Israël valt opnieuw Beiroet aan, Trump wil Libanon buiten Iran-deal houden
Israël heeft vanmiddag nieuwe luchtaanvallen uitgevoerd op de zuidelijke buitenwijken van Beiroet. Volgens Libanese media zijn daarbij zeker twee mensen om het leven gekomen en elf gewonden gevallen. De aanvallen waren volgens premier Netanyahu en defensieminister Katz gericht op een “terroristisch commandocentrum” van Hezbollah. Dit zou een reactie zijn op raketten die Hezbollah eerder vandaag op Noord-Israël afvuurde. Het Israëlische leger zegt de lanceerinstallaties te hebben uitgeschakeld, en in Beiroet waren minstens drie explosies te horen. Twee gebouwen zouden zijn geraakt.
Ook in de Zuid-Libanese stad Tyrus vonden aanvallen plaats, nadat Israël daar eerder een evacuatiebevel voor had afgegeven. Dit alles gebeurt op een moeilijk moment, want sinds donderdag is er een nieuw staakt-het-vuren van kracht tussen Israël en Libanon, na bemiddeling door de VS. Maar dat akkoord staat alweer onder druk: gisteren kwamen bij een Israëlische aanval op een Libanees legervoertuig meerdere militairen om.
De spanningen in Libanon zijn een belangrijk punt in de onderhandelingen tussen de VS en Iran over een einde aan de oorlog in Iran, die vandaag precies honderd dagen geleden begon. Iran zegt steeds dat een einde aan Israëlische aanvallen in Libanon essentieel is voor een vredesakkoord. Maar de Amerikaanse president Trump probeert juist te voorkomen dat de strijd in Libanon die onderhandelingen verstoort. Volgens nieuwssite Axios viel Trump vijf dagen geleden flink uit tegen Netanyahu in een telefoongesprek, toen Israël dreigde de aanvallen op Beiroet te hervatten.
Eerder deze week zei Trump nog dat Israël niet zou oprukken naar Beiroet en dat Hezbollah zou stoppen met aanvallen. Toch zegt hij nu in een interview met NBC – dat vrijdag al werd opgenomen – dat Libanon wat hem betreft geen deel hoeft uit te maken van een kortetermijnakkoord met Iran. Ook zegt hij “heel dicht bij” een deal met Teheran te zijn, maar dat hij geen Iraanse tegoeden vrijgeeft of sancties opheft voordat die deal er is. Dat kan pas daarna, als Iran zich aan de afspraken houdt. Verder wil Trump het hoogverrijkte uranium uit Iran laten verwijderen en vernietigen, met of zonder medewerking van Teheran. Amerikaanse troepen blijven voorlopig in de regio, zegt hij, “tot de zaak is afgerond.”
Herdenking kindertransport Kamp Vught op indrukwekkende wijze
In Nationaal Monument Kamp Vught werd zondag het beruchte kindertransport van 6 en 7 juni 1943 herdacht, dat dit weekend 83 jaar geleden plaatsvond. Bijna honderden vaak nog jonge kinderen werden door de Nazi’s per trein afgevoerd en vergast. “Een gebeurtenis die nog steeds de harten beroert.”
“Frits Frank: 11 jaar, Eva Frank: 10 jaar, Meijer Frank: 2 jaar” Het zijn slechts drie van de bijna dertienhonderd namen die zachtjes voorgelezen worden door leerlingen van groep 7 van basisschool De Schalm in Vught. Door het zacht opnoemen van de namen lijken de kinderen weer even tot leven te komen. In groepjes van twee staan de leerlingen tegen de prikkeldraad van het hek dat leidt naar het monument der verloren kinderen op Nationaal Monument Kamp Vught.
Op 6 en 7 juni 1943 werden de kinderen tot zestien jaar oud op de trein gezet naar kamp Westerbork om vanuit daar door te reizen naar vernietigingskamp Sobibor. Hen werd verteld dat ze naar een kinderkamp zouden gaan. Bij aankomst in het Poolse Sobibor op 11 juni werden ze vrijwel gelijk vergast. Slechts 22 kinderen overleefden uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog.
Vught was het ergste kamp
De nu 94-jarige Dolf Schaap en zijn broer Otto waren twee van die kinderen die aan de oorlog levend wisten te ontsnappen. Hun vader werkte als arts in Westerbork. Hij kreeg het voor elkaar de broers en hun moeder daar uit de trein te halen. Wat volgde waren twee jaar van waarbij de broers in verschillende concentratiekampen terecht kwamen. “Vught was het ergste” Vertelt Schaap zondagmiddag tijdens de herdenking. “Ik ben in die tijd in het kamp van kind mens geworden.”
