Half miljoen liter water: dit nieuwe zwembad is klaar voor de eerste plons

Uitnodigend ligt het water van het gloednieuwe zwembad De Albatros in Eersel te wachten op de eerste plons — ja, echt: die eerste, onvergetelijke sprong in een bad dat pas net is afgewerkt. Het 25-meterbad is onlangs officieel opgeleverd aan de gemeente, en nu wordt er nog even gewacht tot de laatste details zijn afgerond. Dan pas mag er echt worden gebaad, gezwommen, gedobberd… en misschien zelfs wedstrijden gezwommen.

Bouwen? Dat begint onder de grond

Zo’n zwembad bouwen is geen kwestie van ‘even een kuil graven en wat beton gieten’. Het begint met een flinke graafmachine, een enorme kuil, en daarna: de betonvloer. En nee, dat is niet zomaar een dikke laag grijs cement. Dit is het stevige fundament waar alles op rust — en hoe vlakker en strakker die vloer is, hoe beter de wanden later aansluiten.

“Die betonnen bak moet honderd procent waterdicht zijn”, legt Richard Emmerik, directeur van bouwbedrijf Pellikaan uit Tilburg, uit. “Dus het storten van het beton gebeurt écht op maat. En dan komt het spannende moment: je vult ‘m met water om te kijken of er nergens een lek zit. Dat is de eerste mijlpaal — en ook wel het moment van de waarheid.”

Tegels die blijven zitten (ook over vijftig jaar)

Daarna volgt de afwerking: de tegels. Geen gewone keuze, want die moeten écht blijven zitten — ook als je ze over vijftig jaar nog eens bekijkt. “Daar investeren we echt in”, zegt Richard. En dan is er nog het water zelf: half miljoen liter. Dat is geen kwestie van ‘kraan open, klaar’. Het vullen duurt weken — elke dag komt er maar een laagje van vijf centimeter bij.

Waarom zo langzaam? Omdat half miljoen liter gelijk staat aan half miljoen kilo. Het beton moet zich daarop kunnen aanpassen — en dat mag alleen geleidelijk. Ook de temperatuur van het water moet bijna exact overeenkomen met die van het beton: maximaal drie graden verschil. Anders krijg je een thermische schok — en dan riskeer je scheuren of vervorming. “En dan heb je echt een groot probleem”, zegt Richard.

Wedstrijdklaar — tot op de millimeter

De Albatros is geen gewoon recreatiebad: het is een officieel vierbaans wedstrijdbad. Dus het moet precies 25 meter lang zijn. “Geen centimetertje korter of langer”, benadrukt Richard. “Is het 24 meter en 999 millimeter? Dan wordt het afgekeurd.” De Nederlandse zwembond was vorige week al langs om het bad exact op te meten — en controleerde ook de lichtsterkte én de manier waarop het licht in de ruimte verspreid wordt.

Stilte, rust én een perfecte stroming

Ook de akoestiek kreeg alle aandacht. In wanden én dak zitten geluidsabsorberende materialen, zodat de nagalm minimaal is — vooral handig voor docenten die zwemles geven. “Anders word je gek van de echo”, grapt Richard.

Het bad wordt in vaktaal een heel rustig bad genoemd: het water klotst nauwelijks. Dat zit ‘m in de juiste helling van de goot, die het water strak en gestaag afvoert — zonder versnelling of vertraging. En iedere drie tot vier uur maakt elke druppel water een volledig rondje door de installatie: via de goten naar een grote betonnen tank, dan door een dikke laag zand met verschillende korrelgroottes, gevolgd door een kwaliteitscheck op chloorgehalte en pH-waarde. Pas als alles klopt, stroomt het heldere water weer terug het bad in.

De sleutel is overhandigd — en er dobberde een pelikaan

Het geheim van een bouwproject dat op tijd én binnen budget afgerond wordt? “Exact uitvoeren wat er op de tekening staat, en geen millimeter inleveren op kwaliteit”, zegt Richard. Daarom werden ook consultants ingeschakeld die wekelijks meekijken. “Hier mag absoluut niks mis mee gaan. Een lamp kunnen we vervangen, maar de basis moet gewoon goed zijn.”

Bij de oplevering, met een symbolische sleuteloverdracht aan wethouder Eric Beex van Eersel, dobberde er — heel toepasselijk — een opblaasbare pelikaan in het water. “Da’s toch ons visitekaartje”, knipoogt Richard.

Bekijk origineel artikel

Veel barrières voor mensen met een beperking: ‘Je wordt als kostenpost gezien’

Tien jaar geleden tekende Nederland het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Daarmee maakte de overheid een belofte: een samenleving bouwen waarin iedereen, ongeacht beperking, volwaardig mee kan doen. Maar volgens het College voor de Rechten van de Mens is die belofte tot nu toe vooral op papier blijven staan.

