Arrieta’s rit van de gekken: val, misser, sprint — en toch zege!

Igor Arrieta heeft de vijfde etappe van de Giro d’Italia gewonnen op een manier die je eerder in een slapstickfilm dan in een topwielrenwedstrijd zou verwachten. Het was nat, het was chaotisch, en het was ongelooflijk — maar uiteindelijk stond Arrieta als winnaar op het podium, terwijl zijn medevluchter Afonso Eulálio (Bahrain Victorious) de roze leiderstrui overnam.

Het begon nog redelijk rustig: Arrieta en Eulálio leken samen, kalm en gecontroleerd, richting de finish in Potenza te rijden. Totdat… plof. Met nog 14 kilometer te gaan gleed Arrieta weg op een gladde afdaling — volkomen onnodig, want de achtervolgers zaten ruim een minuut achter. Eulálio kon nu eigenlijk rustig naar de zege fietsen… totdat hij ook onderuit ging in een bocht vlak voor de streep. Plots stonden ze weer bij elkaar — uitgeput, doorweekt, maar nog steeds in de race.

En dan de klap van de dag: met nog maar twee kilometer te gaan, miste Arrieta een afslag. Ja, echt. Een simpele bocht, in de regen, op een nat wegdek — en weg was hij. Maar in plaats van op te geven, haalde hij de achterstand in, kwam terug, en won zelfs nog de sprint van stervende zwanen op het laatste rechte stuk. Eulálio, even later ook weer op de fiets, moest het toekijken.

De rit? 203 kilometer van Praia a Mare naar Potenza — onder zware regen, over twee zware beklimmingen, waaronder de Montagna Grande di Viggiano in de laatste 60 km. Een kopgroep van dertien renners — onder wie gisteren’s winnaar Nhonatan Narváez, Thomas Guillermo Silva en Christian Scaroni — probeerde het peloton op te branden. Maar het was Arrieta die op de Viggiano toesloeg, gevolgd door Eulálio. Daarna viel alles uiteen: de kopgroep verspreidde zich, het peloton liet het tempo zakken, en een handvol renners (zoals Koen Bouwman) probeerde nog wanhopig terug te komen — zonder succes.

Ondertussen liet Wout Poels (38) weten dat hij na dit seizoen waarschijnlijk stopt. Een emotionele noot in een rit vol plotselingheden — waarin niets wat kon misgaan, niet misging… en toch won Arrieta.

Bekijk origineel artikel

Lavreysen klaar voor de Japanse keirin: ‘Mijn telefoon moet ik echt inleveren’

Harrie Lavreysen zet de komende maanden de schouders eronder voor een reeks topkeirinwedstrijden in Japan — maar daar rijdt het écht anders dan hij gewend is. In het land van de keirin gelden regels die bijna lijken alsof je op een geheime missie bent: geen mobieltje, geen laptop, geen contact met de buitenwereld. Alles om te voorkomen dat er wordt gerangeerd of gefixt. En ja, zelfs juichen bij de finish is verboden — want wie weet of dat niet per ongeluk een signaal is voor iemand in het publiek.

Voor Lavreysen is vooral het telefoon-inleveren een hele klus. “Dat wordt wel een uitdaging. Daar heb ik nog niet voor getraind. Ik laat het op me afkomen — en misschien ben ik daarna wel van mijn telefoonverslaving af”, lacht de renner uit Luyksgestel tegen de NOS.

Fietsen van staal, helmen zo groot als watermeloenen

En het wordt niet makkelijker: de fietsen zijn allemaal van staal (geen carbon, dus niks breekt), en de helmen zijn extra groot — “zodat alles veilig zit”, legt hij uit. Ook wordt er hard gereden: maximaal verzet, buitenbaan, en ja — soms ook in de regen. Dat maakt de verschillen tussen de renners kleiner en de wedstrijden onvoorspelbaarder. “Het wordt lastiger om te winnen”, zegt hij nuchter.

Terug op school — maar dan met een helm

Eerder dit jaar was Lavreysen al eens twee weken in Japan voor een officiële keirinopleiding. “Ik moest letterlijk weer de schoolbanken in”, vertelt hij. Een serieuze kennisopbouw over de unieke cultuur, regels en tactiek van de Japanse keirin — waarbij discipline, discretie en precisie bovenaan staan.

Nu gaat hij volop mee: na de opleiding is hij klaar voor de echte wedstrijden. En dat is geen toeval — want vlak daarna wacht het wereldkampioenschap baanwielrennen in China in oktober, waar het kwalificatietraject voor de Olympische Spelen van 2028 officieel begint. “Ik heb er goed over nagedacht of dit het juiste moment was, ook met het oog op blessures. Maar uiteindelijk leek dit me een ideaal jaar”, zegt hij. Hij traint nu zelfs met internationale toprenners — en hoopt die ervaring straks op het WK ten goede te laten komen.

