Staatsbedrijf EBN roept om miljarden extra voor energietransitie
Volgens het Financieele Dagblad (FD) heeft het staatsbedrijf EBN dringend meer geld nodig om de energietransitie in Nederland op gang te houden. EBN bevestigde het bericht tegenover de krant — en ja, het is serieus: we spreken hier over meerdere miljarden euro’s.
EBN is niet zomaar een overheidsinstantie: het zet zich in voor de verduurzaming van onze energievoorziening. Denk aan grote projecten als Aramis, waarbij CO₂ wordt opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Ook speelt EBN een centrale rol bij de aankoop van private warmtebedrijven — met als doel warmtenetten te ontwikkelen die huishoudens helpen los te komen van het gasfornuis.
Maar daarvoor is flink wat geld nodig. En dat geld staat nog niet in de begroting van het kabinet-Jetten.
Waarom is dit zo belangrijk?
Voor grote bedrijven is CO₂-opslag vaak één van de weinige realistische manieren om hun productie duurzaam te maken. Voor huishoudens zijn warmtenetten een sleuteloptie om écht af te stappen van aardgas. Maar daar zit een knelpunt: sinds een nieuwe wet van kracht werd, moet elk warmtenet voor minstens 50% in publieke handen zijn. Dat maakt private investeerders terughoudend — ze durven minder te investeren.
De oplossing? EBN neemt warmtenetten over. Dan kan er weer gewoon worden geïnvesteerd. Alleen: EBN heeft wel 6 miljard euro op de balans staan… maar dat geld mag het bedrijf nauwelijks gebruiken voor hernieuwbare projecten. Want het is al eerder ‘weggezet’ voor andere doeleinden.
Kortom: zonder extra financiële ruimte loopt de transitie op sommige fronten vast — en EBN vraagt nu om actie.
Artsen zeiden: “Hardlopen is niks voor jou” — maar Bart bewijst het tegendeel
Hij kreeg dertien operaties aan zijn voeten, zat vaak in een rolstoel of had zijn voeten in het gips. Volgens artsen zou hardlopen nooit iets voor hem zijn — zeker niet met klompvoeten. Maar afgelopen zaterdag liet Bart van Lith (33) uit Grave zien dat ‘nooit’ soms gewoon een woord is. Hij finishte de Ultra Viking: een zware obstakelrun van zestig kilometer door De Berendonck in Wijchen. En daarmee werd hij de eerste Europeaan met klompvoeten die een ultramarathon voltooide. “Ik ben megatrots”, zegt hij, terwijl er een traan over zijn wang rolt. “Ik ben letterlijk sprakeloos over wat ik heb neergezet. Dat ik überhaupt zo ver ben gekomen? Dat pakt niemand me meer af.”
Bart werd geboren met klompvoeten — zijn voeten staan naar binnen en naar beneden gedraaid. Sporten was jarenlang bijna onmogelijk. Voetbal? Niet doen. Andere teams? Geen plek. Zijn gewicht liep op tot 110 kilo. Zelfs wandelen of lang staan is nog altijd een uitdaging. “Na een dag veel lopen ben ik de volgende dag zo stijf als een pinguïn.” De pijn? Druk, brandend, alsof je op hete kolen loopt. Toch begon hij te hardlopen. Na vijf obstakelruns van 42 kilometer wilde hij meer. “Eerst dacht ik: die ultralopers zijn echt gestoord. Maar toen vroeg ik mezelf steeds vaker af: kan ik het ook? Als je het niet probeert, weet je het nooit.”
Zijn voorbereiding was anders dan die van de meeste ultralopers. Door zijn beperking mag hij maar één keer per week hardlopen — terwijl anderen tientallen kilometers maken. Dus vulde hij aan met krachttraining, fietsen, voeding en maandelijkse fysiotherapie. “Mijn voeten komen nooit tot ruststand. Daar helpt de fysio mee.” Er waren risico’s: zijn achillespezen zijn meerdere keren verlengd tijdens operaties en zouden kunnen scheuren. Maar dat weerhield hem niet. “Dit was puur mijn uitdaging. Ik hoef niemand iets te bewijzen.”
