Heb je deze fraaie struik in je tuin? Dan heeft dat voordelen volgens Frans
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn natuurkennis — en iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Deze keer gaat het onder meer over een gele libel met een platte buik, een kever die op een boktor lijkt, prachtige bloemen aan een exotische boom én wat gele bolletjes in de sierui. Één van deze vragen is al zaterdag gepubliceerd in de Stuifmail.
Een struik die je echt in je tuin wilt hebben
Jos van der Heijden stuurde Frans een foto van een boom met ongelofelijk mooie bloemen en bladeren — en wilde graag weten hoe die boom heet. Toevallig kent Frans een goede vriend die helemaal weg is van zeldzame bomen. Die kwam met de naam: Japanse kornoelje.
Die naam klinkt misschien als een boom, maar feitelijk is het een struik — en wel een van ruim zestig soorten kornoeljes. Oorspronkelijk komt de Japanse kornoelje niet uit Nederland, maar uit China, Korea en Japan. Ze groeit langzaam: het duurt jaren voordat ze een hoogte van zo’n zes meter bereikt. Haar wetenschappelijke naam is Cornus kousa. ‘Cornus’ betekent hoorn — een verwijzing naar het extreem harde, hoornachtige hout van de takken (vooral duidelijk in de winter). En ‘kousa’? Dat slaat een beetje op de vruchten, die wat lijken op courgettes — al vindt Frans persoonlijk dat ze meer op frambozen of aardbeien lijken. En ja: ze zijn heerlijk eetbaar!
In het voorjaar toont de struik zich van haar mooiste kant met grote, witte bloemen. In het wild vind je haar vooral in de bergwouden van Honshu (Japan), maar ook in China en Korea — vaak aan de rand van bossen of in berggebieden.
Heb je er één in je tuin staan? Dan hoef je niet veel mee te doen — behalve het dode hout eraf snoeien. Maar let op: die vruchten zijn niet alleen lekker, ze hebben ook een flinke gezondheidswaarde. Rijpe kornoeljevruchten ondersteunen de werking van nieren én lever, werken ontstekingsremmend én helpen bij het reguleren van de bloedsuikerspiegel. Een echte tuin-boost dus!
Is dat een libel of een platbuik?
Anja Seijkens vond een libel vastgezeten in het gaas van haar volière — gelukkig kon ze hem bevrijden én een foto maken. En ja: het was een platbuik, specifiek een vrouwtje. Platbuiken zijn forse libellen, met een opvallend breed achterlijf. Hun voor- en achtervleugels hebben donkere vlekken, en de aders daarin zijn opvallend geel.
Pas uitgeslopen exemplaren — zowel mannetjes als vrouwtjes — hebben een gele tot oranjegele kleur op het achterlijf. Vrouwtjes blijven zo, maar mannetjes verkleuren later naar een volledig blauw achterlijf. Je ziet ze vooral van eind april tot begin september. Pas uitgeslopen platbuiken houden zich eerst afzijdig van het water — denk aan bosranden of houtwallen. Pas als ze geslachtsrijp worden, keren ze terug naar het water. Daar bezet elk mannetje dan een eigen plek, patrouilleert hij er rond en verdedigt hij zijn domein. Komt er een vrouwtje binnen, dan grijpt hij haar bij de nek — en als zij klaar is voor paring, vormen ze samen een paringswiel. Na de paring legt het vrouwtje eitjes in het water, terwijl het mannetje vlakbij blijft vliegen om haar te beschermen.
Welke glanzende groene kever zit daar op het gaas?
Désirée de Bakker, nieuweling bij Stuifmail, zag een prachtig glanzend groen diertje op een soort gaas — en vroeg: wat is dat? Op haar foto is een langwerpig, groenachtig insect te zien. Volgens Frans is het een fraaie schijnboktor, een van de elf inheemse soorten uit die familie.
