Met slechts één overtreding hield Kaapverdië Spanje tegen — nu wacht ‘oorlog’ met Uruguay
“We zijn één grote familie”, zegt Rotterdammer Sidny Lopes Cabral over het WK-avontuur van Kaapverdië. “Dat is onze grote kracht. We doen alles samen — op én buiten het veld zijn we één.” En dat voelde je ook: afgelopen maandag speelde het WK-debutant een historisch 0–0 tegen wereldmacht Spanje. Een wedstrijd vol grit, gevoel voor timing en pure wilskracht.
Met doelman Vozinha in topvorm én een onverbeterlijke Lopes Cabral op linksachter was het een ware defensieve masterclass. Het oppermachtige Spanje had in Atlanta maar liefst 74 procent balbezit en liet 27 keer op doel gaan. Toch kreeg Kaapverdië geen doelpunt tegen. En dat op een manier die respect afdwong: slechts één overtreding — het minste aantal in een WK-wedstrijd sinds 1966.
Zondagnacht wacht echter iets heel anders: een duel tegen Uruguay in Miami. En daarover heeft Lopes Cabral geen illusies. Hij kent de reputatie van het Zuid-Amerikaanse land. “Het wordt oorlog”, voorspelt de 23-jarige Rotterdammer — en hij meent het.
Die ene overtreding tegen Spanje? Die kwam van hemzelf. In de 16e minuut kreeg hij een gele kaart voor een schop op Marcos Llorente. “Terecht”, erkent hij. “Ik wilde hem tegenhouden, maar prikte per ongeluk in zijn oog.” Een moment van ongeluk, maar ook een symbool van de intensiteit waarmee hij de hele wedstrijd op het lijf geschreven had: constant schakelen, alert zijn, weerstand bieden — tegen Llorente, tegen Ferran Torres, tegen iedereen die zich in de buurt van het Kaapverdische strafschopgebied waagde.
“Ik houd ervan”, zegt hij. “Bikkelen, hard werken, slidings maken — daar liggen mijn kwaliteiten. Ik ben een bikkelaar. Altijd gretig. Zo is mijn persoonlijkheid ook.” Die vroege gele kaart dwong hem wel tot wat meer voorzichtigheid — maar niet tot passiviteit. Vijf minuten later, in de 31e, legde hij met een perfecte tackle Mikel Oyarzabal in eigen strafschopgebied de stop aan een gevaarlijke Spaanse aanval. Zo waren er nog meer momenten waarop hij het middenveld en de aanval van Spanje telkens weer de pas afsneed.
De tactiek achter al die precisie en discipline komt van bondscoach Bubista — de 56-jarige architect van het huidige succes van de ‘Blauwe Haaien’. Al zes jaar lang leidt hij het team, en volgens Lopes Cabral is hij “een meesterbrein”: tactisch razor-sharp, maar ook een gezellige kerel met een knipoog voor grapjes — al denkt hij soms nog steeds dat hij twintig is en doet mee op de training.
Toen in de 71e minuut Lamine Yamal van Spanje inviel, werd de taak voor Lopes Cabral nog zwaarder. Met een gele kaart op zak en de constante noodzaak om duels aan te gaan, was het risico op rood groot. Daarom werd hij vijf minuten later gewisseld — een beslissing die hij zelf “goed vindt van de coach”.
En zo sleepte Kaapverdië het historische punt naar de eindstreep. De wereld keek mee — en doelman Vozinha kreeg na zijn heldenrol miljoenen nieuwe volgers op Instagram. “Bij mij ontplofte het ook”, zegt Lopes Cabral lachend. “Geen miljoenen, maar wel tienduizenden. Dit betekent zoveel voor Kaapverdiërs over de hele wereld. Iedereen is blij.”
De wedstrijd tegen Spanje was een hoogtepunt — maar ook een spiegel van zijn eigen opmerkelijke weg: tweeënhalf jaar geleden speelde hij nog bij Rot-Weiß Erfurt op het vijfde niveau in Duitsland. Na een stap via Viktoria Köln en Estrela Amadora, werd hij door Benfica opgemerkt — en vlak voor het WK tekende hij bij Trabzonspor in Turkije.
En wat het allemaal extra speciaal maakt? Zijn familie zat op de tribune — in Atlanta én nu ook in Miami. Onder hen zijn oudere broer Rodny Lopes Cabral, een 31-jarige oud-prof. “Hij is mijn rechterhand”, zegt Sidny. “Hij heeft me altijd geholpen en bijgestaan. Hij was er voor me toen ik in het vijfde niveau in Duitsland zat te huilen — en hij is er nu, in goede én slechte tijden.”
Lamine Yamal start in de basis voor Spanje tegen Saudi-Arabië
Lamine Yamal krijgt zijn kans: de jonge ster begint vanaf het eerste fluitsignaal in de wedstrijd van Spanje tegen Saudi-Arabië. Een mooie beloning na zijn opvallende optredens eerder in het toernooi.
