Gaat Trumps wurgtactiek werken? Iran houdt dit heel lang vol

Trump beweerde eerder deze week dat Iran ‘op instorten’ staat. Door alle scheepvaart naar en van Iraanse havens te blokkeren, kan het land bijna geen olie meer verkopen — en dus ook geen geld meer verdienen. Ook de invoer van medicijnen, grondstoffen en technologie zit flink vast. De gedachte van het Amerikaanse bewind is simpel: hoe harder de economische klem wordt aangestoken, hoe sneller het Iraanse regime onder druk komt — en hoe groter de kans dat het volk zich tegen zijn leiders keert. Volgens bronnen bij Amerikaanse inlichtingendiensten zou de Iraanse economie de zeeblokkade ‘slechts enkele weken, zo niet dagen’ kunnen doorstaan, meldde CNN.

Maar veel experts twijfelen sterk aan die theorie. Ten eerste: Iran leeft al decennia onder zware westerse sancties. Ja, Trumps huidige ‘wurgtactiek’ doet pijn — maar volgens Midden-Oosten-expert Alex Vatanka van het Middle East Institute in Washington DC kan het regime maandenlang doorgaan voordat het echt in paniek raakt. En dan is er nog een groot praktisch probleem: de tijd werkt niet voor Trump. De tussentijdse verkiezingen — de midterms — komen steeds dichterbij. En zoals Amerika-correspondent Erik Mouthaangisteren uitlegde: de oorlog is diep impopulair in de VS, onder andere door de stijgende energieprijzen. Bovendien heeft Trump vanaf vandaag officieel toestemming nodig van het Amerikaanse Congres om militair in te grijpen tegen Iran.

Daarnaast heeft het Iraanse regime misschien toch wat marge. In maart verschoof de VS tijdelijk de sancties op Iraanse olie — vanwege de hoge wereldwijde olieprijs. Dat gaf Iran de kans om miljarden aan olievaten op schepen te laten liggen, zegt economisch analist Michel Don Michaloliákos van het Haagsch Instituut GeopolitiekNu tegen RTL Nieuws. “Ze hebben dus wellicht nog wat reserves”, legt hij uit — maar niemand weet precies hoeveel. Dat is onmogelijk te traceren. En dan is er nog iets cruciaals: het Iraanse regime is eerder bewezen volhardend. Na de liquidatie van opperste leider ayatollah Ali Khamenei én het verwonden van zijn opvolger en zoon Mojtaba Khamenei, nam de Revolutionaire Garde de macht over. Deze militaire elite is radiceler, minder bereid tot compromis — en bereid om gewoon af te wachten. “Al staat de economie dramatisch slecht, ik denk dat Iran dit heel lang kan volhouden”, benadrukt de expert.

Ondertussen zitten de onderhandelingen over een einde aan de oorlog — drie weken na het staakt-het-vuren — nog steeds muurvast. Terwijl Trump zich graag presenteert als ‘dealmaker’ en ‘vredestichter’, wil Iran niet instemmen met zijn eisen. En die eisen zijn al meerdere keren aangepast of versoepeld. Over een nieuw regime of meer vrijheid voor het Iraanse volk spreekt hij niet meer. Wat hij wél blijft eisen? Dat Iran al zijn nucleaire activiteiten stopt.

Deze week koos Trump weer voor dreigementen. Op zijn platform Truth Social schreef hij: “Iran kan zijn zaken niet op orde krijgen. Ze weten niet hoe ze een nucleair akkoord moeten tekenen. Het wordt snel tijd dat ze verstandig worden!” Bij het bericht hoort een gefotoshopte afbeelding van Trump met een aanvalsgeweer en bombardementen — getiteld: ‘No more Mr. Nice Guy’. Maar volgens Don Michaloliákos maken dit soort berichten in Iran nauwelijks nog indruk. “Als de Amerikanen hun doelen willen halen, moeten ze verder escaleren. Dan zullen ze grondtroepen moeten inzetten. Want met nog meer luchtaanvallen lukt dat niet. En dat is precies het probleem voor Trump: de VS hebben de controle over deze oorlog al verloren.”

Bekijk origineel artikel

Brandweerman: “Er zijn grenzen” – een terugblik op een extreem drukke dag in Brabant

Donderdag was geen gewone werkdag voor de brandweer in Brabant. Op meerdere plekken tegelijk — van de Oirschotse Heide tot Waalwijk en Budel — woedden branden, en de brandweer moest massaal ingrijpen. Het werd zo’n dag waarop je merkt dat zelfs de meest ervaren hulpverleners tegen hun grenzen aanlopen.

