent voor Mexico en Midden-Amerika, herinnert zich nog goed hoe het was: op 22 juni 1986 klonk Theo Reitsma’s stem scherp en onmiskenbaar door de Nederlandse luistercabines — “Scoort ie met de hand? Dat is de vraag die door de scheidsrechter en de grensrechter met nee wordt beantwoord. En ik denk ja. Ik denk ja, hands.”
Dat doelpunt van Diego Maradona tegen Engeland in de kwartfinale van het WK in het Estadio Azteca werd al snel ‘de hand van God’ genoemd — een naam die Maradona zelf bedacht, en die sindsdien als een soort voetbalmythe blijft leven. Het was geen gewoon doelpunt: het was een moment waarop sport, drama, twijfel en goddelijke (of juist menselijke) ingrijping samenvielen. En naast dat controversiële doelpunt? Die legendarische dribbel — Maradona langs vijf Engelse verdedigers én de keeper, alsof hij over het veld zweefde.
Nu, veertig jaar later, staat Engeland weer op hetzelfde grasveld. Niet tegen Argentinië, maar tegen gastheer Mexico — een ploeg die tot nu toe elk WK-duel won én nog geen enkel doelpunt tegen kreeg. Engeland daarentegen? Behalve de openingstrijd tegen Kroatië, heeft het team tot nu toe weinig indruk gemaakt. Veel hangt deze keer weer af van Harry Kane — zijn instincten, zijn timing, zijn kansen.
Maar voor veel voetballiefhebbers boven de vijftig is dit meer dan alleen een groepsfase-wedstrijd. Het is een terugkeer naar een plek waar geschiedenis werd geschreven — en waar de tijd even stil lijkt te staan.
In Mexico zelf is die dag van 1986 zeker niet vergeten. Joaquín López-Dóriga, destijds verslaggever voor El Heraldo de México, zat hoog in het persvak en zag het handsbal niet meteen. “De enige reden dat we dachten aan een handsbal, was omdat de Engelsen zo hevig protesteerden bij de scheidsrechter,” vertelt hij. “Maar het ging zo snel, en wij zaten zo hoog, dat het onmogelijk was om zeker te zijn.” Pas toen Maradona na afloop sprak over ‘de hand van God’, viel de aha-moment. En pas die avond, met een scherpe foto van sportfotograaf Alejandro Ojeda in de krant, was het bewijs onweerlegbaar: het was echt met de hand.
Vandaag is de spanning rondom de wedstrijd weer groot — maar op een andere manier. Rondom het hotel van het Engelse elftal is een zware politieaanwezigheid opgevoerd, onder meer om te voorkomen dat Mexicaanse supporters met vuurwerk de spelers uit hun slaap houden — een truc die al eerder werd toegepast, tijdens de wedstrijd tegen Ecuador. En dan is er nog de druk op Mexico zelf: sinds 1986 heeft het land nooit meer een WK-kwartfinale gehaald. In het eigen Estadio Azteca, tijdens het laatste WK-wedstrijd dat Mexico thuis speelt, moet het eindelijk weer gebeuren.
Zou een moderne ‘hand van God’ vandaag nog mogelijk zijn? López-Dóriga lacht erom: “Tegenwoordig is er moderne technologie. Zo’n doelpunt zou nooit goedgekeurd worden. De fans zouden het stadion letterlijk afbreken als dat zou gebeuren.”
