FIA versoepelt batterijregels voor kwalificatie in Japan

Tijdens de kwalificatie voor de Grand Prix van Japan mogen de Formule 1-coureurs eindelijk weer wat meer gas geven! De FIA heeft besloten om de maximale laadcapaciteit van de batterijen in de auto’s iets te verlagen. Dat klinkt misschien alsof ze langzamer gaan, maar het betekent vooral dat de coureurs zich minder zorgen hoeven te maken over hun energieverbruik. Ze kunnen vaker voluit racen in plaats van constant te moeten rekenen.

Deze aanpassing geldt alleen voor de kwalificatie – tijdens de race blijft alles voorlopig nog hetzelfde. Het is duidelijk dat de FIA hiermee luistert naar de coureurs en teams. Afgelopen raceweekenden was er namelijk flink wat kritiek op de nieuwe regels, waarbij rijders vooral bezig waren met het managen van hun batterijniveau. Hierdoor moesten ze soms snelheid minderen in bochten of konden ze niet voluit op de rechte stukken.

Na de Grand Prix van China waren teams het erover eens: de races waren best spannend, maar de kwalificatie moest anders. Het voelde gewoon niet goed dat coureurs, in een ronde waar alles op het spel staat en ze het uiterste vragen van hun auto, vaak moesten inhouden. “Deze wijziging is gebaseerd op feedback van coureurs en teams, die benadrukt hebben hoe belangrijk het is om de kwalificatie als prestatie-uitdaging te behouden,” aldus de FIA.

Bekijk origineel artikel

Formule-Tietema scoort ook op het allerhoogste niveau: ‘We moesten onszelf altijd bewijzen’

“Ik zag Dylan in de achterste waaier, op één minuut achterstand. Toen dacht ik: dit gaat toch niet gebeuren? Onze eerste WorldTour-wedstrijd met een van de favorieten in onze ploeg. En dan zitten we in de laatste waaier…” Bas Tietema, de man achter Unibet-Rose Rockets, kan er nu met een brede glimlach op terugkijken. Want drie uur later stond zijn kopman Dylan Groenewegen als winnaar op het podium.

Het was de allereerste WorldTour-zege voor de Rockets, de ploeg die ooit begon rond de populaire vlogs van oud-wielrenner Tietema en zijn maten Josse Wester en Devin van der Wiel. Na die wankele start reed de ploeg een bijna perfecte koers, zag ook sprintcoach Marcel Kittel vanuit de volgauto. “Wat een dag”, zegt de voormalig topsprinter. “Ik ben helemaal kapot.”

“De derde zege op rij, en nu ook nog eens in een WorldTour-koers”, gaat Kittel verder. “Iedereen is blij. En misschien ook wel een beetje verbaasd dat we nu écht meedraaien. Het is bijna niet te geloven hoe dit team de afgelopen tien weken is gegroeid. En hoe Dylan de ploeg bij elkaar brengt en het afmaakt met zijn pure snelheid. Dat is echt supermooi.”

Van YouTube naar de top

Het gaat ontzettend snel met het team van Tietema. Ze begonnen in 2023 met bescheiden ambities, gedreven door een paar fanatiekelingen en hun honderdduizenden volgers op YouTube. Elk jaar kwam er een overwinning bij: van 3 naar 4 en vorig jaar 5. Het waren vaak bescheiden koersen. Maar nu, in 2026, staat de teller al op vier en het Vlaamse Voorjaar moet nog beginnen. Veel dank gaat uit naar Dylan Groenewegen, die zijn topvorm lijkt terug te hebben.

“Nou, zo dacht niet iedereen erover, hoor”, relativeert Tietema. “Toen we hem contracteerden, vonden veel mensen dat Dylan over zijn top heen was. Maar wij geloofden vanaf het eerste moment in hem. De klik was er meteen. Hij is een van de snelste renners van het peloton, alleen kwam dat er niet altijd uit. Dat is ook het onvoorspelbare van sprinten.”