Omroep Brabant sprak Dolf Schaap, die in 1932 als Adolf geboren werd eerder over zijn verblijf in kamp Vught en het kindertransport. “Ik denk dat als ik een half jaar later geboren was, ze me de naam Adolf niet hadden gegeven.”
Leerlingen vertellen hartverscheurende verhalen
De leerlingen van De Schalm doken de afgelopen weken op school in de geschiedenis van de kindertransporten vanuit Kamp Vught en vertellen tijdens de herdenking hartverscheurende verhalen. Linda (10) vond een dagboekfragment en las het voor. “Ik heb nog wel gedag gezegd. Ik heb haar rode doekje dichtgeknoopt. Daarna vertrok ze met honderden anderen in een veewagen. Ik heb haar nooit meer gezien.”
Philip en Marthe mogen namens de school de ceremonie leiden en doen dat met verve. De 10-jarige Philip vond de verhalen die hij hoorde in de voorbereiding op de herdenking ‘wel heel heftig’. Het ergste? “Dat ze doodgemaakt worden door iemand die ze niet zo leuk vindt.”
Een gezicht geven
Aan het einde van de herdenking bevestigen de leerlingen vlinders in het monument, één voor ieder jaar sinds de kindertransporten van 1943. In de boom naast het monument wapperen linten met foto’s van de gedeporteerde kinderen. Toch ontbreken veruit de meeste foto’s. “De namen kennen we, maar we geven de kinderen ook graag een gezicht”, zegt Jeroen van den Eijnde directeur van het Nationaal Monument Kamp Vught. Een bewijs dat er nog heel veel verhalen over de ‘verloren kinderen’ niet verteld zijn.
Het blijft volgens hem belangrijk het kindertransport te herdenken, want ook nu nog zijn miljoenen kinderen het slachtoffer van oorlogen. “Herdenken is nadenken. Dat is precies wat wij hier vanmiddag doen.”
Ebola, het woord dat in Bundibugyo niet meer mag vallen
Elles van Gelder, correspondent Afrika
In het oosten van Congo is een ebolavariant actief die zijn naam dankt aan een klein Ugandees stadje: Bundibugyo. Daar werd het virus bijna twintig jaar geleden voor het eerst ontdekt. Maar de inwoners van dat stadje zijn er klaar mee. Ze vinden dat die naam een stigma op hun thuis heeft gelegd.
Het stadje ligt verscholen achter de heuvels, vlak bij de grens met Congo. Een kronkelende weg voert je langs het Rwenzorigebergte naar beneden. Het is een groene plek met bergen en valleien, waar boeren cacao verbouwen. In het centrum staat het streekziekenhuis van Bundibugyo. Achter het ziekenhuis ligt een kleine begraafplaats. Dokter Deo Kamuhanda wijst naar de oude grafstenen. “Allemaal overleden aan ebola.” Hij verloor er vijf collega’s, onder wie de oogarts en het hoofd verpleegkunde.
Terug in de herfst van 2007 begon het met vreemde sterfgevallen en zieke mensen in het hospitaal. Kamuhanda was toen net begonnen als jonge dokter. “We dachten eerst aan malaria of tyfus, de klachten lijken erop. Later bleek het een toen nog onbekende variant van ebola. Die kreeg de naam Bundibugyo. Hetzelfde type waart nu rond in Congo.”
Nu, bijna twee decennia later, leidt hij het lokale ebola-noodteam. “Op dit moment zijn er in Bundibugyo geen besmettingen, maar wel elders in Uganda. Ik denk dat het ons ook weer gaat raken.” Bij die eerste uitbraak in Uganda vielen er naar schatting tegen de veertig doden, maar er waren ook tientallen overlevenden.
In de lokale bibliotheek zit een groepje inwoners. Ezekiel Kisughu, die vroeger verpleger was in hetzelfde ziekenhuis, is erbij. Hij hielp de eerste patiënten en werd zelf ook ziek. Hij noemt het een vreselijke, pijnlijke ziekte en zegt de dood in de ogen te hebben gezien. Maar hij overleefde en werd de eerste bekende overlevende van de Bundibugyo-variant. Nu leidt hij een vereniging van overlevenden. Na hun herstel kregen ze te maken met uitsluiting. Mensen uit het stadje waren bang voor hen. Ze steunen elkaar nog steeds, want ze hebben blijvende klachten zoals gezichtsverlies en hoofdpijn. De trauma’s zitten diep.
