Gifzones zorgen voor een flinke knelpunt bij de woningbouw

Je zou denken dat het bouwen van nieuwe huizen vooral vastloopt op stikstof of netcongestie — en ja, dat is vaak zo. Maar er is nog een minder bekend, maar wel steeds vaker hinderlijk obstakel: de gifzone. Of beter gezegd: de spuitvrije zone. Die regel zorgt ervoor dat in zeker veertig gemeenten tienduizenden woningen niet zomaar kunnen worden gebouwd — of pas met veel gedoe, uitstel en aanpassingen.

Waarom mag er soms 50 meter van landbouwgrond worden gebouwd?

Veel gemeenten houden standaard een afstand van 50 meter aan tussen nieuwe woningen (maar ook scholen en zorginstellingen) en landbouwgrond waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Dat komt niet uit de wet, maar uit eerdere rechtszaken: om de gezondheid van toekomstige bewoners te beschermen, wordt een bufferzone ingebouwd. Alleen — in de praktijk wordt die regel vaak heel breed geïnterpreteerd. Ook als op een stuk land nog nooit is gespoten, maar er wél een gifvergunning op rust, geldt die 50-meterregel. En dat leidt tot vertragingen, terwijl het risico op gezondheidsschade daar vaak minimaal of zelfs onbestaand is.

Niet alle landbouw is gelijk — en dat maakt uit

Juristen wijzen erop dat slechts een klein deel van de landbouwgrond daadwerkelijk gebruikmaakt van bestrijdingsmiddelen. Toch wordt de bufferzone vaak overal even streng toegepast. En soms wordt die regel zelfs ingezet als wapen tegen woningbouw — bijvoorbeeld door veeboeren met alleen grasland, die geen spuitactiviteit hebben, maar wel hun gifvergunning willen behouden. Waarom? Omdat ze later hun grond misschien willen verkopen aan een boer die wél wil spuiten. Zo blijft de 50-meterregel een soort ‘sluipweg’ om nieuwbouw tegen te houden — ook waar het eigenlijk niet om te doen is.

Wat proberen gemeenten nu te doen?

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) spreekt regelmatig met twintig gemeenten waar deze gifzones echt in de weg zitten — en schat dat het probleem in meer dan veertig gemeenten speelt. Vooral rond dorps- en stadsranden, waar je graag ‘een straatje erbij’ zou bouwen, loopt het vast. Oplossingen zijn er wel: een boer kan zijn spuitvergunning inleveren of inkrimpen (vaak met een vergoeding), of een projectontwikkelaar moet zijn plannen aanpassen — wat vaak betekent: minder woningen. Soms is een heg tussen de akker en de nieuwbouw al genoeg om de buffer kleiner te maken. Maar dat is per gemeente verschillend — en dat ontbreekt aan duidelijkheid.

Wat komt er op termijn?

Gemeenten en ontwikkelaars roepen luid en duidelijk om een nieuwe wet — met een échte rekenmethode voor de bufferzone. Één die onderscheid maakt tussen landbouw met veel risico (zoals sierteelt of fruitteelt) en landbouw met weinig of geen risico (zoals zuivelveehouderij op grasland). Onderzoekers van Wageningen University & Research en het RIVM zijn momenteel bezig met een studie naar de werkelijke risico’s en mogelijke richtlijnen. De verwachting is dat de resultaten in juli bekend worden. En volgens juristen zou dat onderzoek zelfs kunnen uitwijzen dat 50 meter bij sommige plekken te weinig is — en bij andere plekken juist veel te veel.

De landbouworganisatie LTO erkent de maatschappelijke zorgen en benadrukt dat boeren en tuinders hard aan het terugdringen zijn van gewasbeschermingsmiddelen. Het kabinet wil dit jaar bovendien een convenant sluiten met alle betrokken partijen — overheid, landbouw, keten en maatschappelijke organisaties — om samen een duurzame koers te varen.

Bekijk origineel artikel

Van helden tot speelbal: hoe de marechaussee van Oss van roem naar roddel gleed

Ze waren écht de helden van het moment — de marechaussees uit Oss die in 1935 de beruchte Bende van Oss hadden opgerold. Op 27 juni 1935 kregen ze in Apeldoorn een koninklijke knuffel van Koningin Wilhelmina, compleet met onderscheidingen en lof voor het ‘licht brengen in het duister van Oss’. Let op: niet in Oss zelf — daar wilde de koningin liever niets mee te maken hebben. De marechaussee stond plots op een voetstuk… totdat dat voetstuk onder hun voeten weggehaald werd.