Bewijzen en omarmen

Betekent dit succes dat de status van de ploeg verandert? “In het begin hadden we soms het gevoel dat we moesten bewijzen dat we sportief ook mee konden komen. Ik begin dat steeds meer te omarmen. Onze identiteit is nu eenmaal dat we vanuit een media-achtergrond een wielerploeg hebben opgezet. We willen beide op het hoogste niveau doen.”

“Ik snap de twijfel ook wel”, geeft Tietema toe. “Als ik zou lezen dat drie YouTubers die pizza’s uitdeelden op de Champs-Élysées en wheelie-wedstrijden hielden zoiets beginnen, dan kun je je vragen stellen. Maar alles wat we doen, doen we met professionaliteit. Tien minuten geleden kwam er alweer een videodocumentaire van achttien minuten online over de dag van vandaag. Dat is ook een topprestatie. En dat vind ik juist zo gaaf.”

De volgende uitdagingen

De Ronde van Brugge was een groot doel voor Groenewegen. De Scheldeprijs en een rit in de Giro staan ook op het verlanglijstje. Maar eerst komen de Vlaamse kasseiklassiekers, waar de revelatie van vorig jaar, Slowaaks kampioen Lukas Kubis, het speerpunt zal zijn.

“We zijn natuurlijk geen team met de enorme budgetten die aan de top rondgaan”, zegt Tietema realistisch. “We hebben gekozen voor de sprint en de klassiekers. Maar de komende weken doen de allersterktes weer mee. Wij hebben jongens die zich daar goed kunnen laten zien, maar een top tien is al ontzettend moeilijk. Laat staan winnen.”

“Ik zag vandaag een statistiek dat alle WorldTour-wedstrijden dit jaar gewonnen zijn door een WorldTour-ploeg. Tot nu toe. Dat laat zien hoe moeilijk het is voor een kleinere ploeg om zo’n koers te winnen. Wij hebben ‘m in ieder geval al binnen.”

Bekijk origineel artikel

Waar kan Oranje de meeste vooruitgang boeken? De verre ingooi!

Het kan het verschil maken tussen een wereldtitel voor de eeuwigheid of een eeuwige kater vanwege een gemiste kans: standaardsituaties. Marco Verbeek, een van de weinige Nederlandse specialisten op dit gebied, heeft een opvallend advies voor bondscoach Ronald Koeman: “Roep Telstar-spits Sem van Duijn op.”

Eerst even de feiten checken. Toen het maandag tijdens Koemans persconferentie over standaardsituaties ging, vertelde de bondscoach dat hij die middag nog contact had gehad met keeperstrainer Patrick Lodewijks, die daar bij Oranje verantwoordelijk voor is. “Het blijkt dat we verdedigend bij de beste vijf landen zitten, maar dat we aanvallend juist moeten verbeteren”, zei Koeman.

Statistiekenbureau Opta heeft die uitspraak onderzocht. En wat blijkt? Koeman heeft gelijk. Tijdens de afgelopen WK-kwalificatie kreeg maar één Europees land (Spanje, 4) minder schoten tegen uit standaardsituaties (strafschoppen niet meegerekend) dan Nederland (5). Grote landen als België, Frankrijk en Engeland doen het slechter. Oranje incasseerde één tegengoal en scoort ook in dat klassement goed.

Dat is een flinke verbetering ten opzichte van het kalenderjaar 2024, toen er vijf tegengoals vielen uit een dood spelmoment. Maar daar zijn wel flinke kanttekeningen bij te plaatsen. Want hoe waardevol zijn die cijfers eigenlijk als je speelt tegen de nummer 161 (Malta) of 146 (Litouwen) van de wereld? In 2024 werd het EK gehouden en speelde Oranje zes wedstrijden meer dan in 2025. Ook de tegenstand (onder meer drie keer Duitsland, Frankrijk en Engeland) was een stuk sterker dan vorig kalenderjaar, waarin naast het tweeluik met Spanje tegen geen enkel ander topland werd gespeeld.

Dan de aanval, waar volgens Lodewijks de grootste winst te behalen valt. In 2025 maakte Oranje 2 van de 32 goals uit standaardsituaties. Dat is weinig, zeker gezien de tegenstanders. In 2024 waren dat er 6 van de 36, terwijl de tegenstand over het algemeen van een hoger niveau was. Ook dat klopt dus.

