Oranje-debutant Smit krijgt gemengde reacties na eerste optreden
Toen Frenkie de Jong een paar jaar geleden als jonge debutant binnenkwam, leek alles meteen te klikken voor Oranje. Het was het begin van een sterke periode onder bondscoach Ronald Koeman. Gisteravond was het de beurt aan de 20-jarige Kees Smit, die als 33ste debutant onder de huidige coach mocht starten tegen Noorwegen. Hij droeg zelfs het rugnummer van De Jong en speelde op zijn positie, maar zijn debuut verliep anders.
Het werd een wisselvallige avond voor de AZ-speler. Zijn passnauwkeurigheid was de laagste van alle basisspelers en hij won maar weinig duels. NOS-analist Pierre van Hooijdonk zei: “Iedereen heeft wel een zwak voor hem, maar we moeten hem beoordelen als international. We gaan nog veel van hem horen, maar dit was niet de Smit die we hoopten te zien.”
Bij de tegengoal liet Smit zijn man lopen, wat Van Hooijdonk een “Veermannetje” noemde – een verwijzing naar de vaak bekritiseerde PSV’er. Voor Joey Veerman lijkt het WK trouwens ver weg; bondscoach Koeman gaf eerder deze week aan dat hij niet de eerste of tweede keus is op de 6-positie.
Zonder de geblesseerde De Jong was de vraag wie zijn plek zou innemen. Koeman koos voor de jongste optie, Smit. Van Hooijdonk vond zijn spel te voorzichtig: “Hij kan niet spelen als Frenkie, hij moet spelen als Kees Smit, maar dat heeft hij vandaag niet gedaan.”
Smit zelf reageerde nuchter: “Het is wel gek dat zoveel mensen een mening over je hebben, maar het hoort erbij. Het legt druk op je schouders, ik probeer aan de verwachtingen te voldoen.” Hij had ook goede momenten, zoals een strakke pass naar Reijnders en een schot net naast.
Bondscoach Koeman was over het algemeen tevreden: “Hij had een paar hele goede momenten en ook dingen die beter kunnen. Overall was het prima.” Koeman wacht met conclusies tot na de interlandweek, na de wedstrijd van dinsdag tegen Ecuador.
NOS-analist Rafael van der Vaart heeft zijn oordeel al klaar: “Smit is een uniek talent, ik zou hem meenemen.”
Max Verstappen gefrustreerd na kwalificatiedebacle in Japan: ‘Auto is onbestuurbaar’
Na twee teleurstellende raceweekenden aan de start van het seizoen, kreeg Max Verstappen er zaterdag in Japan nóg een klap bij. Tijdens de kwalificatie voor de Grand Prix sneuvelde de wereldkampioen verrassend vroeg. Hij strandde op een elfde plaats, buiten de top 10, terwijl zijn Red Bull-teamgenoot Isack Hadjar en rookie Arvid Lindblad van het zusterteam wél doorstootten naar het laatste deel van de kwalificatie.
De problemen waren al de hele vrijdag zichtbaar. Verstappen kon in geen enkele training een goede balans in zijn auto vinden. “Vanmorgen in de laatste training voelde hij stabieler, maar had ik nog steeds onderstuur”, vertelde hij na afloop. “Toen ik in de kwalificatie wilde aanvallen, sloeg de auto in alle snelle bochten compleet uit. Het is heel vreemd.”
Over de teamradio was hij nog duidelijker: hij bestempelde zijn bolide simpelweg als ‘onbestuurbaar’. Het grote issue is een dubbel probleem. Enerzijds verliest de auto grip in snelle bochten, anderzijds is er dat hardnekkige onderstuur – waarbij de auto niet goed wil insturen en de neiging heeft rechtdoor te gaan. “We hebben heel veel problemen op dit moment, en ze zijn steeds wisselend”, aldus een bedrukte Verstappen.
Voorbij de boosheid
Opvallend is de houding van de Nederlander. De pure woede van de afgelopen weken lijkt plaatsgemaakt voor een soort gelaten frustratie. “Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet maken. Ik ben helemaal niet boos, daar ben ik al voorbij. Dat is niet goed”, gaf hij toe. Die frustratie wordt nog eens versterkt door de huidige F1-regels.
Het energie-management dilemma
Met de nieuwe motoren, waarbij ongeveer de helft van het vermogen elektrisch is, moeten coureurs constant hun batterij beheren – zelfs tijdens een snelle kwalificatieronde. Is de batterij leeg, dan schakelt de elektromotor uit en verlies je direct snelheid op de rechte stukken. Voor de kwalificatie in Suzuka paste de FIA de regels iets aan om het terugwinnen van energie te beperken, maar dat bleek niet genoeg.
