5.000 Oranjefans verwacht bij WK voetbal in Amerika: ‘Denk dat het groots wordt’

Lotte Koot, redacteur Online

Bizarre ticketprijzen, vragen over mensenrechten en steden die duizenden kilometers uit elkaar liggen — het WK voetbal deze zomer in de Verenigde Staten, Canada én Mexico is geen gewone tocht. Wat kunnen Nederlandse supporters eigenlijk verwachten? De KNVB denkt dat er rond de 5.000 Oranjefans in de stadions zullen zitten tijdens de poulewedstrijden. Daarnaast rekenen ze op nog eens 5.000 extra fans die meedoen aan de fanwalk: de oranjemars die net voor elke wedstrijd door de straten trekt. Een groot deel van die toeschouwers komt waarschijnlijk uit de VS zelf — veel Amerikanen hebben Nederlandse wortels.

“We weten best dat niet iedereen mee kan, zeker met die hoge kosten”, zegt Marianne van Leeuwen, directeur betaald voetbal bij de KNVB. “We zijn nog steeds in gesprek met de FIFA, samen met andere landen, om te kijken of we die kosten nog wat omlaag kunnen krijgen.”

Traditiegetrouw rijdt de beroemde Oranjebus van Oranjefans.nl – De Buser voorop in die fanwalk. Al meer dan twintig jaar wordt hij speciaal klaargemaakt voor elk groot Nederlands eindtoernooi. Voorzitter Kim van Wijk-Hermus kan bijna niet wachten tot het toernooi begint: “Ik denk echt dat het feest in Amerika groots wordt.”

Maar eerst moet de bus er natuurlijk wel komen. En dat was een hele klus. “Het was behoorlijk lastig om de bus te verzekeren in Amerika”, vertelt Van Wijk-Hermus. “Probeer eens uit te leggen dat je een bus vol supporters naar de VS verschepen wilt, puur om voetbal te kijken.” Ze lacht erom.

Oranjefans kunnen met een ESTA — een kortlopende reisvergunning — naar de VS. Maar wat ze bij de grens precies te wachten staat, is nog onzeker. Vorig jaar deed de Amerikaanse grensbewakingsinstantie (CBP) een voorstel om de informatie die ESTA-aanvragers moeten invullen flink uit te breiden. Denk aan socialemedia-accounts en gegevens over familieleden. Of dat voorstel daadwerkelijk wordt ingevoerd, is nog onduidelijk — wanneer er een beslissing komt, is ook nog niet bekend.

Ook mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch hebben recent nog hun zorgen geuit over de situatie in de gastlanden. Van Wijk-Hermus verwacht daarvoor gelukkig geen problemen voor Nederlandse fans: “We hebben het er wel over gehad, maar zolang de KNVB zegt dat het veilig is, gaan we gewoon. Ik denk dat het met zo’n WK wel meevalt — het is tenslotte ook een soort visitekaartje voor Amerika. Zo’n land doet echt zijn best om supporters goed te ontvangen.”

En dan zijn er nog de afstanden. Oranje begint in Dallas, speelt daarna in Houston — een rit van zo’n vier uur — en eindigt de poulefase in Kansas City, midden in de VS. Daarvoor is een vlucht van zo’n twee uur nodig, of bijna twaalf uur autorijden. De Oranjebus zal dus flink op pad moeten. “Voor de langste stukken regelen we een kar”, vertelt Van Wijk-Hermus. “Anders zou hij drieduizend kilometer moeten afleggen — dat is wel heel veel voor onze oude bus.”

Eens aangekomen in de stad, moeten fans rekening houden met hoge vervoerskosten. In sommige staten worden speciale prijzen gehanteerd tijdens het WK. In New Jersey bijvoorbeeld kost een retourtje met de trein van de stad naar het stadion bijna 130 euro, terwijl het normaal 8,50 euro is. Gelukkig is er in de steden waar Nederland speelt nog geen prijsstijging aangekondigd. Wel gelden parkeerkosten vanaf zo’n 100 dollar per wedstrijd voor wie met de auto komt.

Wat Van Wijk-Hermus wel opviel, is hoe enthousiast Amerikaanse steden en media zijn over de komst van Oranjefans. “Ik heb al zó veel interviews gegeven voor Amerikaanse tv — van Houston tot Kansas City, noem maar op”, zegt ze. “Daar leeft het echt enorm.”

