Kamervragen over Moerdijk: ‘Bewoners kregen de indruk dat ze mee mochten beslissen — maar dat was blijkbaar niet zo’
In de hele opheffingskwestie rond het Brabantse dorp Moerdijk is ‘ten onrechte de indruk gewekt dat bewoners zeggenschap hadden’. Dat zegt Jimmy Dijk van de SP in zijn kamervragen over het dossier. Hij reageert daarmee op eerder bericht van Omroep Brabant — en wil van het kabinet weten hoe het proces écht in elkaar zit.
Vorige week kwam naar buiten dat het Rijk al zes maanden voordat de eerste gesprekken met dorpsbewoners begonnen, het verdwijnen van Moerdijk al als de beste optie zag. Dat roept natuurlijk vragen op: wat was dan eigenlijk het doel van de zogeheten participatiebijeenkomsten? De gemeente Moerdijk liet al weten dat ze op basis van dit nieuws in gesprek wil met het Rijk — en dat ze zelfs niet op de hoogte was van die interne notitie. Ook de PvdA en GroenLinks in de Provinciale Staten stelden daarop vragen.
Vertrouwen in de overheid onder druk
Net als die twee partijen richt Jimmy Dijk zich ook op het vertrouwen van burgers in de overheid. Volgens hem is er een misleidende boodschap uitgegaan: alsof de mensen van Moerdijk echt mee konden beslissen over de toekomst van hun dorp.
Zo vraagt hij bijvoorbeeld:
‘Ziet u in dat hiermee ten onrechte de indruk is gewekt dat bewoners zeggenschap hebben in dit proces?’
En:
‘Wat denkt u dat hiervan het gevolg is voor het vertrouwen van mensen in de overheid?’
Aan wie zijn de vragen gericht?
Dijk richt zijn vragen aan meerdere ministers: Infrastructuur en Waterstaat, Klimaat en Groene Groei (KGG), Economische Zaken en Klimaat (EZK), én Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO). Op laatstgenoemde ministerie zat vroeger Mona Keijzer — en volgens Omroep Brabant veranderde ze kort na de aankondiging aan de inwoners van Moerdijk plotseling van mening. Dat bleek uit documenten die via de Wet openbaarheid van bestuur (Woo) waren opgevraagd.
Waarom wist de Kamer niets?
Dijk vindt ook dat de Tweede Kamer onvoldoende is ingelicht. Hij vraagt dan ook rechtstreeks:
‘Waarom is deze informatie niet eerder met de Kamer gedeeld, ondanks herhaalde informatieverzoeken en duidelijke aandacht van het parlement?’
Hij wil de antwoorden graag ontvangen voor het volgende debat over Moerdijk — wanneer dat precies plaatsvindt, is nog onbekend.
Canarische Eilanden zeggen ‘nee’ tegen aanmeerplaats voor het Nederlandse ‘virusschip’ Hondius
De cruiseboot Hondius ligt op dit moment nog voor anker bij Kaapverdië — en mag daar niet aanmeren. Volgens de verwachting duurt het nog drie tot vier dagen voordat het schip de Canarische Eilanden bereikt. Het Spaanse ministerie van Volksgezondheid noemt de keuze voor die bestemming ‘in lijn met het internationaal recht en uit humanitaire overwegingen’. Maar de president van de Canarische Eilanden, Fernando Clavijo, is er fel op tegen.
“Ik kan niet toestaan dat het schip hier aanmeert”, zegt hij in een interview met radiozender COPE. “Deze beslissing is niet gebaseerd op technische feiten, en we hebben ook onvoldoende informatie gekregen.” Clavijo wil zo snel mogelijk met de Spaanse premier Pedro Sánchez praten om zijn bezorgdheid kenbaar te maken.
