Mollema droomt van WK wielrennen in eigen streek
Groningen en Drenthe hebben hun zinnen gezet op het organiseren van het WK wielrennen in 2032. De Groningse wielerheld Bauke Mollema treedt op als ambassadeur voor het plan, dat officieel is voorgelegd aan de internationale wielerunie UCI. Samen met sportorganisatoren Courage Events, TIG Sports en de KNWU hopen de provincies het grootste wielerevenement voor het eerst naar het noorden van Nederland te halen.
De UCI maakt in september bekend waar het WK in 2032 plaatsvindt. Mocht het niet meteen lukken, dan kijkt de organisatie ook naar de jaren daarna. Mollema, die op dit moment zijn laatste seizoen als prof rijdt, groeide op in Zuidhorn. Hij zal zelf dus niet meer in het peloton zitten als het WK in zijn geboortestreek wordt verreden.
“Het is jammer dat ik het zelf niet ga meemaken als actieve renner,” zegt Mollema. “Maar het idee dat straks het Groningse land, de stad en de dorpen in Groningen en Drenthe het middelpunt zijn van een WK, vervult me met trots. Dat wordt ongetwijfeld een geweldig wielerfeest voor heel Noord-Nederland.”
Als het lukt, is het niet de eerste keer dat een groot internationaal wielerevenement naar het noorden komt. In 2002 startte de Giro d’Italia bijvoorbeeld in Groningen. Nederland heeft het WK wielrennen al acht keer georganiseerd, waarvan vijf keer in Valkenburg. De eerste keer was in 1925 in Apeldoorn, gevolgd door edities in Zandvoort en Heerlen.
Anouk Brouwer waardeert het spelen tussen de tophockeysters: ‘Je kunt meeliften op dat niveau’
Als er één team in Nederland gewend is om te winnen, dan is het wel de vrouwenploeg van HC ’s-Hertogenbosch. Tussen alle internationals heeft de Udense Anouk Brouwer zich ontwikkeld tot een stevige verdediger. De 20-jarige hockeytalent hoopt dit paasweekend een nieuwe prijs binnen te slepen voor de Bossche topclub: de Euro Hockey League (EHL). “Een beetje druk vind ik wel lekker.”
Je kunt Anouk gerust een ‘kind van de club’ noemen. Ze begon op jonge leeftijd in Uden, maar stapte al op haar negende over naar Den Bosch. In de jeugdopleiding blonk ze uit en nu maakt ze al drie jaar deel uit van het eerste team. “De laatste jaren had ik helaas wat pech met blessures, van mijn knie tot een gebroken voet. Ik hoop echt dat dat nu voorbij is.”
Bij Den Bosch gaat veel aandacht natuurlijk naar sterren als Pien Sanders, Joosje Burg en Frédérique Matla. Maar er is ook ruimte voor jong talent zoals Anouk. “Als jonkie is het super om in zo’n sterk team te spelen. Je kunt gewoon meeliften op het niveau. Ik leer ook ontzettend veel van ze, zeker voor een groot toernooi als de EHL. Hier komt de Europese top bij elkaar. Onze internationals hebben zoveel ervaring, die kunnen dat mooi delen.”
In de EHL, de Champions League van het hockey, werd er donderdagavond thuis simpel afgerekend met de Schotse kampioen Watsonians HC: 6-0. “We vonden in de kleedkamer dat we echt een goede wedstrijd hadden gespeeld.” Zaterdag staat de halve finale tegen het Spaanse Club de Campo op het programma. Winnen ze die, dan lonkt mogelijk een finale tegen SCHC. “Hopelijk houden we maandag het goud omhoog. Maar we zijn er nog lang niet, de tegenstand is sterk.”
Naast de EHL mikken de Bossche dames op hun 24ste landstitel. Maar anders dan voorheen zijn ze niet de absolute topfavoriet. In de Hoofdklasse staat SCHC bovenaan, gevolgd door Kampong, Amsterdam en Den Bosch. Na de laatste speelronde beginnen de play-offs. “Het niveau in de competitie is bij meerdere clubs omhoog gegaan. Ik vind dat zelf alleen maar leuk, dat andere teams beter zijn geworden. Het is ook goed voor het Nederlandse hockey,” vindt Anouk. “De druk om te winnen is er altijd in Den Bosch. En eerlijk? Een beetje druk is juist fijn.”
Naast de clubdoelen heeft Anouk ook persoonlijke ambities. “Allereerst hoop ik fit te blijven en geen blessures meer te krijgen. Door veel te spelen, wil ik mijn bijdrage leveren aan het team. Oranje is een droom voor later, daar werk ik zeker naartoe.”
