Autodief die kinderen van Sander Kwarten meenam: “Was echt de weg kwijt”

De man die in december vorig jaar de auto van volkszanger Sander Kwarten stal — met diens drie kinderen (vier, zes en tien jaar oud) nog op de achterbank — heeft tijdens een hoorzitting in de rechtbank in Breda zijn excuses aangeboden. De 36-jarige Tomas G. zei maandag dat hij “de weg kwijt was”, onder meer door langdurig medicatiegebruik, slaaptekort en onregelmatig eten. “Dat is geen excuus”, benadrukte hij. “Tegenover die kinderen lig ik daar wakker van. Ik vind het heel erg dat zij dit hebben moeten meemaken.”

Het gebeurde op 20 december, vlak voor het gezin Kwarten op vakantie naar Oostenrijk wilde vertrekken. Terwijl Sander en zijn vrouw Sylvana het huis afsloten, sprong de verdachte plotseling in de auto en reed weg — zonder te beseffen dat de kinderen nog in de auto zaten. Pas even later realiseerde hij zich wat er gebeurd was. Hij stopte direct, liet de kinderen uitstappen en reed daarna richting België. Dankzij het volgsysteem in de auto werd hij al snel door de politie aangehouden.

Zaak uitgesteld: dossier nog niet compleet

De inhoudelijke behandeling van de zaak is maandag uitgesteld. Het dossier is nog niet volledig: er is wel al een overleveringsverzoek vanuit België ingediend voor de autodiefstal én de vrijheidsberoving van de kinderen, maar voor twee andere verdenkingen — waaronder een andere autodiefstal de avond ervoor — is dat nog niet zo ver. Ook wil het Openbaar Ministerie eerst de uitkomst afwachten van een intake bij psychiatrisch ziekenhuis De Rooyse Wissel, gepland op 7 april. Die informatie is belangrijk voor de strafeis. De advocaat van de verdachte ging akkoord met de uitstel — omdat die intake en eventuele hulp “belangrijker” zijn dan de zaak nu al af te ronden. Tot die tijd blijft Tomas G. in hechtenis.

Sander Kwarten accepteert de excuses

Na afloop vertelde Sander Kwarten aan Omroep Brabant dat hij het jammer vindt dat de zaak niet inhoudelijk is behandeld, maar dat hij het goed vindt dat het OM het serieus neemt — en daar bewust tijd voor neemt. De excuses van de verdachte accepteert hij. “Hij is niet helemaal helder geweest en heeft drie keer zijn excuses aangeboden. Dat vind ik fijn richting mijn kinderen. Het is altijd beter dan wanneer hij het niet doet.”

Bekijk origineel artikel

Mee met evacuatie: geen vakantievlucht, maar een ‘vliegende ambulance’

Je kent die beeldende filmpjes wel: een zwaar bewapend militair vliegtuig dat laag over het land raast, volgeladen met gewonden en een team verpleegkundigen die onder volle vaart nog een infuus aanleggen. Nou, dat is geen scène uit een Hollywoodfilm — het gebeurde écht. En wel in Brabant.

Tijdens oefening Orange Bull namen twee Hercules-vliegtuigen vanaf vliegbasis Eindhoven de lucht — niet voor een routinevlucht, maar als mobiele ziekenhuizen in de lucht. Aan boord: een medisch team van de Operationele Gezondheidszorg (OGZ), met hoofdkwartier op Gilze-Rijen én een afdeling op Eindhoven zelf. Voor de buitenwereld is zo’n inkijk zeldzaam — en dus ook best spannend.

Een vlucht vol verrassingen

De militairen wisten op voorhand wel wat er mogelijk ging gebeuren, maar de exacte details? Die bleven tot het laatste moment een verrassing. “We willen ze uiteraard verrassen”, legt kapitein Ramon ‘Zwitsal’, één van de trainers, uit. En dat lukte prima: terwijl de toestellen laag over Den Bosch, de Maas en Nijmegen vlogen, maakten ze scherpe bochten, zakten plots en stegen weer snel — een echte ‘vliegende ambulance’, geen comfortabele vakantievlucht.

Laagvliegen, lawaai en veel actie

In het ruim: medici met koffers vol spullen voor noodsituaties, en achterin camouflagegekleurde beveiligers, stil tegen de wand. Ze staan klaar om direct in actie te komen. De Hercules kan normaal 14 liggende patiënten meenemen — in oorlogstijd zelfs vijftig. En ja, het is lawaaierig, het is ongemakkelijk, en je klautert over elkaar heen. Maar het doel is duidelijk: gewonden veilig en snel naar een veilige plek brengen.