Hoe het allemaal begon: een moord die alles opschudde

Het hele verhaal begint met een gruwelijke nacht in mei 1934 in Oijen. Vier jongens uit Oss trokken de bejaarde broers Toon en Piet Verhoeven midden in de nacht uit hun bed — en Toon werd doodgeslagen. Deze brute roofmoord was de druppel. De autoriteiten gaven de marechaussee groene licht om hard in te grijpen. Het resultaat? Meer dan 300 jaar celstraf in totaal, en een einde aan de jarenlange terreur van de bende.

En ja — de koningin noemde ze letterlijk ‘de mannen die licht brachten in duister Oss’. De huldiging werd live uitgezonden door de AVRO… al konden luisteraars haar toespraak nauwelijks verstaan, want ze stond gewoon te ver van de microfoon. Niet echt een glansmoment voor de audio-techniek van die tijd.

Van helden naar hinderpaal

Terug in Oss waren de marechaussees zelfverzekerd, kritisch — en vooral: niet bang om ook de lokale elite onder de loep te nemen. Burgemeester Jan Ploegmakers vond dat niet leuk. Hij voelde zich gepasseerd en ergerde zich mateloos aan de scherpe kritiek op zijn gemeentepolitie. En de marechaussee ging gewoon door: onderzoeken naar fabrieksdirecteur Mau van Zwanenberg (die veroordeeld werd wegens ontucht met jonge arbeidsters), naar twee pastoors, en zelfs naar mogelijke corruptie op het stadhuis.

De politieke bom ontploft

Natuurlijk bleef dat niet onopgemerkt. Bisschop Diepen van ’s-Hertogenbosch en de Commissaris van de Koningin waren niet blij. Procureur-generaal jonkheer Speyaart van Woerden schreef zelfs een klachtbrief naar minister van Justitie Carel Goseling (RKSP). En die besloot op 1 april 1938: de hele marechausseebrigade in Oss wordt op non-actief gesteld.

Kabouter op de kermis? Nee — een volledige politieke storm. De pers steunde massaal de marechaussee. Een meerderheid in de Tweede Kamer deed hetzelfde. De ‘Zaak Oss’ sneed dwars door de landelijke scheidslijn: het protestantse noorden versus het katholieke zuiden. Zelfs de NSB probeerde er politiek voordeel mee te halen. Uiteindelijk keurde de Kamer het optreden van minister Goseling af — en toen het kabinet-Colijn kort daarna viel over financiële kwesties, trad Goseling af. Met de mobilisatie van het leger in 1939 verdween de zaak langzaam, maar zeker, naar de achtergrond.

Bekijk origineel artikel

Drugs, wapens en mooie vrouwen: een ‘cokediplomaat’ vertelt zijn ware verhaal

Ali Koleilat zit rustig in de lobby van een Van der Valk-restaurant — een plek die op het eerste gezicht nergens op lijkt van de wereld waarin hij ooit ronddoolde. Toen was hij geen gewone gast aan een tafel met koffie, maar een man die van staatsbanket naar staatsbanket vloog in een privévliegtuig, terwijl hij Afrikaanse leiders, corrupte regeringsfiguren en zelfs presidentsfamilies om zich heen verzamelde. Zijn nieuwe boek heet De Cokediplomaat — een naam die perfect past bij zijn opmerkelijke, gevaarlijke en uiterst luxueuze criminele loopbaan.

Van Libanese straatjongen tot wereldspeler

Ali’s jeugd was allesbehalve rustig. In 1975 brak de burgeroorlog in Libanon uit, en op zijn elfde zag hij met eigen ogen hoe een raket zijn ouderlijk huis vernietigde — en hoe zijn beste vriend stierf aan een verdwaalde kogel. Een jaar later kreeg hij als kind al een AK47 in zijn handen, toen hij zich aansloot bij een militie. Uiteindelijk vluchtte hij naar Nederland, waar twee van zijn broers al waren. Vanuit een asielzoekerscentrum in Luttelgeest belandde hij bij een familie in Tinte — een klein dorpje op Voorne-Putten. “Ze behandelden me alsof ik hun eigen kind was”, zegt hij nog steeds dankbaar.

Van occasions naar cocaïne: hoe het allemaal begon

In Amsterdam begon Ali eerst legaal: samen met zijn broer deed hij aan autohandel. Maar een groeiende gokverslaving — opgebouwd tijdens bezoeken aan Holland Casino — duwde hem langzaam de criminaliteit in. Eerst via gestolen auto’s naar Afrika, daarna via hasj, en uiteindelijk cocaïne. “Ik denk dat ik de eerste was die echte smokkellijnen opzette tussen Zuid-Amerika én Afrika”, zegt hij. En ja — de partijen werden steeds groter.

