Minimumloner krijgt er maandelijks tot 31 euro bij
Dat heeft salarisbedrijf Youforce uitgerekend — en ja, alle minimumloners profiteren van de nieuwe loonverhoging. Maar let op: wat iemand écht op zijn bankrekening ziet, verschilt flink per persoon. Zo legt CEO Stefan Op de Woerd van Youforce in een persbericht uit: “Het aantal uren dat je werkt, maakt hier echt het verschil.”
Wie wint het meest?
Minimumloners met een volledig contract van 38 uur per week gaan er in absolute euro’s het hardst op vooruit: +31,12 euro per maand. Hun netto maandsalaris stijgt daarmee naar 2.300,68 euro — een stijging van 1,37 procent.
Direct daarna volgen de collega’s met een 40-urige werkweek: zij krijgen 28,80 euro extra per maand, waardoor hun netto inkomen uitkomt op 2.378,84 euro (+1,23 procent).
En dan zijn er nog de 36-urige minimumloners: zij zien 28,59 euro meer op hun rekening per maand. Dat is een stijging van 1,31 procent, met een nieuw netto maandsalaris van 2.214,35 euro.
En parttimers?
Voor parttimers met een minimumloon geldt: de toename in euro’s is kleiner, maar procentueel is hij juist het grootst. Zij krijgen 23,27 euro per maand bij, wat neerkomt op een stijging van 1,86 procent — en een nieuw netto maandsalaris van 1.275,96 euro.
Waar komt die verhoging vandaan?
Per 1 juli gaat het wettelijk minimumloon omhoog naar bruto 14,99 euro per uur. Deze aanpassing gebeurt twee keer per jaar, afgestemd op de inflatie.
Belangrijk om te weten: voor mensen met een hoger inkomen blijft het netto maandsalaris voorlopig ongewijzigd. De loonbelasting — die daar wel invloed op heeft — wijzigt pas weer op 1 januari 2027.
En over cao-lonen? Werkgevers lieten eind vorig jaar al weten dat die de komende jaren nauwelijks zullen stijgen. Lisette van Breugel, directeur van werkgeversvereniging AWVN, legde toen uit wat er speelt bij sommige bedrijven — maar dat valt buiten de scope van deze berekening.
Stadskanaal springt in de bres voor asielzoekers uit Ter Apel
De gemeente Stadskanaal neemt vannacht tijdelijk 50 tot 80 asielzoekers op — mensen die geen plek konden vinden in het aanmeldcentrum in Ter Apel. De reden? Daar dreigde het zo vol te raken dat mensen letterlijk buiten zouden moeten slapen. Burgemeester Sloots legt het duidelijk: “Als buurgemeente kunnen we dan niet wegkijken.”
De asielzoekers worden opgevangen op een veilige, afgelegen locatie — en wel zonder directe omwonenden in de buurt. Het is een ééndagoplossing: komende ochtend gaan ze weer terug naar Ter Apel om hun asielprocedure verder af te handelen.
Sloots benadrukt dat dit geen routinehandeling is, maar een noodmaatregel uit humaniteit én vanwege de openbare orde en veiligheid in de regio. “Dit doen we omdat het écht niet anders kan”, zegt hij.
Op het terrein van Ter Apelte is het momenteel druk. Het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers) laat daarom nu selectief mensen binnen — met prioriteit voor kwetsbare groepen. Of er daadwerkelijk mensen vannacht buiten de poort blijven slapen, is nog onduidelijk. Aan het eind van de middag stonden er al zeker dertig mensen buiten het centrum zonder plek — zo meldde het COA zelf.
Burgemeester Sloots is duidelijk geïrriteerd: “Het is niet te bevatten dat we opnieuw op dit punt staan. We hebben dit eerder meegemaakt en toen al gezegd: dit mag geen terugkerend noodscenario worden. Toch gebeurt het weer.”
Stadskanaal heeft al eerder geholpen — onder andere in 2023 en 2024, toen de gemeente zelfs een sporthal ter beschikking stelde. Maar Sloots waarschuwt: zulke spoedopvangen zijn géén duurzame oplossing. Hij roept de overheid op om eindelijk echt actie te ondernemen: “Spreid de verantwoordelijkheid eerlijk over het land.”
Steeds meer mantelzorgers: vooral vrouwen, maar mannen halen in
Het aantal mensen dat onbetaald zorg verleent aan een familielid of dichtbij staande ander blijft stijgen — en dat geldt zowel voor vrouwen als voor mannen. Volgens nieuw onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) was in 2014 ruim een derde (33%) van de Nederlandse bevolking mantelzorger. Tien jaar later, in 2024, was dat opgelopen tot bijna twee op de vijf (39%). Dat betekent: 5,5 miljoen mensen in Nederland gaven op dat moment regelmatig hulp aan iemand die het niet helemaal zelf kon.