Op Twente Airport: chaos, controle en zorg

Bij landing op Twente Airport ging het luik al rijdend open. Gehoorbescherming en mondfilters waren verplicht. De Force Protection — de beschermingsgroep van de Luchtmacht — sprong direct in actie, omsingelde het vliegtuig en hield ‘vijandige omstanders’ op afstand. Binnen de loods lagen drie gewonden: één met een verband om de voet, één met een hoofdwond, en één intensive care-patiënt met slangetjes en monitoren.

En dan kwam de echte test: één van de gewonden wilde ineens opstaan. “Ik ga”, zei ze. Een verpleegkundige hield haar rustig: “Ga maar liggen. We gaan je lekker naar huis brengen.” En dat deden ze — met dekens, naalden, pleisters en alle zorg die nodig was.

Terug naar Eindhoven: evacuatie geslaagd

Na tien minuten was alles klaar: brancards vastgeklikt, iedereen binnen, luik dicht — en weg waren ze weer. Onderweg nog een fris verband, een zachte aai over het hoofd… en terug naar Eindhoven voor een soepele landing. De evacuatie was een succes. En de militairen die meededen? Dienjaarmilitairen in opleiding — die nu écht begrijpen wat ‘vliegende zorg’ betekent.

Bekijk origineel artikel

Brommobiel op de terugmars – maar niet overal

Je ziet ze steeds vaker: die compacte, vaak kleurige mini-autotjes die net zo gemakkelijk door een smalle straat slingeren als een fiets. De brommobiel is lang niet meer alleen een nichevoertuig – in veel welvarende gemeenten is het juist een opkomende trend. Maar in Amsterdam? Daar lijkt de koers juist om te slaan.

Volgens cijfers van mobiliteitsdatabedrijf RDC groeide het totaal aantal geregistreerde brommobielen in Nederland de afgelopen vijf jaar met 42 procent: van 23.045 naar 32.646. En tussen 2024 en 2025 kwamen er zelfs meer dan 3600 bij – de grootste stijging tot nu toe. Modellen zoals de Canta, de Birò en de Opel Rocks-e zijn intussen een vertrouwd gezicht op Nederlandse wegen. “Het aanbod is veranderd én toegenomen”, legt Mirjam van der Esch van RDC uit. “Met de komst van bijvoorbeeld Birò’s en Topolino’s is het gewoon hipper en sexyer geworden om in zo’n brommobiel te rijden.”

Amsterdam was jarenlang een echte hotspot: tussen 2020 en 2025 schoot het aantal brommobielen daar van 1200 naar 4700 omhoog. Een belangrijke reden? De tijdelijke parkeervergunning voor elektrische mini-auto’s – zonder wachtlijst en geldig voor de hele stad. De gemeente had daarvoor een quotum van 3000 vergunningen vastgesteld, oorspronkelijk geldig tot augustus van dit jaar. Maar al in september vorig jaar was het maximum bereikt. Sindsdien krijgen Amsterdamse brommobieleigenaren alleen nog een vergunning voor hun eigen buurt – en dat merk je ook in de cijfers. Terwijl er in september nog 154 brommobielen nieuw werden op naam gezet, waren dat er in januari van dit jaar bijna 100 minder. “Dat het aantal terugloopt is geen toeval, maar beleid”, benadrukt Van der Esch.

Terwijl Amsterdam afremt, spurt het elders. Vooral in Het Gooi is de groei spectaculair: in Blaricum ging het aantal van 14 naar 74, in Laren van 22 naar 81, en in Huizen van 38 naar 122. Volgens RDC wijst dat op een duidelijke verschuiving: de brommobiel wordt steeds vaker gezien als praktisch alternatief voor een tweede auto. Geen wegenbelasting, geen zorgen over parkeergeld – en met een bromfietsbewijs mag zelfs een 16-jarige ermee rijden.

En wie gebruikt die brommobielen nu eigenlijk? Vooral jongeren. Het aantal onder de 18 jaar dat er een bezit, verdubbelde van 304 in 2021 naar 617 vorig jaar. Ook in de leeftijdsgroepen 18–25 (van 745 naar 1267) en 26–35 (van 1407 naar 2138) is de aanwezigheid het hoogst.

