Drentse brandweer dringt aan op extra financiering vanwege groeiend natuurbrandgevaar
De Veiligheidsregio Drenthe maakt zich hard voor meer geld voor de brandweer. De noodzaak is hoog, zeker nu het risico op natuurbranden steeds groter wordt. Zonder die extra financiering waarschuwt directeur Fred Heerink: “dan kunnen we misschien niet meer overal uitrukken.” Zijn oproep valt niet toevallig samen met het nieuws van het KNMI van gisteren. Het instituut kondigde aan dat door klimaatverandering het gevaar op natuurbranden in Nederland stijgt, met name in het voorjaar. Daarom start het KNMI deze maand met een speciale natuurbrandverwachting.
Die waarschuwing voelt meteen heel actueel. Gisteren nog moest de Drentse brandweer namelijk tientallen mensen inzetten om een brand in het Dwingelderveld te blussen. Gelukkig was de brand onder controle binnen een paar uur, mede dankzij hulp van collega’s uit andere delen van Drenthe en uit Friesland. Niet veel later stond ook een stukje van een militair oefenterrein bij Assen in de fik, maar ook daar werd snel ingegrepen.
Toch maakt Heerink zich zorgen. “Niet alleen is het natuurbrandrisico groter, ook de kans dat er meerdere tegelijkertijd zijn neemt toe,” legt hij uit. “Gisteren waren er drie meldingen van natuurbranden, die waren niet tegelijk maar wel vlak achter elkaar.” Een extra uitdaging voor Drenthe is dat de brandweer werkt met 35 volledig vrijwillige teams. Die vrijwilligers moeten goed worden opgeleid en ondersteund. “Vrijwillig brandweermens-zijn doe je er even bij in je drukke leven en dat kost meer tijd en meer geld,” aldus Heerink. Als het geld uitblijft, kan dat leiden tot een tekort aan goed opgeleid personeel. “Als het misgaat, duurt het daarom veel langer voordat het geblust is.”
Als oplossing pleit Heerink voor de oprichting van speciale ‘handcrews’, zoals die bijvoorbeeld in Twente al werken. Dit zijn teams die gespecialiseerd zijn in het met de hand bestrijden van natuurbranden, om het vuur na de eerste bluspogingen definitief uit te maken. De leden hoeven niet de volledige brandweeropleiding te volgen en worden alleen bij natuurbranden ingezet.
Ook wil Heerink meer materieel. “We hebben nog de wens om het aantal bosbrandweervoertuigen uit te breiden, daar hebben we niet veel van in het land,” zegt hij. Deze voertuigen, die in Zuid-Europa al heel gewoon zijn, zijn kleiner, lichter en met hun 4×4-aandrijving veel wendbaarder in ruig terrein zoals bossen, duinen en veengebieden.
Om helemaal klaar te zijn voor 2030 heeft de Drentse brandweer de komende vier jaar elk jaar een miljoen euro extra nodig. Een deel van dat geld wil Heerink investeren in het voorkomen van natuurbranden. “Het gaat dan om de manier waarop wij met de natuur omgaan. Hiervoor werken we samen met de provincie en natuureigenaren.”
Jouw favoriete 80’s hit gezocht!
Veel muziekfans zijn het er roerend over eens: de jaren tachtig waren gewoon een geweldig tijdperk voor muziek. Denk maar aan iconen als Madonna, Michael Jackson en George Jackson die de hitlijsten bestormden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over legenden als Prince, U2, Phil Collins en Whitney Houston. Eén favoriet aanwijzen? Dat is bijna een onmogelijke opgave! Toch is dat precies wat je nu mag gaan doen. De stemming voor de ‘Top 480 van de jaren 80’ is namelijk weer begonnen. Omroep Brabant Radio is op zoek naar de absolute beste nummers uit dat fantastische decennium, en jij hebt de touwtjes in handen! Vul jouw stemlijst in en laten we er samen een te gekke lijst van maken. De top 10 van de vorige keer stond vol met klassiekers van onder meer Toto, Nena, Golden Earring en Queen. De erepodium werd bezet door A-Ha met ‘Take On Me’, Anita Meyer met ‘Why Tell Me Why’ en de onverslaanbare nummer 1 was voor ABBA met ‘The Winner Takes It All’. Wil je de complete lijst van vorig jaar nog eens terugkijken? Die vind je via de link.