Dat de naam Bundibugyo nu steeds in het nieuws is in verband met ebola, brengt die pijn terug, vertelt aardrijkskundeleraar en overlevende Yamaka Swaibu. “Bundibugyo wordt de hele tijd genoemd met dood en ziekte. En deze uitbraak begon in Congo. Waarom noemen ze het dan ebola-Bundibugyo? Dat slaat nergens op. We voelen ons klein en onwaardig. Die naam moet weg.”
Ook de Ugandese regering is niet blij. Ze vinden dat Uganda te veel in één adem met Congo wordt genoemd en dat niet genoeg wordt benadrukt dat de uitbraak nu vooral bij de buren speelt en dat de Ugandese uitbraak veel kleiner is.
Dokter Kamuhanda haalt zijn schouders op als je vraagt of er een stigma op zijn stad rust. Hij denkt juist dat het helpt dat de naam steeds wordt genoemd. “Mensen hier weten wat het virus kan doen, dus zijn we nu al voorzichtiger. We schudden bijvoorbeeld geen handen meer, we zwaaien. In Congo is er veel wantrouwen en geloven mensen niet dat ebola bestaat. Hier weten we wel beter.”
Hij staat klaar voor wat er komen gaat, mocht het virus terugkeren naar Bundibugyo. “Ik weet wat ik moet doen, ik heb ervaring.” Maar de middelen zijn beperkt. Het ziekenhuis heeft maar vijftig beschermende pakken op voorraad. “Daar zijn we in een paar dagen doorheen. Het is geen vraag of het komt, maar wanneer. Maar we gaan dit overwinnen. Ik wil niet weer collega’s verliezen.”
Wetenschappers hebben deze variant minder goed onderzocht dan andere ebolavirussen. Het type is iets milder en veroorzaakt minder bloedingen, maar is nog steeds gevaarlijk. Het sterftecijfer ligt tussen de 30 en 50 procent. Er is ook de angst dat het virus al langer rondwaarde in het oosten van Congo, voordat het deze keer werd ontdekt. Sinds de uitbraak op 15 mei 2026 in Congo zijn er 452 besmettingen vastgesteld, 82 mensen overleden en minstens vijf patiënten hersteld.
Grootste cokevangst ooit gelinkt aan Bolle Jos
Een nieuw rapport bevestigt wat velen al dachten: het grootste onderschepte cocaïnetransport ooit, vorige maand gevonden op een schip bij de Canarische Eilanden, is bijna zeker georganiseerd door het netwerk van de bekende Nederlandse crimineel Jos L., ook wel bekend als Bolle Jos. Het Global Initiative Against Transnational Organized Crime (GI-TOC) heeft dit onderzocht en publiceert nu de resultaten.
Op 1 mei van dit jaar pakte de Spaanse politie meer dan 30 ton coke op de Arconian, een schip onder de vlag van de Comoren dat onderweg was naar Libië. Die vangst was gigantisch, maar uit het onderzoek blijkt dat het geen losstaand geval is. Sinds 2019 is de hoeveelheid coke die vanuit West-Afrika naar Europa wordt gesmokkeld enorm toegenomen. De havens in West-Afrika zijn steeds beter verbonden met zowel de productie- als afzetgebieden van cocaïne.
Toch werden er in Europese havens verrassend weinig transporten vanuit West-Afrika onderschept. De vraag was dus: hoe komt al die drugs eigenlijk binnen? GI-TOC keek de afgelopen vijf jaar naar de cocaïnehandel vanuit West-Afrika naar Europa, met openbare gegevens en meer dan 190 gesprekken met onder andere havenmedewerkers. Ze zoomden in op drie schepen: de Arconian, de White Eagle en de White Labeille. Die schepen zijn waarschijnlijk verbonden met het criminele netwerk van Jos L.
De bulktransporten vertrokken vanaf opslagplekken in West-Afrika en hingen rond voor de kusten van Marokko, de Canarische Eilanden en Spanje, voordat ze aanmeerden in Noord-Afrikaanse havens. Sommige schepen deden de reis één keer, anderen vaker. Het rapport zegt dat het bewijs erop wijst dat de drugs in Sierra Leone aan boord van de Arconian zijn geladen, om later bij de Canarische Eilanden over te worden gezet op kleinere motorboten. De Arconian had meer dan 42.000 liter brandstof aan boord voor die bootjes.
Die speedboten moesten de coke aan land brengen zonder een zeehaven te gebruiken, zoals vroeger wel gebeurde. Deze relatief nieuwe methode, die ook door andere criminele groepen wordt gebruikt, heeft er volgens het rapport voor gezorgd dat grote hoeveelheden coke Europa konden bereiken zonder te worden opgemerkt. Dat verklaart mede waarom de prijs van cocaïne in Europa al jaren daalt – in Nederland van 28.000 euro per kilo in 2021 naar 15.000 euro per kilo in 2025. Dat wijst op een groot aanbod.