Bekijk origineel artikel

Ergernis over de versnipperde meivakantie blijft: ‘Regel het nou gewoon centraal’

Het probleem is al jaren een doorn in het oog van veel ouders — en het wordt niet beter. Wie oude forumthreads of oude sociale-mediaposts opzoekt, ziet precies dezelfde klachten als nu: elk jaar weer dezelfde verwarring, dezelfde planningsellende, dezelfde frustratie. Zo schreef Silvana al in 2014: “Elk jaar is het weer anders. Dit jaar hoopten we anderhalve week met het gezin weg te gaan, maar dat gaat nu niet.” Nu, jaren later, klinkt het nog steeds hetzelfde. Op Facebook klaagt een ouder: “Binnen ééntje gezin hebben kinderen soms al verschillende vakantieweken. Dat maakt plannen bijna onmogelijk.” Een ander voegt eraan toe: “Vrij nemen in al die losse weken is geen luxe, maar gewoon lastig.”

De kern is duidelijk: de meivakantie is verspreid — en dat zorgt al jarenlang voor ergernis. Niet alleen omdat gezinnen moeilijk samen op vakantie kunnen, maar ook omdat het nemen van vrije dagen een ware logistieke nachtmerrie wordt. “Ouders vinden dit zwaar irritant”, zegt Lobke Vlaming van Ouders & Onderwijs. Volgens haar speelt het probleem landelijk. “Ouders zitten met een logistieke puzzel door de versnipperde meivakantie”, legt ze uit. En dat komt doordat er wel één vaste week is, maar scholen zelf mogen kiezen of ze daar een week vóór of na aan vastplakken.

Daardoor ontstaat er een ongelijke verdeling: het voortgezet onderwijs kiest vaak voor de week vóór de officiële meivakantie (om leerlingen nog even op school te houden vóór de examens), terwijl basisscholen dat soms niet kunnen volgen — want dan zit er te veel tijd tussen mei- en zomervakantie. Voor kleuters bijvoorbeeld is dat vaak te zwaar. Het gevolg? Niet alleen verschillen tussen basis- en middelbare scholen, maar ook tussen basisscholen onderling. “Scholen mogen in overleg met de medezeggenschapsraad zelf bepalen welke week ze aan de meivakantie vastplakken. Zo kan de ene school aansluiten bij het voortgezet onderwijs, terwijl een andere school een andere keuze maakt”, legt Vlaming uit.

Jeroen Goes, bestuurder van Stichting Delta (met tien basisscholen) en dertig jaar ervaring in het onderwijs, vindt het opmerkelijk dat er nog steeds geen oplossing is gevonden. “Van de tien weken vakantie zijn er negen vastgesteld door de overheid. Regel die ene week dan ook centraal. Dat zou veel tijd en gedoe schelen. Elk jaar is het weer een puzzel.” Hij ziet wel de afwegingen: “Door spreiding kunnen sommige gezinnen goedkoper op vakantie. Maar het komt ook voor dat kinderen drie weken thuis zitten. Probeer dat als ouder maar eens te regelen. Als je niet genoeg vakantiedagen hebt of niet flexibel kunt werken, wordt het een logistieke uitdaging.” Soms lost het probleem zich volgens hem vanzelf op — “Als de zomervakantie wat eerder valt, past het ineens wel.” Maar een structurele oplossing ziet hij vooral bij de overheid: “Laat alles gelijk lopen, dan is het geregeld.”

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft vorig jaar de discussie rond de meivakantie geëvalueerd — met honderden scholen via enquêtes en gesprekken, en in overleg met onderwijsorganisaties, ouderverenigingen en andere partijen. De conclusie? Het huidige systeem schuurt. De meivakantie levert inderdaad problemen op, juist door de vrijheid die scholen hebben. Daardoor ontstaan verschillen — soms zelfs binnen één gezin. Toch is er weinig animo om het systeem ingrijpend te veranderen. “Veel betrokken partijen vinden dat grote aanpassingen nieuwe problemen opleveren, bijvoorbeeld voor de planning van het schooljaar of de kwaliteit van het onderwijs”, staat in het rapport.

