Datingapps onder druk: AI moet de nieuwe cupido worden

Jarenlang was het swipen naar links of rechts het icoon van modern daten — maar die tijd lijkt langzaam, maar zeker voorbij. We zijn gewoon dating-moe. En de cijfers spreken voor zich: voor het eerst daalt de omzet van grote namen als Tinder en Bumble. De klap op de beurs is al jarenlang hard: Match Group (Tinder’s moederbedrijf) verloor sinds 2020 zo’n 60 procent van zijn waarde, terwijl Bumble met bijna 90 procent in de put zakte. Ook het aantal betalende gebruikers daalde — met 7 procent bij Tinder, en zelfs 11 procent bij Bumble.

Vooral Gen Z (geboren tussen 1997 en 2012) heeft er genoeg van: de eindeloze vleeskeuring, het ghosten, de oppervlakkige matches die nooit ergens toe leiden. Tinder erkent dat duidelijk: “We zien deze bredere verschuiving onder jonge singles zeker terug. Met name Gen Z zoekt steeds bewuster, authentieker en menselijker contact — niet eindeloos swipen.”

Ook Karima Ben Abdelmalek van Happn herkent de ‘dating fatigue’. En mediawetenschapper Linda Duits van de Universiteit Utrecht bevestigt het: “Vooral jongeren willen weer leren hoe je iemand echt ontmoet — in het echte leven. Ze hebben simpelweg genoeg van datingapps.”

Voor de techgiganten is dat een rood waarschuwingslicht. Hun empire, jarenlang op zwart, loopt tegen een muur op. En dus komt de redder op het toneel — hoe kan het ook anders? — AI.

Bumble stopt met swipen (ja, echt)

Bumble, ooit beroemd omdat vrouwen de eerste stap moesten zetten, kondigde onlangs een radicale metamorfose aan: swipen verdwijnt volledig. Later dit jaar wordt de app omgebouwd tot een AI-gestuurd matchmaking-platform. In plaats van te swipen, krijg je jouw persoonlijke AI-assistent (‘Bee’ genoemd), die jou via een reeks vragen helpt — over jouw normen, waarden en relatievoorkeuren — om jouw perfecte match te vinden. Swipen wordt ingewisseld voor een algoritme dat persoonlijkheden écht op elkaar afstemt.

En Bumble is niet alleen. Tinder experimenteert met AI-tools zoals ‘Chemistry’ (in Australië), die profielen aanbeveelt waarbij ‘de kans groot is dat er een gesprek ontstaat’, gebaseerd op jouw bestaande profielgegevens. Ook profielfoto-optimalisatie en AI-gegenereerde bios maken deel uit van hun nieuwe strategie — allemaal gericht op ‘efficiënter’ én ‘authentieker’ daten.

Happn doet mee met ‘Perfect Date’: een AI-feature die jouw persoonlijkheid, hobby’s en voorkeuren analyseert én — met behulp van locatiedata — zelfs een geschikte eerste datelocatie voorstelt. “AI creëert de connectie niet, maar helpt deze juist laten ontstaan”, zegt Happn.

Maar is AI nu echt de oplossing?

Linda Duits blijft sceptisch: “Je kunt je afvragen of AI daten niet juist nog onpersoonlijker maakt. Uiteindelijk draait het om menselijk contact — en dat wordt juist steeds verder geautomatiseerd.” Volgens haar is de kern van het probleem simpel: mensen zijn moe van de inspanning om in zo’n app überhaupt een match te vinden. “En nu proberen ze dat op te lossen met AI. Maar de vraag is of dat mensen echt weer terughaalt naar die apps.”

Want AI neemt ook controle weg. “Vroeger kon je zelf bepalen wie je te zien kreeg. Nu gebeurt dat via algoritmes waar je geen inzicht in hebt — en AI voegt daar nog een extra laag tussen.” Ze grapt: “Dit lijkt me echt een soort noodgreep van de apps. Ik heb er mijn vraagtekens bij…”

Thomas Crul van Breeze legt het zo uit: “Zie het een beetje als Netflix. Die gebruikt algoritmes om jou de beste film aan te raden. Wij doen dat ook — maar dan met matches.” AI helpt hen sneller en beter koppelen, zegt hij. Of dat de dalende trend definitief kan keren? Dat moet de komende jaren uitwijzen.

Maar Duits blijft twijfelen aan de fundamentele vraag: “Kan liefde zich überhaupt in algoritmes laten vangen? Wat wij aantrekkelijk vinden, is vaak nauwelijks meetbaar: hoe iemand ruikt, praat, of welke grappen hij of zij maakt. Dat is iets wat je alleen zelf kunt voelen.”