Vrouwen zijn nog steeds in de meerderheid — in 2024 hielp 41% van de vrouwen met mantelzorg, tegenover 37% tien jaar geleden. Maar wat opvalt: het aantal mannen dat meedoet, groeit flink. Van 28% in 2014 naar 37% in 2024. Vooral onder 55-plussers komt er veel nieuwe mantelzorg bij — denk aan kinderen die hun ouders of schoonouders steunen.
De meeste mantelzorgers (meer dan driekwart) helpen familie: ouders, schoonouders of een partner. Een kleinere groep — zo’n 18% — ondersteunt een vriend of buur. En wat ze doen, verschilt ook: familie helpt vaker met administratie of persoonlijke verzorging, terwijl buren en vrienden vaker meegaan naar de dokter, gezelschap houden, schoonmaken of vervoer regelen.
Maar het wordt ook zwaarder. In 2014 voelden 400.000 mantelzorgers zich ernstig belast; in 2024 waren dat er al 600.000. Dat komt mede door het grotere totaal aantal mantelzorgers — maar ook omdat sommige groepen extra kwetsbaar zijn. Zo vinden jonge mantelzorgers (18–34 jaar) het vaak zwaarder dan anderen — mogelijk samenhangend met de algemene toename van psychische druk onder jongeren. Ook ouders van kinderen met een beperking, ouderen boven de 75 (die gemiddeld 15 uur per week helpen, terwijl een derde zelf met gezondheidsklachten kampt) en werkende mantelzorgers lopen een hoger risico op overbelasting.
De overheid ziet mantelzorg als een hoeksteen van een toekomstbestendige zorg: in het coalitieakkoord staat letterlijk dat “een zorgzame samenleving niet kan zonder de onbetaalbare inzet van vrijwilligers en mantelzorgers”. Toch wijzen zowel het SCP als de Sociaal-Economische Raad erop dat er meer moet gebeuren om mantelzorgers te ondersteunen — vooral nu de vraag naar mantelzorg door de vergrijzing de komende jaren waarschijnlijk alleen maar verder zal toenemen.
Kattenvoer, bier en lokvallen: hoe drie HAS-studenten de Aziatische hoornaar op het spoor zijn
Sanne, Daan en Stijn — drie vierdejaars van de HAS Green Academy — zijn dit voorjaar volop bezig met een ongewone missie: de Aziatische hoornaar beter leren kennen én effectiever bestrijden. Die reuzewesp, die al jaren steeds vaker in Nederland opduikt, is geen pretje: hij jaagt op honingbijen, hommels en vlinders, waardoor onze inheemse bestuivers onder druk komen te staan — en daarmee ook de biodiversiteit.
In Reusel-De Mierden zit de wesp al flink vast — en daar begon ook het onderzoek. Vorig jaar werden er al 370 koninginnen gevangen met zelfgemaakte lokvallen die aan inwoners werden uitgedeeld. De beestjes gingen pijnloos de vriezer in. Dit jaar ziet het er al veel drukker uit: medio mei staat de teller al op maar liefst 1.363 gevangen koninginnen. Duidelijk: deze wesp blijft. En dat maakt het onderzoek alleen maar urgenter.
Wat trekt de hoornaar écht aan?
Het drietal test vier soorten vallen én vier verschillende lokstoffen — allemaal verspreid over het Kempengebied bij imkers. En ja, het mengsel klinkt als een feestavond voor wespen: wijn, bier én siroop. De Aziatische hoornaar is dol op zoete geurtjes, vooral in het voorjaar, als de koningin op zoek is naar een plek om haar eerste nest te bouwen.
Maar er is meer: ze experimenteren ook met kattenvoer als lokaas. Waarom? Omdat werksters (de ‘werknemers’ van het nest) veel eiwit nodig hebben — en kattenvoer zit daar vol mee. De vraag is nu: trekt dat ook de koningin in het vroege voorjaar? “Tot nu toe hebben we gelukkig nog geen kat in de val gehad”, lacht Stijn.
Slimme vallen, minder bijvangst
Een groot probleem bij bestrijding is de bijvangst: andere insecten die per ongeluk in de vallen belanden. Daarom draaien de studenten de vallen regelmatig om — om te kijken of de richting van de ingang en uitgang invloed heeft op welke insecten erin terechtkomen. Ook wisselen ze de lokstoffen af, zodat ze kunnen zien of het resultaat echt door de geur komt — of juist door de locatie. Het doel? Een val die specifiek de Aziatische hoornaar aantrekt, maar waar andere insecten makkelijk weer uit kunnen ontsnappen.
Waarom dit onderzoek zo belangrijk is
Veel imkers en gemeenten zitten nog in het donker: ze proberen allerlei methodes, vaak zonder wetenschappelijke onderbouwing. Sommige vallen werken gewoon niet goed — en vangen dan juist té veel andere insecten. Dat verhoogt niet alleen de kans op schade aan de biodiversiteit, maar ook de angst onder mensen die graag willen helpen, maar niet weten wat écht werkt.
Daan: “Veel gemeenten zijn nu nog aan het zoeken. Terwijl het zonde is als iedereen opnieuw het wiel moet uitvinden.”
