🌿 Examen in een groene gymzaal? Ja, echt gebeurd in Breda!
Het is een onverwacht gezicht op examendag: geen kale betonnen wanden, geen spiegelende vloer en geen lege muren – maar een levendige, groene plantenwand die loom naar de eindexamenleerlingen kijkt. Op het Markenhage in Breda doen leerlingen dit jaar hun centrale examens in een gymzaal waar de muur écht groen is. Niet om een tuinbouwproject te lanceren, maar om even rustiger te worden tussen al dat zenuwachtige bladzijde-omslaan en klok-checken.
Waarom planten? Omdat groen (misschien) kalmeert
De initiatiefnemer achter het groene experiment is de Plant and Flowers Foundation. Zij werkte samen met vier scholen die enthousiast waren over het idee – en het Markenhage was er één van. Belangrijk: alleen pollenloze, rustige planten zijn gebruikt. Geen felle kleuren, geen allergieën, geen niezen tijdens de wiskunde-examenvraag. En volgens wetenschappelijk onderzoek? Als je maar veertig seconden of langer naar zo’n groene wand kijkt, daalt je stresshormoon. Minder spanning, meer focus – en zeker een vriendelijker uitzicht dan grijs beton. “Beter dan grijs beton”, zoals de titel al suggereert.
Maar… werkt het ook écht?
Dat blijkt per leerling erg verschillend.
Hanane: “Als ik voor me keek, zag ik geen leeg lokaal. Het gaf me meer rust.”
Yfke: “Ik voelde geen verschil. Ik was eerder afgeleid dan rustig – alsof ik dacht: ‘wow, wat een ontspannende plant!’” (lacht)
Yousra: “Veertig seconden? Dat is te lang. Ik dacht: ‘ik raak in tijdsnood’, dus ik heb de planten gewoon overgeslagen.”
En Zayn? Die merkte pas later dat het misschien toch iets deed: “In de andere gymzaal – zonder planten – was ik bij wiskunde best zenuwachtig. Nederland ging veel soepeler.”
En nu? Gewoon een leuke test – geen wetenschappelijk onderzoek
Er wordt niet officieel gemeten of leerlingen met planten beter scoren. Wel wordt er wel gevraagd: “Vond je het fijn? Wil je het volgend jaar weer?” Want op het Markenhage staan drie gymzalen – en planten hangen er maar in twee. De derde blijft lekker kaal. Zo kunnen leerlingen zelf ervaren wat voor hen werkt.
En wat dan met studeerpillen?
Terwijl sommige leerlingen proberen te ontspannen via groen, pakken anderen graag tot ‘studeerpillen’ als Ritalin. Maar experts waarschuwen: de risico’s wegen zwaarder dan de beloofde voordelen. Dus ja – een plantenwand mag dan wat onconventioneel lijken, het is in elk geval veiliger dan een pilletje op examendag.
Huishoudens gaan straks meebetalen voor hun CO2-uitstoot — denk aan tientallen euro’s per maand
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft uitgezocht wat het nieuwe Europese klimaatsysteem voor Nederlandse huishoudens betekent. Tot nu toe moesten alleen grote bedrijven — zoals energiecentrales en fabrieken — betalen voor hun CO₂-uitstoot via het bestaande Europese emissiehandelssysteem (ETS1). Maar vanaf 2028 komt er een tweede systeem, ETS2, waarbij ook huishoudens en kleinere bedrijven in de kosten worden betrokken. En ja: dat betekent dat jouw gasrekening, benzineprijzen of stroomkosten langzaam maar zeker omhoog kunnen gaan.
Hoeveel gaat het je kosten?
Dat hangt sterk af van hoe je woont én leeft. Volgens de PBL-schattingen betaal je in 2030 bijvoorbeeld:
– 10 tot 20 euro per maand extra, als je in een klein appartement woont, een cv-ketel hebt én jaarlijks zo’n 6.000 kilometer rijdt;
– 30 tot 70 euro per maand extra, als je in een oud, groot vrijstaand huis woont én 20.000 kilometer per jaar achter het stuur zit.