Op de MV Hondius zijn drie mensen overleden aan het hantavirus — onder wie een oud Nederlands echtpaar. Zuid-Afrika meldt dat het gaat om de zogenoemde Andesvariant: een zeldzame vorm die in uitzonderlijke gevallen van mens op mens kan overslaan. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vermoedt dat de Nederlandse passagiers het virus al eerder oplopen — waarna zich aan boord een besmettingsketen ontwikkelde.
Het Spaanse ministerie legt uit dat Kaapverdië zelf geen mogelijkheid heeft om deze operatie veilig uit te voeren. De Canarische Eilanden zijn volgens hen de dichtstbijzijnde plek met de juiste medische capaciteit. “Spanje heeft een morele én wettelijke plicht om deze mensen te helpen — inclusief Spaanse burgers aan boord”, aldus het ministerie.
Zodra de Hondius aankomt, worden alle passagiers én bemanningsleden direct medisch onderzocht. Daarna worden ze naar hun eigen landen teruggebracht. Enkele opvarenden zullen waarschijnlijk vandaag nog medisch geëvacueerd worden — de WHO is al bezig om hen van boord te halen.
In deze video legt oud-scheepsarts Sjoerd van der Knokke uit waarom snelle actie bij ziekte-uitbraken op zee zo belangrijk is:
Straat in Spijkenisse opgeschrikt door derde explosie in week tijd
De Crocusstraat in Spijkenisse is afgelopen nacht weer getroffen door een explosie — en dat is al de derde keer binnen één week. Geen wonder dat bewoners zich steeds ongemakkelijker gaan voelen. “Dit wordt steeds enger”, zegt een vrouw uit de straat tegen regionale omroep Rijnmond.
Je hoeft niet lang te kijken om te merken dat er iets mis is: sommige huizen hebben dichtgetimmerde voordeuren, en aan beide kanten van de straat staan grote mobiele camera’s. Ook de politie is duidelijk actief: “Iets na 01.00 uur reed er nog een politiebus door de straat”, vertelt ze. Rond 02.00 uur ging het explosief dan toch af — weer bij een andere woning dan de vorige twee keer.
En de bewoners passen zich al aan: één vrouw heeft een emmer bluswater klaarstaan, ‘voor het geval haar huis het volgende doelwit is’. Een andere heeft deze week speciaal een deurbelcamera geïnstalleerd.
Hoe begon het allemaal?
De reeks explosies begon vorige week woensdagnacht — maar dan in Rotterdam-Schiebroek, in een straat met dezelfde naam: de Crocusstraat. Daar ging een explosief af bij een huis waar een echtpaar van 71 jaar woont. Ze schrokken wakker van een harde knal, de voordeur vatte vuur en de gevel raakte beschadigd. “We kunnen ons totaal niet voorstellen dat wij het doelwit waren”, zeiden ze tegen Rijnmond. Ze wonen al 41 jaar op dat adres en hebben nooit ruzie of problemen gehad met wie dan ook.
Een dag later — dus donderdagnacht — was het weer raak: dit keer bij hetzelfde huisnummer, maar dan in Spijkenisse. Voor de bewoners in Rotterdam was dat bijna een opluchting: “Ze moesten ons niet hebben. Dat geeft wel rust, maar het blijft toch in je hoofd zitten”, zei bewoner Nico tegen Rijnmond.
Zondagnacht kwam de tweede explosie in Spijkenisse — bij een ander huis. En vannacht: de derde. Weer een andere woning, weer schade aan de voordeur en gevel. De ruiten van de deur zijn weggeblazen. “Ik ben gaan kijken en zag in eerste instantie niets”, zegt een bewoner. “Maar er ging wel een autoalarm af. Toen bleek het naast mij te zijn. Dat is wel schrikken, voor de derde keer op rij.”
Ze weet niet waarom het telkens raak is in haar straat. “Ze hebben totaal geen connectie met elkaar. Het is ook bij mensen van wie je denkt: hoe dan? Waarom? Ik zou echt niet weten waar het vandaan komt. Laten we maar proberen positief te zijn en de politie het op laten lossen.”
