Vijf doden bij catastrofale flatbrand in Antwerpen – oorzaak waarschijnlijk een technisch mankement
Vanochtend brak er een hevige brand uit in een grote flat op de linkeroever van de Schelde in Antwerpen – met tragische gevolgen: vijf mensen zijn om het leven gekomen. De brand, die rond 10.00 uur begon op de begane grond van een tien verdiepingen tellend gebouw, is inmiddels volledig geblust (rond 16.30 uur), maar de nasleep blijft zwaar. Meerdere bewoners raakten gewond, en honderden mensen moesten in allerijl hun woning verlaten.
In eerste instantie sprak de politie over zes slachtoffers, maar dat aantal werd later bijgesteld naar vijf. Volgens de brandweer lijkt de oorzaak te liggen in een technisch probleem – al is het volgens een woordvoerder nog “heel moeilijk om nu al precies te zeggen wat er precies misging”. Het Openbaar Ministerie en de onderzoeksrechter zijn intussen aan de slag om de exacte oorzaak vast te stellen.
De operatie was enorm: meerdere brandweereenheden, hulpdiensten, een klimteam én een droneteam werden ingezet. “Het was een heel complexe situatie om het overzicht te bewaren. Het waren moeilijke omstandigheden”, aldus de woordvoerder. Alle tien verdiepingen zijn grondig doorzocht – geen nieuwe slachtoffers meer gevonden.
Het gebouw telt twee appartementsblokken, elk met 10 verdiepingen en 40 appartementen – dus in totaal 80 flats waar ruim 200 mensen wonen. Alle appartementen zijn ontruimd; hoeveel mensen dat precies zijn, kon de brandweer niet exact zeggen – maar ‘honderden’ is wel duidelijk.
Op beelden is te zien hoe bewoners in paniek proberen te ontsnappen. Geert Dewulf en zijn vrouw woonden op de tiende verdieping. “Eerst viel de elektriciteit uit, drie minuten later kregen we brandalarm”, vertelde hij aan de VRT. “Toen hing er al rook in de gangen.” Ze probeerden naar beneden te lopen, maar dat was onmogelijk. Uiteindelijk verschansten ze zich op het terras – en werden daar met een brandladder gered.
Ook de 92-jarige voormalig burgemeester van Antwerpen, Bob Cools, en zijn 71-jarige vrouw behoren tot de geëvacueerden. Ze zijn uit voorzorg naar het ziekenhuis gebracht en maken het – gezien de omstandigheden – goed.
Het drama trof ook de politieke wereld: de plenaire vergadering in het Vlaamse parlement begon vandaag met een minuut stilte. Premier Bart de Wever reageerde op X met een verklaring waarin hij zijn ‘diepe waardering’ uitsprak voor de nooddiensten – en zijn gedachten uitte bij de slachtoffers én alle geëvacueerden. Koning Filip bezocht zelfs ter plaatse de locatie van de ramp.
Militair uit Oirschot overreden tijdens oefening – slaapzak in de berm bleek fataal
Delano, een 21-jarige militair uit Oirschot, lag rustig te slapen in zijn gecamoufleerde slaapzak naast zijn pantserwagen – toen hij werd aangereden door een passerend voertuig. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Het ongeluk gebeurde tijdens de grote legeroefening Bastion Lion in Duitsland, waar ruim 4000 militairen en bijna 1800 voertuigen betrokken waren.
Delano was chauffeur bij de Limburgse Jagers uit Oirschot en reed een stafvoertuig van de Bravo-compagnie – een soort mobiele commandopost voor leidinggevenden. Op 10 april hadden die leidinggevenden net het oefendorp veroverd. Daarna parkeerde Delano het pantserwielvoertuig in de berm langs een doorgaande weg. Terwijl de officieren in het voertuig bleven werken – en later naar de commandopost vertrokken – kregen Delano en de boordschutter opdracht om te gaan slapen.