Bekijk origineel artikel

Onrust en rellen in Belfast na mesaanval – stad in vuur en vlam

In Belfast is het maandagavond flink misgegaan. Een man werd op brutale wijze met een mes aangevallen – op videobeelden is te zien hoe de dader meerdere keren op het hoofd en de nek van het slachtoffer instak, terwijl het slachtoffer op de grond lag en de aanvaller bovenop zat. Het slachtoffer ligt nu zwaargewond in het ziekenhuis.

De schokgolf was groot. Vandaag werd er online opgeroepen om de straat op te gaan – en dat deden veel mensen. Op verschillende plekken in de stad brak onrust uit: vuilnisbakken en auto’s gingen in brand, en op Newtownards Road aan de oostkant van Belfast werd zelfs een bus in brand gestoken. Daarna klonken explosies – waarschijnlijk de banden die knapten onder de hitte.

Relschoppers liepen rond met hoodies en gezichtsbedekkende kleding, gooiden spullen naar politie en hulpdiensten, staken fakkels aan en trapten ramen en deuren in. Ze riepen leuzen als “Buitenlanders eruit”. Tegelijkertijd marcheerden andere groepen door de stad met Britse en Noord-Ierse vlaggen, en droegen spandoeken met teksten als “Genoeg is genoeg”, “Illegale migratie vernietigt onze beschaving” en – op één spandoek – “White lives matter, we started the fire”.

De verdachte is een Sudanese man van in de dertig. Volgens de politie kwam hij een paar jaar geleden via Parijs en Dublin naar Noord-Ierland, waar hij een verblijfsvergunning kreeg. Hij woont vermoedelijk in de buurt van de plek waar de aanval plaatsvond. Hij zit nu vast en wordt beschuldigd van poging tot moord. De politie zegt dat er geen aanwijzingen zijn voor een terroristisch motief.

Ondanks de spanningen probeerden sommigen de situatie te sussen: een dominee ging zelfs de straat op om de gemaskerde demonstranten te vragen het geweld te staken. Eerder had de politie al opgeroepen om kalm te blijven – vooral nadat online werd gevraagd om zich voor te bereiden op confrontaties en geweld.

Bekijk origineel artikel

Russen staan uren in de rij voor benzine – door Oekraïense droneaanvallen op tankwagens

Op beelden van persbureau Reuters zie je het duidelijk: lange, stille rijen auto’s voor een benzinestation in Sevastopol, de grote havenstad op de Krim. Het is geen gewone ochtenddruk – het is wachten met onzekerheid. Alexander Andriyevksy, een lokale Rus, staat al sinds ’s ochtends vroeg te wachten: “Ik vind het gewoon vervelend dat ik hier moet staan. Vandaag al drie uur – en ik heb nog geen idee of er überhaupt nog benzine voor me over is. De 92-octaan is allang op, alleen 95-octaan blijft over. Maar we hopen maar.”

De Krim is al twaalf jaar onder Russische controle – sinds de annexatie in 2014. Veel bewoners zijn inmiddels Russen die naar het schiereiland zijn verhuisd, en er staan talloze Russische militaire bases. Ook als vakantiebestemming is de Krim populair bij Russen: zacht weer, zee, stranden. Maar nu voelt het alsof de oorlog langzaam, maar zeker, hun levens binnenstebuiten keert. Chris Colijn, onze verslaggever in Oekraïne, merkt het: “Mensen op de Krim ervaren nu echt dat de oorlog dichterbij komt. Benzine is duurder, importeren wordt lastiger, en het aantal toeristen deze zomer zal waarschijnlijk flink dalen. Opvallend genoeg gingen er de afgelopen jaren – zelfs tijdens de oorlog – nog steeds veel gewone Russen op vakantie naar de Krim.”

En waarom dit alles? Omdat Oekraïne de afgelopen maand bijna 300 vrachtwagens heeft aangevallen in gebieden die door Rusland bezet zijn – waaronder tientallen tankwagens vol brandstof. De aanvallen worden intenser, en de gevolgen ook. Tatiana Pyatina, ook in de rij in Sevastopol, legt het simpel uit: “We rijden minder, want benzine is gewoon moeilijk te vinden. Ik vertrek om half zeven ’s ochtends om mijn 20 liter te halen.”

Het is niet alleen de burgerbevolking die het voelt. Ook de Russische strijdkrachten krijgen het steeds lastiger. “De logistiek naar de Krim wordt steeds onbetrouwbaarder,” legt Colijn uit. “Vooral vanuit het noorden – waar de Krim via bezet gebied verbonden is met het Oekraïense vasteland – worden de aanvoerlijnen steeds vaker verstoord. Oekraïne probeert Rusland op zo veel mogelijk fronten onder druk te zetten. En die druk is bedoeld om uiteindelijk ook te wegen tijdens eventuele onderhandelingen.”

