Onderzoek naar kinderen en huiselijk geweld: een blinde vlek die al jaren blijft bestaan
Er is al jarenlang geen écht uitgebreid onderzoek meer gedaan naar hoeveel kinderen in Nederland te maken hebben met huiselijk geweld. Niet omdat niemand het belang ervan inziet — integendeel — maar omdat zulke studies ongelofelijk lastig, tijdrovend én duur zijn. De meest recente cijfers die we hebben, dateren uit 2017. Ja, je leest het goed: bijna tien jaar oud. En dat terwijl de wereld om ons heen — en vooral de realiteit in veel huishoudens — sindsdien flink is veranderd.
Jeugdbeschermers en experts waarschuwen: zonder actuele, betrouwbare gegevens kunnen we niet weten of onze hulpverlening nog wel aansluit bij wat er nu écht speelt. “In tien jaar is veel veranderd”, zegt Judith Kuypers van Veilig Thuis. “Wat is er nu precies aan de hand bij kinderen? Hoe groot is het probleem écht? En hoe kunnen we daar nou écht grip op krijgen?”
Ook Kinderombudsman Margrite Kalverboer benadrukt het urgentiegevoel. Kinderen bellen zelf zelden een meldpunt, dus als we hen willen bereiken, moeten we proactief zijn — en daarvoor hebben we betere informatie nodig. Zij pleit ook voor een centrale registratie van alle meldingen: een eenvoudige stap die al veel meer inzicht zou kunnen geven.
Het onderzoek uit 2017 richtte zich op kinderen in de basisschoolleeftijd en de onderbouw van de middelbare school. Daaruit bleek dat tussen de 90.000 en 120.000 kinderen te maken hadden met huiselijk geweld — denk aan fysiek of psychisch geweld, seksueel misbruik, verwaarlozing, of gewoon opgroeien in een huis vol spanning en ruzie. Per schoolklas had gemiddeld één kind hiermee te kampen. Maar experts zijn het erover eens: dit is hoogstwaarschijnlijk pas het begin van het verhaal. “Dat aantal is lager dan wat we vermoeden dat er echt achter de voordeuren gebeurt”, stelt Kuypers. “Met nieuw onderzoek kunnen we beter inspelen op wat er nu nodig is — misschien een specifiek programma in het onderwijs, of een heel andere manier van bewustwordingscampagne.”
Alleen: onderzoek doen onder kinderen is geen wandeling in het park. Voor kinderen onder de 16 is ouderlijke toestemming nodig — en die ouder kan juist de dader zijn. Minister van Jeugd Mirjam Sterk (CDA) erkent het probleem, maar benadrukt dat geld volgens haar beter besteed kan worden aan directe hulp. “We kijken vooral hoe we deze kinderen goed in beeld krijgen én de beste hulp kunnen geven”, zegt ze. “Wij geven heel veel geld uit om ervoor te zorgen dat als kinderen of ouders om hulp vragen, we ze zo goed mogelijk kunnen helpen het geweld te stoppen.” Toch geeft ze toe: “Dat weten we eigenlijk niet precies, want kinderen vertellen het natuurlijk niet altijd als er sprake is van geweld thuis. Wij denken dat het in ieder geval één kind per klas zal zijn.”
Ministeries van Volksgezondheid en Justitie — die ooit het diepteonderzoek opdracht gaven — wijzen op alternatieve methodes: langdurige volg-onderzoeken bij honderden gezinnen, of vragen aan 16-plussers om terug te blikken op hun jeugd. Maar daar zit ook een valkuil: kinderen die met geweld zijn opgegroeid, herkennen dat vaak pas later als ‘niet normaal’. Ze geven zichzelf soms de schuld, of zien het geweld gewoon als een normaal onderdeel van het leven.
Zoals de 19-jarige Bram tegen het NOS Jeugdjournaal vertelt: “Toen ik jong was, dacht ik dat het normaal was.” Hij werd geslagen als zijn ouders zijn gedrag niet aankonden. Pas toen hij met vrienden begon te praten, besefte hij dat dit helemaal niet oké was. Het geweld heeft hem diep gevormd: “Ik was een agressief kind. Heb vaak gevochten. Ik kreeg boosheid van thuis. Dus ik dacht: dit is de manier om het op te lossen.”