De eveneens pas herstelde Nico Williams blijft voorlopig op de bank zitten. Ook Marcos Llorente, Fabián Ruiz, Ferran Torres en Gavi moeten zich dit keer tevredenstellen met een plek op de reservebank — zij waren allemaal van de partij in de vorige wedstrijd tegen Kaapverdië.
Saudi-Arabië speelde begin deze week zijn eerste duel van het toernooi, en dat eindigde in een 1-1-gelijkspel tegen Uruguay.
Indrukwekkende rentree van Laros bij FBK Games — en Phijffers pakt wéér de 400 meter!
Niels Laros is met een knal terug op de atletiekbaan! De 21-jarige Nederlandse middenafstandsløper maakte zijn langeverwachte comeback tijdens de FBK Games in Hengelo — en deed dat met een verrassende, maar helemaal niet onverdiende overwinning op de 800 meter. Met een tijd van 1.43,83 finishte hij als derde Nederlander ooit op deze afstand, achter alleen Bram Som (1.43,45) en Rob Druppers (1.43,56). En ja, het was zelfs zijn eerste internationale wedstrijd op de 800 meter in de buitenlucht — toch liet hij iedereen achter zich.
Laros, die eerder vooral bekendstaat van zijn prestaties op de 1.500 en 5.000 meter (met finaleplaatsen op WK en Olympische Spelen), zat al sinds september vorig jaar aan de kant door een blessure. Het indoorseizoen bleef hij actief, maar de FBK Games waren zijn echte ‘terugkeer naar de wereldtop’. En wat een terugkeer: na afloop grinnikte hij nog even naar Bram Som — die toevallig ook aanwezig was — met: “Ik kwam Bram hier tegen. Ik zei: bijna!” En over het nationale record? “Wie weet? Het zal uiteindelijk vallen. Ik weet alleen niet wanneer en door wie, maar het gaat gebeuren.”
Ook Jonas Phijffers viel flink op — net als vorig jaar won hij de 400 meter, en wéér onder de 45 seconden: 44,84! Een jaar geleden was dat al een verrassing; dit jaar is het duidelijk geen toeval meer. “Op de plek waar ik dat het liefst doe, loop ik de beste race. Dat ik dan weer win, is heel gaaf”, zei hij, met een knipoog naar zijn thuispubliek. En ja — hij ziet het ook als een mooie stap richting de Europese kampioenschappen in augustus.
Tussen de twee grote namen door was er ook ruimte voor andere Nederlandse hoogstandjes: Eugene Omalla werd derde op de 400 meter (45,03) — een persoonlijk record — en veroverde daarmee een plek op het podium, net als olympisch goudwinnaar van de gemengde 4×400 meter in Parijs. Liemarvin Bonevacia eindigde als zesde (46,06), maar dat was voor hem dit seizoen al de snelste tijd tot nu toe.
En op het polsstokhoogspringen? Menno Vloon haalde briljant 5,64 meter en eindigde als derde. Ben Broeders (die trouwens jarig was) werd tweede met 5,72 meter, terwijl Amerikaan Christopher Nilsen de winst pakte met 5,82 meter.
Niek Schiks blijft bij PSV én gaat naar RKC Waalwijk — een slimme stap voor de jonge doelman
Goed nieuws voor fans van zowel PSV als RKC Waalwijk: doelman Niek Schiks heeft zijn contract bij de Eindhovense club met één jaar verlengd — tot medio 2028 — én zal komend seizoen op huurbasis uitkomen voor RKC Waalwijk.
Voor de 22-jarige keeper uit Boxmeer is dit een mooie kans om flink in de spiegel te kijken: meer wedstrijden, meer verantwoordelijkheid en vooral veel speelminuten. En dat terwijl hij eerst nog even zijn toekomst bij PSV veiligstelde — zijn oude verbintenis liep immers pas tot 2027.
Schiks begon al in 2012 bij de PSV Academy, maar dan nog als veldspeler. Al vrij snel besloot hij echter om zich volledig op doelman te richten — een keuze die duidelijk goed uitpakte. Via de jeugdopleiding klom hij gestaag omhoog, speelde regelmatig voor Jong PSV en maakte afgelopen seizoen zelfs zijn officiële debuut in het eerste elftal: in de gewonnen wedstrijd tegen FC Groningen.
Nu is het tijd voor een nieuwe stap: RKC Waalwijk biedt hem ruimte om te groeien, te leren en zich echt te bewijzen. Voor de club in Waalwijk is hij een frisse, veelbelovende aanwinst — en voor Schiks een kans om zijn ontwikkeling op het hoogste niveau voort te zetten.
Wat wacht Oranje na de groepsfase? Alles over de knock-outscenario’s
Na die klinkende 5-1-overwinning op Zweden mag Oranje langzaam maar zeker beginnen te dromen van de knock-outfase. De vraag is niet meer of de ploeg van bondscoach Ronald Koeman doorgaat, maar waar en tegen wie — en dat hangt sterk af van wat er in de laatste groepswedstrijd gebeurt.
