Politie vond geweld bij arrestatie in AZC Zeist noodzakelijk — maar wat er precies gebeurde, blijft onder de pet

Het geweld dat agenten onlangs gebruikten tijdens een arrestatie in het asielzoekerscentrum (AZC) in Zeist was volgens de politie noodzakelijk. Maar of het ook echt op de juiste manier is toegepast? Dat zegt de politie niet.

Tijdens het incident trok een agent een vrouw hardhandig opzij — waardoor ze omviel. Later bleek ze hoogzwanger te zijn. Beelden van het moment gingen wereldwijd rond en veroorzaakten veel kritiek en vragen.

Inmiddels is het hele optreden beoordeeld: zowel door een leidinggevende van politie Midden-Nederland als door een interne geweldscommissie. Op basis daarvan heeft de hoogste chef van die eenheid een eindoordeel gegeven. Maar dat oordeel houdt de politie bewust geheim. Volgens hen gaat het om een interne procedure waarbij niet alles openbaar mag worden — ook al roept dat vragen op.

Wat wel bekend is: de politie vindt het ingrijpen gerechtvaardigd. Een woordvoerder van politie Midden-Nederland legde uit:

“Deze conclusie geldt voor het hele optreden in het betreffende pand, voor de hele groep. Er was sprake van een situatie waarin het betreffende politieoptreden direct noodzakelijk was om de veiligheid van betrokkenen te waarborgen.”

De agenten waren naar het AZC gekomen op een melding van bedreiging en vernieling. Op beelden is te zien hoe een man en een vrouw in een gang omringd worden door agenten. De politie zegt dat de man mogelijk nog een mes bij zich had én dat de vrouw meerdere keren weigerde om te vertrekken. Toen een agent haar bij de arm pakte en ruw opzij trok, viel ze. Gelukkig raakte ze verder ongedeerd — maar de kwestie van haar zwangerschap deed de discussie alleen maar verder escaleren. De betrokken agent gaf later toe dat hij anders had gehandeld, als hij had geweten dat ze zwanger was.

Interessant is dat de politie kort daarvoor wél uitgebreid uitlegde wat er gebeurde bij een ander geweldsincident in dezelfde regio: de trap die een agent gaf aan een vrouw bij station Utrecht Centraal. Daarbij oordeelde de politie dat het geweld toegestaan was — maar tegelijkertijd ook dat de agent achteraf gezien beter niet had kunnen trappen. Sindsdien is de toon veranderd: nu benadrukt de politie dat agenten ook fouten mogen maken — en daarvan moeten kunnen leren. En juist daarom zou het hele onderzoeksrapport openbaar maken tegenwerken.

En ja: er komen geen sancties voor de betrokken agent in Zeist. Dat is duidelijk.

Ondertussen stijgt het aantal geweldsincidenten waarbij de politie betrokken is. Sommigen wijten dat aan een verhardere samenleving of meer verwarde personen op straat — maar nieuw onderzoek van de Vrije Universiteit laat ook zien dat een groot deel van de stijging komt door beter registratie. Sinds 2019 houdt de politie namelijk systematischer bij wanneer en hoe geweld wordt gebruikt. Toch is lang niet alles goed geregistreerd of onderzocht — wat volgens de onderzoekers de kans op leren beperkt.

Even kort samengevat: wanneer mag de politie wel geweld gebruiken?

Alleen als het echt niet anders kan — dus pas nadat praten of de-escaleren is mislukt. Het geweld moet ook passen bij de ernst van de situatie (bijvoorbeeld: schieten is alleen toegestaan bij direct levensgevaar). En zo mogelijk moet er eerst gewaarschuwd worden.

Hoe wordt zo’n geweldsgeval eigenlijk beoordeeld?

Een agent die geweld heeft gebruikt, moet dat direct intern melden. Een nader onderzoek volgt alleen als er sprake is van vuurwapengebruik, letsel of andere bijzondere omstandigheden. Dan kijken zowel een interne commissie (met soms ook iemand van buiten de politie) als een leidinggevende mee. Het eindoordeel ligt bij de hoogste politiechef van de regio — die beslist of het optreden in orde was, en of er bijvoorbeeld een berisping of schorsing volgt. Sterft iemand of raakt iemand zwaargewond, dan neemt de Rijksrecherche het over — en beslist het Openbaar Ministerie of er strafrechtelijk onderzoek komt.