Ze heten ‘schijnboktor’ omdat ze qua uiterlijk én gedrag veel lijken op echte boktorren — maar er zitten belangrijke verschillen. Bijvoorbeeld in de antennes: schijnboktorren hebben draadvormige voelsprieten, terwijl boktorren juist lange, niet-draadvormige antennes hebben (vaak naar achteren gericht). Ook gebruiken schijnboktorren bij gevaar een giftige afweerstof — boktorren doen dat niet. En hun dekschilden versmallen sterk aan het uiteinde, waardoor een deel van de achtervleugels zichtbaar blijft.
Volwassen fraaie schijnboktorren eten graag stuifmeel en nectar van allerlei bloemen. Hun larven leven uitsluitend in dode, droge stengels van kruidachtige planten — soms ook in dood hout of rottende stronken.
Wat zijn die gele bolletjes in mijn sierui?
Moniek Huisman zag overal gele bolletjes in haar sieruien — en vroeg zich af wat dat waren. Volgens Frans zijn het zaadbolletjes, de zaadopslag van de plant zelf.
Sieruien zijn bolvormige vaste planten die vier jaar lang actief kunnen bloeien. Daarna neemt de bloei vaak af, omdat de oorspronkelijke bol uitgeput raakt of zich heeft opgedeeld in een klomp met te veel kleine bolletjes — die dan om ruimte concurreren. Het beste is dan om het geheel in het najaar uit te graven, de klomp voorzichtig uit elkaar te halen en de bolletjes verder uit elkaar te planten.
Als er zaadbolletjes ontstaan, kun je die het beste eruit halen en laten drogen in een droge ruimte. Na de herfst kun je de zaden uitzaaien — liefst in de late herfst of winter, want ze hebben een koudeperiode nodig om te kunnen kiemen.
Rubriek: Mooie foto’s
Deze week een bijzondere foto van Peter van Helmont: onder een overkapping bij een tuin in Uden zag hij een zeldzame nachtvlinder uit de pijlstaartenfamilie — de gestreepte pijlstaart.
Natuurtip: Struinen met de schapenkudde
Zaterdag 23 mei kun je van tien uur ’s ochtends tot één uur ’s middags mee wandelen door de Loonse en Drunense Duinen met onze ervaren boswachter. Je ontmoet dan de herder én zijn kudde — en leert waarom de schapen zo belangrijk zijn voor het behoud van de heide. Ze grazen namelijk de woekerende planten weg, zodat de heide ruimte heeft om te groeien.
Een unieke, leerzame wandeling in één van de grootste stuifzandgebieden van West-Europa. De schapen, de commando’s van de herder én de drukbezette herdershonden — het is nooit saai!
Let op: de startplaats kan nog wijzigen, afhankelijk van waar de kudde op dat moment is. Mogelijke locaties zijn Bosch en Duin in Udenhout, De Roestelberg in Kaatsheuvel of de Rustende Jager in Udenhout. Als er iets verandert, krijg je ongeveer een week van tevoren een mail.
Meer info:
– Aanmelden is verplicht → aanmelden via deze link
– Vertrekpunt: parkeerplaats bij De Rustende Jager, Oude Bossche Baan 11 in Biezenmortel → locatie op kaart
– Prijs: €16 (leden Natuurmonumenten: €11,20)
– Duur: ca. 2–3 uur, afhankelijk van de locatie van de kudde
– Voor volwassenen (oudere kinderen onder begeleiding welkom)
– Stevige wandelschoenen en weerbestendige kleding aanraden
– Controleer jezelf na de wandeling op teken
– Honden mogen niet mee
Lekker vaderen: bijna alle vaders nemen verlof op na de geboorte van hun kind
Dat blijkt uit frisse cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2025 nam maar liefst 92 procent van de vaders verlof op rond de geboorte van hun kind — een klein beetje meer dan in 2023, toen het nog 89 procent was.
De totale duur van dat verlof is wel iets korter geworden. Dat komt vooral doordat steeds meer vaders alleen het standaard geboorteverlof van één week opnemen. Dat ene weekje wordt volledig doorbetaald. In 2023 deed dat 7 procent van de vaders; in 2025 is dat gestegen naar 10 procent.