Larissa de Groot kent dat gevoel maar al te goed. Zij zit al tien jaar in een rolstoel — en zegt eerlijk: “Ik heb geen enkele verandering gemerkt.” Dat geldt ook voor haar dagelijks leven. Afgelopen week reisde ze met de trein naar Antwerpen, maar moest daarbij strategisch overstappen en alles van tevoren plannen. Waarom? Omdat de lift bij station Sloterdijk al maandenlang kapot is. “Ik kan niet zomaar kijken in de NS-app wat er speelt — ik moet weten wat écht werkt.”

Het College voor de Rechten van de Mens deed onderzoek onder ruim 1800 Nederlanders met een beperking. En de conclusie is duidelijk: veel mensen ervaren nog steeds grote obstakels — in de zorg, op school, op het werk én in hun vrije tijd. De problemen stapelen zich op. Meer dan een kwart van de respondenten ervaart geen gelijke kansen op de arbeidsmarkt. De helft doet minder sociale dingen dan ze graag zouden willen. En ruim een derde maakt zich zorgen of ze straks genoeg geld zullen hebben.

Ronald van der Schoot, die sinds zijn geboorte last heeft van spasmes, herkent dat allemaal. “Veel jongeren willen aan de slag, maar krijgen gewoon geen kans”, vertelt hij. “Het openbaar vervoer is vaak onhandelbaar, en je loopt tegen allerlei losse instanties aan die niet met elkaar overleggen. Dus je moet telkens weer bewijzen dat je een beperking hebt.”

Sophie-Anne Onland is geboren met een korter linkerbeen en draagt een onderbeenprothese. Als tiener was ze onzeker over haar been — ze wilde vooral dat het niet opviel. Voorbeelden van mensen zoals zij zag ze bijna nergens. Tot ze online een Braziliaanse influencer tegenkwam met een glitterprothese. “Ik dacht: als zij dat durft, dan kan ik dat ook.” Volgens Sophie-Anne is zichtbaarheid cruciaal. Ze noemt mensen met een beperking het ‘ondergeschoven kindje’ binnen de inclusiebeweging. Daarom wil ze juist áándacht vragen — met haar prothese, met haar woorden, en door een eigen agentschap op te richten om meer mensen met een beperking in de media te brengen.

Hoe komt het dat het VN-verdrag zo weinig uitmaakt in de praktijk? Larissa denkt dat het vaak ontbreekt aan mensen met een beperking zelf aan de beleidstafels. “Als jij meedoet bij het maken van regels, dan kun je infrastructuur écht toegankelijker maken.” Ze noemt als voorbeeld de kinderkopjes in Alkmaar: “Zeer karakteristiek — maar een ware hel om overheen te rollen.” En ze legt uit: “Ik denk daar elke keer over na, maar mensen die niet weten hoeveel schokken dat geeft op je stoel en in je lichaam, omdat ze daar geen ervaring mee hebben… die denken er simpelweg niet over na. Het zit niet in hun belevingswereld.”

Ook Sophie-Anne vindt dat het verdrag niet goed wordt uitgevoerd — “omdat niemand zich echt verantwoordelijk voelt, en niemand controleert.” Bianca Prins, adviseur op het gebied van toegankelijkheid en zelf slechtziend, voegt daaraan toe dat de groep mensen met een beperking enorm divers is. “De verschillen tussen de groepen zijn groot — en daarmee ook hun behoeften en belangen.” En volgens haar wordt te vaak gekeken naar wat toegankelijkheid kost, en te weinig naar wat het oplevert. “Als meer mensen met een beperking kunnen werken, studeren en zelfstandig meedoen, profiteert daar niet alleen de persoon zelf mee — maar de hele samenleving.”

Rick Lawson, voorzitter van het College voor de Rechten van de Mens, wijst de verantwoordelijkheid duidelijk naar de overheid: “De regering moet ervoor zorgen dat de rechten van mensen met een beperking vooruitgaan — en niet achteruit.”

En Ronald van der Schoot heeft een boodschap die recht in de ogen snijdt:
“Je wordt niet als normaal mens gezien, maar als kostenpost. We moeten als mens worden gezien.”

Voor veel mensen met een beperking én hun naasten is passende zorg nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Stefan merkt dat ook in zijn dagelijks leven: hij verzorgt zijn vrouw Peggy thuis na een hersenbloeding. Maar de extra financiering die daarvoor nodig is, werd dit jaar onverwacht afgewezen.

Bekijk origineel artikel

Gaan royaal door de 20 graden heen? Ja, er zit weersverbetering aan te komen!

