Zwaar én gewild: Afrikaans marmeren beeld opduiken bij kringloopwinkel in Schijndel
Bij kringloopwinkel Het Goed in Schijndel is onlangs een bijzonder kunstobject binnengekomen — en het valt écht op. Het gaat om een handgemaakt marmeren beeld uit Afrika: ongeveer 26 centimeter hoog, maar wel zo’n 70 centimeter breed. En vooral: zwaar. We praten over 25 tot 30 kilo — dus geen stukje dat je zomaar van de ene hoek naar de andere draait.
Hans van den Born van Het Goed legt uit dat dit geen gewoon decoratie-artikel is: het behoort tot de Shona-beeldhouwtraditie uit Zimbabwe, gemaakt van springstone — een karakteristieke steensoort die daar veel wordt gebruikt. “Dit soort beelden komt niet vaak bij ons binnen”, zegt hij. “Het is handwerk met aanzien. In de kunstwereld is het best bekend — en ook best gewild. Soms gaan er flinke bedragen mee.”
Het beeld kwam via een inboedel bij de winkel terecht, na een overlijden. De nabestaanden hadden besloten afstand te doen van de spullen, waaronder dit opvallende stuk. Waar het precies vandaan komt of hoe oud het is, weet niemand zeker — springstone-beelden worden immers nog steeds gemaakt, dus het kan zowel een klassiek exemplaar zijn als een vrij recent werk.
Wat direct opvalt? Naast het gewicht: de aanwezigheid. “In een minimalistische ruimte springt het echt uit”, vertelt Hans. “Je loopt binnen en denkt meteen: hé, wat is dat mooi.”
Voor nu staat het beeld op Marktplaats met een biedoptie — maar reacties zijn nog schaars. “Het is momenteel rustiger, waarschijnlijk door de vakantietijd”, legt Hans uit. Toch verwacht hij dat het binnen zes tot acht weken verkocht zal zijn. “Vooral liefhebbers zullen zich erop storten. De prijs zal waarschijnlijk tussen de 200 en 300 euro uitkomen.”
De ene plek telt meer honderdplussers dan de andere: bepaalt waar je woont hoe oud je wordt?
In de afgelopen eeuw is het veel makkelijker geworden om honderd te worden — en dat zie je ook in de cijfers. Begin dit jaar waren er 1.104 mensen die net hun honderdste verjaardag hadden gevierd, 666 die al 101 waren en 372 die al 102 jaar oud waren. Ruim 400 mensen zijn zelfs 103 jaar of ouder. En ja: bijna vier op de vijf honderdplussers zijn vrouwen.
Die cijfers komen van het CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), en gaan terug tot 1812. Wat opvalt? Het maakt echt uit waar honderdplussers wonen — of overlijden. Relatief veel van hen leven of sterven in regio’s als Utrecht, het Gooi, de Vechtstreek en op de Veluwe. Maar kijk je naar waar ze zijn geboren, dan verschuift het beeld. Dan springen regio’s als Zeeland, Zuid-Limburg, delen van Noordoost-Nederland én steden als Rotterdam, Den Haag en Haarlem naar voren. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de omstandigheden waarin mensen begin vorige eeuw opgroeiden: landbouwfamilies hadden vaak betere toegang tot voedsel tijdens moeilijke tijden, terwijl sommige stedelijke gebieden juist relatief welvarend waren.
Interessant is ook dat langs de Noord-Hollandse kust en rond Den Haag zowel veel honderdplussers zijn geboren als wonen of overlijden. Daarom klinkt het misschien logisch om te denken: “Als ik honderd wil worden, ga ik maar even naar het Gooi wonen.” Maar volgens Ruben van Gaalen, demograaf en socioloog bij het CBS, is het niet zo simpel.
Het gaat vooral om je omstandigheden — niet alleen om je postcode
De woonomgeving speelt zeker een rol: luchtkwaliteit, isolatie van huizen, ventilatie — alles telt voor je gezondheid. Niet iedereen woont in frisse lucht of in een modern, gezond huis. Maar nog belangrijker zijn de persoonlijke factoren: een gezonde levensstijl, goed eten, bewegen en sterke sociale banden. En die hangen weer sterk samen met je inkomen.