“Het was heel erg veel, en dat betekent dat je soms echt tegen die grenzen aan zit van wat je nog aankunt”, vertelt brandweerman Paul van Dooren. Hij benadrukt dat het op donderdag nog net goed ging — maar het begon er wel duidelijk op te lijken dat het bijna te veel werd. “Als je meerdere hoofdofficieren van dienst tegelijk moet inzetten én ook nog rekening moet houden met aflossingen van collega’s, dan voel je de druk echt toenemen.”

Op de Oirschotse Heide waren er donderdag ongeveer 130 brandweermensen actief — en later op de dag werden ze nog eens afgelost door tientallen anderen. De omstandigheden maakten het werk extra zwaar: veel wind, extreme droogte, hitte en zware slangen die over het terrein moesten worden gesleept. “De brand laaide steeds weer op. Het was echt stevig aanpakken”, zegt Van Dooren.

Toch laat zo’n dag ook iets belangrijks zien: hoe cruciaal het is om snel en groots uit te rukken. “Juist door met veel mensen en materieel snel ter plaatse te zijn, blijven kleinere branden klein.” Een groot deel van die flexibiliteit komt van de vrijwilligers — mensen met een eigen baan, die toch bereid zijn direct te komen helpen. En ja, hun werkgevers steunen dat vaak volledig. “Dat zegt veel over de betrokkenheid van iedereen”, vindt Van Dooren.

Maar daar zit ook een kwetsbaarheid: vrijwilligers kunnen niet altijd allemaal weg. “Als er in Nederland meerdere grote incidenten tegelijk gebeuren, dan kun je echt overvraagd raken. Dan loop je tegen grenzen aan van wat je fysiek en mentaal nog aankan.”

Ondanks alles blijft de motivatie hoog. “Je ziet veel enthousiasme bij collega’s om goed werk te doen — ook op dagen als donderdag.” Bijna elke brandweerpost in de regio heeft die dag meegedaan aan de bestrijding.

Bekijk origineel artikel

Douane ziet grotere stroom Chinese pakketjes naar Nederland: ‘Waterbedeffect’

De hoeveelheid pakketjes die van buiten de EU bij de Nederlandse douane aankomen, bleef in januari en februari redelijk gelijk — maar vanaf maart ging het plots flink omhoog. Vooral in de eerste helft van die maand viel de stijging op. Gemiddeld kwamen er in maart ruim 20 procent meer pakketjes per dag binnen uit niet-EU-landen dan in februari: zo’n 2,15 miljoen per dag.

Dat komt onder andere door een regelwijziging in Frankrijk: sinds 1 maart geldt daar al een ‘handling fee’ van 2 euro per pakketje uit derde landen. En dat leidt tot wat de douane zelf het waterbedeffect noemt: als je op één plek drukt, komt de inhoud ergens anders tevoorschijn. Verkopers van buiten de EU sturen hun pakketjes nu massaal naar landen waar die extra kosten nog niet van kracht zijn — zoals Nederland. Zo wordt ons land tijdelijk een soort ‘ingangspoort’ voor de hele EU.

Maar het effect lijkt al af te nemen: aan het einde van maart begon de stijging te vertragen, en in de eerste drie weken van april stabiliseerde het gemiddelde zich op ongeveer 2,2 miljoen pakketjes per dag.

Interessant is ook dat de verwachting van hogere kosten per 1 juli (toen de EU een vast bedrag van 3 euro per artikel invoert) waarschijnlijk niet de reden is voor de piek in maart. De woordvoerder van de douane denkt dat consumenten nog niet massaal vroeg gaan kopen om de nieuwe kosten te ontwijken — al zou dat later nog wel eens kunnen gebeuren.

Vanaf 1 juli betaal je dus 3 euro extra per pakketje uit een niet-EU-land (bijv. een telefoonhoesje én een zonnebril = 6 euro). En vanaf 1 november komt daar nog eens 2 euro bovenop — in totaal dus 5 euro per artikel. Die tweede toeslag gaat rechtstreeks naar de douanecontrole, om de toestroom beter te kunnen bewaken.