Sinds 2020 bestaat er daarnaast ook het aanvullend geboorteverlof: tot maximaal zes weken extra. Je krijgt dan 70 procent van je loon uitgekeerd door het UWV — maar werkgevers mogen kiezen om dat aan te vullen tot 100 procent. En dat geluk treft drie op de tien vaders.
Verder neemt ongeveer één op de drie vaders (31 procent) 2 tot 5 weken verlof op. En bijna half (46 procent) maakt de volle zes weken gebruik — dus de standaardweek plus vijf weken aanvullend.
Naast geboorteverlof hebben jonge ouders ook nog recht op ouderschapsverlof: in totaal een half jaar per kind, verdeeld over de eerste acht jaar van het kind. Sinds 2022 kunnen ouders in het eerste levensjaar zelfs negen weken (deels) doorbetaald ouderschapsverlof opnemen — en mannen én vrouwen doen daar vrijwel even vaak mee. In 2025 nam 33 procent van de mannen met jonge kinderen ouderschapsverlof op, tegenover 35 procent van de vrouwen.
Spanning rond inhuldiging Moluks monument: gaat Jetten excuses aanbieden?
Komen er vandaag excuses van premier Jetten of niet? Dat is de grote vraag die over Rotterdam hangt tijdens de inhuldiging van het nieuwe Nationaal Moluks Monument. Jetten kondigde maandag aan dat hij een toespraak zal houden bij het monument — en ja, het is heel goed mogelijk dat hij daarbij ook zijn excuses aanbiedt voor hoe Nederland de eerste generatie Molukkers heeft behandeld, 75 jaar geleden.
Denk even mee: veel Molukse soldaten vochten tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945–1949) aan Nederlandse zijde. Toen die oorlog voorbij was, mochten ze niet meer terug naar de Molukken — de Indonesische regering liet hen niet binnen. Nederland haalde ze daarom in 1951 naar hier, samen met hun gezinnen. Maar zodra ze aankwamen, werden ze ontslagen uit de militaire dienst én onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest — onder andere in de voormalige Duitse concentratiekampen Westerbork en Vught.
“Het was een schande”, zegt programmamaker Rocky Tuhuteru, die de inhuldiging presenteert. “Dat Jetten er vandaag bij is, is een belangrijk signaal: eindelijk erkenning. Ik ben benieuwd wat hij gaat zeggen.”
Het monument komt op de Lloydkade — precies waar de Molukse KNIL-militairen en hun families destijds van boord gingen. Ook de grootouders van Nina Nussy (29) stapten daar uit. “Ze werden met bussen naar Kamp Amersfoort gebracht voor een medische check”, vertelt ze. Van daaruit ging haar vadersfamilie naar kamp Vught, haar moedersfamilie naar kamp Almere. Nussy zit in de organisatie die jarenlang heeft gestreden voor dit monument. Voor haar is het vooral een eerbetoon aan de eerste generatie — mensen die enorm veel hebben meegemaakt. Ze verwachtten slechts een half jaar te blijven, en dat Nederland hen zou helpen bij hun terugkeer. Maar dat gebeurde niet.
Haar opa, eersteklas soldaat in de KNIL, ging werken in een meelfabriek. “Terwijl hij daarvoor eersteklas soldaat was. Dat doet wat met je eigenwaarde.” En dan nog dit: hij moest tijdelijk 60 procent van zijn inkomen afstaan aan de Nederlandse staat — voor huisvesting en volledige verzorging. “Dat voelt alsof je er zelf voor hebt gekozen om geschoffeerd te worden”, zegt Nussy.
Tuhuteru (67) herkent het allemaal: zijn grootouders kregen een voorschot voor meubels, maar moesten alles tot op de laatste cent terugbetalen. “Dat was vernederend.” Zijn moeder, als tiener in Nederland aangekomen, bleef daardoor altijd wantrouwend tegenover de overheid. “Ze zei vaak in het Moluks: ‘Geloof een Nederlander nooit. Je krijgt stront voor je goedheid.’”