En dat hoop ze ook terug te zien bij de fanwalks. “Ik verwacht tienduizenden mensen die meelopen”, zegt ze. “Amerikanen zijn dol op grote sportevents — dat voelt gewoon goed.”

Bekijk origineel artikel

Ook in het turnen zijn Russen en Belarussen weer welkom onder eigen vlag

Goed nieuws voor de Russische en Belarussische turners: de internationale turnbond World Gymnastics heeft besloten dat ze vanaf nu weer mogen deelnemen aan officiële wedstrijden — én wel onder hun eigen vlag, met hun eigen volkslied. Dat is een flinke ommezwaai vergeleken met de situatie sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022, toen sporters uit beide landen bijna overal werden geweerd.

World Gymnastics volgt daarmee de lijn die al eerder werd ingezet door andere internationale bonden — denk aan het paralympisch comité, de wereldzwembond en de wereldwrestelbond. In een korte verklaring op hun website staat: “Het uitvoerend comité heeft besloten alle restricties van toepassing op Russische en Belarussische sporters sinds februari 2022 met onmiddellijke ingang op te heffen.”

Dat betekent dat er geen sprake meer is van neutrale deelname — zoals in 2021 tijdens het WK in Japan, waarbij Russische turners wel mochten meedoen, maar dan onder de naam van de Russische turnbond, zonder vlag of volkslied. Toen eindigde Rusland trouwens als vijfde in het medailleklassement — een duidelijk bewijs van hun sterke positie in de wereld van de turnsport.

Maar deze terugkeer onder eigen vlag roept ook weer heftige reacties op, vooral in Oekraïne. Daar wordt het als een pijnlijke ontwikkeling ervaren. Tijdens de recente Paralympische Spelen liepen de gemoederen hoog, en ook het Nederlandse olympisch comité (NOC*NSF) was toen tegen de terugkeer van Russische en Belarussische sporters. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hield zich op dat moment neutraal en liet de beslissing over aan de betreffende internationale federaties.

Bekijk origineel artikel

Jan is de beste sjoeler van de wereld: “Als je wint, blijf je het doen”

Wie van sjoelen houdt, wil het waarschijnlijk niet opnemen tegen de 63-jarige Jan Oostenbrink uit Veldhoven. Afgelopen weekend verdedigde hij met veel overtuiging zijn titel als wereldkampioen — twee jaar na zijn eerste gouden trofee. En hoewel hij zegt dat hij meestal rustig blijft, is zijn passie voor de sport onmiskenbaar.

Van toevallig bezoek tot vijftig jaar sjoel-passie

Wat begon als een losse trip naar een wedstrijd in Delfzijl, groeide uit tot een leven lang fanatiek sjoelen. Jan begon rond 1975, toen hij net twaalf was en samen met zijn broer aan de slag ging. Dat allereerste toernooi? Gewonnen — natuurlijk. “Toen dacht ik: dit is leuk”, vertelt hij aan Studio040. In die tijd waren wedstrijden schaars: “Eens per maand was er ergens een toernooi, en daar gingen we dan met onze ouders naartoe.” Later werd het steeds drukker — “op een gegeven moment waren we bijna elk weekend onderweg.”

Van jongen tot kampioen

Zijn talent was al snel duidelijk: “Dat ik er goed in was, wist ik eigenlijk direct.” Toch duurde het even voordat hij en zijn broer ook mee mochten doen bij de senioren. “Daar waren we in het begin nog niet goed genoeg voor. Twee jaar later hadden we dat niveau wel opgepakt. Ik denk dat ik toen een jaar of 14 of 15 was.” Sjoelen liet hem daarna niet meer los. “Als je wint, blijf je het doen.”

Wereldkampioen — opnieuw

In Zwartemeer, bij Emmen, kroonde Jan zich afgelopen weekend opnieuw tot wereldkampioen. Het WK wordt eens in de twee jaar gehouden en trekt nu echt internationale deelnemers — van Korea tot Amerika. “In het begin was het vooral Europees, maar nu doen ook Koreanen en Amerikanen mee. In Korea is de sjoelgemeenschap groter dan hier.”