De diplomatie van drugs en wapens

In Afrika kreeg Ali toegang tot de allerhoogste kringen. Om een president gunstig te stemmen, liet hij een kogelwerend Mercedes invliegen. Diezelfde president raadde hem aan een privévliegtuig te kopen — wat hij deed. En dat vliegtuig werd een soort magneet voor Afrikaanse leiders. Zoals Charles Taylor, de Liberiaanse president die later werd veroordeeld wegens oorlogsmisdrijven. Op een dag vertelde Taylor in een hotel dat hij wapens nodig had — maar door het wapenembargo kon hij ze niet zelf kopen. Ali blufte dat hij ze wel kon leveren… en haalde via een oude jeugdvriend bij Hezbollah 40 ton Iraans wapenmateriaal, dat hij persoonlijk afleverde.

Rijkdom, vrouwen en een onverwachte zwangerschap

Hoe zag zijn leven er toen uit? “Ik was rijk, ging naar exclusieve clubs, er hingen mooie vrouwen om me heen”, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen. “Voor mij voelde het alsof ik het gemaakt had.” Hij had als kind een handicap overgehouden aan een auto-ongeluk, geen opleiding, maar had zichzelf beloofd dat hij altijd voor zichzelf zou zorgen — en dat had hij bewezen. Toen Charline, de dochter van Charles Taylor, hem benaderde, ging hij op haar avances in. Ze bleek zwanger — en hoewel Ali bang was voor Taylors reactie, kreeg hij volgens eigen zeggen een hartelijke omhelzing. Een huwelijk was niet nodig, zolang hij maar goed voor het kind zorgde.

De prijs van de luxe

Maar zo’n leven blijft nooit onopgemerkt. In 2004 stond Ali op de VN-sanctielijst voor wapenleveranties aan Taylor. In 2011 werd hij gelinkt aan een onderschept drugstransport van 1100 kilo cocaïne. Omdat het vliegtuig Amerikaans was, kon hij daar worden vervolgd — en pas in 2014 ontdekte hij dat, toen hij op de luchthaven van Brussel werd gearresteerd en uitgeleverd. Door mee te werken met justitie kreeg hij negen jaar cel in de VS. “Een gevaarlijke plek — maar ook een plek waar je veel nadenkt”, zegt hij. Wat miste hij het meest? “Mijn kinderen zien. Ik heb een tweeling van 12 die ik niet heb zien opgroeien.” En de spijt? Die is groot — vooral bij de wapendeals. “Mensen kiezen zelf of ze aan drugs beginnen. Maar tegen wapens kun je je niet verweren.”

Een boodschap aan de jeugd

Ali beweert nu de criminaliteit achter zich te hebben gelaten. Met zijn boek wil hij vooral één ding: jongeren waarschuwen. “Je ziet nu al elf- en twaalfjarigen die hun eerste pakjes drugs rondrukken. Tegen hen zeg ik: doe het niet. Ga leren, ga studeren. Elke grote crimineel wordt uiteindelijk gepakt of doodgeschoten. Het geld, de luxe, de mooie vrouwen — het is het allemaal niet waard.”

Bekijk origineel artikel

Ook 80 jaar later: Leni’s broertje Léon is nog steeds niet ‘verdwaald’

Meer dan tachtig jaar na de oorlog blijft het verlies van haar vierjarige broertje Léon als een open wond bij Leni Wesly (89). Hij werd als klein jongetje opgepakt in Voerendaal, via Westerbork naar Auschwitz-Birkenau gestuurd — en daar vermoord. In de Brabant+-documentaire Broertje is verdwaald, gemaakt door Bart Hölscher, vertelt Leni met ontroerende openheid over die tijd. “Ik wil niet dat mensen met een gerust hart de klas of de bioscoop uit lopen. Ik wil dat ze écht voelen wat er toen gebeurde”, zegt ze aan het begin van de film — waarin ze Léon altijd ‘Broertje’ noemt.

Verraad op straat, midden in het dorp

Toen Leni zeven was, zaten zij en Léon samen ondergedoken bij een gezin in Voerendaal. Zij kon gewoon naar school, speelde op straat — haar blonde haar en het verhaal dat ze een weeskind uit Rotterdam was, beschermde haar. Léon had dat geluk niet. Zijn donkere haren en ogen maakten hem zichtbaar. En uiteindelijk waren het juist de buren — lid van de NSB — die hem verraden. Over Leni zeiden ze niets. “Ze geloofden het verhaal over Rotterdam”, zegt ze. Op de dag van de arrestatie kwamen mannen in zwarte jassen. De vrouw van het onderduikadres riep nog achter hen aan: “Hij heeft zijn jas nodig!” Waarop één van hen antwoordde: “Dit kind heeft geen jas meer nodig.” Dat was het laatste wat Leni ooit van haar broertje zag.