Goed nieuws voor wie al even genoeg heeft van het op-en-neer-weertje: er komt écht een verbetering aan! Dat vertelde weerman Alfred Snoek van Weerplaza maandagochtend in het radioprogramma KEIgoeiemorgen! op Omroep Brabant.

Maar — en dat is wel even belangrijk — die zonnige verandering moeten we nog even geduldig afwachten. Tot dan blijft het wisselvallig: het ene moment regent het, het andere moment breekt de zon toch nog even door. Maandagochtend was het nog redelijk licht, maar volgens Snoek is dat van korte duur. Vanuit het westen trekt steeds meer bewolking binnen, en tegen de middag begint het daar ook te regenen. En ja: overal in Brabant krijgen we die regen te verduren. In de namiddag wordt het zelfs wat intenser — af en toe kan het flink doorplenzen.

Voor de regen stijgt de temperatuur nog even naar zo’n 21 of 22 graden… maar zodra het gaat regenen, daalt die weer snel.

En dat wisselvallige patroon blijft de hele werkweek doorgaan. “Soms heb je echt fijne momenten”, zegt Snoek, “maar die duren nooit lang. Elke dag valt er regen.” Vanaf dinsdag wordt het bovendien wat frisser: rond de 18 graden — wat voor deze tijd van het jaar best wat laag is.

Maar nu komt het leuke deel: vanaf zaterdag lijkt het weer een flinke omslag te maken! Dan verwacht Weerplaza vrijwel geen buien meer, veel meer zon, én een temperatuur die duidelijk omhoogschiet. Volgend weekend gaan we royaal door de 20 graden heen — denk aan 23 of 24 graden, vooral op zondag. En die warmte blijft niet alleen een paar dagen: er stroomt flink wat warme lucht Europa binnen, waardoor we volgende week regelmatig rond de 25 graden zullen zitten… en soms zelfs daarboven.

Dus: nog even de wisselvallige dagen uitzitten — maar de zon, de warmte en de rustige dagen zijn echt op komst!

Bekijk origineel artikel

Olieprijs schiet omhoog door nieuwe escalatie Iran-oorlog: ‘Gaan we voelen aan de pomp’

Met het recente opflakkeren van geweld in het Midden-Oosten is de spanning rond een mogelijke vredesafspraak tussen Iran en de Verenigde Staten weer toegenomen — en dat heeft direct gevolgen voor de olieprijzen. Ook de Straat van Hormuz, een cruciale doorgang voor olietankers, blijft onzeker: of hij echt volledig openkomt, is nog maar de vraag. Daarnaast maken energie-experts zich zorgen over de steeds lager wordende olievoorraden wereldwijd. Jilles van den Beukel van het Haags Centrum voor Strategische Studies (HCSS) legt uit tegen RTL Z dat dit langere-termijnrisico net zo belangrijk is als de korte-termijnspanning.

De reactie op de markt was duidelijk: de prijs van Amerikaanse olie schoot 4,4 procent omhoog tot 94,56 dollar per vat, terwijl Brentolie — de referentieprijs voor olie uit het Midden-Oosten en de Noordzee — 4,5 procent duurder werd op 97,29 dollar per vat.

Interessant genoeg had deze escalatie tussen Israël en Iran méér impact dan het nieuwste besluit van de OPEC+ — het samenwerkingsverband van olieproducerende landen. Die verhoogde zondag voor de vierde keer op rij de productiedoelen, wat in theorie juist zou moeten leiden tot lagere prijzen. Maar omdat de leveringen via de Straat van Hormuz nog steeds gestoord zijn, zien handelaars die verhoging voorlopig als een soort ‘symbolisch gebaar’. De realiteit op zee telt meer dan de cijfers op papier.

Van den Beukel noemt de huidige prijsstijging een typische dagkoers: “Dan stijgen de olieprijzen een paar dagen door een escalatie in het Midden-Oosten, dan dalen ze weer een paar dagen bij een afkoeling. De prijs is aan het jojoën.”
Maar het échte probleem ligt dieper: de olievoorraden in tanks en op tankers raken langzaam maar zeker leeg. “Als de Straat van Hormuz niet opengaat, raken die voorraden op een gegeven moment gewoon op”, waarschuwt hij. En dan wordt de prijsstijging geen kortdurend flitsje meer — dan gaat het structureel omhoog. “Of de vraag naar olie moet omlaag. Je kunt de voorraden niet eindeloos leegtrekken.”