Heb je wel een warmtepomp én een elektrische auto? Dan betaal je niks extra — tenminste, niet via dit systeem.
Let op: dit zijn schattingen. De werkelijke bedragen hangen af van de ontwikkeling van de CO₂-prijs — en die wordt op Europees niveau bepaald. Nederland heeft daar weinig zeggenschap over. En na 2030 kunnen de kosten nog flink verder stijgen.
Wie loopt het risico?
Vooral mensen met een lager inkomen lopen gevaar. “Recente gebeurtenissen laten zien dat te hoge energieprijzen leiden tot zorgen over energiearmoede en problemen bij specifieke groepen Nederlanders”, zegt PBL-directeur Marko Hekkert. Daarom pleit het PBL voor gerichte steun aan kwetsbare huishoudens — in plaats van algemene maatregelen die veel geld kosten maar minder doeltreffend zijn. Al is het lastig om precies vast te stellen wie er nou ‘kwetsbaar’ is.
In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk is al jaren een soortgelijke CO₂-heffing van kracht — en daar krijgen kwetsbare groepen financiële compensatie.
Wat kun jij doen?
Je kunt de extra kosten zelf wat drukken: door je huis beter te isoleren, een (hybride) warmtepomp te kiezen of een elektrische auto te kopen. Maar… dat kost geld. En niet iedereen kan zomaar investeren. Huurders zijn bovendien afhankelijk van hun verhuurder — en die hoeft niet per se mee te doen.
Daarom roept het PBL de overheid op om meer te doen. Niet alleen om de risico’s te beperken, maar ook om eerlijkheid en draagkracht te waarborgen.
Waar gaat het geld heen?
Elke ton CO₂ die je uitstoot, moet worden ‘afgekocht’ met een emissierecht. Die rechten worden geveild — en de leveranciers van gas, stroom en brandstoffen moeten ze kopen. Zij rekenen de kosten vervolgens door aan jou. Een klein deel van de opbrengsten gaat naar het sociaal Klimaatfonds, dat juist bedoeld is om kwetsbare huishoudens te ondersteunen. De rest gaat naar de EU-lidstaten — met de oproep van de Europese Commissie om dat geld ook echt in klimaatmaatregelen te stoppen.
In Nederland is er al een Sociaal Klimaatplan met vijf maatregelen aangekondigd. Denk aan meer geld voor het Nationaal Warmtefonds, een nieuw publiek energiefonds om huishoudens te helpen bij energiebesparing, én het verbieden van huurwoningen met de slechtste energielabels (E, F en G) vanaf 2029.
Meeste baby- en kindervoeding in de supermarkt is gewoon ongezond
Stel je voor: je loopt door de supermarkt, zoekt iets lekkers en gezonds voor je peuter of peutertje, en belandt automatisch bij het ‘kinderschap’ — dat aparte schap vol kleurrijke potjes, fruithapjes, ontbijtgranen met dierenvormpjes en maaltijden die speciaal voor kleintjes zijn bedoeld. Je denkt: dit moet wel goed zijn, anders zouden ze het toch niet zo opvallend aanbieden?
Helaas: vaak is het precies andersom.
“Gezond” op de verpakking ≠ gezond in de pot
Een nieuw onderzoek van de GGD Amsterdam (uitgevoerd door Gustaaf Haan van Questionmark) toont aan dat de meeste producten in het kinderschap flink naast de doos schieten als het gaat om wat echt gezond is voor jonge kinderen. Denk aan babypap, fruitpotjes, maaltijdpotjes en zelfs kindertoetjes — allemaal onder de loep genomen op basis van de richtlijnen van het Voedingscentrum. En het resultaat? Niet erg bemoedigend.
- Alle kindertoetjes bevatten te veel suiker.
- 66% van de fruitpotjes én 80% van de babypap heeft te veel (toegevoegde) suikers.
- Veel producten zitten bovendien vol zout — vooral maaltijdpotjes met ingrediënten als ham en kaas.
- En ja: die potjes zijn vaak ook nog eens géén volwaardige maaltijd, omdat ze te weinig energie (kcal) leveren.