“Ik heb niets gedaan”

Zelfs nu, ruim tachtig jaar later, draait haar gedachtegang vaak om één pijnlijke vraag: waarom deed ze niets? “Ik moest het goede voorbeeld geven. Moest op Broertje letten. Dat heb ik niet gedaan”, zegt ze zacht maar vastberaden. “Ik ben niet naar buiten gelopen om te zeggen: ‘Laat mijn broertje met rust’. Helemaal niets.”

Een boodschap die nooit echt eindigde

De dag na de bevrijding liep Leni’s moeder een vrouw uit het verzet tegen op straat en vroeg: “Waar zijn mijn kinderen?” Die vrouw wist wat er met Léon was gebeurd — maar durfde het niet zeggen. Pas de volgende dag kwam de priester: “Broertje is verdwaald, en Leni wacht op u.” Een zachte manier om te zeggen wat onherstelbaar was: Léon was dood — net als veel andere familieleden in Auschwitz. Toch blijft Leni, ook vandaag, soms even stilstaan bij oudere mannen op straat. “Zou dat Broertje kunnen zijn?” vraagt ze zich dan af — niet omdat ze echt gelooft dat hij leeft, maar omdat de hoop, hoe ijdel ook, nooit helemaal weggaat.

Bekijk origineel artikel

Acht huizen ontruimd na heftige brand in het centrum van Hoogeveen

Gisteren heeft in het hart van Hoogeveen een behoorlijk grote brand gewoed — en dat had direct gevolgen voor acht huishoudens. De bewoners moesten snel hun huis verlaten, want het vuur greep snel om zich heen. Gelukkig is de brand inmiddels onder controle, en er is niemand gewond geraakt.

Het begon allemaal met een auto die onder een carport stond geparkeerd in de Jonkheer de Jongestraat. Volgens de eerste inzichten ontstond het vuur daar — waarna de vlammen zich verspreidden naar twee nabijgelegen woningen. Vanuit die twee huizen sloeg het vuur daarna over naar meerdere andere woningen, wat uiteindelijk leidde tot de ontruiming van acht huizen.

Voor de betrokken bewoners is het nog onduidelijk wanneer ze weer terug mogen. Er worden momenteel grondige metingen uitgevoerd om te bepalen of de gebouwen veilig zijn om in te verblijven. De exacte oorzaak van de brand blijft voorlopig nog een raadsel.

Bekijk origineel artikel

🌟 Gratis megaconcert van Shakira trekt 2 miljoen fans naar Copacabana in Rio!

Gisteren avond veranderde het beroemde strand van Copacabana in een gigantische, dansende, zingende feestzaal — allemaal dankzij Shakira! De Colombiaanse superster gaf een gratis concert voor een ongelofelijke 2 miljoen mensen, die zich massaal op het strand hadden verzameld. Een echte stadswide party met zonsondergang, zeegevoel én volle energie.

🎤 Een show die wachtte op haar publiek

Shakira begon gisteren rond 23.00 uur lokale tijd — ruim een uur later dan gepland. Waarom? Omdat het enthousiasme van de fans gewoon te groot was: applaus, gezang en ongeduldige verwachting hielden de start even tegen. En toen ze eindelijk optrad? Pure magie. Van ‘Hips Don’t Lie’ tot ‘La Tortura’ en ‘La Bicicleta’ — elke noot klonk als een hereniging met oude vrienden.

💫 Meer dan muziek: een boodschap over kracht

Tussen de hits door nam Shakira even pauze om iets belangrijks te zeggen: over vrouwen, veerkracht en groei. “Wij vrouwen, elke keer dat we vallen, staan we een beetje wijzer op”, riep ze naar de menigte — en duizenden stemmen schalden het met haar mee.

🌍 Deel van een groter plan

Dit concert maakt deel uit van haar wereldtournee Las Mujeres Ya No Lloran (Vrouwen huilen niet langer), gebaseerd op haar 2024-album. Maar het is ook veel meer dan een optreden: het is een impuls voor Rio’s economie. Net als Madonna’s gratis show in 2024 en Lady Gaga’s optreden in 2025, trekt zo’n evenement duizenden toeristen die eten, slapen en winkelen — en dat voelt mee in de kas. Volgens het stadhuis en toerismebureau Riotur kan Shakira’s avond zo’n 777 miljoen reais (ongeveer 132 miljoen euro) opleveren voor de stad.

Bekijk origineel artikel