Of de dader of daders vannacht op beeld zijn vastgelegd? Dat is nog onbekend. En tot nu toe is er nog niemand aangehouden.
Verschil tussen rijk en arm in Nederland wordt alleen maar groter
De kloof tussen mensen met veel geld en mensen met weinig of matig inkomen in Nederland blijft steeds breder worden — en het huidige belastingstelsel doet er vaak juist niets aan, of maakt het zelfs erger. Dat waarschuwt het Centraal Planbureau (CPB) tegenover de regering. Volgens het onafhankelijke onderzoeksinstituut ziet het er op papier wel progressief uit, maar in de praktijk betalen de allerrijksten relatief minder belasting dan de groep daaronder.
Vandaag verscheen een nieuw CPB-rapport met de titel ‘De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens’. Daarin legt het planbureau uit hoe beleid écht kan bijdragen aan meer gelijkheid — en waarom dat nu niet gebeurt.
Waarom wordt de kloof steeds groter?
Het rapport laat zien dat de verschillen op meerdere manieren toenemen:
– Een steeds groter deel van het totale inkomen gaat naar de rijkste 1 procent;
– Ook in vermogen wordt het verschil groter — bijvoorbeeld tussen huiseigenaren en huurders, of tussen directeuren-grootaandeelhouders en andere werknemers;
– Inkomsten uit bedrijfswinsten en beleggingen zijn de afgelopen tien jaar veel sneller gestegen dan salarissen van werknemers en ambtenaren.
Medeauteur Arjan Lejour legt uit: “Mensen met de hoogste inkomens zijn tussen 2011 en 2019 veel harder vooruitgegaan dan mensen met lage of middeninkomens. Hoe hoger het inkomen, hoe sterker de stijging.”
Concreet:
– Voor de top 0,01 procent (de allerrijksten) steeg het reële inkomen — dus gecorrigeerd voor inflatie — met maar liefst 70 procent;
– Bij de laagste 99 procent lag de stijging in dezelfde periode tussen de 4 en 8 procent;
– In 2019 was het gemiddelde inkomen van de rijkste 1 procent rond de 600.000 euro, terwijl de top 0,01 procent gemiddeld ruim 13 miljoen euro verdiende.
Wat betekent dat voor ons allemaal?
Volgens het CPB heeft dit gevolgen voor eerlijkheid en kansen. Wie je ouders bent en waar je opgroeit, bepaalt steeds meer wat je later kunt bereiken. Lejour geeft als voorbeeld: “Als je al jong moet gaan werken omdat het huishouden geld nodig heeft, en dus geen studie kunt doen, is de kans groot dat je later minder kunt bijdragen aan de economie.” Dat betekent uiteindelijk dat talent onbenut blijft — en dat is slecht voor iedereen.
Wat kan er dan veranderen?
Het CPB zegt: het huidige belastingstelsel is zo ingericht dat ongelijkheid makkelijk kan toenemen. Veel vermogens en inkomsten worden ongelijk of te licht belast — of er zijn gewoon uitzonderingen die vooral rijken ten goede komen.
Mogelijke oplossingen? Denk aan:
– Een hogere erf- en schenkbelasting;
– Minder vrijstellingen voor die belasting;
– Aangepaste tarieven — eenvoudige wijzigingen die volgens Lejour “niet voor al te grote problemen zullen zorgen bij de Belastingdienst”.
En er is nog iets belangrijks: ook binnen de middenklasse zitten grote verschillen. Zo betalen huiseigenaren en gepensioneerden vaak relatief weinig belasting dankzij speciale regelingen — terwijl mensen met vergelijkbare bruto-inkomens, maar zonder die voordelen, méér moeten afstaan. Het CPB noemt dat in het rapport: “Terwijl de economische onderbouwing daarvoor vaak ontbreekt.”