En hoe leert de politie ervan?

Bij individuele gevallen bespreekt de betrokken agent met een leidinggevende én een docent wat goed ging en wat beter had gekund. Dat leidt tot persoonlijke feedback of extra training. Bij grootschalige incidenten probeert de hele organisatie te leren — denk aan aangepaste procedures of opleidingen. Zo werd na de onrust rond de Ajax-Maccabi Tel Aviv-wedstrijd in Amsterdam duidelijk dat het ME niet goed was voorbereid op snelle ‘flitsacties’. Daar is sindsdien werk van gemaakt.

Bekijk origineel artikel

ANWB: bijna de helft van de Nederlanders blijft in de zomer gewoon thuis

Waar een zomervakantie vroeger bijna als vanzelfsprekend gold, lijkt het in 2026 steeds vaker een bewuste keuze te worden — of juist een keuze die je niet maakt. Volgens de ANWB blijft bijna de helft van de Nederlanders dit jaar gewoon thuis in de zomermaanden. En dat is geen toeval: geld speelt een duidelijke rol. Één op de drie mensen geeft hoge reiskosten als reden om helemaal af te zien van een vakantie in juli en augustus.

Waarom kiezen steeds meer mensen voor ‘geen vakantie’?

Een kwart van de Nederlanders zegt gewoon geen behoefte te voelen om in de zomer te reizen — en blijft daarom met plezier thuis. Maar ook de timing verschuift: de meivakantie wordt steeds populairder, en september lijkt zich op te dringen als nieuwe topmaand voor vakantiegangers.

Waar gaan degenen die wél op reis gaan?

Wie wel op vakantie gaat, kiest vaker voor Europa — mede door de geopolitieke spanningen wereldwijd. Het Midden-Oosten vermijdt 65 procent van de reizigers bewust. En het populairste vakantieland? Nederland zelf. Ook klimaatverandering en overtoerisme spelen mee: meer dan de helft van de zomervakantiegangers vermijdt gebieden met extreme hitte of te veel drukte.

Hoe gaan ze erheen? En hoe boeken ze?

De auto blijft veruit het favoriete vervoermiddel: 66 procent kiest ervoor. Van die automobilisten checkt 33 procent voor vertrek waar goedkoop getankt of geladen kan worden — en 18 procent rijdt expres minder kilometers om brandstof te besparen. Vliegen is nog steeds een optie voor 31 procent, terwijl 9 procent op vakantie trekt met de trein.

En dan nog het boeken: kunstmatige intelligentie wordt steeds belangrijker. Terwijl vorig jaar nog 24 procent van de reizigers met AI hielp bij het plannen, is dat dit jaar gestegen naar 39 procent.

Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws

Bekijk origineel artikel

Felle brand in historisch pand binnenstad Sneek – politie noemt het ‘plaats delict’

Vanochtend vroeg woedde er een heftige brand in een oud gebouw aan de Oude Koemarkt, midden in de historische binnenstad van Sneek. Volgens Veiligheidsregio Fryslân brak de brand rond 05.00 uur uit in een appartement op de vierde verdieping — en sloeg razendsnel over naar andere delen van het pand.

Binnen één uur had de brandweer de situatie onder controle, maar de ingreep was zwaar: vanwege de ernst werd snel opgeschaald en werden meerdere hulpdiensten ingezet. Opvallend is dat er al eerder in dezelfde nacht hulpdiensten naar het adres waren gestuurd vanwege ‘onrust’. Dat speelt nu mee in het onderzoek: de politie heeft het pand daarom officieel aangewezen als plaats delict.

Bewoners uit de appartementen naast het brandende pand zijn uit voorzorg geëvacueerd. Op dit moment wordt nog nageblust in het appartement waar de brand ontstond, terwijl de brandweer ook inspecteert of de omliggende woningen schade hebben opgelopen.

Tot nu toe is nog niet bekend of er slachtoffers zijn gevallen — en ook de oorzaak van de brand is nog onduidelijk.

Bekijk origineel artikel

Barend maakte zijn hbo af, maar koos voor schoonmaken: ‘Weet je dit zeker?’