Omdat slapen in voertuigen niet toegestaan was, kozen ze allebei een eigen plek. De boordschutter trok zich terug in een gebouw aan de overkant van de weg. Delano ging rond half elf ’s avonds op een matje naast het voertuig in de berm liggen – in zijn slaapzak, zonder verlichting of markering. Volgens het rapport: “Mogelijk wilde hij dienstbaar zijn aan zijn groep door als chauffeur dicht bij het voertuig te gaan slapen.”
Maar toen werd het plots druk. Vanwege een hergroepering werden bevelen opgehaald, materiaal overgeladen en voorraden aangevuld. De doorgaande weg raakte geblokkeerd door een lange rij voertuigen – waardoor zwaar verkeer (zoals Boxers, Bushmasters en Scania-trucks) moest uitwijken. En dat betekende: sommige voertuigen reden rechtstreeks door de berm… precies waar Delano lag.
En hoewel de straatverlichting in het oefendorp wel brandde, lag zijn slaapplaats in de slagschaduw van het geparkeerde voertuig. Geen van de chauffeurs in de passerende wagens zag hem. Welk voertuig hem uiteindelijk raakte, is nooit vastgesteld – het zou zelfs meerdere voertuigen kunnen zijn geweest.
Rond 1.00 uur ’s nachts kwamen de leidinggevenden terug bij de pantserwagen – en ontdekten dat Delano was overreden. De hulpdiensten konden niets meer doen. De hele oefening werd stilgelegd.
Niet het enige ongeluk – en veel onherkende risico’s
Helaas was dit geen eenmalig incident. Een half jaar later kantelde tijdens een andere oefening een pantserwagen – met een dodelijke afloop voor een 28-jarige soldaat. Ook in 2024 vielen er weer gewonden en een dodelijk slachtoffer bij oefenongelukken.
De OVV constateert: er was simpelweg te weinig aandacht voor de risico’s. Bijvoorbeeld: tijdens de veiligheidsbriefing vooraf werd nergens gesproken over het slapen buiten in het donker. Militairen moesten het vooral laten afhangen van ongeschreven regels en eigen ervaring. Bovendien reden tijdens de oefening relatief jonge chauffeurs rond – vaak pas met hun vrachtwagenrijbewijs – met weinig ervaring in het donker. Gevaren inschatten? Dat viel dus zwaar tegen.
En nog erger: uit de risicoanalyses van de betrokken eenheden bleek dat een aantal belangrijke gevaren gewoon niet was onderkend.
Te veel druk, te weinig balans
Commandanten staan onder sterke druk: meer personeel opleiden, realistisch oefenen, altijd klaarstaan. Daardoor wordt het steeds lastiger om een goede balans te vinden tussen ervaringsopbouw, oefenambitie én veiligheid. Het gevolg? Jonge en minder ervaren militairen worden tijdens oefeningen blootgesteld aan grotere risico’s. Slaapverstoring, tijdsdruk en prestatiedruk spelen daar ook mee.
Nu de krijgsmacht groeit – van 80.000 naar 122.000 mensen – adviseert de OVV om de oefenambities te verlagen, extra veiligheidsmaatregelen te nemen én ruimte te geven aan kritische stemmen. Ook pleit de raad voor een vaste oefenleiding die continu alle risico’s in de gaten houdt – zoals in Duitsland en de Verenigde Staten al gebeurt.
Een les die langzaam leert doordringen
Vorige maand hield de 13 Lichte Brigade uit Oirschot opnieuw een grote oefening in Duitsland: Fighter Lion. Deze keer werd iedereen – inclusief media – grondig ingelicht over veiligheid. Toch kon dat een verkeersongeluk met vier gewonde militairen niet voorkomen.
Toch viel er één ding op in de kampementen: tenten stonden nu bewust rond voertuigen en tussen bomen, en vooral: op ruime afstand van doorgaande wegen. Een duidelijke, tastbare les van vorig jaar.