Nussy wil dat vandaag echt in het teken staat van de Molukse gemeenschap én hun geschiedenis. “Het monument is echt voor en door de gemeenschap gerealiseerd.” Daarom voelt de komst van de premier dubbel. “Ik snap op zich dat Jetten zo’n moment aangrijpt, maar het gaat nu niet meer over wat wij als gemeenschap hebben neergezet, maar óf er mogelijk excuses komen.” En zelf hoeft ze geen excuses. “Dan zou het gaan over mijn opa’s en oma’s, maar die liggen al een aantal jaar onder de grond, plat gezegd.”
Om die reden vindt ze het ook een lastige vraag of er herstelbetalingen moeten komen. “Aan wie ga je dan geld uitkeren? Ook van de tweede generatie zijn er steeds minder mensen.” Eerherstel vindt ze wel essentieel. “Daarvoor moet je met de gemeenschap in gesprek.”
Tuhuteru vindt het te laat voor excuses én herstelbetalingen — maar wel belangrijk dat er nu eindelijk onderzoek komt naar de vraag waarom de Molukkers nooit teruggingen, zoals ze hadden verwacht. “We kunnen daar nu alleen over speculeren. Wat is de rol van de Nederlandse overheid geweest? En die van Indonesië? Heeft de VS daar de hand in gehad?”
Hij vindt het moedig dat Jetten nu naar voren stapt. “Ik hoop dat hij zegt: ‘Mijn voorgangers hebben fouten gemaakt, ten koste van u.’ Als hij woorden van die strekking kiest, dan werk je aan herstel.”
De NOS zendt de ceremonie live uit vanaf 13.15 uur op NPO 1 en op NOS.nl. Mark Visser presenteert de uitzending. Ook de inhuldiging rond 15.30 uur is live te volgen op NOS.nl en in de app.
Loslopende hond gevonden in Vessem — baasje gezocht!
Zaterdagnacht troffen agenten van de politie Veldhoven-Waalre een hond aan die zonder toezicht op straat rondliep in Vessem. Het dier is veilig opgepakt, maar het echte baasje is nog niet gevonden.
De hond is wel gechipt — goed nieuws dus! — maar helaas staan er geen actuele contactgegevens op de chip. Dat betekent dat de eigenaar zich zelf moet melden om de vierpotige weer thuis te halen.
In de tussentijd heeft de dierenambulance het dier overgenomen en zorgt nu voor zijn welzijn.
Amerikaanse vicepresident Vance landt in Zwitserland voor gevoelig vredesgesprek
De Amerikaanse vicepresident JD Vance is afgelopen vrijdag toch niet zoals gepland naar Zwitserland gevlogen — het vredesoverleg werd uitgesteld door opnieuw escalerend geweld in Zuid-Libanon. Pas nu, na een paar dagen vertraging, is hij eindelijk aangekomen om gesprekken te voeren over twee brandende kwesties: de aanvallen op Libanon én het Iraanse nucleaire programma.
Voor zijn vertrek liet Vance al weten dat hij hoopt op ‘vooruitgang’ — geen grote beloftes, maar wel concrete stappen. “Dat zijn volgens mij de twee grote zaken waar we ons op gaan richten”, zei hij tegen journalisten.
Maar die vooruitgang blijft moeilijk te pakken. Terwijl Israël en Hezbollah zich theoretisch aan een bestand zouden houden, vonden er opnieuw luchtaanvallen plaats in Zuid-Libanon. Beide partijen wijten de schendingen aan elkaar — en Iran noemt de Israëlische acties een ernstige overtreding van de akkoorden.
Als reactie sloot Iran gisteren opnieuw de Straat van Hormuz. Die strategische zeeweg was eerder al langdurig afgesloten, wat wereldwijd de gasprijzen deed opschieten. Na een tijdelijke afspraak met de VS was de straat even weer opengegaan — maar nu is dat weer voorbij. Volgens Iraanse militaire leiders is dit slechts ‘de eerste stap’. “De vijand heeft beloftes gebroken en de agressie gaat door”, aldus hun verklaring. En ja: ze waarschuwen dat er meer komt als de situatie niet verandert.