Tussen de Grote Vier glipt Van Baarle op zoek naar een mini-kansje in de Ronde van Vlaanderen
Als de Grote Vier zondag vooral naar elkaar staren tijdens de Ronde van Vlaanderen, wie kan er dan stiekem wegkomen? Dylan van Baarle hoopt stilletjes dat hij die man is. Maar je hoeft hem niet te vertellen dat het bijna een onmogelijke opgave wordt. Want Tadej Pogacar, Mathieu van der Poel, Wout van Aert én Remco Evenepoel staan allemaal aan de start. “Volgens mij is dit de eerste keer dat deze vier in hun officiële tenue tegen elkaar rijden. In Vlaanderen. Met Remco én Wout. Dat gaat wel wat worden”, voorspelt Van Baarle in de NOS Wielerpodcast. “Daan Hoole zei het mooi: voor de tv-kijker is het fantastisch, maar voor ons renners wordt het een stuk lastiger.”
Van Baarle kwam in 2022 het dichtst bij de zege, met een tweede plek achter Van der Poel. Hij finishte ook al eens als vierde, zesde, achtste, tiende en twaalfde. Hij weet dus precies hoe je De Ronde moet rijden. Maar sinds Van der Poel en Pogacar de monumenten domineren, is winnen vaak een illusie. Toch wil Van Baarle zondag iets proberen. Gewoon nog één keer, zoals hij vroeger weleens deed.
“Vroeger viel het na de tweede keer over de Oude Kwaremont en de Paterberg weleens stil”, zegt Tom Dumoulin. “En wie muisde er dan steevast tussenuit? Dylan van Baarle.” “Ik weet nog dat ik altijd tussen de Paterberg en Koppenberg aanviel. Maar dat stuk weg is verkort”, zegt Van Baarle, waarmee hij meteen zijn eigen plan weer schrapt.
Van Baarle verwacht een slopende editie. “Veel wind tegen vanaf Antwerpen tot de eerste kasseien. Het wordt een lang gevecht om weg te komen. Die vermoeidheid kruipt dan het peloton in. Ik hoop ergens tussen de eerste en tweede keer Kwaremont een gaatje te vinden.” Zijn enige kans? “Als die vier grote mannen achter een koploper aanzitten en geen van allen de outsider wil dichtrijden. Dan gaan ze niet voor elkaar rijden.”
Met 278 kilometer is het een van de langste edities ooit, en dat komt Van Baarle niet slecht uit. Afgelopen woensdag merkte hij in Dwars door Vlaanderen dat hij moeizaam startte – halverwege kon hij op een steile helling de voorsten niet meer volgen. De twijfel sloeg toe: “Wat gebeurt hier? Heb ik te veel of te weinig getraind? Je zit dan op plek 120 en denkt: dit wordt niks.”
“Maar tijdens de koers kwam ik steeds beter in mijn ritme. Gelukkig is Vlaanderen tachtig kilometer langer. Ik was onderweg best radeloos, maar na de finish was ik tevreden met mijn benen. Ik moet accepteren dat mijn lichaam zo werkt: die lange, slopende koersen liggen me beter.”
Dumoulin hoopt op veel strijd, zodat misschien iemand anders dan de Grote Vier kan toeslaan. “Die vier gaan tegen elkaar duelleren, en dan heb je de Dylan van Baarles die ertussendoor proberen te glippen. Ik hoop op een rommelige, onvoorspelbare koers.”
Toch kan het beslissende moment weer op de Oude Kwaremont vallen, waar het peloton drie keer overheen moet en waar wereldkampioen Pogacar al jaren de sterkste lijkt. Wat doen de andere drie als Pogacar daar weer iedereen lost? “Ik denk niet dat Mathieu, Wout en Remco dan samen tegen Pogacar gaan rijden. Dat wordt geen bondje”, zegt Van Baarle. Sterker nog: “Pogacar is zo goed, die kan het direct rechtzetten. Als hij aanvalt op de Koppenberg, Taaienberg of Oude Kruisberg, rijdt hij zo 20 seconden weg.”
En: “Na de Paterberg terugkomen is heel lastig. Dan heb je al 260 kilometer in de benen. De besten zijn dan weg, vaak met wind mee.” Dus, concludeert Van Baarle toch: “Áls Pogacar weg is, moeten de andere drie wél samenwerken.”
Recordzege in Ronde van Vlaanderen prikkelt Van der Poel: ‘Zou ultieme zijn’
Nog één overwinning en Mathieu van der Poel schrijft wielergeschiedenis. Niemand heeft ooit vier keer de Ronde van Vlaanderen gewonnen. Legenden als ‘IJzeren Briek’ Schotte (twee zeges), ‘De Leeuw van Vlaanderen’ Johan Museeuw (drie zeges) en Tom Boonen (drie zeges) kwamen niet zo ver.