Vrouw overleeft spectaculaire val van ruim 450 meter op Mount Shasta
Volgens de US Forest Service gebeurde het drama afgelopen zondag op de imposante Mount Shasta — een actieve vulkaan in het uiterste noorden van Californië. De vrouw maakte deel uit van een groepje van drie beginnende klimmers. Helaas verloor ze haar grip en stortte zo’n 1500 voet (ongeveer 457 meter) recht omlaag — tot ze eindelijk tot stilstand kwam op een steile helling van de berg.
Omdat het weer te slecht was voor een directe helikopterlanding bij haar locatie (op zo’n 3500 meter hoogte), werd een team professionele reddingsklimmers met de helikopter zo ver mogelijk naar boven gevlogen. Het laatste stuk moesten ze te voet afleggen — ondersteund door een andere klimmer die toevallig in de buurt was.
Goed nieuws: toen de redders bij haar aankwamen, was ze wakker, alert én zelfs goedgemutst! Maar ze had wel een gebroken enkel en diverse andere verwondingen die passen bij een val van grote hoogte.
Nadat ze veilig op een brancard was vastgezet, werd ze stap voor stap de berg af gedragen tot waar de helikopter stond te wachten. Van daaruit ging het snel door naar een ziekenhuis voor verdere behandeling.
De bosdienst benadrukt in het bericht dat dit geen ‘gewone wandeling’ is: “Mount Shasta is een echte hoogteklimgroep — geen zomaar een stevige dagwandeling. Ook ervaren klimmers moeten rekening houden met plotseling omslaand weer, diepe sneeuw, ijs, vallende stenen en andere serieuze risico’s.”
Minister Sterk legt de rem op bezuinigingen in ouderen- en gehandicaptenzorg
Minister Sterk van Langdurige Zorg heeft duidelijk gemaakt: bezuinigingen op zorg voor ouderen en mensen met een handicap zijn van de baan. Geen kortingen meer, geen onverwachte tariefverlagingen — en ook geen voortzetting van oude besparingsplannen uit eerdere kabinetten (zoals Rutte IV en Schoof).
Volgens haar nieuwe berekeningen is er gewoon voldoende geld beschikbaar om de zorg te laten groeien — tot 2031 toe. Zo komt er bijvoorbeeld 1,6 miljard euro extra vrij voor gehandicaptenzorg, 3,9 miljard voor ouderenzorg en bijna een half miljard voor langdurige geestelijke gezondheidszorg (ggz). Dat zou ruim genoeg moeten zijn om de zorg op het huidige tempo te laten doorgroeien: +1,9% voor gehandicaptenzorg en +3,2% voor ouderenzorg.
In een brief aan de Tweede Kamer reageert Sterk op de grote zorgen die daar al langer bestonden over de bezuinigingen die ooit in het coalitieakkoord stonden — zoals een korting van 990 miljoen euro in 2031. Die korting is wel meegenomen in haar berekeningen, maar ze benadrukt dat er meer extra geld niet beschikbaar is. Wat er wél komt, is stabiliteit: geen verrassingen, geen financiële schokken, en zeker geen ‘tariefmaatregelen’ (lees: bezuinigingen op een groeiend budget).
Sterk: “Met de beschikbare middelen kunnen we samen afspreken hoe we verantwoord en duurzaam door kunnen groeien — zodanig dat zowel cliënten als medewerkers er beter mee kunnen.” En: “De bezuinigingen op specifieke onderdelen zijn echt van de baan. Mijn voorstel bevat precies nul financiële verrassingen.”
Dat is goed nieuws, want de Tweede Kamer had al eerder — in mei — een geplande besparing van 171 miljoen euro voor 2027 geblokkeerd. De reden? De sector is te kwetsbaar om nu nog meer geld tekort te komen, of thuis- én instellingszorg te belasten met extra druk.