Tegelijkertijd zijn de hoeveelheden die in beslag worden genomen in de havens van Rotterdam en Amsterdam sinds 2024 gedaald. Zo zag de grootste drugsvangst ooit, begin vorige maand op de Arconian, eruit:
Vrijwel direct na de vondst op de Arconian werd het verband gelegd met Jos L. De drugs bleken afkomstig uit Sierra Leone, waar L. naar verluidt sinds 2022 verblijft. Het rapport concludeert op basis van getuigenverklaringen, foto’s en een uitgebreide analyse van de activiteiten van het netwerk dat de Arconian en de andere onderzochte schepen werden gecoördineerd door L. en zijn netwerk. Het is waarschijnlijk dat L. deze methode in ieder geval sinds 2024 herhaaldelijk heeft gebruikt om drugs vanuit West-Afrika naar Europa te smokkelen.
De Arconian voer de afgelopen jaren geregeld tussen havens in West-Afrika. Dat veranderde in februari van dit jaar, toen het schip werd overgenomen door een bedrijf zonder scheepvaartgeschiedenis en met het hoofdkantoor in Sierra Leone. Het vrachtschip bleef daarna enkele weken in de buurt van de hoofdstad Freetown en lag vier dagen aangemeerd in de grootste zeehaven van het land, tot het op 22 april onafgebroken doorvoer richting Europa en op 1 mei door de Spaanse politie werd onderschept voor de kust van Dakhla in de Westelijke Sahara. Op het schip zaten zeventien bemanningsleden uit de Filipijnen. Ook werden zes gewapende mannen aangetroffen – vijf Nederlanders en een Surinamer – die de drugs bewaakten. Sommigen van hen waren eerder veroordeeld in verband met cocaïnehandel en witwassen. De Guardia Civil ontdekte een metalen deur die toegang gaf tot een lange gang die vol zat met balen cocaïne. De omvang van de onderschepte lading wijst er volgens het rapport op dat de criminelen zich veilig waanden en dat er eerder mogelijk succesvolle transporten zijn geweest.
Meerdere lichamen ontdekt in puin na zware loodsbrand in Brussel
Het aantal dodelijke slachtoffers kan nog verder stijgen, meldt Het Laatste Nieuws. Hulpverleners zijn nog steeds op zoek naar verschillende vermiste personen, zo bevestigde het parket van Brussel tegenover HLN. De brand brak gisteren in de ochtend uit in een opslagloods waar onder andere bouwmaterialen en elektrische steps lagen. Door het grote risico op instorting kon de brandweer de loods eerst niet in om de vlammen te bestrijden. Pas een paar uur later kregen ze het vuur onder controle en begon het nablussen en veiligstellen van de plek. Tientallen omwonenden moesten tijdelijk hun huis verlaten voor hun eigen veiligheid, volgens VRT. Tijdens het bluswerk raakte een brandweerman lichtgewond. Wat de brand precies heeft veroorzaakt, is nog niet bekend.
Recordvangst coke op zee leidt naar vloot rond ‘Bolle Jos’
Het schip waar een recordvangst van 30.000 kilo cocaïne is gedaan, blijkt onderdeel te zijn van een vloot die gelinkt kan worden aan Jos Leijdekkers, alias Bolle Jos, en Turkse topcriminelen. Dat meldt RTL Nieuws. De politie in Nederland, Spanje en Turkije onderzoekt of er sprake is van een nieuw smokkelverbond op de Middellandse Zee.
Een enorme vangst, midden op zee. Toen de Spaanse politie op 1 mei van dit jaar het vrachtschip de Arconian voor de West-Afrikaanse kust enterde, stuitten agenten op maar liefst 30.000 kilo coke. De 1279 pakketten werden bewaakt door vijf zwaarbewapende Nederlanders. Al langer wordt vermoed dat dit transport te maken heeft met de Bredase Bolle Jos, die al tijden veilig in Sierra Leone zit en weigert uitgeleverd te worden aan Nederland.
Onderdeel van een vloot
Volgens de politie was het plan om de pakketten coke in de Middellandse Zee te gooien, zodat kleinere boten ze konden oppikken. Dat noemen ze de dropoff-methode. RTL Nieuws schrijft dat dit transport niet op zichzelf staat: de Arconian maakt deel uit van een vloot schepen die betrokken is bij drugssmokkel in de Middellandse Zee. Dit blijkt uit onderzoek van RTL, samen met de onderzoeksgroepen IrpiMedia uit Italië en The Black Sea uit Turkije.