“Tuurlijk besef ik dat, en het zou iets heel speciaals zijn,” zegt Van der Poel een paar dagen voor de start. “Maar ik ga de race in zoals altijd: om te proberen winnen. Als dat tot een record leidt, is dat fantastisch. Vroeger leek één keer winnen al een verre droom. De enige recordhouder worden, dat zou de ultieme prestatie zijn. Maar we zijn er nog niet.”
Pogacar en andere rivalen in de loer
Van der Poel kan zondag de eerste renner ooit worden met vier Vlaamse Ardennenklassiekers op zijn naam. Maar hij moet oppassen, want Tadej Pogacar (twee zeges) zit hem op de hielen. De afgelopen drie jaar draaide het op het einde steevast om hun duel op de Oude Kwaremont en Paterberg. Pogacar leek vaak sterker, maar Van der Poel wist telkens te zegevieren.
Toch ziet de wereldkampioen meer gevaren. “Er zijn dit jaar misschien wel meer favorieten. Natuurlijk Tadej. Maar ik heb de afgelopen weken ook een sterke Wout van Aert gezien, die weer op topniveau is. En Mads Pedersen wordt met elke race beter.”
Verrassingsdebuut van Evenepoel
Tijdens Van der Poels voorbereiding in Spanje was er in Vlaanderen veel opwinding over het onverwachte debuut van Remco Evenepoel. De Nederlander verwacht veel van hem. “Het is zijn eerste keer, maar hij is een topper met een sterk team. We moeten hem absoluut niet onderschatten. Ik ben blij dat hij erbij is. Hoe meer sterke renners, hoe sneller de koers opengaat. Dat is voor mij alleen maar goed.”
Vertrouwen na sterke voorbereiding
Zijn heilige week begon met winst in de E3 Saxo Classic en een mooie aanval met Van Aert in Dwars door Vlaanderen. Omdat ploegmaat Jasper Philipsen won in Gent-Wevelgem, kon Van der Poel tevreden naar Spanje vertrekken.
“Het weekend voelde een beetje als vorig jaar. Toen won ik ook de E3 en miste ik later in Wevelgem de scherpte. Maar een week later won ik wel de Ronde. Ik heb vertrouwen dat dit de juiste opbouw is voor zowel Vlaanderen als Parijs-Roubaix. In Spanje zocht ik de balans tussen die laatste procentjes vinden en fris blijven.”
Schijnwerpers en favorietenrol
Voor het eerst starten de ‘Grote Vier’ zondag buiten een WK in dezelfde koers. De aandacht zal verdeeld zijn, maar als drievoudig winnaar sta je nooit buiten de spotlights. Zeker niet als je Mathieu van der Poel heet.
“Dat hoort erbij en het maakt me niet nerveus. Als je in vorm bent, word je vanzelf als favoriet gezien. Ik zie het als een compliment. Het verandert niets aan hoe ik race.”
Van Veen toont klasse, maar pakt opnieuw geen avondzege in Premier League Darts
Gian van Veen liet donderdagavond weer eens zien wat hij in huis heeft tijdens de negende speelronde van de Premier League Darts in Manchester. De gooier uit Andel vloog erin, bereikte de finale, maar daar hield de pret helaas op. De Welshman Gerwyn Price was in die eindstrijd net te sterk.
Van Veen baande zich een weg naar de finale met knappe overwinningen. Eerst zette hij de wereldkampioen, Luke Littler, aan de kant. Het was een bloedstollende pot! Van Veen pakte vroeg de leiding, onder meer met een keiharde 128-finish. Hij hield die voorsprong vast tot vlak voor het eind, waar het even spannend werd. Beiden misten matchdarts, maar uiteindelijk trok Van Veen aan het langste eind en mocht Littler boos naar huis.
Daarna was Josh Rock aan de beurt in de halve finale. Die wedstrijd verliep wat rustiger. Een vluggere dertiendarter zette Van Veen op het goede spoor, en in de achtste leg brak hij Rock definitief. Hij maakte het af in stijl met een coole 160-uitgooi.
Helaas liep het in de finale tegen Gerwyn Price anders. Price was gewoon te goed en snoepte cruciale legs weg waar Van Veen zelf goed was begonnen. De eindstand werd 6-2 in het voordeel van Price. Het is alweer de vierde keer dit Premier League-seizoen dat Van Veen de avondfinale haalt, maar niet wint. Zonde!
In het klassement staat Van Veen nu vijfde met 12 punten. Luke Littler voert de dans aan, gevolgd door Price en Jonny Clayton. Onze eigen Michael van Gerwen uit Vlijmen staat vierde. Hij viel donderdag trouwens al in de eerste ronde uit, nadat Stephen Bunting hem versloeg.