Wolvenpopulatie in Nederland blijft groeien: veertien roedels geteld
Het gaat goed met de wolven in ons land. Uit nieuwe cijfers blijkt dat hun aantal vorig jaar weer is toegenomen. Er zijn nu veertien wolvenroedels geteld!
Meer wolven gespot
De organisatie BIJ12, die voor de provincies alle wolvenzaken bijhoudt, heeft vorig jaar 131 verschillende wolven kunnen identificeren. Dat zijn er dertig meer dan het jaar daarvoor. Het leeuwendeel van die groei (zo’n 70%) komt door de geboorte van welpjes in roedels die er al waren. De rest van de nieuwe wolven is vanuit het buitenland, vooral Duitsland, naar Nederland gekomen.
Van al die getelde wolven waren er 79 ‘nieuwkomers’. Dat betekent dat hun DNA voor het eerst is gevonden, bijvoorbeeld via een haar, een uitwerpsel of een bijtwond bij aangevallen vee.
Wolven zijn echte zwervers
Hoeveel wolven er precies in Nederland zijn, is moeilijk te zeggen. Wolven zijn namelijk echte reizigers. Ze trekken rond, verlaten het land en komen weer terug. Onderzoek met zenders laat zien hoe ver ze kunnen gaan. Zo trok een wolvenouder met een jong door Drenthe, Flevoland, Overijssel en Gelderland, om daarna weer op oude plekken op te duiken. Er lopen waarschijnlijk ook wolven rond die helemaal geen sporen achterlaten.
Waar leven de roedels?
De veertien roedels zijn verspreid over het land:
* Zeven roedels op de Veluwe.
* Vier roedels in Drenthe.
* Twee roedels in de Gelderse Vallei.
* Één roedel op de Utrechtse Heuvelrug.
Van tien van deze roedels is bekend dat ze vorig jaar samen bijna vijftig welpjes hebben gekregen.
Aanvallen en sterfte
Helaas overleven niet alle wolven. Vorig jaar werden 29 dode wolven geregistreerd. De meeste (20) kwamen om in het verkeer. Ook onderlinge gevechten tussen wolven (4) zijn een doodsoorzaak.
Het aantal meldingen van schade door wolven aan vee steeg vorig jaar naar 1114. Maar er is een opvallende ontwikkeling: in het eerste kwartaal van dit jaar nam het aantal aanvallen op vee juist af. Er waren 255 meldingen, tegen 385 in dezelfde periode vorig jaar.
Deskundigen weten niet precies waarom dit aantal daalt. Het zou kunnen komen door betere preventie van veehouders, zoals robuustere hekken. Ook hadden wolven misschien minder interesse in vee, omdat er veel wild (zoals zwijnen en herten) was door een overvloed aan eikels en beukennootjes.
De wolf is sinds zijn terugkeer in 2015, na 150 jaar afwezigheid, duidelijk weer een vaste speler in de Nederlandse natuur.
Ophef in Enschede: nieuwe woonwijk komt vlakbij vuurwerkopslag
Twee jaar geleden riepen burgemeesters en de Tweede Kamer nog op: geen nieuwe vuurwerkbedrijven meer in de buurt van woningen. Toch komt er nota bene in Enschede – de stad die in 2000 werd getroffen door een vuurwerkramp – een gloednieuwe woonwijk vlakbij een vuurwerkopslag. De ophef gaat over de nieuwe wijk Eschmakerveld, waarvan de woningen dit najaar in de verkoop gaan.
Bezorgdheid bij buurbedrijf Dream Fireworks
Vlakbij de nieuwe wijk ligt de opslaglocatie van Dream Fireworks, een bedrijf dat grote shows verzorgt, zoals de nieuwjaarsshow in Rotterdam. Eigenaar Frits Pien vindt het onbegrijpelijk dat er een nieuwe wijk vlakbij zijn bedrijf komt. “Natuurlijk snap ik de woningnood, maar de gemeente creëert een enorm groot probleem voor ons,” zegt hij. Pien twijfelt niet aan de veiligheid van zijn eigen bedrijf, maar wil gezien het verleden van Enschede geen enkel risico nemen. Hij benadrukt ook dat het werk doorgaat: “Er geldt een vuurwerkverbod, maar onze voorbereidingen voor shows gaan gewoon door.”