Expert Verbeek, die regelmatig lezingen geeft over dit onderwerp en in het verleden werkte voor Almere City en Club Brugge, heeft op verzoek gekeken waar het Nederlands elftal de meeste vooruitgang kan boeken. Zijn antwoord? “De verre ingooi! Als er íets de trend is in het huidige voetbal…”

“Het is namelijk best lastig om het rendement uit hoekschoppen omhoog te krijgen. Slechts tussen de 2 en 3 procent wordt gemiddeld een doelpunt. Maar met een verre inworp in the final third kun je er bij wijze van spreken voor zorgen dat je per duel meer hoekschoppen krijgt.”

Het beste voorbeeld uit het recente Nederlandse voetbal is Jan Van den Bergh, het Belgische wapen bij NAC vorig seizoen. Bij iedere ingooi begon het stadion te trillen en de tegenstander te beven. Verbeek licht toe: “De verhouding tussen verkregen ingooien in de laatste 25 meter en hoekschoppen is zo’n anderhalf. Dus stel: Oranje krijgt op het WK zestig corners, dan zijn dat negentig potentiële inworpen die kunnen eindigen in het zestienmetergebied.” Dan heb je er dus opeens heel wat extra ‘corners’ bij.

In Koemans Oranje wordt vrijwel altijd gekozen voor een korte variant van de ingooi, waarbij Frenkie de Jong vrijkomt. “Dat doet Nederland erg goed, alleen levert het aanvallend eigenlijk niets op”, oordeelt Verbeek. Uit recente cijfers uit de Premier League blijkt namelijk dat de verre ingooi wél loont. Volgens de specialist heeft de staf van Oranje de afgelopen jaren daar kansen laten liggen. “De baltechniek van De Jong kun je niet aanleren, dat is talent. Maar het ver ingooien van een bal kun je echt trainen.”

“De staf van Oranje zit er al een tijd. En Denzel Dumfries is al een hele tijd de rechtsback van Oranje. Maar op het gebied van ingooien is hij nog steeds dezelfde Dumfries als jaren terug. Daarin heeft geen speler zich ontwikkeld en dat vind ik een gemiste kans.”

Koeman ging afgelopen maandag in Zeist ook in op de vraag of hij er misschien een expert bij gaat halen, met het oog op het WK van komende zomer. “Je moet altijd je ogen en oren openhouden voor specialisten, maar in welke vorm we ermee aan de slag gaan, houd ik voor me”, bleef hij geheimzinnig.

De 63-jarige oud-voetballer staat niet bekend als de meest innovatieve coach in het moderne voetbal en heeft bij Oranje een staf die gemiddeld bijna zestig jaar oud is. “Maar er komt straks een WK en dan moet je kunnen verrassen. En op dat gebied zie ik maar weinig progressie”, vindt Verbeek.

En dus komt hij met een suggestie: ruim in de 26-koppige selectie een plaats in voor een verre ingooier. Als extra wapen, voor als de stand vraagt om opportunistischer te spelen. “Denk aan Sem van Duijn, de spits van Telstar. Ze weten bij PSV hoe gevaarlijk zijn inworpen zijn.”

Bekijk origineel artikel

Oranje tegen Noorwegen: een ongenaakbare machine zonder hun sterspeler?

Oranje-bondscoach Ronald Koeman heeft vast met veel interesse naar de laatste wedstrijden van Noorwegen gekeken. Die ploeg is de laatste jaren namelijk uitgegroeid tot een bijna onverslaanbare voetbalmachine. In hun laatste twaalf duels boekten ze elf overwinningen en speelden ze één keer gelijk. Uitslagen tegen bijvoorbeeld Italië (3-0 en 4-1), Israël (5-0) en Moldavië (11-1) zijn echt indrukwekkend te noemen. In totaal maakten de Noren in deze reeks maar liefst 48 goals.