Wat wél op brede steun kan rekenen, is een kleinere aanpassing: ouders een paar extra flexibele vakantiedagen geven. Daarmee zouden gezinnen zelf wat meer ruimte moeten krijgen om hun planning rond te krijgen. “We moedigen scholen aan om regionaal afspraken te maken, en daarbij rekening te houden met de wensen van ouders”, zegt een woordvoerder. Dit jaar start een proef waarbij scholen de schoolvakanties en vrije dagen flexibeler in kunnen zetten. Aan dit experiment kunnen 60 scholen deelnemen, meldt het ministerie.

Bekijk origineel artikel

Een bultrugwalvis in nood: continu in de gaten gehouden bij de Duitse Oostzee

Een bultrugwalvis ligt al een week lang voor de Duitse Oostzeekust — en beweegt nauwelijks. De afgelopen uren bleef het dier vrijwel stil liggen in het water, dat onlangs iets lager kwam te staan door een dalend waterpeil. “Hij ademt nog steeds”, vertelt Franziska Saalmann van Greenpeace aan het Duitse persbureau DPA. “Hij ligt gewoon daar, rustig, in het water.”

Om hem geen moment alleen te laten, is er nu een continue bewakingsregeling opgezet. ’s Nachts zorgt de politie voor de oogstrelende waakzaamheid, terwijl overdag experts en kustautoriteiten meedoen. Een patrouilleboot vaart rond in de baai bij Wismar, en een gebied van 500 meter rond de walvis is streng afgezet — geen schip of boot mag daar binnenvaren.

Vanochtend kwam een team van specialisten samen met de waterpolitie met een rubberboot dichtbij het dier. Het reageerde bijna niet. Ze probeerden zelfs om het wat op te schrikken — door met een peddel op het water te slaan — maar zonder enige reactie. “Dat laat zien hoe verzwakt hij nog steeds is”, legt Saalmann uit.

De walvis is tussen de 12 en 15 meter lang en ademt ongeveer om de vijf minuten — dan zie je een klein spetserend wolkje boven zijn rug. Volgens Saalmann is dat een normale frequentie, dus niet direct zorgwekkend… maar wel iets wat ze extra goed in de gaten houden.

Omdat het waterpeil nu lager staat, is het ook minder waarschijnlijk dat hij op eigen kracht weg kan zwemmen. Maar gelukkig zal het peil weer stijgen — en in die tussentijd kan hij misschien wat kracht terugkrijgen, als hij rust krijgt. Toch blijft het onduidelijk of hij daarna echt veilig thuiskomt. Niemand weet precies of hij ziek is, of hoe erg zijn oriëntatie- en conditieproblemen zijn. “Het kan zijn dat hij zich niet meer goed kan oriënteren — en dan zou hij opnieuw verdwalen”, zegt Saalmann tegen ZDF.

Voor nu houden alle betrokkenen hun vingers gekruist. “De overlevingskansen worden op dit moment niet beter”, erkent Saalmann eerlijk. “Het is een moeilijke situatie voor hem. Hij leeft verzwakt, in een leefgebied dat helemaal niet voor hem geschikt is. We hopen alleen het beste.”

Deze bultrug strandde een week geleden bij Timmendorfer Strand, vlak bij Lübeck. Daar werd een geul gegraven, waardoor hij zichzelf kon bevrijden. Maar afgelopen zaterdag liep hij opnieuw vast — nu in de baai bij Wismar. In de nacht van zondag kon hij even loskomen toen het water steeg, en kwam hij even vrij van een zandbank bij het onbewoonde eiland Walfisch. Kort daarna dook hij echter weer op — op een plek waar het maar zo’n twee meter diep is. En sindsdien ligt hij daar.

Bekijk origineel artikel

Dodelijk schietincident bij tankstation aan de A1 in Muiden

Rond half tien ’s avonds klonk er een noodkreet: bij het tankstation vlakbij de A1 in Muiden was iets ernstigs gebeurd. Een man raakte zwaargewond bij een schietpartij op de parkeerplaats — medewerkers en voorbijgangers sprongen direct in actie en probeerden hem te reanimeren. Ondanks alle inspanningen overleed hij later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

Wat er precies is gebeurd, blijft voorlopig een raadsel. De politie is nu volop bezig met het onderzoek en roept dringend getuigen op: heb jij iets gezien? Of heb je misschien dashcambeelden waarop een donkerkleurige Audi S5 te zien is? Die auto zou mogelijk betrokken zijn geweest bij het incident.

Bekijk origineel artikel