Gemeente Enschede: afstand is veilig
De gemeente Enschede stelt dat de situatie volledig veilig is. Volgens een woordvoerder is de afstand tussen de woningen en het bedrijf 79 meter – ruim meer dan de wettelijk vereiste minimale afstand van 49 meter. Daarmee zou de wijk op een veilige afstand liggen.
Brandweervrijwilligers hebben twijfels
De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers plaatst echter vraagtekens bij deze berekening. Bestuurslid Jack Kusters wijst op onderzoek van de Universiteit Twente, dat de gehanteerde afstanden ter discussie stelt. “De afstanden zijn gebaseerd op theorie, maar in de praktijk werkt het anders. Vaak ligt er zwaar vuurwerk opgeslagen, niet alleen licht vuurwerk. Daarom adviseren wij om proeven te doen in de omgeving,” legt Kusters uit. Hij benadrukt dat vuurwerk onvoorspelbaar is: “Een test van vandaag kan morgen alweer anders zijn. De kans op een ongeluk is klein, maar áls het misgaat, gaat het gruwelijk mis. Dat hebben we in Enschede al gezien. Dit laat zien dat de theoretische afstanden niet kloppen.”
Oproep om lessen uit het verleden te trekken
Voor Kusters is de locatiekeuze dan ook onbegrijpelijk. “Ik was vorig jaar bij een lezing over de vuurwerkramp en merkte toen pas hoe diep dat nog leeft bij de bevolking. Dat moet je meenemen in je besluiten. Ik snap dat de gemeente worstelt, maar juist vanwege de geschiedenis van deze stad moeten ze het risico niet nemen.”
Toekomst van het vuurwerkbedrijf onzeker
Eigenaar Frits Pien overweegt daarom om zijn bedrijf te verhuizen naar Duitsland. “We hebben een plan ingediend om met hulp van de gemeente te verhuizen, waarschijnlijk naar Duitsland waar we al een locatie hebben. Maar het liefst blijven we natuurlijk in Nederland.”
Van afval naar goud: hoe boer Jos zijn mestprobleem omtoverde tot een winstgevende oplossing
Het voelde echt absurd voor melkveehouder Jos Seuntiëns uit Knegsel. Elk jaar moest hij bakken met geld betalen om zijn mestoverschot af te voeren, om vervolgens duur kunstmest te kopen voor zijn eigen land. “Die mestkosten liepen compleet uit de klauwen”, zegt hij. Maar Jos gaf het niet op en vond een slimme uitweg.
De rekening voor het afvoeren van mest kon flink schommelen. “Reken maar mee: je bent zo 25 euro per duizend liter kwijt”, legt Jos uit. Met driehonderd melkkoeien op zijn bedrijf tikte dat aan. “Dat loopt op tot honderdduizenden euro’s per jaar. Echt verschrikkelijk.” Die hoge kosten kneep behoorlijk, en het feit dat hij daarna ook nog kunstmest moest inkopen, zat hem helemaal niet lekker. “Toen dachten we: hier gaan we zelf iets aan doen.”
Zo startte Jos het bedrijf Ecotop. Zijn idee? Zelf mestkorrels maken, een soort superfood voor de bodem, van zijn eigen mest. Die korrels kon hij dan verkopen, zodat hij er juist geld mee zou verdienen in plaats van verliezen. En hij ging ervoor. Samen met zijn vrouw investeerde hij in 2012 in een nieuwe stal met gesloten vloeren. “Zo schuiven we elk uur de verse mest naar een grote put. Die drijfmest gaat dan via een leiding naar een pers”, beschrijft hij het proces.
In die pers wordt de mest gescheiden in twee soorten: dun en dik. Het dunne deel gebruikt Jos op zijn eigen land. Het dikke deel wordt gedroogd en daar rolt uiteindelijk het eindproduct uit: mestkorrels. “De perfecte zalf voor de grond”, grinnikt hij tevreden.
De afgelopen jaren hebben Jos en zijn vrouw flink geïnvesteerd om meer waarde uit hun mest te halen. In de loods staan inmiddels stapels zakken met de kant-en-klare mestkorrels. Een wereld van verschil met die dure afvoer.