Ook Ferrari-coureur Charles Leclerc uitte zijn ergernis en noemde de kwalificatie over de radio “één grote grap“. Hij legde uit: “Ik verlies veel tijd op het rechte stuk, omdat ik harder rijd in de bochten. Daardoor loopt het vermogen extra terug. We moeten er maar aan gewend raken.”
Het is duidelijk: de zoektocht naar snelheid en balans is voor Verstappen en Red Racing nog lang niet voorbij.
Senegal wil met Afrika Cup pronken, Marokko dreigt met rechtszaak
De Senegalese voetbalbond heeft plannen om vandaag een parade te houden met de Afrika Cup. Dit idee valt niet goed in Marokko. Het land dreigt met juridische stappen tegen het Stade de France als Senegal daar vanmiddag voor de oefenwedstrijd tegen Peru een ereronde zou houden met de beker.
Hoe het zover kwam
Senegal won in januari de Afrika Cup na een tumultueuze finale tegen Marokko, maar raakte die titel eerder deze maand kwijt. De Afrikaanse voetbalbond CAF strafte Senegal omdat het team het veld verliet tijdens die gewonnen, maar chaotische finale. De overwinning van 1-0 werd omgezet in een 3-0 nederlaag. Hierdoor werd Marokko alsnog tot kampioen uitgeroepen.
De Senegalese bond accepteert dit niet, stapte naar het sporttribunaal CAS en weigert de beker in te leveren. Het team wil de titel vanmiddag in Parijs alsnog met de fans vieren. Dat plan schiet bij Marokko flink in het verkeerde keelgat.
Marokko zet juridische middelen in
De voorzitter van de Orde van Advocaten in Marokko, Mourad Elajouti, kondigde op sociale media aan dat er een officiële ambtenaar van justitie aanwezig zal zijn in het stadion. Zij gaan controleren of er sprake is van “een daad van onbetrouwbaar en onsportief gedrag”, wat in strijd zou zijn met de ethische code van de FIFA.
Elajouti noemt de geplande huldiging “een grote strategische fout” en “een zwaard van Damocles” boven de zaak die bij het CAS is ingediend.
Lange juridische strijd in het vooruitzicht
Een snelle oplossing voor deze ruzie is niet waarschijnlijk. Zo’n procedure bij het CAS kan drie tot zes maanden duren, legde een sportrechtadvocaat eerder uit. Een land dat op deze manier een continentale titel kwijtraakt, is volgens hem uniek in de voetbalgeschiedenis.
Brabanders ontdekken Friese kaatssport: “Eerst vonden we het maar een raar spelletje”
Een potje kaatsen in Brabant klinkt misschien als een grap, maar dat is het zeker niet. In het dorp Hank komen al jaren liefhebbers bij elkaar voor een wedstrijd. De Friese sport blijkt ook in het zuiden een hit. “Hier in Brabant is de gezelligheid na afloop net zo belangrijk als het presteren zelf,” vertelt voorzitter Ido de Haan.
Het avontuur begon in 1990, toen twee Friezen elkaar in Brabant tegenkwamen en samen een kaatsclub oprichtten. Niet alleen omdat ze zelf graag wilden kaatsen, maar vooral om Brabanders kennis te laten maken met deze sport. “Die twee mannen hielden gewoon van kaatsen en gingen een balletje slaan. Eerst op een veldje, later op een hockeyveld, en uiteindelijk kregen ze een echt kaatsveld,” legt Ido de Haan van de Hank Dussen Kaats Club (HDKC) uit.
Het kaatsvirus slaat toe
Steeds meer mensen uit Hank en de omliggende dorpen raakten besmet met het kaatsvirus en sloten zich aan. Tegenwoordig zijn er elke woensdagavond zo’n twintig leden te vinden op het kaatsveld in Dussen. Voor veel nieuwe leden was het even zoeken, vooral de spelregels vroegen wat uitleg. “Nee, de regels waren niet meteen duidelijk. ‘Wat is dit eigenlijk voor raar spelletje?’, hoorden we dan. Maar als je ze een beetje meeneemt, pikken ze het snel op,” aldus De Haan.