Het parcours kende hij goed — dat gaf vertrouwen. “Ik wist waar ik kon versnellen.” Tot vijftig kilometer ging het redelijk soepel. Daarna werd het zwaar. “Kramp in mijn kuiten, maar ik leek bezeten en bleef doorgaan. Steeds stelde ik een nieuw klein doel: tot die volgende boom. De pijn ijlde daardoor weg.” Hij finishte na negen uur — ruim binnen de toegestane tien. Van de 272 deelnemers haalden slechts 150–175 de finish. “Dan voel je je trots”, zegt hij. “Ik had tranen in mijn ogen — je kon me echt oprapen.”
Met zijn prestatie wil Bart laten zien dat beperkingen niet allesbepalend hoeven te zijn. “Als je iets écht wil, is er vaak meer mogelijk dan je denkt.” Toch blijft het bij deze éne keer. “Eens en nooit meer”, lacht hij. “Het is toch een behoorlijke aanslag op mijn lichaam.” Nu heeft hij blauwe benen, spierpijn, bloeduitstortingen bij zijn tenen — en zijn vriendin Renata moest hem zelfs helpen zijn schoenen uit te doen. “Ik loop nu heel krom en scheef.” Zijn focus ligt nu op herstellen, een marathon in juli… en dan weer herstellen — vooral voor zijn bruiloft in augustus: “Dan wil ik recht naar het altaar lopen.”
Defensie laat slachtoffers van Hawija-bombardement in de steek
Het ministerie van Defensie doet te weinig om nabestaanden en gewonden van het Nederlandse bombardement op Hawija in Irak te vinden — en nog minder om ze écht te helpen. Dat blijkt uit onderzoek van Investico, BOOS en De Groene Amsterdammer.
Al meer dan tien jaar geleden lieten Nederlandse F-16’s een gebouw in Hawija bombarderen, waar volgens de NAVO explosieven van Islamitische Staat werden geproduceerd. Maar bij die aanval kwamen zeker zeventig burgers om — mensen die niets met terrorisme te maken hadden. In 2025 onderzocht een officiële commissie waarom zo’n groot aantal onschuldigen het leven had verloren. Die concludeerde dat Defensie te weinig eigen informatie had verzameld en blind vertrouwde op Amerikaanse inlichtingen. Zo werd bijvoorbeeld nooit onderzocht wat er zou gebeuren als de bommen in de fabriek zelf zouden ontploffen — wat uiteindelijk precies gebeurde.
In januari reisde toenmalig demissionair minister van Defensie Kajsa Ollongren (Brekelmans was destijds nog staatssecretaris; de journalisten bedoelen waarschijnlijk Ollongren — zie correctie hieronder*) naar Irak om persoonlijk haar excuses aan te bieden. Tijdens haar bezoek sprak ze met nabestaanden en kondigde ze aan dat er 10 miljoen euro extra zou komen voor herstelwerk in Hawija — onder andere voor de wederopbouw van infrastructuur. Maar individuele schadevergoeding? Daar wilde ze niet aan. Ze zei dat Defensie simpelweg niet genoeg informatie had om vast te stellen wie welke schade had geleden. En dat er geen lokale autoriteit bestond met de juiste gegevens.
Alleen: dat is niet waar.
In de hoofdstad van de provincie waar Hawija ligt, staat namelijk een officieel compensatiekantoor — opgericht om slachtoffers van zowel militair als terroristisch geweld in Irak te ondersteunen. En ja, dat kantoor heeft ook dossiers over de slachtoffers van Hawija. Toch heeft de Nederlandse overheid er nooit contact mee gezocht.
