PME: Duizenden extra huurwoningen op komst door megainvestering
Het Pensioenfonds Metalelektro (PME) heeft vandaag bekendgemaakt dat het flink gaat investeren in Nederlandse huurwoningen. Dit nieuws staat in het zojuist gepresenteerde jaarverslag. De komende jaren trekt PME miljarden extra uit om vastgoed in Nederland te kopen en te laten bouwen. Het doel is om uiteindelijk 6 procent van het totale vermogen in Nederlands vastgoed te stoppen. Vorig jaar was dat nog 3,8 procent, wat neerkomt op zo’n 2,2 miljard euro. Dat bedrag gaat dus flink omhoog.
Van al het geld dat in Nederlands vastgoed gaat, komt ongeveer 80 procent terecht bij betaalbare huurwoningen. Dat zijn woningen met een huurprijs tot maximaal 1200 euro per maand. PME wil zo de komende jaren duizenden huurwoningen laten bijbouwen, vooral in het middensegment. Op de lange termijn moet 12 procent van het totale vermogen in vastgoed worden belegd, waarvan de helft in Nederland.
Met deze grote stap wordt PME een van de grootste pensioenfondsen op de Nederlandse woningmarkt. Ter vergelijking: het grootste pensioenfonds van Nederland, ABP, heeft minder dan 1 procent (4 miljard euro) in Nederlands vastgoed zitten. PFZW, het fonds voor de zorgsector, belegt slechts 0,5 procent (1,3 miljard euro) specifiek in huurwoningen.
Volgens PME-bestuursvoorzitter Alae Laghrich draait het nog steeds om het beste rendement voor de deelnemers, maar willen ze ook een steentje bijdragen aan de woningnood. “We willen hiermee een maatschappelijk probleem helpen oplossen, maar voor ons rendement is dit ook een goede belegging. We spreiden hiermee onze risico’s beter en huurwoningen geven ons stabiele inkomsten op de lange termijn.”
PME bouwt de woningen niet zelf, maar werkt samen met projectontwikkelaars. Zo kocht het fonds vorig jaar al meer dan 400 huurwoningen in De Sax, een grote hoogbouwflat in Rotterdam die de komende jaren verrijst. Ook in Amsterdam en Nieuwegein heeft PME geïnvesteerd in complexen met huurwoningen.
Het geld van pensioenfondsen is hard nodig, want buitenlandse investeerders laten de Nederlandse woningmarkt steeds vaker links liggen. Begin 2026 kwam nog maar 2 procent van de investeringen van buitenlandse partijen, terwijl dat een paar jaar geleden nog 30 tot 50 procent was. Zonder dit geld kan het doel van 100.000 nieuwe woningen per jaar niet worden gehaald.
Volgens PME-topman Alae Laghrich is er genoeg kapitaal in Nederland beschikbaar. “We nemen hiermee geen groot risico, vastgoed in Nederland blijft nu eenmaal heel goed overeind in allerlei verschillende berekeningen en toekomstscenario’s die we hier op hebben losgelaten.”
PME beheert het pensioengeld van ruim 635.000 werkenden en gepensioneerden. In totaal heeft het fonds meer dan 60 miljard euro onder beheer. In de onderstaande video van vorig jaar is te zien dat sommige huurwoningen ook tegen de vlakte gaan:
Langste formatie ooit, maar Frederiksen blijft premier in Denemarken
Na maar liefst 69 dagen onderhandelen heeft Denemarken eindelijk een nieuwe regering. Mette Frederiksen, de sociaaldemocratische leider, mag zich opmaken voor haar derde termijn als premier. De 48-jarige politicus noemt de gesprekken “veel moeilijk”, maar heeft er vertrouwen in dat het gaat lukken.
“We leven in het beste land ter wereld. We hebben een van de sterkste democratieën ter wereld”, zei Frederiksen nadat ze koning Frederik had geïnformeerd over de formatie. Ze sprak journalisten toe in de haven van Odense, precies op het moment dat de koning aan boord van het koninklijke schip Dannebrog vertrok voor een zomertocht.
Bij de verkiezingen in maart verloor de partij van Frederiksen flink: van 50 naar 38 zetels. Het was het slechtste resultaat in 125 jaar. Vorige maand mislukten nog gesprekken voor een centrumrechtse coalitie, waarna Frederiksen aan de slag mocht voor een linkse variant.
De nieuwe coalitie bestaat uit vier partijen: de sociaaldemocraten, de Socialistische Volkspartij, de Gematigden en Radicaal Links. Later vandaag volgen meer details over de plannen, en morgen wordt de nieuwe ministerploeg bekendgemaakt. Over het programma zegt de premier: “Het is voor de mensen die nu in Denemarken wonen, voor de generaties die komen en ook voor de dieren.” Dierenwelzijn was een belangrijk thema tijdens de verkiezingen.
