Meer gemeenten tillen de dwangsom uit de la – maar lost dat nou echt wat op?

Meer en meer gemeenten grijpen naar de dwangsom om het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) onder druk te zetten. Vanaf vandaag moet het COA bijvoorbeeld elke dag een boete betalen aan de gemeente Hardenberg, omdat het AZC daar langer openblijft dan ooit afgesproken. Maar Hardenberg staat niet alleen: in Westerwolde wordt al jarenlang met dwangsommen gewerkt – bijvoorbeeld rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel, waar het aantal asielzoekers regelmatig boven de limiet van tweeduizend uitkomt.

Ook Epe wil nu meedoen: daar zitten asielzoekers langer dan afgesproken in een hotel. De gemeente heeft zowel het COA als het hotel een week de tijd gegeven om te reageren op het plan om een dwangsom op te leggen.

Al die boetes kunnen flink oplopen. In Ter Apel is dit maand al het maximale bedrag van vijf miljoen euro bereikt. Samen met eerdere boeten is het totaal al opgelopen tot 6,5 miljoen euro. Maar vraag is: werken die hoge bedragen ook écht?

Volgens Geerten Boogaard, hoogleraar decentrale overheden aan de Universiteit Leiden, is het instrument inmiddels ‘bot geworden’. Het idee achter een dwangsom is dat de financiële prikkel zo groot is, dat iemand daadwerkelijk actie onderneemt. Maar bij overheidsinstanties werkt dat anders. “Daar geldt vaak fine as a price – de boete wordt gewoon ingeboekt als een juridische kostenpost”, legt hij uit. En omdat het COA niet de oorzaak is van de boete (maar juist een tekort aan opvangplekken), verandert het karakter van de dwangsom. “Als jij tijdens werktijd steeds parkeerboetes krijgt, hoor je dat misschien terug in een functioneringsgesprek. Maar dat is het ook wel. Uiteindelijk vindt de administratie-afdeling gewoon een manier om de boete te verwerken.”

En dan is er nog het feit dat zowel het COA als de gemeente onder de overheid vallen. Het geld blijft dus eigenlijk ‘in huis’. “Als een gemeente geld krijgt van het COA en daarvan een bibliotheek bouwt, vindt het Rijk dat minder erg.” Toch zien we steeds vaker dat overheden tegenover elkaar komen te staan – niet alleen bij asiel, maar ook bij wonen of stikstof. “Aan de ene kant moeten er meer huizen komen, aan de andere kant moeten stikstofdoelen worden gehaald”, benadrukt Boogaard.

Het COA zelf zegt dat een dwangsom niets oplost. “We kunnen de mensen niet op straat zetten”, verklaart Marius Schulte Nordholt van het opvangorgaan. “Het is onze wettelijke taak om opvang en begeleiding te bieden. Door sluitingen van locaties én het uitblijven van nieuwe plekken neemt het tekort aan opvangplaatsen momenteel toe.” Boogaard beaamt dat het COA weinig keus heeft: “Je kunt asielzoekers niet zomaar over de gemeentegrens zetten. Dat zou misschien eerlijker zijn qua verdeling, maar niet rechtmatiger.”

Als dwangsommen dus weinig effect hebben, waarom worden ze dan toch gebruikt? “Ook om het draagvlak te behouden”, zegt Boogaard. “Als een gemeente heeft beloofd dat een opvang tijdelijk is, wil je inwoners laten zien dat je er alles aan doet om dat te waarborgen – ook al is de dwangsom vooral een politiek signaal dan een praktische oplossing.”

Bekijk origineel artikel

Maatregelen voor de ‘flessenhals’ bij station Meppel zijn bekend: extra perron én fietstunnel onderweg

Je kent het wel: één storing bij station Meppel, en plots zit het hele treinverkeer van en naar het noorden vast. Daarom wordt Meppel vaak de ‘flessenhals’ van Noord-Nederland genoemd — een knelpunt waar treinen uit verschillende richtingen (zoals Groningen én Leeuwarden) samenkomen op één traject. En dat maakt alles kwetsbaar: één klein incident, en de hele noordelijke spoorverbinding staat stil.

Goed nieuws: de maatregelen om dat te veranderen zijn nu definitief. In overleg tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de gemeente Meppel, de provincies Overijssel, Drenthe, Friesland en Groningen, én ProRail is een pakket oplossingen afgesproken. Totaal kost het 175 miljoen euro — een flinke stijging ten opzichte van de oorspronkelijke schatting van 75 miljoen euro vorig jaar. Dankzij een krachtige lobby van de noordelijke provincies kreeg het kabinet uiteindelijk groen licht voor 100 miljoen extra.