Experts weten: kinderen die met huiselijk geweld te maken krijgen, reageren vaak extreem — óf ze worden erg agressief, óf juist heel teruggetrokken. Ze zijn vaker nerveus, presteren slechter op school, liggen ’s nachts wakker door nachtmerries — en op termijn kunnen ze depressies ontwikkelen of het geweld doorspelen in hun eigen relaties.
Sylvia (53) herkende ooit haar eigen angst in de ogen van haar zoontje — toen ze met gebalde vuist bij hem stond. “Ik heb een verleden waarin ik niet gehoord en gezien ben”, zegt ze. “Als iemand niet luistert, dan triggert me dat. Ik wist niet hoe ik daarmee moest omgaan, want dat was me niet geleerd.” Ze noemt zichzelf nu, na hulp te hebben gezocht, “het voorbeeld dat het wel anders kan”. En toch: “Er heerst toch echt een taboe op het onderwerp. Mensen vinden het moeilijk bespreekbaar te maken met vrienden of familie, laat staan dat je met een organisatie contact opneemt.”
Kuypers van Veilig Thuis ziet het ook: het aantal hulpvragen stijgt, en dat is positief — maar het is tegelijkertijd ook bewijs dat we nog maar het topje van de ijsberg zien. “Dus we weten dat er heel veel gezinnen in onveiligheid leven.”
Veel Nederlanders willen eindelijk stoppen met zomertijd – maar vanavond gaat de klok toch weer vooruit
Je hebt het vast al in je agenda staan: vanavond, om 2:00 uur, wordt de klok weer een uur vooruit gezet. Ja, dat betekent: één uurtje minder slaap, een wat waziger ochtend en die vertrouwde ‘waar ben ik nou eigenlijk?’-gevoelens. En terwijl we ons opnieuw klaarmaken voor dat halfjaarlijkse tijdspringtje, blijkt er écht veel weerstand te zijn tegen dit systeem — vooral in Nederland.
Waarom bestaat zomertijd eigenlijk?
De zomertijd werd ooit bedacht om energie te besparen: door de klok in de zomermaanden een uur vooruit te zetten, zou er ’s avonds langer daglicht zijn en dus minder behoefte aan kunstlicht. Maar in de praktijk is dat voordeel inmiddels flink uitgedund — denk aan LED-verlichting, slimme thermostaten en een totaal andere manier van energiegebruik dan vroeger.
De meeste Nederlanders zeggen: genoeg is genoeg
Bijna twee op de drie Nederlanders (62%) wil graag afscheid nemen van het wisselen van de tijd — helemaal stoppen, dus. Slechts een kwart (26%) vindt het huidige systeem prima. Maar als we echt stoppen met klokverzetten: welke tijd moeten we dan blijven hanteren? Daar is geen éénduidig antwoord op.
– 44% kiest voor permanente zomertijd (’s avonds blijft het langer licht);
– 35% geeft de voorkeur aan permanente wintertijd (’s ochtends wordt het eerder licht).
Niet alleen last van de klok — ook van je biologische ritmes
Bijna een derde van de Nederlanders ervaart het klokverzet als een echte klus voor het lichaam. De meest gehoorde klacht? Een verstoord slaapritme — met als gevolg: moeilijker in slaap vallen, moeilijker wakker worden, en overdag gewoon slaperiger zijn.
En het stopt niet bij mensen:
– 16% van de ouders merkt dat het slaapritme van hun kinderen in de war raakt;
– Bijna een kwart van de huisdiereigenaren ziet veranderingen bij hun dier — denk aan een hond die plotseling niet meer snapt wanneer hij uitgelaten moet worden.
Ook op het werk of op school voel je het
Eén op de vijf mensen zegt minder productief te zijn na het klokverzet, en evenveel heeft last van concentratieproblemen. Andere klachten? Prikkelaarderheid, vermoeidheid en zelfs fysieke symptomen zoals hoofdpijn. En dan zijn er nog die 12% die gewoon in de war raken met de tijd — met als risico: vergeten afspraken, te laat komen of onnodige stress.