Terugkeerhubs Buiten de EU Stap Dichterbij Na Akkoord
De EU-landen en het Europees Parlement zijn het gisteravond eens geworden over de nieuwe terugkeerwet. Deze wet maakt het mogelijk om uitgeprocedeerde asielzoekers die niet in de EU mogen blijven, naar zogenaamde ’terugkeerhubs’ te sturen: uitzetcentra buiten de EU.
Het laatste punt van discussie was wanneer de nieuwe regels precies zouden ingaan. Het Europees Parlement wilde dat zo snel mogelijk, terwijl de lidstaten meer tijd vroegen omdat ze nationale wetten moeten aanpassen. Het compromis is dat de meeste regels na een jaar ingaan, maar een paar zaken, zoals de mogelijkheid om mensen naar terugkeerhubs te sturen, gaan meteen in.
Die hubs zijn centra in landen zonder directe band met de asielzoeker, waar ze wachten op terugkeer naar hun thuisland. Veel ngo’s maken zich zorgen en vrezen dat deze hubs eigenlijk gevangenissen worden, met risico’s op mensenrechtenschendingen.
EU-landen kunnen zelf deals sluiten met derde landen over zulke hubs. Nederland zoekt momenteel samen met Oostenrijk, Griekenland, Duitsland en Denemarken naar geschikte kandidaten, maar die zijn nog niet gevonden. Voorwaarde is dat het land de mensenrechten respecteert.
Oorspronkelijk wilde de Europese Commissie dat alleenreizende minderjarige migranten en gezinnen met kinderen niet naar deze hubs mochten. Maar een meerderheid van de EU-landen en het Europees Parlement schrapten die uitzondering voor gezinnen, dus die kunnen nu ook worden uitgezet.
Het kabinet steunt de wet, al was er bij D66 op het laatste moment nog twijfel. Voordat de regels definitief zijn, moet het Europees Parlement en de lidstaten nog een laatste keer stemmen, naar verwachting binnen een paar maanden.
De terugkeerwet is het sluitstuk van het Europese migratiepact, dat volgende week vrijdag ingaat. Dit pact moet het asielproces aan de buitengrenzen versnellen, zodat wie geen recht heeft op asiel snel vertrekt. Nu verlaat maar een kwart van de uitgeprocedeerden daadwerkelijk de EU, en dat moet beter.
Eurocommissaris Brunner noemt het akkoord een ‘belangrijke stap’, en asielminister Van den Brink spreekt van ‘goed nieuws uit Brussel’. Volgens hem is er nu ‘een stevige juridische basis om te werken aan terugkeerhubs’.
Vertrouwen in kabinet Jetten flink gedaald: “Het is echt een zooitje”
Toen het kabinet-Jetten begon, had ongeveer een derde van de kiezers er vertrouwen in. Dat klinkt niet heel hoog, maar dat was eigenlijk wel normaal vergeleken met eerdere kabinetten. Het kabinet-Schoof begon bijvoorbeeld met 37 procent vertrouwen. Opvallend is dat dat vertrouwen bij Schoof na vier maanden nog steeds op 36 procent stond. Maar bij kabinet-Jetten is het hard gekelderd: nog maar 22 procent van de kiezers heeft er vertrouwen in.
Opiniepeiler Gijs Rademaker ziet zelfs bij mensen die op coalitiepartijen stemmen enorme dalingen: “Het is een bende. Alleen D66-kiezers hebben nog meerderheid vertrouwen in het kabinet. Bij kiezers van het CDA en de VVD is bijna de helft van het vertrouwen verdampt, en dat in nog geen 100 dagen. Coalitiekiezers vinden dat het kabinet te weinig voor elkaar heeft gekregen.”
Heeft dit minderheidskabinet eigenlijk een plan om wél resultaten te boeken? Fons Lambie: “De komende weken hoopt het kabinet een stikstofpakket te presenteren. Ook hoopt men dat de spreidingswet de druk op de asielopvang verlaagt.” “Daarnaast wordt gehoopt dat er een deal komt over de begroting, samen met de oppositie, vakbonden en werkgevers, over bezuinigingen in de sociale zekerheid. Als al die puzzelstukjes op hun plek vallen, kan de coalitie richting de Provinciale Statenverkiezingen volgend jaar nog wat laten zien.” Maar het is heel onzeker of dat lukt. Hoe reageert het platteland op het stikstofpakket? Gaan gemeentes écht meer asielopvang regelen? Wil de oppositie wel een deal sluiten? Als dat allemaal niet werkt, dreigt een zomer en herfst vol protest en onvrede, en worden de vertrouwenscijfers van Jetten nog lager.