Zuid-Afrika: Twee hantavirusgevallen door een zeldzame, mens-op-mens overdraagbare variant
Nieuwe testresultaten van het Zuid-Afrikaanse Nationale Instituut voor Besmettelijke Ziekten (NICD) laten zien dat de Andes-variant van het hantavirus verantwoordelijk is voor de ziekte van een Nederlandse vrouw die in Johannesburg overleed — en van een Britse man die nog steeds in het ziekenhuis ligt. Beiden waren eerder ziek geworden terwijl ze aan boord van het cruiseschip MV Hondius voeren.
Wat deze variant zo bijzonder maakt? In tegenstelling tot andere hantavirussen — die meestal via besmette knaagdieren (zoals urine, speeksel of uitwerpselen) op mensen overgaan — kan de Andes-variant ook van mens op mens worden overgedragen. En de oorspronkelijke verspreider is een specifiek soort rijstrat.
Het schip telde eerder drie overleden opvarenden nadat zij ernstig ziek waren geworden aan boord. Volgens de WHO zijn er momenteel één ernstig zieke patiënt en drie personen met milde klachten gemeld. Op dit moment zitten nog 149 mensen met 23 verschillende nationaliteiten vast op het schip.
De MV Hondius maakt zich op om vanuit Kaapverdië richting Europa te varen — nu de Spaanse regering toestemming heeft gegeven om aan te meren op de Canarische Eilanden.
Oud-scheepsarts Sjoerd van der Knokke legt in een aparte uitleg uit waarom het zo belangrijk is om een uitbraak op zee tijdig te stoppen — voordat het te laat is.
Carla blijft lopen — ook al kreeg ze vorig jaar de diagnose borstkanker
Carla de Rooij uit Veldhoven zou het afgelopen jaar zeker niet noemen als haar ‘beste jaar ooit’. Vorig jaar kreeg ze de zware diagnose borstkanker. Voor deze fanatieke hardloopster begon daarmee een hele zware tijd: operaties, bestralingen, rust, en veel onzekerheid. Toch bleef hardlopen haar constante — en vaak haar enige manier om gewoon verder te gaan.
“Normaal loop ik met twee vingers in de neus een halve marathon”, grapt Carla. Maar na de diagnose waren er perioden dat ze haar hardloopschoenen echt niet mocht aantrekken. “Dan werd ik letterlijk op de bank gezet en moest ik verplicht rusten”, vertelt de fysiotherapeute lachend — terwijl ze al zittend haar handen onder haar benen klemt. “Ja, stilzitten kost me écht energie. Hardlopen geeft me juist energie.”
Stapje voor stapje, met pieken én dalen, kwam ze door dat zware jaar. En elke keer weer hielp het lopen haar letterlijk en figuurlijk overeind. Het buiten zijn deed haar mentaal enorm goed. En omdat ze dankzij haar regelmatige beweging een goede conditie had, herstelde ze ook sneller na de behandelingen.
En dat lopen had nog een extra laag: Carla deed het vaak ook voor anderen. Zo haalde ze geld in voor KWF Kankerbestrijding — en nu staat ze aanstaande zondag weer aan de start van de Wings for Life World Run in Breda, een wereldwijde loopactie die geld ophaalt voor onderzoek naar ruggenmergletsel.
Vroeger wilde ze altijd minimaal een halve marathon afleggen. Nu laat ze dat idee los — niet uit gebrek aan ambitie, maar omdat ze amper twee maanden geleden nog voor het laatst werd geopereerd. “Voor mij draait hardlopen niet om snelheid of afstand”, legt Carla uit. “Het draait om stappen zetten. En wat is nou belangrijker: het aantal kilometers dat je haalt, of het feit dat je mee mag doen?”
Hoe ver ze zondag komt? Dat maakt haar niet uit. “Ik sta aan de start voor de mensen die helemaal niet kunnen lopen. Hen wil ik helpen.”
En hoe gaat het met haar ziekte? Ze noemt zichzelf ‘kerngezond’. “Natuurlijk is alles pas kort geleden, en vraag ik me af of alles goed is gegaan. Maar daar ga ik vanuit: ik kies voor de positieve instelling.”