En ja – tijdens die onderhandelingen zal Oekraïne de Krim terugvragen. Of Rusland daar ooit mee in zal stemmen, is meer dan twijfelachtig. Maar stel dat het wel gebeurt: dan blijft er een groot vraagstuk achter. Want zoals Colijn opmerkt: “Er wonen nu honderdduizenden Russen op de Krim die vanuit Rusland zijn gekomen. Als Oekraïne het schiereiland ooit terugkrijgt, moet het iets doen met die mensen – bijvoorbeeld een veilige manier bieden om te vertrekken.”

Voor nu is het echter duidelijk: ondanks alle problemen met brandstof, goederen en logistiek, heeft Rusland de Krim nog steeds stevig in handen.

Twee weken geleden heeft Defensie in het geheim tientallen pick-uptrucks naar Oekraïne gestuurd – speciaal bedoeld voor Oekraïense drone-eenheden.
Bekijk de beelden hier:

Bekijk origineel artikel

Zonder Pirates van de Caraïben had de Efteling géén Fata Morgana gehad

Het had maar een haar gescheeld of de Fata Morgana was nooit gebouwd. Dat zeggen oude Efteling-medewerkers in de documentaire Fata Morgana – Making of: De Verboden Stad (2021) van fansite De Vijf Zintuigen. En het gekke? De inspiratie voor deze iconische darkride kwam niet uit een sprookjesboek of een reis naar het Midden-Oosten — maar uit een bezoek aan Disney World in Florida… en specifiek: uit de attractie Pirates of the Caribbean.

Een dienstreis die alles veranderde

In 1974 maakten ontwerper Ton van de Ven en architect Jan Verhoeven een werkbezoek aan Walt Disney World. “Zo konden we als het ware recreatiespecialisten worden”, legt Verhoeven lachend uit. “Tegenwoordig is dat een erkend vak, maar toen waren wij vooral enthousiaste hobbyisten — amateurs eigenlijk.” Tijdens dat bezoek trok Pirates of the Caribbean (de oorspronkelijke darkride uit 1967, lang voor de films) hun aandacht. Van de Ven: “Ik dacht: dit is een goede ride. Het was bruikbaar — maar nooit van mijn leven gaan wij een ‘Pirates of the Caribbean’ bouwen.” Zijn oplossing? “We maken wel ons eigen sprookje. Zo is via Pirates de Fata Morgana ontstaan.” Geen sprookje dus — maar wél een wereld vol sprookjesachtige elementen uit Duizend-en-één-nacht.

Van ‘Arabische Show’ naar Fata Morgana

Van de Ven bracht de eerste ideeën mee naar zijn team in Ontwerp & Ontwikkeling. Henk Smulders, Joop de Bont, Henny Knoet en Peter van Ostade gingen direct aan de slag — en maakten een compleet draaiboek over hoe de attractie eruit zou kunnen zien. Op dat moment heette het nog Arabische Show. Lex Lemmens, destijds hoofd van de technische dienst: “Daarna ging Ton weer aan de slag met de schetsen — en zo begon het echt te leven.”

Eerst op het eiland in de Siervijver?

Interessant detail: de Fata Morgana zou oorspronkelijk op een heel andere plek komen — namelijk op het eiland in de Siervijver, waar nu de Gondoletta vaart. Het plan was om de bestaande Gondoletta-bootjes (die al in het Duitse Luisenpark reden) daar neer te zetten. Pas als de groene vlag viel voor de ‘1001-nachtattractie’, zou de bootroute worden aangepast — zodat bezoekers door het eiland heen konden varen.

Maar dan kwam de realiteit:
“Het idee dat je daar een kasteel in het water ziet liggen, waar je met een boot doorheen vaart? Geweldig!” zegt bewegingstechnicus Mari van Heumen. Maar… “Toen bleek: mensen willen niet vijftien minuten varen voordat ze eindelijk in een ‘showtje’ terechtkomen en dan weer uitstappen. Ze willen meteen actie.”

De Siervijver was dus geen optie meer. In plaats daarvan bleef de Gondoletta als rustgevende attractie op haar huidige plek — en kreeg de Fata Morgana een nieuwe thuisbasis: op de plek van de oude manege, vlak bij de roei- en kanovijver.

En zo werd de boottocht door de Verboden Stad één van de meest geliefde attracties van de Efteling — allemaal dankzij een piratenavontuur op een andere continent.