Wat komt er nou precies?

  • Een nieuw perron bij station Meppel, om treinstromen beter te scheiden en storingen sneller op te lossen.
  • Een fietstunnel in plaats van de huidige overweg — zodat fietsers veiliger en sneller van het station naar het stadscentrum én de woonwijk Ezinge kunnen, zonder het spoor te hoeven oversteken.
  • Vrijliggende fietspaden bij een overweg in Staphorst, om ook daar de veiligheid te verhogen.
  • Verder op het traject Zwolle–Meppel: onderdelen die vaak defect raken of gestolen worden, worden vervangen, en er komen preventief camera’s bij meerdere overwegen. Ook wordt het spoor aangepast zodat treinen op bepaalde plekken minder hoeven af te remmen — dat was eerder al besloten, en de eerste werkzaamheden beginnen dit jaar.

Alle aanpassingen moeten in 2032 klaar zijn. Het doel? Een robuustere, veiligere én toekomstbestendige verbinding tussen Zwolle, Meppel, Groningen en Leeuwarden — zodat meer treinen vaker en betrouwbaarder kunnen rijden.

Bekijk origineel artikel

Het eerste vrouwelijke hoofd van de Anglicaanse Kerk staat voor grote uitdagingen

Het is een historisch moment — écht. Vandaag neemt Sarah Mullally plaats op de Zetel van de Heilige Augustinus in de kathedraal van Canterbury, tijdens een plechtige en grootse installatieceremonie. De 63-jarige Britse wordt officieel aartsbisschop van Canterbury: het eerste vrouwelijke spirituele hoofd van de Church of England ooit.

Dat ze hier nu staat, was helemaal niet vanzelfsprekend. Mullally begon haar loopbaan als verpleegkundige — een keuze die geworteld lag in haar christelijke overtuiging. In de jaren negentig klom ze op tot hoofd verpleegkunde bij de Britse NHS. Maar in 2004 stapte ze over naar de geestelijkheid: van verpleeguniform naar priesterkleed. Voor haar was dat geen scherpe breuk, maar een logische voortzetting. “Beide beroepen draaien om het zorgen voor mensen”, zei ze vaak.

Een zelfverklaarde feminist, altijd een baanbreker — en ook een kritische stem binnen de kerk zelf. Ze noemde de leiding vroeger regelmatig ‘taai’ en ‘onsamenhangend’. En hoewel vrouwen sinds 1992 priesters mochten worden, bleef er lang weerstand bestaan. Sommige geloofsgenoten zagen haar zelfs als een zondaar. Maar zij liet zich niet afschrikken. Haar favoriete metafoor? De kerk is een olifant: traag, sterk, met een dikke huid. En zij? Een vlo: speels, behendig, kwetsbaar — en irriterend genoeg om dingen te doen bewegen.

Theologisch liberaal, ja — maar niet onvoorwaardelijk. Ze steunt het recht op abortus, en was voorstander van het zegenen van homohuwelijken binnen de kerk. Tegelijkertijd sprak ze zich fel uit tegen de euthanasiewet die het Britse parlement vorig jaar aannam: “Als we deze wet goedkeuren, geven we het signaal dat sommige levens volgens ons het leven niet waard zijn.”

Haar opkomst viel samen met een tijd van grote veranderingen: sinds 2003 mogen homo’s en lesbiennes priester worden (onder voorwaarde van celibat), sinds 2014 ook bisschop. Mullally werd één van de allereerste vrouwelijke bisschoppen — en nu breekt ze het laatste glazen plafond: aartsbisschop van Canterbury.

Maar haar nieuwe rol brengt zware verantwoordelijkheden met zich mee. Eén van de grootste uitdagingen? Het herwinnen van vertrouwen na jarenlange kindermisbruikschandalen. Haar voorganger, Justin Welby, trad vorig jaar af na een vernietigend onderzoeksrapport over zijn rol in de afwikkeling daarvan. Mullally heeft zich altijd open en scherp uitgesproken over misbruik — en pleitte keer op keer voor transparantie, eerlijkheid en diepgaande hervorming. Dat maakte haar misschien juist tot de meest voor de hand liggende keuze.