Er zit bijvoorbeeld een verschil van negen jaar in levensverwachting tussen mensen met veel geld en mensen met weinig geld. Mensen die in armere omstandigheden opgroeien, krijgen vaak minder gezond voedsel, leven ongezonder en blijven die achterstanden vaak hun hele leven houden. Rijkere mensen roken minder, bewegen vaker, gaan eerder naar de dokter — en drinken, jawel, soms ook ‘voldoende’ alcohol, maar dat is dan onder andere omstandigheden.
Verhuizen helpt — maar niet omdat de grond daar ouder maakt
Veel honderdplussers wonen niet meer in de regio waar ze zijn geboren. Dat lijkt te suggereren dat verhuizen iets doet voor je leeftijd. Maar het is niet de plek zelf die je ouder maakt — het is vaak de reden om te verhuizen. Mensen die migreren, doen dat vaak om hun leven te verbeteren: naar een economisch sterkere regio, een betere baan, meer kansen. En daarmee verbeteren ze vaak ook hun sociale positie — en dus hun gezondheid. Volgens Van Gaalen zijn migranten over het algemeen gezonder: ze zijn actief, zien kansen en hebben energie.
Vandaag werd David Attenborough 100 jaar, de man van misschien wel het beroemdste stemgeluid ter wereld.
Onduidelijk of de gijzelnemers in die Duitse bank überhaupt iets hebben meegepakt
De gijzeling in een bank in het Duitse Sinzig — een stadje op zo’n 25 kilometer ten zuiden van Bonn — is inmiddels voorbij. De politie is het gebouw binnengegaan, heeft het grondig doorzocht en twee mensen vrijgelaten die opgesloten zaten in een afgesloten ruimte. Gelukkig zijn ze ongedeerd, zo meldt de politie.
Maar de daders? Die lijken gewoon verdwenen. De politie heeft ze niet gesproken, en vermoedt dat ze zijn gevlucht — via een nog onbekende route. Wie ze zijn, is tot nu toe een raadsel. En nog belangrijker: niemand weet zeker of ze tijdens de gijzeling überhaupt iets hebben buitgemaakt. Geen spoor van geld, geen bevestiging van een buit — gewoon… stilte.
Het hele drama begon vanochtend rond 09.00 uur, met een melding over een lopende gijzeling. Er werd meteen vermoed dat er meerdere gijzelaars én meerdere gijzelnemers betrokken waren. Onder de gegijzelden zat ook de chauffeur van een geldtransport — wat natuurlijk extra aandacht trok.
Direct daarna werd de binnenstad van Sinzig afgezet, en werd zelfs een helikopter ingezet om de situatie vanuit de lucht te monitoren. Omdat de gijzelnemers blijkbaar zelf het nieuws volgden, hield de politie de informatie tijdens de operatie bewust schaars. En ook nu blijft het centrum van de stad afgesloten — totdat alle hulpdiensten hun werk hebben afgerond en weg zijn.
Geen data verloren bij brand in Almere – klanten zijn binnen 72 uur weer online
Gisteren woedde er een grote brand in een datacentrum in Almere – en hoewel de schade aan het gebouw zwaar is, is er één belangrijke kant van het verhaal: geen enkele klant heeft gegevens verloren. Dat meldt NorthC, het bedrijf dat het datacentrum runt. Ze zijn nog niet honderd procent zeker – dat pas als de stroomvoorziening volledig hersteld is – maar de eerste inspecties gisteravond lieten al veel hoop zien.
Het vuur bleek zich vooral te hebben beperkt tot de ruimtes voor stroom en koeling. En daar zit juist de slimme oplossing: die systemen stonden in een losstaand gebouw, gescheiden van de servers zelf. Precies om te voorkomen dat brand zou overslaan naar de eigenlijke datahallen.
Nu gaat het hard: met noodkoelingen en aggregaten proberen ze het centrum stap voor stap weer op te starten. De verwachting? Klanten zijn binnen 72 uur weer volledig bereikbaar en kunnen weer gewoon bij hun gegevens.