Ondertussen blijft het een uitdaging: veel van deze pakketjes voldoen niet aan Europese veiligheids- of milieunormen, maar door de enorme hoeveelheden en de verscheidenheid is controle lastig. En de huidige vrijstelling van invoerrechten voor goedkope bestellingen (onder de 150 euro) schept een oneerlijk speelveld tussen Europese webshops (die deze kosten wél moeten opbrengen) en buitenlandse concurrenten.

Kortom: spotgoedkoop is leuk — maar wie let er eigenlijk op wat er achter die lage prijs schuilgaat?

Bekijk origineel artikel

Omwonenden geven veiligheid bij asielopvang een voldoende

Je hoort het vaak: “Is onze veiligheid niet meer belangrijk?” — vooral als er plotseling een nieuwe asielopvang wordt aangekondigd in de buurt. Zoals in Loosdrecht, waar tijdens een ‘vrouwenmars’ tegen de komst van zeventig mannelijke asielzoekers precies die vraag werd gesteld. Een meisje vertelde zelfs dat ze nu nog wel overdag langs het gebouw fietst, maar ‘s nachts al niet meer durft. Op andere plekken in Nederland zijn er ook protesten — soms heftig, soms rustiger. Maar hoe zit het nou echt met de veiligheid? Is het angstgevoel gerechtvaardigd, of is het meer een kwestie van onzekerheid en onbekendheid?

Wat zeggen de cijfers over het veiligheidsgevoel?

Jos Kuppens van Bureau Beke doet samen met collega’s onderzoek naar precies dit soort vragen — op verzoek van gemeenten. En wat blijkt? In het eerste jaar na opening van een opvang met acht of meer asielzoekers daalde het gemiddelde veiligheidsgevoel van omwonenden van een 8 naar een 6,5. Maar dat is niet het hele verhaal: in de jaren daarna steeg het cijfer weer, tot bijna het niveau van vóór de opvang. In Zutphen, waar al tien jaar een groot AZC staat met ruim 750 bewoners, kreeg het veiligheidsgevoel bijvoorbeeld een 7,6 — dus vrijwel even goed als voorheen.

Druten: een vergelijkbare situatie, maar dan in het Gelderse platteland

In Druten — een plaats met veel overeenkomsten met Loosdrecht — staat al anderhalf jaar een noodopvang voor 100 alleenstaande mannen. Ook daar was het in het begin wat onrustig. “Onvermijdelijk bij zo’n aantal,” zegt Kuppens. “Overlast heb je ook als je honderd studenten bij elkaar zet.” Na anderhalf jaar gaf de buurt het veiligheidsgevoel een gemiddelde 6,4. De gemeente kreeg in die tijd zestien klachten binnen: één over een winkeldiefstal, vier over bezorgers die de opvang niet konden vinden (en dus pakketten bij buren afleverden), twee over geluidsoverlast van het noodaggregaat, en een paar over fatbikes die ‘s nachts tegen het verkeer in reden. Er was ook een melding van zwerfafval in een weiland — en meerdere klachten over één specifieke bewoner die overlast veroorzaakte, zowel binnen als buiten de locatie. Die persoon werd uiteindelijk overgeplaatst.

Een kwetsbaar evenwicht

Het beeld is duidelijk: een relatief klein aantal incidenten, één misdrijf — en toch blijft het veiligheidsgevoel hangen aan een dun draadje. Zoals Kuppens zegt: “Nog zo’n moord als op Lisa, of een asielzoeker die uit het niets iemand neersteekt, en vrijwel niemand durft opvang meer aan.” Dat maakt het zo gevoelig. En ja, er zijn uitzonderingen — zoals Ter Apel (met winkeldiefstallen) of Budel (waar de NS zelfs overwoog het station voorbij te rijden vanwege overlast). Daar speelt vaak een groep jonge, alleenstaande mannen uit landen als Algerije en Marokko een rol — mensen die weinig kans maken op een verblijfsvergunning, en die daardoor vaak onrustiger en onvoorspelbaarder zijn. Net als bij de moord op Lisa in Abcoude vorig jaar zomer: een gebeurtenis die het algemene beeld sterk heeft beïnvloed.

En wat zeggen de officiële cijfers?

Onderzoeken van het WODC laten zien dat asielzoekers vaker worden verdacht van een misdrijf dan Nederlanders — maar dat komt mede doordat het overwegend jonge mannen zijn, en die groep is onder alle bevolkingsgroepen vatbaarder voor misdragen. Meestal gaat het om winkeldiefstal of andere vermogensdelicten. En toch concludeerde het WODC in 2017: “Uit geen enkele analyse is gebleken dat de aanwezigheid van een COA-locatie een significant effect heeft op de buurtveiligheid.” Ook NU.nl kwam in 2022 tot dezelfde conclusie: de meeste gemeenten met grote asielcentra ondervinden weinig of geen overlast.