Of de Tweede Kamer én de zorgsector het uiteindelijk eens worden met Sterks cijfers, blijft afwachten. Maar één ding is duidelijk: de knipperlichten op bezuinigingen in deze zorggebieden staan nu op rood.
Nederland heeft tegen 2040 veel meer duurzame energie nodig
Dat zeggen de 30 energieregio’s — ook wel RES’en genoemd — in hun nieuwste voortgangsrapportage. Ze concluderen dat Nederland flink moet opvoeren met zonne- en windenergie als we écht willen wegkomen van aardgas, kolen en olie. Alleen: terwijl de behoefte stijgt, blijft de aanleg van nieuwe duurzame projecten steken. En dat is al een tijdje zo.
Waarom gaat het zo moeizaam?
De redenen zijn bekend, maar nog steeds niet opgelost: het stroomnet kan vaak niet bijhouden, er is onvoldoende draagvlak bij bewoners, en er ontbreken duidelijke, landelijke milieunormen voor windenergie — vooral sinds de Raad van State in 2021 uitsprak dat die normen niet meer bestaan. Ook is de businesscase voor nieuwe zonneparken of windmolenparken niet altijd overtuigend. En dan hebben we het nog niet eens gehad over duurzame warmte…
Warmte is lastiger dan je denkt
Warmtenetten worden steeds vaker gezien als een slimme manier om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen: minder huizen hoeven dan op elektrische wijze te verwarmen, dus minder piekvraag op het net. In veel regio’s zit er zelfs wel potentie om zo’n net op te zetten — maar toch komt het vaak niet van de grond. Waarom? Omdat investeerders onzeker zijn over de lange termijn, en omdat de financiering vanuit het Rijk simpelweg te kort schiet.
NP RES waarschuwt: als warmteprojecten blijven uitblijven, stijgt de vraag naar elektriciteit — en daarmee de noodzaak voor nog meer opwekcapaciteit én kostbare extra infrastructuur. Dat gevolg staat nog niet overal op de radar.
Wat met groen gas, waterstof en kleine kerncentrales?
Op regionaal niveau wordt er soms enthousiast gepraat over alternatieven zoals groen gas, waterstof of Small Modular Reactors (SMR’s). Maar eerlijk is eerlijk: over al die opties hangt nog veel onduidelijkheid. Hoeveel groen gas kunnen we echt produceren? Wanneer zijn SMR’s überhaupt beschikbaar? En wat wordt precies de rol van waterstof? Voor al die vragen is er — voorlopig — geen duidelijk antwoord.
En zelfs als je kernenergie meeneemt in de mix: tegen 2040 heb je dan nog steeds twee keer zoveel wind- én drie keer zoveel zonne-energie nodig dan nu. Zo zei Peter Derk Wekx, waarnemend directeur van NP RES, tijdens een recente persbijeenkomst: “Reken je niet rijk.” Gemeenten mogen niet aannemen dat er altijd genoeg stroom is — zij moeten zelf actief meehelpen om die op te wekken.
Regionale samenwerking onder druk
Een Regionale Energie Strategie (RES) is een samenwerkingsverband van gemeenten, provincies, waterschappen en netbeheerders — vaak met inwoners op het bord — om samen te kijken wat écht mogelijk is op het gebied van hernieuwbare energie. Maar het vertrouwen daarin neemt af. In sommige regio’s worden RES-afspraken steeds minder serieus genomen. Volgens de rapportage is er zelfs al een gemeente die de afspraken gewoon opzegt. Het betreft — zo bevestigt de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) — Opmeer. En volgens NVDE-voorzitter Olof van de Gaag zijn er meer gemeenten die zich terugtrekken. “Ze zeggen dat ze met SMR’s hun RES-doel voor 2040 willen halen”, legt hij uit. “Daarmee zeg je eigenlijk: met zon en wind doen we het niet — we trekken de zoekgebieden daarvoor in.”