Tijdens het gesprek komt ook hun zoon Stijn erbij, die voor het bedrijf werkt. Hij vertelt dat de korrels hun weg vinden naar tuinliefhebbers, hoveniers en gemeenten. “Het is toch krom? De overheid moedigt ons aan om kunstmest te kopen, terwijl we hier onze eigen, perfecte mest hebben liggen”, vindt Stijn. “We hebben gewoon van een groot probleem een echte oplossing gemaakt.”
Koen en Kyrian verkennen verboden terrein: “De kick van het onbekende”
Jelle Hoekstra, manager bij de meldkamer van beveiligingsbedrijf Kooi, ziet een duidelijke stijging in meldingen over jongeren die afgesloten terreinen proberen binnen te dringen. Zij bewaken ongeveer 13.000 gebouwen en krijgen steeds vaker signalen binnen. Zo waren er afgelopen week zelfs tien meldingen op één en hetzelfde terrein in Utrecht. “Het gaat meestal niet om diefstal, maar om pure nieuwsgierigheid”, legt hij uit. Toch kleven er risico’s aan. Stel dat iemand door een verrot plafond zakt in een oud kantoorpand – wie is er dan verantwoordelijk? Juridisch is dat vaak een ingewikkelde kwestie.
Koen (16) en Kyrian (18) zijn zelf zulke ‘urban explorers’, oftewel ‘urbexers’. Ze zijn constant op zoek naar nieuwe, verborgen plekken om video’s te maken. “We doen het echt voor de adrenaline”, vertellen ze. Voor hen draait het om de kick van het ontdekken en het vastleggen van die bijzondere momenten. Sommige van deze urbex-locaties zijn vrij toegankelijk, maar het merendeel ligt op privéterrein waar je niet zomaar mag komen. Ze benadrukken zelf nooit ingangen te forceren of spullen kapot te maken, maar erkennen dat ze zich in een grijs gebied begeven. “Ik ben me ervan bewust dat ik hiervoor opgepakt kan worden”, zegt Koen, “maar ik maak me daar eigenlijk niet zoveel zorgen over.”
Je moet wel tegen spanning kunnen. Koen heeft dat aan den lijve ondervonden: hij kwam al meerdere keren oog in oog te staan met zwervers die hun intrek hadden genomen in de verlaten panden. Juist die onvoorspelbaarheid maakt het voor hem zo speciaal: “Je weet nooit wat je precies tegenkomt.” Dat bleek ook tijdens een bezoek aan een verlaten ziekenhuis. “Het voelde meteen alsof er iets niet klopte”, herinnert hij zich. “De stroom werkte nog en de operatiekamers lagen vol met spullen, alles was hier achtergelaten. Supergaaf natuurlijk, maar ik hoorde ook vreemde geluiden. We probeerden ze eerst te negeren, maar het bleek uiteindelijk een beveiliger te zijn die naar ons op zoek was. Dat was wel heel spannend!”
De locaties worden massaal gedeeld in grote app-groepen, soms met wel 600 deelnemers. In die groepen circuleren berichten over plekken waar ‘een raam of deur open staat’, vertelt Koen. Naast deze groepen kun je ook online urbex-kaarten kopen via websites. Urbexfactory.nl is daar een voorbeeld van; zij bieden kaarten aan met meer dan 50.000 verlaten locaties verspreid over Europa. Maar is dat wel toegestaan? Eigenaar Jorren de Groot zegt: “Onze kaarten zijn een eerste stap, een soort handleiding. In hoeverre je daar iets mee doet, is aan de gebruiker.”
Advocaat aansprakelijkheidsrecht Kirsten Maes licht de juridische kant toe. “Als jongeren stiekem een pand binnengaan waar zij niet mogen zijn en daar schade oplopen, is de uitkomst juridisch niet zwart-wit.” Volgens haar wordt er vaak gesproken over eigen schuld, zeker als duidelijk was dat het om verboden terrein ging. Toch is de eigenaar niet automatisch vrijuit. “Als het voorzienbaar was dat jongeren daar toch naar binnen zouden gaan, kan de eigenaar verantwoordelijk worden gehouden om die gevaren zoveel mogelijk weg te nemen.” De conclusie? Het hangt af van de specifieke omstandigheden.