Een paar jaar geleden deed de 24-jarige Barend Seijkens uit Helmond iets wat veel mensen verbijsterde: hij liet zijn frisse hbo-afstudering achter zich — en stapte rechtstreeks in een laarzen, een koptelefoon en achter een hogedrukspuit. In plaats van dagenlang achter een beeldscherm te zitten, begon hij opritten schoon te maken. En niet zomaar: zijn filmpjes van modderige parkeerplaatsen die onder een straal water letterlijk tot leven komen, gaan sindsdien viraal op sociale media. Terwijl zijn omgeving eerst behoorlijk twijfelde. “Ze vroegen echt: weet je dit zeker? Ga je nou echt dit ‘ongeschoold werk’ doen?”

BRRRR…
Het gebrom van de hogedrukspuit galmt over een bedrijventerrein aan de Donge in Best. Barend staat midden op een oprit, kaplaarzen aan, geluidsdichte koptelefoon op, handen stevig op de trekker. De eerste modderstreep kleurt al zijn broekspijpen bruin. “Ja, het is best wel specifiek”, lacht hij. “Ik sta vaak op een oprit of terras en dan denk ik even: wat ben ik nou eigenlijk aan het doen?

Maar dat moment van zelfreflectie duurt nooit lang. “Ik wilde altijd al iets voor mezelf beginnen”, vertelt hij, terwijl hij een stomend kopje koffie vasthoudt — een kleine pauze tussen twee klussen. “Als bijbaan werkte ik als bezorger, en daar viel me één ding op: zo’n hoop vieze opritten. Ik dacht: daar ga ik iets aan doen.”

BRRRR…
De eerste dikke laag modder trekt zich terug onder de krachtige straal. Beetje bij beetje spoelt het weg, richting straat en riool. De spuit komt uit een enorme, volledig omgebouwde aanhanger — een mobiel schoonmaaklab. En Barend doet het niet alleen: verslaggever Thijs liep een dag met hem mee, pakte zelf de borstel en de slang — kijk hier aflevering vier van Thijs Draait Mee.

Voorheen had Barend een hbo-studie afgerond, kreeg tijdens een stage zelfs een mooie baan aangeboden — de gouden bergen leken binnen handbereik. Maar langzaam maar zeker kwam hij in aanraking met iets anders: het gevoel van een duidelijke taak, buiten, met direct resultaat. Niet iedereen begreep het meteen. “Ze zeiden: weet je zeker dat je dit wil? Je hebt zo veel andere opties — ga je echt dit ongeschoold werk doen?

Toch bleek het schoonmaakvak voor Barend liefde op het eerste (modderige) gezicht. “Het is taakgericht, ik ben buiten — en het is gewoon heel erg leuk”, zegt hij enthousiast. En dan nog een knipoog: “Oh, en het is met water. Ik wilde vroeger ook brandweerman worden.”

BRRRR…
Nu haalt hij zwaarder geschut: een ronddraaiende borstel met hogedrukstraal. Als ware schoonmaakmozes splijt hij de parkeerplaats in tweeën — de ene kant bruin, de andere kant al weer lichtgrijs. En ja, hij deelt het allemaal op sociale media. Met succes: de filmpjes werden honderdduizenden keren bekeken. “Zo is mijn bedrijf langzaam ontstaan. Het begon als bijklussen.”

“Het is best genormaliseerd om een vies buitenterrein te hebben”, zegt Barend, terwijl hij naar de omringende bedrijven kijkt — doffe stenen, dunne modderlagen. “Maar als je van bruin naar zó wit gaat…” — hij wijst met de kop van de spuit naar de bijna glanzende klinkers — “…dat is wel heel erg gaaf.”

BRRRrrrrrrr…
De machine slaat langzaam af. Met een zak zand loopt Barend rond over het parkeerplaatsje, om het oppervlak droog en begaanbaar te maken. Tevreden kijkt hij naar het spik-en-span stukje bedrijventerrein. “Je maakt iets schoon — en daarmee maak je dus ook mensen blij.”

Bekijk origineel artikel

Waarom plantaardige kaas hier nog steeds niet echt kaas mag heten (maar er is wel degelijk hoop)

Je koopt ‘plantaardige plakken’ of ‘Gouda flavour’ in de supermarkt, maar nooit gewoon kaas. En dat is geen toeval — want in Europa mag het woord ‘kaas’ op de verpakking simpelweg niet staan als het niet van dierlijke melk komt. Dat besloot het Europese Hof van Justitie. Dus ja: wat je in de koelkast vindt, wordt officieel niet eens als kaas erkend. En dat zegt al veel over waarom plantaardige kaas hier nog steeds zo’n moeizame start heeft.