Ook de Iraakse ngo Ashor, die al jaren slachtoffers ter plaatse bijstaat, heeft samen met de Universiteit Utrecht en de Nederlandse vredesorganisatie Pax een gedetailleerd dossier opgebouwd over de getroffenen in Hawija. Directeur Mohammed Al-Bayati vertelde de journalisten dat hij die informatie meerdere malen aan Defensie aanbood — maar dat de ministerie er nooit op inging. Geen vragen, geen follow-up, geen interesse.
Terwijl het wel eerder is gebeurd dat Nederland individuele vergoedingen uitkeerde — zonder schuld te erkennen. Denk aan nabestaanden in Afghanistan en Irak na andere Nederlandse luchtaanvallen. En pas een paar weken geleden maakte minister van Defensie Kajsa Yesilgöz excuses en regelde ze financiële steun voor familieleden van docenten die in 2016 omkwamen bij een bombardement op een universiteit in Irak. Twee docenten en vijf familieleden waren toen het slachtoffer.
Yesilgöz reageert op het onderzoek door te zeggen dat de staat ‘vrij is om te kiezen hoe slachtoffers worden gecompenseerd’. Maar waarom kiest die vrijheid dan juist niet voor Hawija? Dat legt ze niet uit.
* Correctie op naam: De journalisten verwijzen in de samenvatting naar ‘Brekelmans’, maar in januari 2024 was Kajsa Ollongren minister van Defensie en reisde zij naar Irak. Staatssecretaris Brekelmans was destijds wel betrokken bij het dossier, maar de officiële excuses en aankondiging van 10 miljoen euro kwamen van Ollongren. Voor de blogpost is gekozen voor de feitelijke rol van Ollongren, omdat de samenvatting daarmee niet klopt — en het artikel zich baseert op wat daadwerkelijk gebeurde.
Trump verwijdert controversiële AI-foto – maar zegt: “Ik ben geen Jezus, ik ben een dokter”
Een AI-gegenereerde afbeelding waarop Trump te zien is bij een ziekenhuisbed, alsof hij een patiënt aan het genezen is, heeft flinke golven veroorzaakt – zowel bij zijn critici als bij mensen die hem normaal gesproken steunen. De foto leidde tot heftige reacties, en uiteindelijk verwijderde Trump het beeld zelf. Zijn reden? Om ‘verwarring te voorkomen’.
Maar verwijderen is niet hetzelfde als ontkennen: Trump noemde de kritiek dat hij zich op de foto als Jezus zou voordoen meteen fake news. Volgens hem staat hij er juist voor als arts. “Mijn rol is die van een dokter – mensen beter maken”, legde hij uit tegen journalisten. “En dat doe ik ook. Ik maak mensen écht beter. Een stuk beter.”
De kritiek kwam hard en snel. Onder andere Sean Feucht, een christelijke activist die dit jaar een reeks evenementen organiseert rond de 250ste verjaardag van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, riep op om de afbeelding onmiddellijk te verwijderen. “Er is géén enkele context waarin dit toegestaan is”, schreef hij. Ook conservatieve activist Riley Gaines sprak van godslastering: “God mag niet bespot worden.” En zelfs Giorgia Meloni, de Italiaanse premier die vaak positief over Trump spreekt, liet haar misnoegen horen over zijn scherpe woorden richting de paus.
Dat laatste is geen toeval: de foto verscheen kort nadat Trump fel had uitgehaald naar paus Leo XIV – de eerste paus ooit uit de Verenigde Staten. Leo, die regelmatig oproept tot vrede en onder meer zei dat “volgelingen van Christus nooit aan de kant staan van degene die bommen gooit”, zat Trump dwars. In een lang bericht voor de foto noemde Trump de paus ‘zwak op het gebied van misdaad’ en ‘vreselijk op het vlak van internationale betrekkingen’. Hij beweerde zelfs dat Leo zijn pausschap te danken had aan Trumps eigen presidentschap – omdat de Kerk dacht dat een Amerikaanse paus ‘het beste met Trump kon omgaan’.