Veel vliegen, veel wisselen

De planning is intens: Lavreysen zit een maand in Japan, dan twee weken terug in Nederland met het team, daarna een wedstrijd in Los Angeles, en vervolgens weer terug naar Japan. “Er wordt dus veel gevlogen — en dat ben ik eigenlijk niet gewend”, geeft hij toe.

Ook Hetty van de Wouw doet mee

En het is niet alleen Harrie die Brabant op de kaart zet in Japan: ook drievoudig wereldkampioene Hetty van de Wouw uit Kaatsheuvel neemt deel aan de keirinwedstrijden. Zij pakte eerder dit jaar zilver op de Olympische Spelen in Parijs én op de wereldkampioenschappen — en nu zet ze haar kennis en ervaring in op de Japanse baan.

Bekijk origineel artikel

Prestigieuze keirinraces in Japan: Lavreysen op ‘offline-modus’ met staalfiets, regen en geen telefoon

Baanwielrenner Harrie Lavreysen zet de komende maanden een bijzondere stap buiten zijn comfortzone: hij rijdt meerdere topkeirinwedstrijden in Japan — een wereld waar alles anders draait dan wat hij van sprint- en ploegensprintwedstrijden gewend is.

In Japan is keirin niet zomaar een sport: het is een gereglementeerde, sterk gereguleerde wedstrijdvorm met diepe wortels in de gokcultuur. En dat betekent écht streng toezicht. Vooraf moeten alle deelnemers hun mobiele telefoons, laptops en andere communicatiemiddelen inleveren. Geen berichten, geen oproepen, geen social media — helemaal geen contact met de buitenwereld. Het doel? Matchfixing voorkomen. Ook het juichen bij het passeren van de streep is verboden, zodat er geen ‘codes’ of signalen naar het publiek kunnen worden gestuurd.

Voor Lavreysen — die bekendstaat om zijn scherpe sprint en onvermoeibare energie — is dat ‘telefoonloos leven’ wel even een klus. “Dat gaat wel een uitdaging worden. Daar heb ik nog niet voor getraind. Ik laat het op me af komen — misschien ben ik daarna wel van mijn telefoonverslaving af.”

En dat is nog maar het begin. De keirin in Japan speelt zich af op een buitenbaan, met volledig staal-fietsen (zodat niets breekt tijdens de botsingen), een grote helm op het hoofd, en vaak ook in de regen — want ja, het is buiten. “We rijden op het maximale verzet, dus de verschillen tussen renners zijn kleiner. Dat maakt winnen véél lastiger.”

Lavreysen heeft zich al eerder dit jaar voorbereid: in maart zat hij twee weken in Japan voor een officiële keirinopleiding — letterlijk op de schoolbanken, zoals hij zelf zegt. Nu woont hij daar een maand lang in een appartement, traint met internationale toprenners, en bereidt zich voor op de wedstrijden. Maar het is geen rustige periode: na deze maand vliegt hij terug naar Nederland voor twee weken teamtraining, dan direct door naar een wedstrijd in Los Angeles, om daarna weer terug te keren naar Japan voor meer keirinactie. “Er wordt dus heel wat gevlogen — en dat ben ik eigenlijk niet gewend.”

Ook bij de vrouwen is Nederland vertegenwoordigd: drievoudig wereldkampioene Hetty van de Wouw doet mee aan de Japanse keirinraces. Zij pakte in 2024 zowel zilver op de Olympische Spelen in Parijs als op de wereldkampioenschappen. En zij is niet de eerste Nederlandse baanrenner die zich in Japan waagt: ook Theo Bos heeft ooit deelgenomen aan deze unieke wedstrijden.

Overigens past dit keirin-avontuur perfect in Lavreysens groter plan: in oktober staan de wereldkampioenschappen baanwielrennen in China op het programma — het startsein voor het olympisch kwalificatietraject naar Los Angeles 2028. “Ik heb er goed over nagedacht of dit het juiste moment was, ook met het oog op blessures. Maar uiteindelijk leek dit me wel een ideaal jaar. Ik train hier met buitenlandse concurrenten — hopelijk kan ik dat straks op de WK in mijn voordeel gebruiken.”

Bekijk origineel artikel

Oranjebus na vier weken veilig aangekomen in Amerika: ‘Blij dat ’ie er is’

De Oranjebus is dinsdag eindelijk veilig en wel op Amerikaanse bodem geland — na een reis van ruim vier weken! De iconische dubbeldekker vertrok op 15 april vanuit Chaam richting het Belgische Zeebrugge, waar hij op een schip werd geladen voor de oversteek naar de Verenigde Staten. Daar staat het Nederlands Elftal in juni in actie tijdens het WK — en de bus is klaar om mee te doen.