Daarmee blijft Libanon — midden tussen Israël (VS-bondgenoot) en Hezbollah (door Iran gesteund) — een groot struikelblok in het hele vredesproces. Sinds begin maart is het land daardoor ook betrokken bij de bredere spanningen tussen de VS, Israël en Iran.
En terwijl diplomaten rond de tafel zitten, is het leven op straat heel anders: sommige mensen pakken hun koffers, anderen durven zelfs niet meer naar huis. In Zuid-Libanon bepaalt vertrouwen wie terugkeert — en wie blijft slapen in een tent. En dat vertrouwen? Dat is op dit moment nergens te vinden. Want Israël heeft duidelijk gemaakt: ze blijven.
Van onze correspondent… Daisy Mohr (Midden-Oosten)
Van onze Correspondent is een serie van de makers van de podcast De Dag. Elke zondag leren we één van de NOS-correspondenten kennen: waar ze wonen, wat hen bezighoudt, en welke verhalen – volgens hen – meer aandacht verdienen. Vandaag: Daisy Mohr, onze correspondent in het Midden-Oosten.
Je kunt deze aflevering van De Dag beluisteren via NPO Luister (opent in nieuw venster) en op alle andere podcastplatforms.
Bevalt het? Dan vergeet je niet te abonneren!
Een leven tussen contrasten — sinds 2002 in Beiroet
Daisy woont al sinds 2002 in Beiroet, de hoofdstad van Libanon. Ze ging er oorspronkelijk heen om Arabisch te studeren — en in haar allereerste week vond ze ook meteen de liefde, waarmee ze later trouwde. Al snel daarna begon ze te werken voor Het Parool.
“Wat me meteen trok, waren die enorme contrasten,” vertelt ze. “Alle verschillende landen, culturen, talen — ik wilde ze allemaal ontdekken. En natuurlijk de politiek: dat was en blijft een enorme drijfveer.”
Jarenlang schreef ze voor kranten, en achter de schermen hielp ze ook regelmatig haar voorgangers op deze correspondentiepost met onderzoeken, contacten en verhalen. In ruim twintig jaar tijd heeft ze meegemaakt hoe het gebied zich steeds weer herdefinieerde: van de invasie van Irak tot de meest recente escalatie in de oorlog met Israël. En telkens weer trok ze op naar plekken waar het onrustig, onvoorspelbaar — en soms gewoon gevaarlijk — is.
“Ik probeer altijd te blijven waar het risico behapbaar is. Maar het is heel anders als je niet alleen reporter bent op zo’n plek, maar er ook woont. Ons gezin woont nu letterlijk in de oorlog.”
Twee vrouwen, één tasje vol snacks
Sinds 2019 is Daisy de officiële NOS-correspondent voor het Midden-Oosten. Ze reist bijna altijd samen met haar vaste cameravrouw Edmee van Rijn — die ook even langskomt in de podcast. Samen trekken ze als team van twee vrouwen, vaak met een tasje vol snoep en koekjes, naar de plekken waar de verhalen liggen. En dat heeft z’n voordelen:
“Voor ons gaan deuren open die voor mannen gewoon dicht blijven.”
Veel collega’s klagen over het regelen van visa — Daisy juist niet. “Ik heb van m’n hobby m’n werk gemaakt.” En dat merk je: in elk gesprek, elke reportage, elke keuze voor een verhaal.
Tot de volgende keer
Met Daisy Mohr eindigt deze reeks Van onze correspondent — voor nu. In het najaar komen er weer nieuwe afleveringen, met andere correspondenten, andere hoeken van de wereld en andere verhalen die wachten om gehoord te worden.
Wil je reageren? Stuur dan een mailtje naar naardedag@nos.nl (opent in nieuw venster).
Presentatie & montage: Marco Geijtenbeek
Redactie: Max Smedes & Rosanne Sies — Buitenland