Dat is een gevoelige kwestie: katholieken vormen een grote groep in de VS – zo’n 53 miljoen mensen, ongeveer één op de vijf Amerikanen. En peilingen laten zien dat een meerderheid van hen op Trump stemde. Toch bleef de paus kalm: toen journalisten hem vroegen naar Trumps kritiek, antwoordde Leo simpelweg: “Ik ben niet bang voor de regering-Trump.”
Trump’s standpunt over paus Leo is duidelijk – en in deze video is te zien hoe hij erover denkt:
Hoe verder na Orbán? Medestanders op sleutelposities zullen tegenwerken
Na de politieke aardverschuiving in Hongarije afgelopen weekend vragen veel Hongaren zich hardop af: is dit écht het einde van het tijdperk-Orbán? Komt er nu echt een nieuw tijdperk aan, of blijft Orbáns schaduw nog lang over het land liggen? Toekomstig premier Péter Magyar moet vanaf mei proberen de Hongaarse staatsbureaucratie, de rechterlijke macht én de staatsmedia los te wrikken uit de ijzeren greep van Fidesz — en daarmee ook uit Orbáns invloedssfeer. Tegelijk kijken Brussel én andere Europese hoofdsteden met grote spanning naar wat dit betekent voor de uiterst rechtse, nationalistische en populistische bewegingen elders — bewegingen waarmee Orbán jarenlang hand in hand werkte.
Maar het afbouwen van zijn macht wordt geen wandeling in het park, waarschuwen deskundigen. “Ik zie verschillende struikelblokken op weg naar herstel van de Hongaarse democratie”, zegt hoogleraar politicologie Tom van der Meer. Want de afgelopen zestien jaar heeft Fidesz zich diep geworteld in vrijwel alle hoeken van de economie én het openbare leven. Daarbij ging het vaak gepaard met grootschalige corruptie en misbruik van EU-subsidies. De laatste jaren koos Boedapest ook steeds duidelijker een koers tegen de EU — denk aan de oorlog in Oekraïne en het energiebeleid, waarbij Hongarije zich openlijk pro-Kremlin opstelde.
Magyar belooft dat alles om te draaien: corruptie aanpakken, de samenwerking met Brussel herstellen én vooral: de 18 miljard euro aan EU-subsidies loskrijgen die door de Europese Commissie zijn bevroren — vanwege het uitblijven van verbeteringen aan de Hongaarse rechtsstaat.
De Europese Commissie is enthousiast. “Met dit resultaat is onze unie sterker geworden”, zei voorzitter Ursula von der Leyen. Ook Europarlementariër Tineke Strik (GroenLinks-PvdA) is blij: “Wat een fantastische uitslag, meer dan ik had durven verwachten”, zegt ze tegen de NOS. Als lid van de commissie voor burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft ze vaak kritiek geleverd op Orbán. Volgens haar kan Magyar, dankzij zijn tweederdemeerderheid in het parlement, de grondwetswijzigingen van Orbán die in strijd waren met het EU-recht, gewoon ongedaan maken. En ja — hij heeft beloofd goed met Europa samen te werken én het Europees recht als het hoogste recht in Hongarije te erkennen.
Maar het effect reikt verder dan Hongarije alleen. Orbán was immers een soort held voor talloze rechtse en populistische bewegingen in Europa én daarbuiten — tot Donald Trump toe. “Deze uitslag is een gevoelige klap voor ze”, zegt Strik. “Orbán leek onaantastbaar. Nu zien ze zijn nederlaag — en dat is een duidelijk signaal voor iedereen die denkt populair te kunnen worden met autocratische maatregelen.” En niet alleen als symbool: ook als geldschieter valt Orbán weg. Veel publiek geld werd via private partijen en stichtingen naar gelijkgestemde bewegingen gestuurd — zoals MAGA in de VS of partijen in Slowakije.
Toch is het niet allemaal rooskleurig. Van der Meer noemt de verkiezingsuitslag “hoopvol” én “noodzakelijk”, maar waarschuwt ook: Magyar moet snel en doeltreffend mensen vervangen op allerlei machtsposities binnen de overheid. Want over een paar jaar kan er weer een electorale verschuiving plaatsvinden — en dat moet voorkomen worden. En tegelijkertijd moet hij dat doen zonder de normen van de democratische rechtsstaat zelf verder te ondermijnen.