En dan is er nog de wereldwijde dimensie: als aartsbisschop van Canterbury is ze niet alleen het spirituele hoofd van de Church of England, maar ook ceremonieel leider van de hele anglicaanse gemeenschap — zo’n 85 miljoen mensen wereldwijd. Daar zit de spanning: terwijl de kerk in Engeland steeds progressiever wordt, zijn veel anglicaanse kerken in Afrika en Noord-Amerika sterk conservatief. De aanstelling van lesbische priesters, vrouwelijke bisschoppen — en nu ook een vrouwelijke aartsbisschop — heeft al eerder tot grote wrijving geleid. De Global Fellowship of Confessing Anglicans (een conservatieve groep met steun in Azië en Afrika) sprak eerder zijn “droefenis” uit over haar benoeming en noemde het een teken dat de Church of England “het gezag om de kerk te leiden heeft opgegeven”.

Toch is er ook steun: de aartsbisschop van Kaapstad reageerde bijvoorbeeld verheugd op het nieuws en sprak van een “opwindende ontwikkeling”.

De taak voor Mullally is enorm: een diep verdeelde wereldwijde kerk bij elkaar houden, zonder compromissen op ethiek en gerechtigheid — en zonder het vertrouwen van de mensen kwijt te raken.

Bekijk origineel artikel

Auto’s botsen op elkaar in Deurne: wat gebeurde er precies?

Twee auto’s zijn woensdagochtend tegen elkaar gebotst op de Schalkertweg in Deurne — precies bij de afrit van een viaduct. Gelukkig is niemand gewond geraakt, maar het ongeval zorgde wel voor wat vertraging en nieuwsgierigheid bij voorbijgangers. De reden waarom de auto’s met elkaar in botsing kwamen, is nog onduidelijk. De politie is aan het onderzoek om uit te vinden wat er nou eigenlijk gebeurd is.

Bekijk origineel artikel

Waarom heb je je locatie uitgezet?

Of: hoe ‘Zoek mijn vrienden’ ongemerkt de vriendschap op scherp zet

Je kent dat wel: je ziet op je scherm dat een vriendin net langs de koffiebar is gelopen, of dat je maat nog steeds in het café zit waar jullie vanochtend afspraken. Op het eerste gezicht handig – maar voor veel mensen voelt het ook… een beetje veel.

Maxime bijvoorbeeld vindt het delen van haar live locatie via de app Zoek mijn vrienden best indringend. “Ik wil niet dat mensen altijd weten waar ik ben.” Met haar partner deelt ze haar locatie wel – vooral voor veiligheid, zoals als hij wat heeft gedronken en ze hem even in de gaten wil houden. Maar met vriendinnen? Daar ligt het anders. “Dan krijg je ineens een berichtje: ‘Ik zie dat je hier bent, zullen we een drankje doen?’ En dan kan ik niet zomaar nee zeggen.” Precies daar schuurt het: wat begint als een handige functie, kan zich in de praktijk ontwikkelen tot sociale druk.

Wie zijn locatie wél deelt, geeft anderen letterlijk een kijkje in zijn dag. Wie het niet doet, moet zich soms verantwoorden. “Er is ook wel eens aan mij gevraagd: waarom deel jij je locatie niet?” zegt Maxime. “Maar mij boeit het gewoon niet zo. Als ik na een avond uit naar huis ga, zet ik liever even mijn live locatie aan via WhatsApp – vijftien minuten, prima. Maar de hele dag? Dat vind ik echt onnodig.”

Wanneer ‘handig’ ineens ‘opdringerig’ wordt

Esther Hammelburg, onderzoeker en hoofddocent aan de Hogeschool van Amsterdam, vindt dat gevoel heel begrijpelijk. “Het kan voelen als een ingreep op je persoonlijke autonomie”, legt ze uit. “Dat andere mensen altijd kunnen zien waar je bent, doet iets met hoe vrij je je beweegt.”

Tegelijkertijd begrijpt ze waarom steeds meer mensen hun locatie wél delen: vaak om redenen die heel menselijk zijn – veiligheid, gemak, verbondenheid. “Je laat mensen toe in je persoonlijke leven”, zegt ze. “Dat kan heel intiem zijn.” Maar de keerzijde? Vragen als “Waarom stond je locatie uit?”, “Waarom deel je die niet met mij, maar wel met anderen?” – die raken ineens aan uitsluiting of wantrouwen. En dat terwijl het allemaal begon met een knopje op je telefoon.

Een illusie van veiligheid?