Waarom willen bewoners dan toch inspraak?

Omdat het om hun wijk gaat. En omdat ze graag weten wie er bij hen in de buurt komt wonen. Zoals een actievoerder in Loosdrecht deze week zei: “Als er vrouwen, gezinnen of kinderen worden geplaatst, geen enkel probleem — zolang er goed over wordt gesproken.” Het COA werkt daar echter niet mee mee. En Kuppens begrijpt waarom: er zijn simpelweg veel meer mannen dan vrouwen onder asielzoekers, en veel meer alleenstaanden dan gezinnen. Als je je laat leiden door eisen als “alleen gezinnen”, dan blijven bepaalde groepen gewoon zonder huisvesting.

Wat helpt wel écht?

Goede communicatie. Duidelijke afspraken. Snelle actie bij meldingen — en vooral: eerlijkheid. “Belofte is schuld,” zegt Kuppens. “Zeg niet dat een noodopvang maar halfjaar open blijft, als je dat niet met zekerheid kunt garanderen.” In Druten werd de bevolking beloofd dat de opvang op 1 mei zou sluiten — maar recent is die termijn met drie jaar verlengd. Dat zorgde voor veel verontwaardiging… en ook voor een piek in meldingen over overlast. Maar juist daar ligt ook de kans: om maatregelen te versterken, afspraken te herstellen en het vertrouwen langzaam weer op te bouwen.

Bekijk origineel artikel

Meer en ernstiger geweld tegen politieagenten

De afgelopen tijd is het voor agenten steeds gevaarlijker geworden om hun werk te doen — niet alleen omdat er meer geweld valt, maar ook omdat dat geweld steeds heftiger wordt. Uit de officiële jaarcijfers blijkt dat er vorig jaar 12.896 meldingen waren van geweld tegen politiemensen. Dat is iets meer dan het jaar daarvoor (12.543), maar het echte zorgwekkende is wat er achter die cijfers schuilgaat.

Zo stegen pogingen tot doodslag van 139 naar 155 — en zware mishandelingen namen toe van 232 naar 281 gevallen. En rond de jaarwisseling? Daar was het echt een ramp: 344 meldingen binnen één nacht. Bijna twee keer zoveel als twaalf maanden eerder (toen waren het er 179).

Volgens Corry van Breda, die binnen de korpsleiding verantwoordelijk is voor dit dossier, is het geen kwestie van losse incidenten — het is een structureel probleem. Ze legt een duidelijk verband met de onvrede over het aankomende vuurwerkverbod: mensen richtten hun frustratie rechtstreeks op de agenten. Tijdens Oud en Nieuw werden politiemensen zelfs bewust in hinderlagen gelokt — bijvoorbeeld door branden te stichten, zodat agenten ter plaatse zouden komen… om daarna onder zwaar vuur te worden genomen met extreem krachtig vuurwerk. Soms zelfs met een vuurwerkmitrailleur.

Van Breda noemt het een “belangrijk signaal” dat dit soort daden strakker worden afgestraft. “Als je aan politiemensen komt, dan moeten er écht consequenties zijn.” Daarnaast pleit ze voor meer anonieme aangifte-mogelijkheden — zowel buiten als tijdens het werk. Want ook online of via openbare databanken moet het moeilijker worden om persoonlijke gegevens van agenten te achterhalen. Veiligheid begint al voordat de eerste slag valt.

Bekijk origineel artikel

🚨 Automobilist maakt puinhoop op kruising in Breda

Donderdagnacht ging het helemaal mis op de kruising van de Lunetstraat en de Meidoornstraat in Breda. Een bestuurder raakte — nog steeds onduidelijk waarom — van de weg, botste met volle kracht tegen een verkeerspaal en zorgde daarmee voor een behoorlijke ravage. De paal zat flink in de knip, en de weg lag bezaaid met brokstukken van zowel de auto als de paal. Gelukkig kwam de bestuurder er zonder een schrammetje vandaan.

Een gemeentemedewerker kwam later langs om de schade officieel vast te leggen, en het bergingsbedrijf haalde de zwaar beschadigde wagen weg.

Bekijk origineel artikel