Als je kind deze producten dagelijks zou eten, krijgt het dus méér suiker en zout binnen dan goed is voor zijn of haar groei en ontwikkeling.
Waarom is dat zo’n probleem?
Diena Halbertsma van 23 gezondheidsfondsen legt het duidelijk: “Je wilt niet dat kinderen al op jonge leeftijd wennen aan extra suiker in hun voeding.” Want dat gewoonte-effect blijft vaak hangen — en kan op termijn leiden tot overgewicht en andere gezondheidsproblemen.
En dan is er ook nog de praktijk: als ouder heb je vaak geen tijd om elke ingrediëntenlijst te bestuderen. “Dat is het laatste waar je als ouder van jonge kinderen tijd voor hebt”, zegt Gustaaf Haan. Een supermarkt die gewoon kan zeggen: “Alles in ons kinderschap voldoet aan de gezondheidsrichtlijnen”, zou daarom een enorme opluchting zijn.
Wat zegt het Voedingscentrum?
Liesbeth Velema, expert van het Voedingscentrum, is duidelijk: je mag af en toe iets uit het kinderschap geven — maar wees terughoudend. Belangrijkste tip? Kijk altijd naar de ingrediëntenlijst: is er suiker of zout aan toegevoegd? Dan kun je het potje beter laten staan.
Het beste? Geef je kind vooral producten die in de Schijf van Vijf thuishoren — en maak er zelf hapjes van: verse groenten, stukjes fruit, volkoren brood of rijstwafels. Zo weet je zeker dat er niets onnodigs aan is toegevoegd. En je helpt je kind tegelijkertijd om losse smaken en verschillende texturen te leren kennen.
En nu? Wat gebeurt er verder?
Vijf jaar geleden werd een vergelijkbaar onderzoek gedaan. Nu is het herhaald — om te kijken of er verbetering is. Het antwoord? “Dat valt helaas tegen.” De gezondheidsfondsen roepen daarom zowel supermarkten als de overheid op om krachtiger op te treden. Niet alleen om veiligheid (zoals pesticiden) te garanderen, maar ook om duidelijke regels te stellen voor wat ‘gezond’ mag heten — met daaraan vastgehouden handhaving.
De brancheorganisatie CBL reageert op het onderzoek met een belofte van balans: tussen keuzevrijheid én verantwoordelijkheid. Ze noemen ook al genomen stappen, zoals het gebruik van het Schijf-van-Vijf-logo op gezondere producten — maar of dat voldoende is, blijft de vraag.
Bert Natter wint de Libris Literatuur Prijs 2026
De roman die je niet meer loslaat
De Libris Literatuur Prijs 2026 gaat naar Aan het einde van de oorlog, de nieuwe roman van Bert Natter. Volgens de jury is het de beste Nederlandstalige roman van het jaar — en dat zeggen ze niet zomaar. Ze prijzen Natter’s “weergaloze” manier om te laten zien dat er nog steeds verhalen uit de Tweede Wereldoorlog zijn die we nog niet kennen, of liever: nog niet écht hebben gehoord.
Een dag, één kamp, dertig levens
Op een intense, filmische manier volgt Natter (58) in zijn boek een hele dag: 20 april 1945. Alles speelt zich af in en rond een concentratiekamp — op het moment dat de oorlog bijna voorbij is, maar de waanzin nog volop woedt. Centraal staat de zoektocht naar de elfjarige zoon van de kampcommandant. Maar het verhaal draait niet alleen om hem. Door de ogen van 31 verschillende personages — bewoners, bewaarders, vluchtelingen, werkers — wordt de lezer letterlijk meegevoerd in de chaos, de angst en het onvoorstelbare leed van de laatste dagen van de Holocaust.
De jury, onder leiding van journalist Noraly Beyer, noemt het resultaat “overdonderend”. Niet alleen vanwege de kracht van het verhaal, maar ook vanwege de durf en het literaire vakmanschap: hoe vertel je over iets wat bijna onvertelbaar lijkt — en doe je dat toch op een manier die blijft zitten? Volgens de jury lukt Natter dat briljant. Hij dwingt ons opnieuw te kijken naar een tijd die we dachten te begrijpen… en laat ons die tijd plots met hele nieuwe ogen zien.