Hammelburg waarschuwt ook: live locatie delen maakt je niet automatisch veiliger. “Het kan juist een illusie van veiligheid geven”, zegt ze. “Op bepaalde momenten is het handig als iemand kan zien waar je bent, maar het betekent niet dat er niks kan gebeuren. En ik vraag me af of we ons op termijn niet juist onterecht onveiliger gaan voelen als onze telefoon leeg is.”

Haar belangrijkste advies? Duidelijke afspraken. Niet alleen tussen vrienden, maar ook tussen ouders en kinderen. “Je ziet dat systemen waarmee we elkaar in de gaten houden steeds normaler worden in ons dagelijks leven. Dat kan behulpzaam zijn, maar ook controlerend. Het belangrijkste is dat je het met elkaar bespreekt: waarom zetten we dit aan, wanneer kijken we, en wat verwachten we van elkaar?”

Voor sommigen is het gewoon ‘chill’

Voor Julide en Ziewa is locatie delen al lang onderdeel van hun vriendengroep. Julide deelt haar locatie met negen mensen – allemaal dichtbij in haar vriendenkring. “Op een feestje of in de stad is het handig dat we elkaar kunnen vinden. En als er iets is, kunnen we elkaar makkelijker bereiken.” Ook praktisch: ze werkt in een gedeeld pand met één sleutel, en dan is het fijn om te zien of er al iemand op kantoor is. “Ik kijk bijna nooit – misschien twee of drie keer per week, en dan meestal voor zoiets praktisch.”

Toch merkte ze wel een klein moment van verrassing toen een vriendin haar locatie uitzette. “Toen dacht ik even: huh? Maar ik maak daar uiteindelijk geen probleem van. Als iemand het niet wil delen, dan is dat zo.”

Ziewa vindt het vooral ‘chill’ dat ze spontaner met elkaar kunnen afspreken. “Als Julide in de buurt is, ga ik soms even langs. Op festivals is het ook handig als je elkaar niet kunt bereiken.” Ze benadrukt: “We zijn open. Dus als ik mijn locatie deel, mag je altijd weten waar ik ben – maar alleen met heel goede vrienden. Het gaat natuurlijk ook om een stukje vertrouwen.”


Bekijk origineel artikel

Componist van ‘The Lion King’-opening eist miljoenen van Zimbabwaanse komiek — allemaal om één grappig antwoordje

De beroemde openingszin van The Lion King — “Ingonyama nengw’ enamabala” — klinkt meteen plechtig en diepzinnig. En terecht: in het Zulu (één van de officiële talen van Zuid-Afrika) betekent die zin letterlijk: “Eer aan de koning, wij knielen voor de koning.” Dat was ook precies de bedoeling van componist Lebohang Morake en Disney.

Maar toen Zimbabwaanse komiek Learnmore Mwanyenyeka — beter bekend onder zijn artiestennaam Learnmore Jonasi — die zin in een YouTube-podcast hoorde, reageerde hij volkomen anders. Gevraagd naar de betekenis, zei hij droogjes: “Kijk, daar is een leeuw, oh mijn god.” De twee interviewers barstten meteen in lachen uit — want ze hadden net nog serieus over de culturele lading van de tekst zitten praten.

Morake vond het echter geen grapje. Volgens hem heeft Jonasi de culturele betekenis van de tekst opzettelijk afgebroken door hem te presenteren als een soort naïeve, platvloerse observatie — alsof ‘ingonyama’ gewoon ‘leeuw’ zou betekenen, zonder enige symbolische lading. En dat is volgens de componist niet waar: in de Afrikaanse traditie staat ‘leeuw’ hier duidelijk voor ‘koning’, een metafoor die diep geworteld is in de cultuur.

Daarom heeft Morake een klacht ingediend bij de rechtbank in Los Angeles (waar hij woont). Hij beweert dat Jonasi’s uitspraak schade heeft toegebracht aan zijn professionele imago én aan zijn relatie met Disney. En dus eist hij 20 miljoen dollar voor zakelijke schade — plus nog eens 7 miljoen dollar als persoonlijke genoegdoening.

Terwijl hij dit doet, blijft Jonasi kritisch maar respectvol: hij noemt zichzelf een groot fan van zowel het nummer als de componist. Toch haalt hij ook andere punten aan — zoals het feit dat de leeuwen in de film Amerikaans praten, terwijl een aap plotseling een ‘Afrikaans accent’ krijgt. Een beetje inconsequent, vindt hij.

Bekijk origineel artikel