Toch wil bondscoach Ståle Solbakken niet te hoog van de toren blazen. “Wij horen niet in dezelfde categorie als Nederland”, geeft hij aan. “Maar op een goede dag kunnen we het wel voor iedereen lastig maken.” Solbakken heeft duidelijk respect voor Oranje. “Een sterk team, op álles posities. Met een beetje mazzel kunnen ze het WK winnen.”

De grote vraag is nu: kan Noorwegen dit hoge niveau vasthouden zonder hun absolute sterspeler, Erling Haaland? De spits, die in elk van zijn laatste elf interlands scoorde (in totaal 21 goals), krijgt rust tegen Oranje. De laatste keer dat Haaland een interland miste, in oktober 2025, eindigde het direct in een 1-1 gelijkspel tegen Nieuw-Zeeland – niet bepaald een voetbalreus.

“Het is ontzettend belangrijk dat Erling nu uitrust”, benadrukt Solbakken. “Hij heeft een week vrij om zijn lichaam en geest op te laden voor de rest van het seizoen, zodat hij straks weer klaar is voor het WK.” Middenvelder Sander Berge vult aan: “De belasting voor Erling is ieder seizoen enorm, met alle toernooien die hij speelt. We moeten verstandig met hem omgaan en ervoor zorgen dat hij fit is wanneer we hem het hardst nodig hebben.”

Met het gemis van Haaland en de geblesseerde Martin Ødegaard gaat bondscoach Solbakken experimenteren, zo heeft hij al laten weten. “We gaan rouleren en veel spelers speeltijd geven.” Hij riep onder andere vier spelers op van Bodø/Glimt, daarmee de grootste leverancier aan de selectie. Die Noorse topclub stunte eerder in de Champions League door absolute topclubs als Manchester City, Atlético Madrid en Internazionale te verslaan met een bijna volledig Noorse ploeg.

“We gaan zien hoe zij omgaan met deze wedstrijd, met spelen in een stadion als dit en tegen een team als Nederland”, besluit Solbakken. “Het wordt in ieder geval een waardevol leerproces voor ons.”

Bekijk origineel artikel

Dankzij Zoom en Surinaamse ontspanning zijn Ten Cate en zijn ploeg klaar voor de cruciale WK-duels

De fabriekspijpen van Monterrey steken scherp af tegen de torenhoge bergketen die deze Mexicaanse industriestad omarmt. Het is de stad die nooit slaapt, het economisch hart van Mexico. Een speelstad voor het WK voetbal, en nu ook het decor voor een van de cruciale WK-play-offs van Suriname.

Op een van de laatste trainingen bij lokale voetbalclub Borregos, waar Suriname zich voorbereidt op de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Bolivia, komen de spelers rustig aangewandeld. Jahnilo Wiegel, de derde keeper, draagt een speaker waarop Surinaamse muziek klinkt. Zoals altijd gaat het er ontspannen aan toe.

Een voor een nemen de spelers plaats in de schaduw van de tribune. Het is bloedheet vandaag, wel 35 graden, en voordat de training begint, mag de massaal aanwezige pers een paar vragen stellen. Journalisten uit Europa, de VS, Bolivia en Mexico: iedereen is gekomen om het Surinaamse voetbalsprookje te verslaan. Medewerkers van de FIFA lopen er nerveus omheen en geven aanwijzingen.

“Het komt nu echt dichterbij”, lacht Joël Piroe. De aanvaller van Leeds United is voor het eerst opgeroepen, nadat de FIFA pas deze maand groen licht gaf. “Je ziet wat er bij een WK komt kijken. Nu gaat het er echt om spannen.”

De ploeg moet nog wat flinke hobbels nemen om deze zomer echt op het WK te staan. Eerst moet er donderdagavond gewonnen worden van Bolivia, en dan wacht volgende week nog Irak. Winnen ze die play-offs? Dan is de historische kwalificatie een feit en mag Suriname zich opmaken voor de pittige WK-groep I, met Frankrijk, Noorwegen en Senegal.

De eerste wedstrijd van de nieuwe bondscoach Henk ten Cate is meteen een allesbeslissende. Toch lijkt de ervaren trainer weinig druk te voelen. Ontspannen praat hij met de pers en Spaanstalige journalisten staat hij in hun eigen taal te woord.