Geen chauffeur aan boord… maar wel oog op de bus

Tijdens de lange tocht over zee moest de bus even zonder zijn vaste bestuurder Frans Peeters uitkomen. Maar ‘zijn’ Oranjebus liet hij niet uit het oog: “Ik heb ’m bijna elke dag gevolgd via de boottracker”, vertelt hij in het radioprogramma KEIgoeiemorgen! van Omroep Brabant. Frans bracht de bus zelf op 15 april naar Zeebrugge, waarna het schip een paar dagen later uitvoer naar Halifax in Canada. Vervolgens ging het verder via Baltimore en Florida, totdat de bus op 12 mei in Houston aan wal ging. “Tussendoor lag ’ie af en toe stil in een haven, maar toch is het best snel gegaan — binnen vier weken!”, zegt Frans met een knikje.

Van schip naar kade — zonder problemen

Maar hoe zit het dan met een bus zonder chauffeur op een schip? “Ik vlieg er 10 juni naartoe en dan halen we ’m samen op uit de haven”, legt Frans uit. Voor de lokale medewerkers in Houston had het team een Engelse gebruiksaanwijzing meegegeven — met uitleg over het starten van de motor, de versnellingen en andere belangrijke handelingen. En blijkbaar werkte alles als een trein: op een filmpje op het Instagramaccount van Dutch Orange Bus is te zien hoe de bus soepel van boord komt. “Ik ben blij dat ’ie er is en weer veilig op de kade staat”, zegt Frans met een brede glimlach.

Klaar voor de Oranjeparade

De bus krijgt binnenkort een officieel kenteken uit Texas, zodat hij vrij door heel Amerika mag rijden. En wie weet hoeveel Nederlandse fans hem daarbij zullen volgen? “Er zijn al flink wat tickets verkocht voor alle wedstrijden, en er gaan ook veel Nederlanders op reis naar de VS”, weet Frans. “Daarnaast wonen er hier al jarenlang talloze Nederlanders — die gaan natuurlijk ook naar de wedstrijden. Ik verwacht dus wel een echte parade van een paar duizend man die achter de bus aanlopen.”

En Frans durft zelfs al te hopen op een lang verblijf: “Ik hoop dat we de bus pas eind juli terug naar de haven hoeven te brengen. Mijn terugvlucht heb ik in ieder geval pas geboekt na de finale.”

Bekijk origineel artikel

Willem II zet eerste stap richting promotie: winst in halve finale bij Almere City

Het is officieel: Willem II staat nu al één voet in de play-off-finale! Woensdagavond wonnen de Tricolores de eerste wedstrijd van het tweeluik tegen Almere City met 0–1 — een overwinning die zeer zwaar weegt, gezien de stakes.

Samuel Bamba was de held van de avond: hij maakte het enige doelpunt van de wedstrijd, na een snelle, gevarieerde aanval waarbij Finn Stam hem perfect in de zestien speelde. Bamba liet zijn man lopen en prikte de bal net binnen de paal — een moment waarop het uitverkochte uitvak in Almere bijna ontplofte van enthousiasme. Voor hem was dit zelfs zijn eerste treffer sinds oktober, toen hij nog in de beker scoorde tegen FC Dordrecht.

Hoewel Willem II aanvankelijk erg gecontroleerd speelde, waren grote kansen schaars in het eerste halfuur. Schoten van Bamba en Mounir El Allouchi bleven ongelukkig buiten de lijnen. Na de 0–1 kwam Almere wel sterker terug — Jamie Jacobs miste een enorme kans vlak na rust, en Siegert Baartmans (die rond de 60e minuut inviel) tikte een mooie voorzet van Nick Doodeman net naast.

En dan die penalty… In de 70e minuut fluitte scheidsrechter Allard Lindhout strafschop nadat aanvoerder Justin Hoogma in de zestien werd vastgehouden bij een vrije trap. El Allouchi, die zaterdag nog als doelpuntenmaker terugkeerde na een lange droogte, nam de verantwoordelijkheid — maar zijn schot uit de rechteronderhoek werd door doelman Tristan Kuijsten gestopt.

Toch bleef Willem II kalm. Geen paniek, geen risico’s, gewoon doorgaan met het spel dat werkte. En het werkte: ze hielden de nul overeind, wonnen met 0–1, en lieten topscorer Devin Haen — die nog niet helemaal fit was na zijn blessure tegen RKC — de hele wedstrijd op de bank zitten.

Zaterdagavond volgt de return in het Koning Willem II Stadion. Als de Tilburgers daar ook winnen, is de finale — tegen Telstar of FC Volendam — binnen handbereik. De droom van promotie wordt met elke minuut realistischer.

Bekijk origineel artikel