De spanning is volgens Jan het meest spannende — en tegelijkertijd het lastigste: “Tijdens een wedstrijd moet ik me volledig concentreren. Die spanning maakt het moeilijk om goed te presteren.” Vooral in de kwart- en halve finale zat het dik: “Daar stond ik eerst achter, en ging het maar om een paar punten verschil. Dat was echt met de hakken over de sloot, maar gelukkig blijf ik meestal rustig.” De finale verliep juist verrassend soepel: “Dat viel alleszins mee”, zegt hij nuchter — en won uiteindelijk overtuigend met 11–4. “Ik vond het allang leuk om in de finale te staan, aangezien ik sinds het vorige wereldkampioenschap niet veel wedstrijden meer won.” Nu viel het allemaal de juiste kant op. “Daar was ik wel blij mee.”

Familie op het hoogste niveau

Alsof één wereldtitel nog niet genoeg was: dezelfde dag won Jan ook het WK landenteams met Nederland — waarbij zijn broer én zijn zoon in het team zaten. Dat zijn zoon nu ook op hoog niveau meespeelt, maakt hem trots: “Dat is natuurlijk heel mooi om mee te maken.” En ja — de teamfinale tegen Zweden, een uur voor zijn individuele finale, was misschien zelfs spannender: “We hadden ons eerder via een zwaar kwalificatietoernooi geplaatst, waarbij veertien Nederlandse teams zich hadden ingeschreven.”

Niet stilzitten, nooit

Stilzitten doet Jan voorlopig niet. Over twee weken speelt hij nog een bekerwedstrijd. “Het eindklassement kan ik niet meer winnen, maar die wedstrijd zelf natuurlijk nog wel.”

Bekijk origineel artikel

Ook in het turnen zijn Russische en Belarussische sporters weer onder hun eigen vlag welkom

De internationale turnbond World Gymnastics heeft besloten dat atleten uit Rusland en Belarus vanaf nu weer mogen deelnemen aan officiële wedstrijden — en wel onder hun eigen vlag, met hun eigen volkslied. Dat is een duidelijke ommezwaai ten opzichte van de maatregelen die sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 golden. Toen werden sporters uit beide landen wereldwijd uitgesloten of gedwongen om neutraal te concurreren — bijvoorbeeld onder de naam ‘Russische Turnbond’ in plaats van onder de nationale vlag.

Deze nieuwe regel geldt met onmiddellijke ingang, zoals het uitvoerend comité van World Gymnastics in een korte verklaring op haar website aankondigde. Het is niet de eerste sportbond die deze koers wijzigt: eerder al gaven het paralympisch comité, de internationale zwembond en de worstelbond het groene licht voor een terugkeer onder eigen identiteit.

Rusland telt traditioneel veel sterke turners — op het WK turnen van 2021 in Japan eindigde het land zelfs als vijfde in het medailleklassement. Toen mochten de sporters wel meedoen, maar dan wel zonder vlag of volkslied. Nu verandert dat.

Natuurlijk roept dit ook weer reacties op. In Oekraïne is er veel onvrede over de toenemende herintegratie van Russische en Belarussische atleten op internationale toernooien. Tijdens de Paralympische Spelen waren de emoties bijvoorbeeld hoog opgelopen. Ook het Nederlandse olympisch comité (NOC*NSF) was toen tegen een snelle terugkeer. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) hield zich op dat moment neutraal en liet de beslissing over aan de betreffende internationale bonden.

Bekijk origineel artikel

Teruggekeerde Advocaat blijft op vertrouwde gezichten bouwen voor WK Curaçao

De WK-selectie van Curaçao is er: bondscoach Dick Advocaat heeft zijn ploeg bekendgemaakt voor het wereldkampioenschap dit zomer. En ja, hij kiest duidelijk voor continuïteit — de spelers waarmee hij het team naar het toernooi loodste, staan ook nu weer centraal.

Bekende namen zoals PSV’er Armando Obispo, Riechedly Bazoer, de gebroeders Leandro en Juninho Bacuna, Sontje Hansen en Jürgen Locadia maken allemaal deel uit van de 26-koppige selectie. Ook buitenspeler Tahith Chong (Sheffield United) is erbij — hij is de enige in de ploeg die op Curaçao zelf geboren is.

Acht van de geselecteerden speelden afgelopen seizoen in de Eredivisie, vier in de Eerste Divisie. Dat geeft een goed beeld van de Nederlandse ‘voetbalverbinding’ die de ploeg nog steeds sterk kenmerkt.

Curaçao gaat na een behoorlijk onrustige periode — waarin ooit zelfs Fred Rutten werd genoemd als mogelijke vervanging — uiteindelijk toch met Advocaat naar het WK. Ze zitten in een pittige groep met Duitsland, Ecuador en Ivoorkust.