Windenergie blijft een knelpunt
Vooral windenergie ligt gevoelig — terwijl netbeheerders juist benadrukken dat windmolens in combinatie met zonnepanelen het beste werken voor de stabiliteit van het elektriciteitsnet. En terwijl het Rijk streeft naar een CO₂-vrij elektriciteitssysteem al in 2035, is snelheid essentieel. Utrechtse gedeputeerde Huib van Essen, voorzitter van de adviescommissie Klimaat & Energie van het IPO, is daarom blij dat er eindelijk duidelijkheid komt over nieuwe milieunormen voor windparken. In Utrecht zelf wordt al hard gewerkt aan de realisatie van meer windmolenparken — en daarvoor zijn die normen cruciaal.
Waarom de giftige doornappel steeds vaker opduikt in Brabant
Je ziet hem wel eens langs een tuinmuur of in een onverzorgd plantvak: een plant met glanzende, stekelige vruchten, witte trompetvormige bloemen en bladeren die een beetje lijken op hulst — maar zachter aanvoelen. Dat is de doornappel. En ja, die is echt giftig. Niet zo’n beetje: helemaal.
Waarom is hij gevaarlijk?
Boswachter Frans Kapteijns legt het duidelijk uit: raak het sap niet aan je huid — dan kunnen er bultjes of blaasjes ontstaan. Dat is vervelend, maar meestal niet levensbedreigend. Wat wél gevaarlijk is, is het sap binnenkrijgen. Vooral voor mensen met een kwetsbare gezondheid kan dat ernstige gevolgen hebben. “Dan moet je meteen naar het ziekenhuis.”
De doornappel behoort tot de nachtschadefamilie — een groep waarvan alle soorten giftig zijn. Ja, zelfs de aardappel zat ooit in die familie. Gelukkig is die in de loop der tijd zó veredeld dat hij nu veilig (en lekker!) te eten is. De doornappel daarentegen is blijven zoals hij is: een waarschuwing op stengel. Kapteijns: “Die plant geeft al aan: ik ben niet zo leuk, dus pas op.”
Van Mexico naar Brabant — een lange reis met een donkere reputatie
De doornappel komt oorspronkelijk uit Noord- en Centraal-Amerika, vooral rond Mexico. In de zeventiende eeuw belandde hij in Nederland — als kruid, als geneesmiddel, als toverplant. Hij werd ook wel duivelskruid genoemd.
Vroeger rookten astmapatiënten sigaretten van zijn bladeren. Heksen en tovenaars gebruikten het sap om bewustzijn te veranderen — en om wol een paarse kleur te geven. En ja, hij werd ook gebruikt tegen kleermotten: in kasten gestopt om die piepkleine beestjes weg te houden. Al die toepassingen hadden één ding gemeen: ze waren allemaal giftig. Maar vroeger zag men dat anders. “Een giftige plant was vooral een signaal: pak hem niet zomaar vast.”
Waarom juist nu, en juist in Brabant?
Kapteijns wijst op twee belangrijke factoren:
– Zandgrond: Nachtschadeplanten, zoals de doornappel, gedijen prima op zandgrond — en Brabant zit vol zand.
– Oude zaden: De plant wordt al sinds de zeventiende eeuw in Nederland gekweekt. Daardoor liggen er overal zaden in de grond — en die blijven jarenlang kiemkrachtig. Door stikstofrijk wordende bodems en graafwerkzaamheden komen die zaden weer boven, en boem: daar staat een doornappel.
Wat kun je doen?
Als je de plant in je tuin ziet en kinderen of huisdieren hebt, is het verstandig om hem te verwijderen — met handschoenen, uiteraard. In openbare ruimte? Meld hem bij de gemeente. In plantsoenen is hij extra riskant: kleine kinderen stoppen vaak dingen in hun mond, en dat wil je hier absoluut niet.
Toch pleit Kapteijns ook voor een beetje rust: “De plantenliefhebber kan hem laten staan als niemand eraan komt. Als we alle giftige planten moeten weghalen, blijft er nog minder natuur over in Nederland.”