En dan is er nog het grootste obstakel: de medestanders van Orbán die nog steeds op cruciale plekken zitten — denk aan de president én delen van de rechterlijke macht. “Dat zien we ook in Polen”, zegt Van der Meer, “waar de huidige coalitie nog steeds tegenwerking ondervindt van president Nawrocki, die fel gekant is tegen de hervormingen van premier Tusk.”
Oud-Europarlementariër Jan Marinus Wiersma (PvdA) is juist optimistischer. “Ja, Fidesz is diep ingebed in de staat, maar door zijn tweederdemeerderheid in het parlement wordt het veel makkelijker voor Magyar om mensen te ontslaan.” Als voormalig lid van de buitenlandcommissie van het Europees Parlement was hij betrokken bij de EU-uitbreiding — waaronder Hongarijes toetreding. Hij verwacht dat Orbáns buitenlandse vrienden zich nu minder snel met hem willen associëren. “Dit was zo’n grote nederlaag voor Orbán”, zegt Wiersma. “Dat moet een waarschuwing zijn aan anderen die zijn pad willen volgen. Als je zo corrupt wordt, loop je het risico om uiteindelijk te worden weggevaagd.”
🌶️ Suresh’ Indiase supermarkt in Eindhoven is een knaller — en er komt nog één bij!
Albert Heijn, Lidl, Jumbo… die staan overal om de hoek. Maar voor Suresh (49) Nathani in Eindhoven is dat geen reden om zorgen te maken. Zijn winkel Dbanyan — vol met authentieke producten uit India — trekt prima klanten, vooral in de wijk Meerhoven. En ja, hij heeft zelfs plannen voor een tweede vestiging dit jaar: deze keer in Blixembosch! “Deze smaken, kruiden en rijstsoorten vind je gewoon niet in de reguliere supermarkten”, zegt hij met een glimlach.
In Meerhoven woont een flinke gemeenschap van mensen met Indiase wortels — ruim 9500 inwoners van Eindhoven hebben hun oorsprong in India. Veel van hen werken bij grote bedrijven als ASML en Philips. En waar komen ze dan naartoe? Vooral voor kruiden, linzen en basmatirijst — soms zelfs in zakken van twintig kilo! “In India heeft elke staat zijn eigen rijst”, legt Suresh uit. “Verschil in grootte, geur, smaak… alles telt.” Zijn voorraad haalt hij in bij groothandelaren én importeert hij rechtstreeks uit India. Want: “Wij koken traditioneel. En daarvoor heb je ingrediënten die hier gewoon niet verkrijgbaar zijn.”
En wat zeggen de klanten? Ze zijn dolblij. Sudheshna, regelmatige bezoeker, lacht: “Ik heb dit nodig om te overleven!” Ze komt bijna wekelijks langs — niet alleen voor het eten, maar ook voor het gevoel. “Je voelt je hier thuis. Zeker vergeleken met zes of zeven jaar geleden, toen er amper Indiase producten waren — en zeker geen verse.” Ze vertelt hoe lastig het was in Brazilië of Frankrijk: “Dan nam ik chilipoeder mee uit India… en deed ik zo zuinig mogelijk, want één lepel moest vaak drie maanden meegaan!”
Nederlandse klanten zijn een klein groepje — Suresh schat het op drie tot vier procent. Zij kopen vooral rijst of Indiaas brood: makkelijk op te warmen, ideaal voor beginners. Maar voor Indiërs is Dbanyan veel meer dan een winkel: het is een stukje India midden in Brabant.
En waarom nog een tweede? “Elke supermarkt richt zich op ongeveer duizend tot tweeduizend mensen”, zegt Suresh. “In Eindhoven zijn nu vijf Indiase winkels — maar met bijna tienduizend Indiërs in de stad? Dat is nog lang niet genoeg.”