Interessant detail: PSV’er Paul Wanner vertrekt met Oostenrijk naar het WK, terwijl Feyenoorder Gernot Trauner op de reservelijst staat. Ook Congo heeft maandag zijn selectie gepubliceerd — maar Ajax’ Jorthy Mokio, die recent koos voor de Congolese bond, mist het toernooi door regelgeving rond nationaliteitsovergangen. Voor hem kwam het WK dus gewoon te vroeg.

Bekijk origineel artikel

Willy en René snappen Afellay wel: ‘Assistent-trainer heeft niks te zeggen’

PSV-trainer Peter Bosz mag dan flink teleurgesteld zijn dat zijn assistent Ibrahim Afellay komend seizoen niet terugkeert, clublegende Willy van de Kerkhof knikt begrijpend. In de Willy en René Podcast van Omroep Brabant legt hij uit waarom hij Afellays keuze volkomen begrijpt — en waarom die functie eigenlijk een beetje een vreemde vogel is.

“Assistent-trainer zijn? Dat is geen sinecure”, zegt Willy meteen. “Je zit er 24 uur per dag in, maar je hebt eigenlijk niks te zeggen.” Afellay had zelf aangegeven dat hij meer ruimte verwachtte — bijvoorbeeld om af en toe een training te leiden — en dat verbaast Willy. “Dat weet je toch van tevoren? Als je als assistent aan de slag gaat, dan is het duidelijk wat je rol is.” En hij weet waar hij het over heeft: ook Willy’s ex-schoonzoon André Ooijer stapte eerder op uit zo’n functie. “‘Er gaat echt heel veel tijd inzitten, opa’, zei hij tegen mij”, vertelt Willy met een glimlach. “Ja, hij noemt mij nog steeds opa. Zijn twee meiden zijn mijn kleinkinderen.”

René voegt er lachend aan toe: “Die dochters van André zeggen ook wel eens ‘hé opa’ tegen mij. Dan zeg ik: ‘Ik ben wel opa, maar niet van jullie.’”

En dan komt de vraag: wie volgt Afellay nog op PSV? “Ik moet het nog zien”, zegt René. “Misschien is Saibari straks wel de enige die overblijft. Ook van Pepi moet ik het nog zien.” Willy denkt niet direct aan een massale uittocht. “Als iedereen een goed WK speelt — en dat gun ik ze van harte — dan kan er nog wel wat gebeuren. Maar als het een gemiddeld WK wordt, dan moet ik nog zien wie er echt weggaat.”

Herinneringen aan regen, zwembroeken en waterballet

De laatste speeldag bracht ook wat oude herinneringen boven. Bijvoorbeeld aan dat beroemde ‘waterballet’ bij Heerenveen-Ajax — een wedstrijd die volgens René precies even nat was als de keer dat zij in 1978 tegen Bastia speelden onder een onophoudelijke regenbui. “De regen kwam met bakken uit de hemel, maar het werd op tv uitgezonden, dus er moest gespeeld worden.” Hoe bereid je je daarop voor? “Je trekt gewoon je zwembroek aan en je gaat”, lacht Willy. “Net hetzelfde als gisteren in Heerenveen. Je stift de bal steeds, want passen gaat niet.”

En wat ze wel écht niet kunnen vinden…

Willy vindt het niet chic hoe Fred Rutten op Curaçao plaatsmaakte voor Dick Advocaat — zonder dat er duidelijke afspraken of respectvolle communicatie waren. “Dat had Dick beter moeten regelen, en dat neem ik hem kwalijk. Als hij had gezegd: ‘Ik trek me terug vanwege de gezondheid van mijn dochter, en als het beter gaat, kom ik terug’, dan was er niks aan de hand geweest.” René beaamt het: “Rutten is mijn vriend niet en zal het nooit worden, maar hij is daar slecht behandeld.”

En dan is er nog die bekerfinale van de PSV-dames, waarbij ze na een 2-0 voorsprong vlak voor tijd nog de titel lieten glippen tegen Twente. “Je schopt die bal toch het Kasteel uit, verdomme! Dan hadden ze met twee prijzen gestaan.”

Tot slot: de grote vraag — kan Ajax via de play-offs nog Conference League-voetbal afdwingen? “Anders nodig ik Sjaak Swart wel uit om bij ons Champions League te kijken”, grapt René. “Ziet ie ook nog eens een keer Europees voetbal.”

Bekijk origineel artikel