Daarom willen Sanne, Daan en Stijn niet alleen antwoorden vinden, maar ook een praktische handleiding opstellen — voor imkers, gemeenten én burgers. Welke lokstoffen zijn effectief? Wat kun je zelf maken? En hoe zorg je dat je zo min mogelijk andere insecten raakt?
Conclusies trekken? Nog te vroeg voor. Maar binnenkort vertrekken ze naar België en Frankrijk — om daar te leren van experts die al langer met de hoornaar worstelen.
Luchtalarm dreigt te verdwijnen: zo vaak werd het in Brabant écht ingezet
Het luchtalarm – die bekende sirenegeluiden die elke eerste maandag van de maand om 12.00 uur klinken – staat voor de deur om te verdwijnen. Vanaf 2028 zou het systeem officieel kunnen worden afgeschaft en vervangen worden door NL-Alert: de mobiele waarschuwingen die rechtstreeks op je telefoon verschijnen.
Maar hoewel we de sirenes maandelijks horen, is het luchtalarm in Brabant sinds 1998 maar liefst… zes keer echt gebruikt bij een noodsituatie. En telkens ging het om grote branden.
Wanneer ging het luchtalarm in Brabant écht af?
- 15 april 2007: Bij een hevige brand in de metaalverwerkingsfabriek Kabelrecycling van Hout (aan de Korte Beemd) gingen drie sirenes in de omgeving af.
- 18 juli 2010: In Best klonk het alarm tijdens een grote industriebrand aan de Industrieweg.
- 2011: Tijdens de catastrofale brand bij Chemie-Pack in Moerdijk werd het luchtalarm ook ingezet – maar er was veel kritiek, omdat het lang duurde voordat de sirenes daadwerkelijk aangingen.
- 3 februari 2014: Een enorme brand in Vlijmen.
- 20 mei 2014: In Wintelre, bij een bedrijf dat zich richtte op zonweringen – en waarbij bovendien asbest vrijkwam.
- 11 augustus 2014: In Breda, bij een pand dat volledig afbrandde. Daar waren onder meer een dakbedekkingsbedrijf, een papier-/hout-/metaalvernietiger én een carrosseriebedrijf gevestigd. De sirenes gingen af vanwege de zware rookontwikkeling.
Sinds die laatste keer in 2014 is het luchtalarm – buiten de vaste maandelijkse tests – niet meer ingezet bij een echte crisis.
Waarom blijft het toch bestaan?
Ondanks het lage gebruik wordt het systeem nog steeds onderhouden: over heel Nederland staan ruim 4200 palen met de karakteristieke drie witte schotels. Maar ouderenbonden zijn fel tegen de afschaffing – ze vrezen dat niet iedereen NL-Alert ontvangt of serieus neemt, terwijl het luchtalarm voor iedereen hoorbaar is.
Of het luchtalarm uiteindelijk echt verdwijnt, hangt nog af van politieke beslissingen, technische ontwikkelingen en sociale overwegingen. Maar één ding is zeker: het is een systeem dat veel luister kent, maar weinig actie.
Steeds meer mantelzorgers — en steeds vaker écht overbelast
Het aantal mensen die onbetaald zorg geven aan een familielid of vriend is de afgelopen tien jaar flink gestegen: van 4,5 miljoen in 2014 naar ruim 5,5 miljoen in 2024. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Bijna één op de vijf Nederlanders doet dat intensief — dus meer dan acht uur per week. En in de praktijk zit het gemiddelde zelfs veel hoger: zo’n 25 uur per week.
Dat soort langdurige, zware zorg vraagt vaak veel van mensen. Drie op de tien intensieve mantelzorgers geven aan dat het hen echt te veel wordt. Ze herkennen zich in uitspraken als ‘de hulp komt te veel op mijn schouders neer’ of ‘door het geven van hulp is mijn gezondheid achteruitgegaan’. Vorige zomer sprak de 26-jarige Manouk openhartig over haar ervaringen als mantelzorger.
En het aantal mantelzorgers dat zich ‘ernstig belast’ voelt, is ook fors gegroeid: van 400.000 in 2014 naar nu zo’n 600.000. Vooral onder jongeren (18–34 jaar) is de stijging opvallend: van 6 procent naar 12 procent. Volgens het SCP hangt dat waarschijnlijk samen met de algemene toename van druk op jonge volwassenen. Ook het totaal aantal uren mantelzorg per persoon is gestegen — van gemiddeld 6,4 naar 7,2 uur per week — en steeds vaker wordt die zorg gecombineerd met een reguliere baan.
Welke stappen nodig zijn om mantelzorgers beter te ondersteunen, laten de onderzoekers over aan de politiek. Ze wijzen wel naar eerdere voorstellen van de Sociaal-Economische Raad (SER), zoals acht weken betaald mantelzorgverlof, waarbij de overheid de kosten draagt.
Als eerste op de hoogte van het laatste nieuws