Van buitenaf is de schade duidelijk zichtbaar: van de koel- en stroominfrastructuur – verdeeld over drie verdiepingen – is vrijwel niets meer over.
Brandweerwoordvoerder Wim van Eck noemde het een “uitzonderlijke brand” in een interview met Omroep Flevoland. Hij had zelf nog nooit zoiets meegemaakt – en veel collega’s ook niet. Omdat de elektriciteitsruimtes te gevaarlijk waren om van binnenuit te betreden, moest de brand vanaf de buitenkant worden bestreden. Daarom maakten brandweerlieden gaten in de muren om met een drone de situatie binnen te verkennen. Ook werden speciale crashtenders ingezet – blusvoertuigen met schuim – waarmee de laatste brandhaarden vannacht eindelijk werden geblust.
Met een oppervlakte van 26.000 vierkante meter is dit datacentrum niet alleen groot – het is voor Nederland ongekend in zijn omvang, zo stelt Stijn Grove, directeur van de Dutch Data Center Association. Hier staan de servers van talloze grote bedrijven, instellingen en gemeenten. En dat merk je ook: een dag later werken bijvoorbeeld de toegangspoortjes en handscanners bij Rederij Doeksen in Harlingen nog steeds niet. Die apparatuur draait immers op de uitgevallen servers. Gevolg? Passagiers moeten nu handmatig worden ingecheckt – wat langer duurt dan gebruikelijk.
Over de oorzaak van de brand is nog niets bekend.
Niet meer in de bosjes: eindelijk een toilet in de Biesbosch!
Goed nieuws voor natuurliefhebbers met een dringende behoefte: bezoekers van de Biesbosch hoeven hun plaspauze of poepdrang voortaan niet meer tegen te houden — en zeker niet meer in de bosjes of tegen een boom te doen! Sinds donderdag staat er op de Hofmansplaat, een klein eilandje vlakbij Drimmelen, een echt natuurtoilet. Geen zorgen: je reet afvegen met een eikenblad is officieel verleden tijd.
Waarom een toilet midden in de natuur?
“Wij willen dit gebied zowel beschermen als toegankelijk houden”, legt wethouder Patrick Akkermans van Drimmelen uit. “Mensen moeten hier kunnen wandelen, ontspannen en de natuur echt beleven — zonder dat zo’n praktische kwestie als ‘waar kan ik even heen?’ de lol eraf haalt.” En ja, het is wel waar: wie écht hoge nood heeft, moet even geduld hebben. Het toilet staat namelijk op een eiland dat alleen per boot bereikbaar is — dus vooral voor deelnemers aan excursies naar de eendenkooi, schoolklassen en wandelaars op het Boswachterspad.
Geen water, geen stroom, geen stank
Dit is geen gewoon toilet: het is een natuurtoilet. Geen wateraansluiting, geen elektriciteit, geen riolering en ook geen chemicaliën. En toch ruikt het er niet naar — gelukkig maar! De urine sijpelt weg in een reservoir en verdampt via een schoorsteen. De poep belandt in een speciale krat, droogt op en wordt uiteindelijk compost die weer terugkeert naar de natuur. “Het is gewoon beter voor de natuur als mensen gebruikmaken van een toilet, in plaats van hun behoefte in de bosjes te doen”, benadrukt Ivo Thonon van het MDL Fonds. Menselijke uitwerpselen kunnen namelijk de bodem en het water vervuilen — en toiletpapier in de natuur is sowieso geen mooi gezicht.
Meer dan alleen comfort: het maakt de natuur toegankelijker
Een kwart van alle Nederlanders durft de natuur eigenlijk niet in, simpelweg omdat er nergens een wc te vinden is. Voor scholen was het ontbreken van een toilet zelfs een echte drempel om met de klas naar de Hofmansplaat te gaan. Nu is die barrière weg — en dat is goed nieuws voor leerlingen én voor de natuur.