De grote textuur-kloof: waarom ‘rekken’ zo’n probleem is

Een Nederlands bedrijf heeft vijf jaar lang geprobeerd een plantaardige kaas te maken die écht op dierlijke kaas lijkt — en kwam uiteindelijk zo dichtbij dat liefhebbers het product nu zelfs naar Amerika moeten halen om het te proeven. Terwijl wij hier blijven steken bij smeerbare varianten, geraspte blokjes en ‘plakken’ die nauwelijks te schaven zijn.

Waarom? Volgens hoogleraar Elke Scholten van Wageningen is het allemaal te danken aan caseïne: het eiwit dat in dierlijke melk zit. Dat geeft kaas zijn unieke rekbaarheid, het karakteristieke smeltgedrag met draden, het specifieke mondgevoel — kortom: alles wat we instinctief herkennen als ‘kaas’. Zonder caseïne is het bijna onmogelijk om die structuur na te bootsen. En zonder die structuur? Veel consumenten pakken gewoon de koeienkaas.

Smaken, kruiden en kokosolie: waarom ‘naturel’ zo lastig is

En dan hebben we nog de smaak. Veel plantaardige kazen worden gemaakt met kokosolie — en ja, soms proef je daardoor ook echt kokos. Terwijl dierlijke kaas zijn rijke, complexe smaak vooral dankt aan melkvet, moeten plantaardige versies op zoek naar moleculen die die diepgang nabootsen. Dat lukt nog maar zelden — zeker niet in de ‘naturel’-variant.

Daarom kiest men vaak voor een uitweg: kruiden. Zo bracht WildWestLand (van dezelfde mensen achter De Vegetarische Slager) begin dit jaar ‘Smeerkees’ uit, en medio juli volgen twee harde plantaardige kazen — één met nagelkruid en fenegriek, de andere met kruidnagel. “De naturel kaassmaak is het moeilijkst na te bootsen”, legt mede-oprichter Jaap Korteweg uit. “Daarom kun je bij plantaardige kaas het beste kruiden toevoegen.”

De naamgeving is een doosje met verrassingen

In de supermarkt zie je grofweg drie categorieën: smeerbare ‘kaas’, geraspte ‘kaas’ en plakken ‘kaas’. Maar vergeet maar de termen jong, belegen of oud — die bestaan (nog) niet voor plantaardige versies. Wel kom je aanduidingen als ‘mild’ tegen, of allerlei kruidencombinaties. En hoewel supermarkten op hun website vaak vrijmoedig ‘plantaardige kaas’ zeggen, staat op de verpakking altijd iets als ‘plantaardige rasp’ of ‘Gouda flavour’. Want kaas mag het niet zijn. Punt.

Maar wacht… er is écht hoop

Want in Gent begonnen wetenschappers van Those Vegan Cowboys in 2019 met een missie: caseïne maken — zonder koe. Na vijf jaar onderzoek, in 2024, kraakten ze de code: ze kunnen nu precisiefermentatie gebruiken om een volledig identieke, niet-dierlijke versie van caseïne te produceren — met behulp van bacteriën, gist en schimmels in fermentoren.

CEO Van der Kaa benadrukt: “Het gaat om dezelfde bouwsteen die kaasmakers al eeuwen gebruiken.” En dat betekent: kaas die qua smaak, structuur én gedrag (denk aan smelten en rekkken) echt op dierlijke kaas lijkt.

In Amerika is het al zo ver: het bedrijf heeft GRAS-status (‘Generally Recognized as Safe’) gekregen en brengt de kaas eind dit jaar daar in de schappen. In Europa duurt het langer — door strengere regels van de EFSA. Verwacht wordt dat Nederlandse consumenten pas over drie jaar mogen genieten van deze innovatie. En dat vindt Van der Kaa wrang: “Nederland is altijd een voorloper geweest in landbouw en voedsel — door slimmer te zijn, niet groter. Juist daarom is het zorgelijk dat nieuwe voedselinnovaties hier jaren langer nodig hebben dan in de VS.”

Een klein cijfer, met grote ambities

In 2025 werd in Nederland 904.000 kilo plantaardige kaas verkocht — voor een waarde van 10,6 miljoen euro. Voor vergelijking: op dierlijke kaas viel het CBS-gecijfer op bijna 385 miljoen kilo. Het verschil is enorm. En het GFI-rapport bevestigt het: in Amerikaanse tests scoorden dierlijke cheddar, roomkaas en mozarella in alle gevallen beter dan hun plantaardige tegenhangers.