Dus waarom verandert er niets?
Er is al jarenlang over gesproken — en zelfs formeel besloten. In 2019 stemde het Europees Parlement in met het afschaffen van het klokverzet, met als doel dat 2021 het laatste jaar zou zijn. Maar toen moesten alle lidstaten zelf kiezen tussen permanente zomertijd of wintertijd — en daar bleef het bij: noordelijke landen wilden liever zomertijd, zuidelijke landen liever wintertijd. Geen consensus, dus geen actie.
Resultaat? Nederland, net als de rest van Europa, zet vanavond gewoon weer de klok vooruit. Eén uurtje minder slaap, maar hopelijk snel wennen aan die langere, lichtere avonden.
Het onderzoek is uitgevoerd op 26 en 27 maart 2026 onder ruim 20.000 leden van het RTL Nieuwspanel. Het onderzoek is na weging representatief voor vijf variabelen: leeftijd, geslacht, opleiding, werkzaamheid en politieke voorkeur (stemgedrag Tweede Kamerverkiezingen 2025). Het RTL Nieuwspanel telt ruim 63.000 leden. Wil jij voortaan ook meedoen aan onderzoeken van het RTL Nieuwspanel? Meld je dan hier aan!
Stefan heeft niet het beste ijs van de wereld — maar wel een héél mooie ervaring
IJsmaker Stefan Beerens uit Baarle-Nassau is net terug van het wereldkampioenschap ijsmaken in Las Vegas — en nee, hij heeft niet de titel ‘beste ijsmaker van de wereld’ mee naar huis genomen. Maar dat maakt hem helemaal niet minder trots. Integendeel: hij noemt het een “mooie, spannende en onvergetelijke ervaring”.
Stefan werkt bij IJskeuken Kennis van IJs in Bladel, en met zijn ambachtelijke ijsmerk Imagi ging hij vol zelfvertrouwen (en een beetje zenuwachtig) de ring in tegen ijsmakers uit de hele wereld. Het niveau? Volgens Stefan “echt heel hoog” — en ja, er waren ook smaken die nog veel bijzonderder en creatiever waren dan de zijne. Maar hij is blij met wat hij heeft neergezet: “Ik was zelf tevreden met het eindresultaat. IJs dat je thuis maakt, kun je nooit 1-op-1 kopiëren op andere apparatuur — dat is gewoon het ambacht.”
Douane-drama met Thaise basilicum
De weg naar Las Vegas was al een avontuur op zich. Vorige week ontdekte Stefan pas op het laatste moment dat een groot deel van zijn ingrediënten — o.a. verse Thaise basilicum — bij de Amerikaanse douane in Houston werd tegengehouden. “Ik werd rustig, maar beslist, meegenomen naar een apart kamertje”, vertelt hij. Gelukkig werd het een vriendelijk gesprek — maar Stefan moest écht rennen om zijn aansluitende vlucht te halen. Net op tijd, als één van de laatsten, stapte hij in het vliegtuig… zonder basilicum.
Dinsdag, na de openingsceremonie, sprong hij in een Uber — rechtstreeks naar een lokale markt. De basilicum was gevonden! Een rijpe ananas bleek echter onvindbaar. Geen probleem: Stefan, altijd goed gehumeurd, stond ‘s middags weer enthousiast achter de ijsmachine — ook al moest hij wennen aan totaal andere apparaten dan hij in Bladel gewend is.
Dankbaarheid overal waar hij kijkt
Vrijdagavond, kort voor zijn terugvlucht, benadrukt Stefan hoe dankbaar hij is: voor de steun van familie en vrienden, voor de lieve berichtjes vanuit Brabant, en vooral voor zijn team bij IJskeuken Kennis van IJs. “Zonder hun inzet was ik nooit in Las Vegas beland.”
En nu? Dit weekend neemt hij even rust — en maandag is het gewoon weer aan de slag. Want ijs maken? Dat gaat altijd door.