Er zijn nog maar weinig mensen die denken dat dit kabinet écht doorbraken gaat forceren op de grote problemen van ons land (12 procent). Het meest sceptisch zijn ze over de zorg en armoedebestrijding: bijna niemand denkt dat het kabinet hier iets aan gaat verbeteren. Als minderheidskabinet is Jetten afhankelijk van oppositiepartijen om zijn plannen door te voeren. En dat is volgens kiezers precies het probleem. Twee derde (66 procent) heeft de hoop al opgegeven dat het kabinet nog meerderheden kan vinden voor belangrijke besluiten. Een kwart (23 procent) gelooft daar nog in. Van de coalitiekiezers gelooft nog vier op de tien daarin. Ook hier zijn alleen D66-kiezers nog overwegend positief (58 procent), terwijl VVD-kiezers het meest pessimistisch zijn (22 procent).
Ook het vertrouwen in Rob Jetten als premier is flink gedaald. Bij de start had bijna de helft van de kiezers vertrouwen in de nieuwe premier. Nu is dat nog maar een derde. “We zien dat kiezers Jetten nog wel sympathiek en betrouwbaar vinden, maar het lukt hem niet om mensen en partijen bij elkaar te brengen. Ook zijn leiderschap valt tegen,” zegt Rademaker. “Zijn afwezigheid bij de rellen in Loosdrecht en andere gemeenten staat mensen nog vers in het geheugen.”
Het vertrouwen in Schoof bleef de eerste maanden juist hoog – een meerderheid van de kiezers had toen vertrouwen in hem. “Van Schoof waren de verwachtingen laag, hij had dus ook minder te bewijzen dan Jetten. Dick Schoof had het voordeel dat hij partijloos was, hij polariseerde dus minder.”
Verantwoording
Het onderzoek is uitgevoerd op 28 en 29 mei 2026 onder ruim 18.000 leden van het RTL Nieuwspanel. Het onderzoek is na weging representatief voor vijf variabelen: leeftijd, geslacht, opleiding, werkzaamheid en politieke voorkeur (stemgedrag Tweede Kamerverkiezingen 2025). Het RTL Nieuwspanel telt 63.000 leden. Wil jij ook meedoen aan onderzoeken? Meld je dan aan!
Yes We Can Clinic opnieuw onder vuur na BOOS-uitzending
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft na de uitzending van BOOS nog 20 extra klachten binnengekregen over de Yes We Can Clinic in Hilvarenbeek. Dit blijkt uit antwoorden van minister Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport op vragen uit de Tweede Kamer. In die BOOS-uitzending vertelden tientallen oud-cliënten en medewerkers openhartig over hun tijd bij de kliniek voor jongeren met psychische- en gedragsproblemen. Ze hadden het onder meer over pesterijen, vernedering en de enorme mentale druk die tijdens de behandelingen op de jongeren werd gelegd. Ook was er veel kritiek op de zogenaamde ‘one size fits all’-aanpak, waarbij een vaste methode wordt gebruikt voor jongeren met totaal verschillende problemen.
Uit de antwoorden op de Kamervragen blijkt dat de IGJ al sinds 2022 signalen over de kliniek ontvangt. In 2022 waren dat er 2, in 2023 1, in 2024 2 en in de eerste maanden van vorig jaar weer 2. Maar alleen al in de eerste vier maanden van 2026 schoot dat aantal omhoog naar 22 signalen. Daarvan kwamen er 2 binnen vóór de BOOS-uitzending en 20 daarna.
Eerdere klachten gaven geen reden tot onderzoek
Inmiddels is de IGJ een onderzoek gestart bij de kliniek, ‘gezien de aard en de ernst van de signalen’. De inspectie verzamelt nu informatie over de zorg, onder meer door documenten op te vragen en een bezoek te brengen aan de instelling in Hilvarenbeek. Afhankelijk van wat uit dat onderzoek komt, beslist de inspectie of er verdere stappen nodig zijn. De minister laat in haar antwoorden weten dat de klachten uit eerdere jaren voor de IGJ geen aanleiding waren om een onderzoek te starten.
Laatste inspectiebezoek in 2018
Het laatste bezoek van de inspectie aan de kliniek vond plaats op 10 december 2018. Dat onderzoek maakte deel uit van een bredere controle van middelgrote ggz- en verslavingszorginstellingen. Tijdens dat bezoek sprak de inspectie met bestuurders en zorgverleners, en werden dossiers en beleidsdocumenten bekeken. Er zijn toen geen gesprekken gevoerd met jongeren die op dat moment in behandeling waren. De IGJ laat nu weten dat in het lopende onderzoek wél gesprekken met jongeren worden gevoerd.