En wees gerust: dit is niet het eerste natuurtoilet in Brabant. In juni 2024 werden er al twee geopend in Vught (bij de IJzeren Man en het Kapellebos). Totaal staan er nu acht van dit soort toiletten verspreid over Nederland. Het MDL Fonds wil er nog eens twintig bijplaatsen — onder andere in vier andere Nationale Parken: Utrechtse Heuvelrug, Oosterschelde, Duinen van Texel en Zuid-Kennemerland. Ook Bergen aan Zee en Geestmerambacht (bij Alkmaar) staan op de lijst. De Biesbosch zelf heeft wel de wens om meer natuurtoiletten te installeren — maar concrete plannen daarvoor zijn er nog niet.
Britse passagiers van de Hondius gaan 45 dagen in isolatie – maar wat gebeurt er met de Nederlanders?
Inmiddels is bij zeven mensen aan boord van het cruiseschip Hondius vastgesteld dat ze besmet zijn met het hantavirus. Drie van hen zijn overleden: op 11 april overleed de eerste Nederlander, vijftien dagen later ook zijn vrouw, en op 2 mei stierf een Duitse vrouw aan het virus.
Op dit moment vaart het schip richting Tenerife – waarschijnlijk aankomst zondag – maar het mag daar niet aanmeren. De Canarische eilanden willen geen risico nemen en vrezen dat het virus zich onder hun bevolking zou kunnen verspreiden. Daarom worden de passagiers overgebracht naar kleinere bootjes en begeleid naar het vliegveld.
Maar dan komt de grote vraag: wat gebeurt er daarna? Dat is nog helemaal onduidelijk – vooral voor Nederlanders. Er zitten namelijk mensen uit maar liefst 23 landen aan boord, en ieder land doet (nog) iets anders.
De Britse overheid heeft vanochtend bekendgemaakt dat ze een gecharterd vliegtuig klaarzetten voor hun 23 landgenoten. Eenmaal thuis moeten zij 45 dagen in isolatie. Het UKHSA – de Britse versie van het RIVM – houdt iedereen dan nauw in de gaten.
De 14 Spanjaarden gaan met een militair vliegtuig naar het vasteland van Spanje en worden opgenomen in een militair ziekenhuis. Waarschijnlijk blijven ze daar enkele dagen in quarantaine, maar hoe lang dat precies duurt en of het verplicht wordt, is nog niet duidelijk.
Voor Nederlanders is het plaatje nog waziger. Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen (CDA) heeft aangekondigd dat er een Nederlands vliegtuig naar Tenerife gaat om onze landgenoten op te halen. Wanneer ze precies terugvliegen, hangt af van hoe snel ze van boord mogen stappen. Ook benadrukte Berendsen de verantwoordelijkheid voor de Nederlandse bemanning: “Het is een Nederlands schip. Daarom voelen wij ook de verantwoordelijkheid voor de bemanning en voor het feit dat al die mensen uiteindelijk thuis moeten komen.”
Minister van Volksgezondheid Sophie Hermans (VVD) geeft aan dat er nog overleg plaatsvindt over mogelijke maatregelen voor de Nederlandse passagiers. “Je moet maatregelen nemen die proportioneel zijn en passend zijn. We brengen nu in kaart wat de situatie is, ook hoe het gaat met mensen aan boord. En zullen dan naar aanleiding daarvan maatregelen komen die we moeten nemen.”
Onderwijl benadrukt minister-president Rob Jetten (D66) dat deze situatie ‘totaal niet te vergelijken’ is met de start van de coronapandemie zes jaar geleden. Dit is een bekend virus, waarvan we weten hoe we ermee om moeten gaan – in tegenstelling tot het toen volledig nieuwe coronavirus dat voor het eerst in China opdook en wereldwijd catastrofale gevolgen had.
Het virus dat op de Hondius is uitgebroken, is de Andes-variant van het hantavirus – een soort die vooral in Zuid-Amerika voorkomt. Je kunt het oplopen via urine, uitwerpselen of speeksel van besmette knaagdieren, of door het inademen daarvan. Het is de enige hantavirus-variant die ook van mens op mens kan overslaan – maar volgens de WHO alleen bij langdurig, nauw contact.