Dus ja — de weg is nog lang. Maar de eerste echte stap is gezet. En die smaakt, voor degenen die het al geproefd hebben, heel erg op kaas.

Bekijk origineel artikel

Deze hondsbrutale bende terroriseerde jarenlang de omgeving

(of: Wanneer de apen de baas werden in Hilvarenbeek)

In de jaren zeventig deed er in Hilvarenbeek iets heel bijzonders — en behoorlijk onverwachts — voor: een groep apen ontwikkelde zich tot een ware hondsbrutale bende die jarenlang de rust in de omgeving flink ondermijnde. En nee, het waren geen mensen — het waren bavianen. Vanuit het pas geopende Safaripark Beekse Bergen (dat al in 1968 zijn poorten opende) begonnen ze langzaam maar zeker hun eigen regels te schrijven… met de auto’s van bezoekers als hoofdrolspelers.

De jungle kwam naar jou toe

In het Leeuwenpark van Beekse Bergen konden bezoekers vroeger gewoon met de auto door de wildernis rijden — een soort ‘drive-through’-safari waarbij je roofdieren van dichtbij zag. In 1970 kwamen er jachtluipaarden én een groep van liefst honderd bavianen bij. De parkdirectie was dolblij en promootte de nieuwe “apenjungle” vol enthousiasme:

“Baviaan op je bumper. Het kan gebeuren in de nieuwe, zes hectare grote apenjungle. Ruim honderd bavianen beleven hier hun eigen wereld en u rijdt er kriskras doorheen.”

Maar wat in de reclame als charmant klonk, bleek in de praktijk iets minder gezellig. Want deze bavianen hadden geen zin in passief toekijken. Ze wilden meedoen. En dat deden ze — op een manier die niemand had voorzien.

De opgewekte slopers van Hilvarenbeek

Een verslaggever van het Vrije Volk kreeg in 1972 een onvergetelijke les toen hij met zijn gezin een ritje maakte. Acht bavianen klommen op hun auto — en begonnen direct aan een soort auto-opkuisactie:
– Twee sierstrips verdwenen in een handbeweging;
– De tankdop werd losgeschroefd en nonchalant in de bosjes gegooid;
– Een forse baviaan sprong op de motorkap en rukte het sierdopje van de ruitensproeier eraf;
– En toen twee kleintjes aan de ruitenwissers begonnen te draaien… ja, toen was het tijd om snel weg te rijden — mede op verzoek van een krijsend dochtertje.

Het stel achter hen lachte zich eerst kapot… totdat zij ook dezelfde behandeling kregen. Geen wonder dat het kopje van het artikel zo treffend was: “De opgewekte slopers van Hilvarenbeek”.

Van jungle naar stad: de bende breidt uit

De bavianen vermenigvuldigden zich als konijnen — en hun ambitie groeide mee. De hoge hekken van het park? Voor de grotere exemplaren waren dat slechts klimmogelijkheden. Al snel begonnen ze de omgeving te verkennen:
– Verkeersopstoppingen door apen op de weg;
– Ongevraagde liftjes op auto’s;
– En natuurlijk: nog meer vernielingen — ruitenwissers, antennes, tankdoppen… niets was veilig.

De directie besefte: dit kon zo niet doorgaan.

De grote apenverhuizing van mei 1973

In mei 1973 greep de parkleiding radicaal in: ongeveer negentig van de honderdtwintig bavianen werden gevangen en naar Spanje gedeporteerd. De ergste slopers en ontsnappingskunstenaars waren weg — en met hen de grootste bron van overlast.

Een maand later arriveerden honderd jonge bavianen uit Kenia. En het werkte: de rust keerde terug. De nieuwe generatie gedroeg zich keurig — tenminste, voorlopig.

En nu dan?

Een kuifmangabey is onlangs ontsnapt en is al meerdere keren in de omgeving gespot. Maar gelukkig: tot nu toe geen meldingen van gesloopte auto’s. En hoewel er sindsdien geen grootschalige apenverhuizingen meer plaatsvonden, verhuisde onlangs wél een gorilla naar het park — zoals te zien was in de serie Op Safari, gratis te bekijken op Brabant+.

Bekijk origineel artikel