Bekijk origineel artikel

VS valt Iran aan als vergelding voor het neerhalen van een Amerikaanse gevechtshelikopter

Het Amerikaanse leger heeft luchtaanvallen uitgevoerd op doelen in Iran — een directe reactie op de crash van een Amerikaanse gevechtshelikopter bij de Straat van Hormuz. Volgens Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier voor het Midden-Oosten, is dit een “proportionele reactie op de ongerechtvaardigde Iraanse agressie”.

In Iraanse staatsmedia klinken meldingen over explosies in meerdere havens in het zuiden van het land: onder andere in Bandar Abbas en Sirik, beide vlakbij de strategisch belangrijke Straat van Hormuz. Ook het eiland Qeshm zou onder vuur zijn genomen. Volgens Axios richtten de aanvallen zich vooral op Iraanse luchtafweersystemen en radarinrichtingen — maar over eventuele schade of slachtoffers is nog niets bekendgemaakt.

President Trump bevestigde de actie tegenover ABC News: “Ze hebben een helikopter neergehaald, en we reageren hier nu op. Ik vind dat de reactie zeer krachtig en doeltreffend moet zijn, en dat is precies wat deze reactie is.” Hij had al eerder aangekondigd dat hij zou ingrijpen als vergelding voor het neerhalen van de Apache-helikopter op maandag. Die helikopter stortte neer bij de Straat van Hormuz; de twee piloten werden ongedeerd uit het water gehaald door een maritieme drone. Iran heeft tot nu toe niet erkend dat het de helikopter heeft neergehaald.

Bekijk origineel artikel

Breng geen kleding meer naar de Kledingbank Eindhoven — het magazijn zit vol!

De Kledingbank Eindhoven heeft per direct besloten om geen gebruikte kleding meer aan te nemen. Dat is geen tijdelijke knip in de tijd, maar een noodzakelijke stap: de magazijnen zijn letterlijk overvol, en de vrijwilligers kunnen het niet meer bijhouden.

Met een jaarlijkse instroom van maar liefst 100.000 kilo kleding is het logistieke proces langzaam maar zeker dichtgeslibd. “De situatie is niet langer houdbaar”, zo klinkt het vanuit de organisatie. Loop je door het gebouw, dan zie je meteen waarom: de magazijnen boven staan stampvol, en in gangen, hoeken en zelfs op trappen liggen zakken met kleding — soms al open, soms nog dicht, maar vaak al onbruikbaar voordat ze überhaupt gesorteerd zijn.

“Mensen hebben gewoon heel veel kleren — en veel ervan is ook nog eens heel goedkoop”, legt Daphne Hobbelen uit, terwijl ze tussen de zakken door loopt. “Kleding uit goedkope Chinese webshops? Die gebruiken we niet. Die past niet bij de mensen die wij willen ondersteunen.” En dat is het grote probleem: 75% van wat er binnenkomt, kan de kledingbank helemaal niet gebruiken.

Wat gebeurt er met de kleding die jij brengt?

Al sinds 2009 geeft de Kledingbank Eindhoven gratis, bruikbare kleding weg aan inwoners die financieel in de knoei zitten en zich geen (nieuwe) kleding kunnen veroorloven. Elke donatie wordt handmatig gesorteerd door vrijwilligers — op maat, categorie en seizoen. Joke is één van hen. Ze toont het meteen: “Kijk, deze jas is vies, en op deze broek zitten verfvlekken — die hangen we niet in de winkel.” Ze stopt beide stukken in een blauwe zak. “Soms maak ik een zak open en dan zit er echt niets in wat we kunnen gebruiken. Wie doet dat nou? Als het gekreukt is, vies of van slechte kwaliteit — dan hebben wij er niets aan. Lever het dan ook gewoon niet in.”

Daphne erkent dat het lastig is om dit duidelijk te maken: “We proberen mensen wel uit te leggen wat wel en niet geschikt is, maar dat is moeilijk — en controleren bij de deur gaat ook niet, want er staat vaak een lange rij.”

Niet alleen Eindhoven heeft dit probleem

Het is geen isolatieverschijnsel: ook andere organisaties zoals Dress for Success en de Stichting Awesom hebben al maatregelen genomen om de kledinginstroom te beperken. En wat de Kledingbank zelf niet kan gebruiken, gaat verder: naar het Leger des Heils of de daklozenopvang. En wat daar ook niet geschikt voor is? Wordt gerecycled of gaat naar het buitenland — waar de stof wordt hergebruikt.

Het besluit om kleding niet meer aan te nemen vindt Daphne emotioneel zwaar: “Mensen vinden het soms erg moeilijk om kleding van een dierbare af te staan — maar ook die nemen we nu niet meer aan.”

De stop duurt in ieder geval tot na de zomer. Gelukkig: er is nog meer dan genoeg kleding op voorraad om mensen die het nodig hebben, de komende tijd te blijven ondersteunen.

Bekijk origineel artikel