Voor consumenten is het nog rustig aan de pomp — vandaag tenminste. Maar brandstofexpert Derk Foolen van UnitedConsumers verwacht dat de stijging morgen al merkbaar wordt. De gemiddelde adviesprijs voor een liter benzine zit net als gisteren vlak onder de 2,50 euro. Voor morgen wordt een stijging met enkele centen verwacht. “Het record zullen we niet aantikken”, zegt hij. Dat record van ruim 2,64 euro per liter Euro95 dateert van 6 mei van dit jaar — toen de olieprijs op 114 dollar per vat stond.

Let wel: niet iedereen betaalt de officiële adviesprijs. Tankstations bepalen zelf hun prijzen en geven vaak korting. En ja — er is ook een wapen tegen te hoge benzineprijzen: onze nationale strategische olievoorraad. Meer daarover zie je in deze video.

Bekijk origineel artikel

Pro-Europese partij van Pasjinian wint verkiezingen in Armenië

De partij van Armeense premier Nikol Pasjinian heeft de parlementsverkiezingen flink gewonnen — en dat is meer dan alleen een politieke overwinning. Volgens de officiële telling haalde zijn beweging bijna 50 procent van de stemmen. De grootste oppositiepartij, Sterk Armenië, geleid door de Russisch-Armeense miljardair Samvel Karapetjan, bleef steken op iets boven de 23 procent.

Pasjinian riep de overwinning al midden in de nacht uit tijdens een persconferentie — een moment dat veel mensen zagen als het begin van een nieuw hoofdstuk voor het land. En dat klopt ook: deze verkiezingen waren geen ‘gewone’ stemming. Ze gingen niet alleen over wie er straks de wetten maakt, maar vooral over waar Armenië zich in de wereld wil plaatsen.

Pasjinian wil duidelijk richting Europa: sterker samenwerken met de EU, én een vredesakkoord sluiten met Azerbeidzjan. Zijn tegenstanders pleitten juist voor een terugkeer naar Rusland als hoofdpartner — een koers die jarenlang het Armeense buitenlands beleid bepaalde. Pasjinian benadrukt wel dat hij de banden met Moskou niet wil verbreken, maar ‘een evenwichtige politiek’ nastreeft.

Dat evenwicht is niet vanzelfsprekend. Tot voor kort was Armenië diep verankerd in de Russische invloedssfeer. Maar sinds Azerbeidzjan vorig jaar Nagorno-Karabach heroverde — en Rusland, als militaire bondgenoot, niets deed om te helpen — begon Pasjinian de koers radicaal te heroverwegen.

Die verschuiving werd nog eens onderstreept toen vorige maand veertig Europese leiders, waaronder Starmer, Macron, Rutte én Zelensky, samen in Jerevan bijeenkwamen voor een top van de Europese Politieke Gemeenschap. Voor Rusland was dat geen routinebijeenkomst, maar een duidelijke boodschap — en een grote provocatie.

Bekijk origineel artikel

Israël heeft teruggevochten: meerdere doelen in Iran aangevallen

Israël zegt dat het gisteravond een serie tegenaanvallen heeft uitgevoerd op militaire locaties in Iran — als direct antwoord op de Iraanse raketbeschieting van Israël eergisteren. Volgens het Israëlische leger zijn doelen in het midden en westen van Iran geraakt. In de Iraanse hoofdstad Teheran waren volgens staatsmedia explosies te horen, maar er is nog niets bekend over schade of gewonden.

Eergisteren lanceerde Iran voor het eerst sinds het kwetsbare staakt-het-vuren een grootschalige raketaanval op het noorden en midden van Israël. De Iraanse Revolutionaire Garde noemde het een vergelding voor Israëlische operaties in Libanon. Israël beweerde alle raketten te hebben onderschept — en er zijn tot nu toe geen meldingen van slachtoffers of materiële schade.

Interessant detail: kort voor de Iraanse aanval had de Amerikaanse president — die momenteel onderhandelt met Iran — de Israëlische premier Netanyahu juist aangeraden geen tegenaanval te starten. In een interview met de Financial Times benadrukte hij dat de onderhandelingen met Iran ondanks de spanningen doorgaan: “Het is een van die dingen die al 3000 jaar aan de gang is.” Hij voegde eraan toe dat Netanyahu “geen andere keus” heeft dan het eventuele akkoord tussen de VS en Iran te accepteren — en dat hijzelf, Trump, “het voor het zeggen heeft”.

Terwijl de diplomatieke druk toeneemt, blijft het Israëlische leger benadrukken dat het zijn operaties in Libanon voortzet — met als doel de druk op Hezbollah (dat door Iran wordt gesteund) te verhogen. Een woordvoerder van het leger noemde de Iraanse actie “een ernstige fout”: “Het Iraanse regime heeft opnieuw gekozen voor terreur.”

Buitenland
Deel artikel:

Bekijk origineel artikel