Vanochtend nog wat regen, later zon én stapelwolken — een wisselvallige maar frisse dag
Vanochtend was het in het uiterste zuidoosten nog even nat: er viel nog wat regen, maar die trok snel door naar het zuidoosten en was al snel weg. Verder over het land kwamen er vanuit het noordwesten steeds weer stukken zonneschijn, afgewisseld met mooie, opgeblazen stapelwolken. In het binnenland kon je hier en daar een korte regenbui tegenkomen — niets dramatisch, maar wel genoeg om je paraplu even te ontdekken.
In de vroege ochtend was het behoorlijk fris: langs de kust 8 graden, verder oostelijker en zuidelijker zelfs rond de 5 graden. Tegen het einde van de ochtend was het al wat opgekrikt: 8 of 9 graden, met een matige wind uit het noordwesten — aan zee flink wat krachtiger.
In de middag bleef het wisselend: zon, wolken, zon, wolken… en af en toe een bui. In het oosten werd het steeds droger — daar bleef het grotendeels droog. Maar in het noordwesten en westen nam de kans op buien juist weer toe, vooral richting het einde van de middag. En dan niet zomaar: bij zo’n bui kon er ook eens een klapslag onweer, wat korrelhagel of een paar windstoten bij horen.
De wind bleef matig uit het noordwesten, en de temperatuur kwam ’s middags uit op 10 of 11 graden.
Vanavond trekken de buien opnieuw van noordwest naar zuidoost over het land — met dezelfde ‘extra’s’: korrelhagel, een klap onweer en windstoten zijn mogelijk. Naarmate de avond vordert, worden de buien minder, maar in het zuidwesten blijft het wat onrustig. Vannacht wordt het rustiger: brede opklaringen, overal droog — behalve misschien één laatste bui in het zuidwesten. Plaatselijk kan ook mist opkomen. De temperatuur daalt flink: rond de 4 graden langs de kust, en bij het vriespunt in het binnenland — op de Veluwe is lichte vorst niet uitgesloten.
Morgen is het overdag vrij aangenaam: veel zon, droog en fris. Pas in de loop van de middag trekt er meer bewolking op vanuit het westen. Aan het einde van de middag kan er in het noordwesten al een beetje lichte regen vallen, en in de avond komt er een breder regengebied aanzetten — weer van noordwest naar zuidoost. De temperatuur blijft rond de 11 graden (lokaal 12 graden in het zuidoosten), terwijl het op de Waddeneilanden wat koeler blijft: 9 of 10 graden. De wind draait naar het zuidwesten en neemt flink toe — matig tot vrij krachtig, en langs de kust krachtig tot hard (windkracht 4 tot 7). In het noordwestelijke kustgebied zijn vanaf de avond windstoten tot zo’n 75 km/u mogelijk.
Het weerbericht van gisterenavond liet dat al doorschemeren…
Hoe de olievlek van stijgende prijzen zich uitbreidt
De olieprijs blijft alweer weken omhoogklimmen — en gas wordt ook steeds duurder. Maar dat is pas het begin. Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) trekt die prijsstijging als een olievlek door de hele economie: uiteindelijk wordt alles duurder. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt voor een steeds grotere druk op de prijzen, en daarmee op jouw koopkracht.
Olaf Sleijpen, president van DNB, noemde het in de studio van Nieuwsuur zelfs ‘code dieporanje’. En die waarschuwing komt niet alleen — deze week volgden er nog meer: van huizenprijzen tot loononderhandelingen, overal klinkt dezelfde boodschap: dit gaat niet snel weer over.
Huiseconoom Mathijs Bouman van Nieuwsuur noemt deze week de moment waarop het écht tot ons doordringt: dat de gevolgen van de oorlog écht blijven hangen. En dat ze veel verder reiken dan alleen de pomp of de cv-ketel. In dit podcastverhaal legt hij stap voor stap uit hoe die stijgende olie- en gasprijzen langzaam maar zeker door alle hoeken en kantjes van de economie sijpelen — en waarom niemand er echt aan ontkomt.
Reageren? Mail naar dedag@nos.nl
Presentatie & montage: Marco Geijtenbeek
Redactie: Judith van de Hulsbeek