Een prijs met gewicht — en een sterke shortlist
Natter is niet de enige die dit jaar in de schijnwerpers stond. Zes schrijvers waren genomineerd: drie mannen, drie vrouwen — waaronder twee Belgen: Lieselot Mariën (Als de dieren) en Peter Terrin (Nog lang geen winter). Voor Terrin was het al de vierde keer dat hij werd genomineerd, maar de prijs bleef tot nu toe aan hem ontsnappen. De Nederlandse finalisten waren naast Natter: Peter Buwalda (De jaknikker), Coco Schrijber (Het gezoem van bijna alles) en Nadia de Vries (Overgave op commando).
Alle zes genomineerden ontvangen €2.500. De winnaar krijgt daarbovenop €50.000 én een bronzen legpenning. En de jury benadrukt: elke genoemde roman is een “liefdesverklaring aan de literatuur” — een eer op zich.
En ja — Natter had al eerder succes met Aan het einde van de oorlog: vorige maand won hij ermee ook de Vlaamse ConfituurBoekhandelsprijs. De onafhankelijke boekhandelaars in België noemden het het “beste en meest verrassende werk uit het Nederlandse taalgebied van het afgelopen jaar”.
Minister laat Ongehoord Nederland voorlopig met rust — maar de Kamer wil wél actie
Gerben Kamphorst, redacteur-verslaggever van Nieuwsuur, legt uit wat er speelt rondom de controverse over Ongehoord Nederland (ON). Het kritische rapport van de evaluatiecommissie van de NPO over de omroep blijft voorlopig zonder directe gevolgen. Minister Rianne Letschert (D66, OCW) erkent de zorgelijke bevindingen in het rapport — maar concludeert tegelijkertijd dat ON nog steeds een voldoende bijdrage levert aan de publieke mediaopdracht. En dat betekent voor haar: geen juridische basis om nu al in te grijpen.
Dat is niet wat de mediawaakhonden denken. Twee toezichthouders hebben ON al meerdere keren gewaarschuwd. Volgens de evaluatiecommissie is het aanbod herhaaldelijk tekortgeschoten op het gebied van kwaliteit en journalistieke standaarden. Denk aan het door elkaar halen van feiten en meningen — iets wat de kernwaarde van de publieke omroep, namelijk betrouwbaarheid, onder druk zet.
En de Kamer reageert scherp. Van links tot rechts zijn de leden ontevreden. VVD’er Erik van der Maas noemt ON ronduit een “meningenmachine”, waarbij feiten, fictie en opinie vaak onlosmakelijk met elkaar verward raken — en dat is volgens hem “heel kwalijk”. Ook D66’er Ouafa Oualhadj benadrukt: “Of je houdt je aan de regels, of je hoort er niet in thuis.” GroenLinks-PvdA’er Mohammed Mohandis gaat nog verder: het gaat hier niet meer om beginnersfouten, maar om structurele onregelmatigheden. “Ze blijven zich niet houden aan de spelregels.” En daarom vindt Van der Maas: “Een omroep die de rest besmet en zich niet aan de journalistieke code houdt? Daar is geen ruimte voor.”
Toch blijft minister Letschert op haar standpunt. Tegen Nieuwsuur zegt ze dat ze het rapport serieus neemt — maar ook dat ON volgens haar wel degelijk bijdraagt aan de pluriformiteit van het publieke stelsel. Een belangrijke factor in haar afweging. Het rapport wijst wel op problemen met het journalistiek handelen, maar de minister ziet daarin nog steeds geen reden om juridisch in te grijpen — want dat moet, zo benadrukt ze, expliciet voortvloeien uit de wet.
Mohandis is het daar niet mee eens en wil graag snel met de minister in debat. Oualhadj pleit voor een grondig en gedegen proces — maar vindt ook dat het nu tijd wordt om écht conclusies te trekken.