Fries fanatisme versus Brabantse gezelligheid
Bij de oprichting was meteen duidelijk: de club moest niet alleen voor ‘Friezen om útens’ (mensen uit Friesland) zijn. Dat zorgt voor een leuke mix. “Iedereen hier is geworteld in Brabant. Je krijgt daardoor een mooie combinatie van Friese nuchterheid en Brabantse gemoedelijkheid.” Volgens de Friese voorzitter was het verschil tussen de twee groepen meteen merkbaar. “In Friesland staan fanatisme en presteren voorop. In Brabant is de gezelligheid na afloop minstens zo belangrijk. We blijven hier elke woensdagavond altijd nog even gezellig napraten met een pilsje of een borrel,” legt hij uit.
Waar vinden ze tegenstanders?
Een logische vraag: tegen wie spelen ze, aangezien de HDKC een uitzondering is in het zuiden? De Haan legt uit dat de club is aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond (KNKB). Daardoor kunnen ze ook in Friesland meedoen aan wedstrijden. “Maar ja, dat is wel een flinke reis.” Gelukkig zijn er ook nog tien andere clubs buiten Friesland, zodat er af en toe tegen gespeeld kan worden. Meestal gebeurt dat tijdens speciale evenementen. Tot die tijd blijven de leden vooral actief op de woensdagavond. “En nieuwe leden zijn altijd welkom! Dus leest een Fries in Brabant dit? Kom vooral eens langs!”
NAC in de problemen: degradatie dreigt opnieuw
De spanning in Breda loopt op. Met nog maar een handvol wedstrijden te gaan, staat NAC op een plek die rechtstreeks naar de KKD leidt. Wat lang een vaag dreigement leek, wordt nu akelig echt. Drie NAC-legendes – Robert Maaskant, Henrico Drost en Anthony Lurling – kijken met pijn in hun hart toe. Hun analyse is keihard. “Als NAC degradeert, denk ik niet dat veel spelers daar wakker van liggen.”
Het trauma van toen hangt weer in de lucht
We gaan even terug in de tijd. In 2015 stond Henrico Drost voor de camera van Omroep Brabant. Tranen liepen over zijn wangen, zijn stem brak. De degradatie van NAC kwam hard aan. “Ik was er echt kapot van”, zegt hij nu. “Dat is het enige moment in mijn carrière geweest dat ik echt helemaal naar de klote was.” Vier dagen kwam hij zijn huis niet uit. En nu? Nu voelt het alsof diezelfde donkere wolk weer boven het Rat Verlegh Stadion hangt.
Waar gaat het mis? De analyses
Robert Maaskant wijst naar het veld. “Ik zie heel veel wisselende opstellingen”, zegt de oud-trainer. “En dan weet je dat automatismen verdwijnen.” Volgens hem speelde NAC te vaak op safe, paste zich te veel aan en liet het vooral liggen tegen teams waar het echt om ging. “Je moet daar initiatief nemen. Maar dat hebben ze te weinig gedaan.” Hij vindt dat de trainer daar wel wat te verwijten valt, maar ziet ook een breder probleem: “Als je kijkt naar de ploegen waar NAC mee moet concurreren, dan was dit niet nodig geweest.”
Henrico Drost herkent vooral de mentale druk bij de huidige spelers. “Ik zie heel veel gelijkenissen”, vertelt hij. “Supporters die zich roeren, nieuwe aankopen die het niet brengen. Dat is allemaal geen goed teken.” Hij weet hoe het voelt: “Supporters willen alles geven, maar dat kan ook verlammend werken. Je wilt ze niet teleurstellen. En als het dan niet lukt, dan wordt het zwaar.” Zijn conclusie is niet mals: “Als ik zie hoe ze nu spelen, dan zeg ik nee. Dan gaan ze het niet halen.”
Anthony Lurling legt de vinger op een andere, misschien wel diepere wonde: het gebrek aan clubgevoel. “Het is een vreemdelingenlegioen”, zegt de oud-spits. “En dat is gevaarlijk.” Waar vroeger spelers jaren bleven, zijn het nu vaak passanten. “Als NAC degradeert, liggen daar niet veel spelers wakker van. Kemper, Lucassen, Valerius en Kortsmit misschien. De rest levert hun spullen in en gaat naar een volgende club.” Ook ziet hij een groot probleem voorin: “Ik zou niet weten wie de goals moet maken. Je moet wedstrijden winnen, en dan heb je doelpunten nodig.”
Een sprankje hoop, omdat het NAC is
Ondanks alle sombere analyses, blijft er ergens een klein vlammetje branden. Omdat het NAC is. “Je blijft hopen, omdat het NAC is”, zegt Lurling. “Er is nog altijd een kans”, voegt Maaskant eraan toe. En Drost sluit af met een verzuchting die elke NAC-supporter zal herkennen: “Deze club met zulke mooie supporters verdient zoveel meer. Je hoopt gewoon zo dat ze het nog redden.”