Groepswinnaar? Dan een makkelijker pad
Nederland en Japan staan beiden met vier punten en een doelsaldo van +4 bovenaan groep F. Nederland leidt op dit moment dankzij één doelpunt meer (vijf tegen vier). Om eerste te blijven, moet Oranje in de wedstrijd tegen Tunesië minimaal even goed presteren als Japan in zijn duel tegen Zweden — beide duels starten gelijktijdig, om 1.00 uur ’s nachts.
Stel: Nederland wint 2-0 én Japan ook — dan is Oranje groepswinnaar. Maar als Japan met 3-1 wint, worden de doelsaldi én het onderling resultaat gelijk. Dan beslist het aantal gele kaarten: Japan heeft tot nu toe géén gele kaart gekregen, terwijl Nederland er al drie heeft (Van de Ven, Summerville en Depay). Dat zou dus een doorslaggevende factor kunnen zijn — net als in 2018, toen Japan dankzij minder kaarten dan Senegal doorging.
Als Oranje groepswinnaar wordt, wacht in de zestiende finales de nummer twee van groep C. Op dit moment lijkt dat Marokko, maar Brazilië of zelfs Schotland kunnen daar nog op uitkomen. Belangrijk: de groepswinnaar komt in het bovenste deel van het knock-outschema terecht — en dat is op dit moment het relatief ‘lichtere’ gedeelte. Sterke namen als Argentinië, Frankrijk, Engeland, Spanje en Portugal staan virtueel allemaal in het onderste deel… voorlopig.
Tweede plaats? Dan wordt het wat zwaarder
Als Nederland tegen Tunesië een slechter resultaat haalt dan Japan tegen Zweden — of als Oranje gelooft en Zweden wint — dan eindigt de ploeg op de tweede plek. Dan wacht in de zestiende finales de winnaar van groep C (op dit moment Brazilië, maar ook Marokko of Schotland zijn nog in beeld).
En hier zit de knoop: de nummer twee komt in het onderste deel van het schema terecht. Daar wacht dan potentiële volgende tegenstanders als de winnaar van Ivoorkust-Frankrijk, en daarna mogelijk Engeland, Portugal, Spanje of medegastland Mexico. Let wel: Frankrijk, Spanje en Portugal kunnen nog stijgen in hun eigen groep — dus niets is zeker.
En als het misgaat? Dan is er nog steeds hoop
Een nederlaag tegen Tunesië is geen ramp — zeker niet na die 5-1 overwinning op Zweden. De beste acht derdeklassers gaan namelijk ook door naar de knock-outfase. Oranje staat bijna zeker in die top acht. Alleen bij een heel zware nederlaag (bijvoorbeeld een grote tegendoelpuntenmarge) zou Nederland theoretisch buiten de boot kunnen vallen.
Als Oranje als derde eindigt, treft de ploeg in de zestiende finales een groepswinnaar. Mogelijke tegenstanders op dit moment: Mexico, de Verenigde Staten, Duitsland, of de winnaars van groep B en groep I — waar Canada en Noorwegen momenteel aan de leiding staan.
Curaçao pakt éérste WK-punt ooit – en dat dankt het vooral aan doelman Room!
Curaçao heeft gisteren een echt historisch moment geschreven: voor het eerst in de geschiedenis heeft het land een punt gehaald op een WK! De 0–0 gelijkspel tegen Ecuador in Kansas City is niet zomaar een resultaat – het is een mijlpaal, een droom die uitkwam, en een feest dat op het hele eiland losbarstte.
En wie was de grote held van de avond? Geen andere dan doelman Eloy Room. De 37-jarige Nijmegenaar stond als een muur in zijn doel – en dat op een moment dat Curaçao echt op zijn benen stond. Na de zware 7–1 nederlaag tegen Duitsland had bondscoach Dick Advocaat bewust gekozen voor een defensievere opstelling: vijf verdedigers, één spits (Jürgen Locadia), en volledig vertrouwen op Room. En terecht: al na twee minuten moest hij toeslaan toen Enner Valencia alleen op doel afstormde – Room tikte de bal net naast. Halverwege de eerste helft weer: een gevaarlijke voorzet van Ecuador, maar Room was er weer – kalm, snel, ondoordringbaar.
Ook koning Willem-Alexander, koningin Máxima én prinses Ariane, die net van de Nederlandse wedstrijd tegen Zweden kwamen, waren in Kansas City om Curaçao aan te moedigen. En op Curaçao zelf? Daar begon het feest al uren voor aftrap – met dromen van een stunt, van een punt, van iets. Advocaat probeerde die verwachtingen vooraf nog te temperen… maar in de tweede helft, terwijl Room elke schot, kopbal en kans van Ecuador blokkeerde, kon zelfs de 78-jarige coach niet meer ontkennen: dit ging écht gebeuren.
Leandro Bacuna, Livano Comenencia en Juninho Bacuna deden hun best om te scoren – en kregen Galíndez flink aan het werk – maar Ecuador bleef ook in de slotfase zonder doelpunt. Toen Preciado de lat raakte, wist iedereen: het punt was veilig. Het eerste WK-punt ooit. Een feest in de Caribische Zee.
Wil je liever langere samenvattingen van de WK-wedstrijden zien? Die vind je op ons YouTube-kanaal.
Bekijk origineel artikel