“Je ziet hoe relaxed iedereen is. We gaan heel goed met de druk om”, glimlacht Ten Cate. Hij benadrukt dat die ontspannen sfeer niet betekent dat de spelers niet scherp zijn. “Het zijn professionals, die keihard met hun vak bezig zijn. En we hebben afgesproken dat we tegen Bolivia volle bak gaan.”

De voorbereiding op deze belangrijke wedstrijd was niet ideaal. Veel spelers kwamen afgelopen zondag nog in actie voor hun club en moesten daarna vanuit alle windstreken naar Monterrey vliegen. Maar de voorbereiding begon al veel eerder, benadrukt Tjaronn Chery.

“We hebben al maanden hiervoor met elkaar gesproken via Zoom en veel contact gehouden. Daarin heeft de bondscoach ook duidelijk aangegeven wat hij van de ploeg wilde”, zegt Chery. De 37-jarige spelmaker van NEC denkt dat mentaliteit het verschil kan maken tegen Bolivia. “Uiteindelijk is het belangrijkste dat je de wedstrijd moet winnen. En op dat moment maakt het niet uit hoe.”

Hoewel het niet gebruikelijk is, voelt het voor debuterend bondscoach Henk ten Cate juist door al die maandenlange online gesprekken alsof hij de selectie al jaren kent. “Juist door die Zoom-gesprekken heb ik steeds contact gehad met spelers. Sommigen zie je nu pas voor het eerst live, je schudt ze nu pas de hand.”

Met ervaren assistenten als Jimmy Floyd Hasselbaink en Winston Bogarde aan zijn zijde, heeft Ten Cate maar een paar trainingen voor de wedstrijd tegen Bolivia. Dat vanuit Suriname en Nederland honderdduizenden mensen meeleven, zorgt volgens de bondscoach nog niet voor extra druk.

Bekijk origineel artikel

IOC sluit trans vrouwen uit van Olympische Spelen 2028

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft een belangrijk besluit genomen: trans vrouwen mogen niet meedoen aan de Olympische Spelen van 2028. Voor de vrouwencategorieën gelden vanaf dan strikte regels. Alleen atleten die als “biologische vrouw” worden gezien, mogen deelnemen. Dat wordt bepaald met een eenmalige genetische test (de SRY-test) die moet aantonen of iemand het juiste chromosomenpatroon heeft.

Het is nog niet duidelijk hoeveel atleten hier precies door geraakt worden. Wat wel bekend is, is dat er tijdens de vorige Spelen in Parijs geen trans vrouwelijke atleten aan de start stonden. Dit besluit van het IOC komt niet helemaal uit de lucht vallen. Vorige maand tekende de Amerikaanse president Donald Trump al een document met de titel ‘Mannen weren uit vrouwensporten’. Daarin staat dat deelname aan vrouwencompetities alleen gebaseerd mag zijn op het biologische geslacht, en niet op iemands genderidentiteit.

Omdat de Spelen van 2028 in Los Angeles worden gehouden en IOC-voorzitter Kirsty Coventry zich eerder al kritisch had uitgesproken over deelname van trans vrouwen, werd dit besluit door sommigen al verwacht. De SRY-gentest zelf was vorig jaar al een groot gespreksonderwerp. Toen besloot de wereldatletiekbond World Athletics namelijk al om bij alle vrouwelijke atleten wangslijmtesten af te nemen.

Er is ook flinke kritiek op deze aanpak. Onderzoeker Agnes Elling zei hier vorig jaar al over: “Iemand met een XY-chromosoom is niet automatisch een man. Er bestaan niet simpelweg twee seksen. Er is een hele tussencategorie, en die sluit je hiermee uit.” Een bekend voorbeeld van een atlete met een XY-chromosoom is de Zuid-Afrikaanse hardloopster Caster Semenya. Zij kreeg van World Athletics de opdracht om testosteronremmers te gaan gebruiken, maar weigerde dat.

Bekijk origineel artikel