Politieke partijen op de vingers getikt voor gerichte online campagnes

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van volgende week heeft de privacywaakhond, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), zo’n veertig mogelijke overtredingen van de reclameregels door politieke partijen ontdekt. Die partijen hebben daarom een waarschuwing in de bus gekregen.

Het probleem zit ‘m in gerichte politieke advertenties online. Volgens de AP snappen veel partijen, zowel lokaal als landelijk, de Europese regels die vorig jaar ingingen niet goed. Die regels zeggen: je mag kiezers alleen gericht benaderen als zij daar zelf uitdrukkelijk toestemming voor hebben gegeven. En volgens de AP ontbreekt die toestemming vaak. Partijen die de regels negeren, riskeren een boete.

Met gerichte advertenties krijgen gebruikers specifieke politieke boodschappen te zien, zonder dat duidelijk is waaróm juist zij die zien of hoe hun gegevens worden gebruikt om ze te bereiken. Opvallend: de advertenties duiken ook op op platforms die zeggen een verbod op politieke reclame te hebben. De AP noemt geen namen, maar deze week was bijvoorbeeld te zien dat op Facebook en Instagram gewoon politieke advertenties verschijnen.

Sinds oktober zijn de regels voor online adverteren flink aangescherpt. Het doel? Jouw persoonsgegevens beschermen, buitenlandse beïnvloeding bij verkiezingen tegen gaan, en zorgen voor meer transparantie. Zo moet altijd duidelijk zijn waarom je een advertentie ziet en wie de afzender is. Dit geldt trouwens niet alleen online, maar ook voor campagnes op straat, tv en radio.

Veel sociale mediabedrijven klaagden dat de nieuwe voorwaarden te ingewikkeld en onduidelijk waren. Sommige zeiden dat politieke advertenties al niet mochten, of besloten er maar helemaal mee te stoppen.

Monique Verdier, vicevoorzitter van de AP, benadrukt het belang van dit toezicht: “We hebben elders gezien dat mensen in de aanloop naar verkiezingen op grote schaal gemanipuleerd kunnen worden door dit soort gerichte advertenties.” Ze verwijst naar bijvoorbeeld Roemenië in 2024, waar buitenlandse inmenging via TikTok plaatsvond. “Daar werden persoonlijke gegevens misbruikt, wat leidde tot een privacyschandaal en de democratie ondermijnde.”

Bekijk origineel artikel

ZLTO ziet hoop voor boeren na stikstoftoestemming ASML

De Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) is opgelucht en positief over de bijzondere stikstofvergunning die is afgegeven voor de groei van chipgigant ASML in Eindhoven. Woensdag kreeg het bedrijf groen licht om uit te breiden op de Brainport Industries Campus, waar de komende jaren duizenden nieuwe banen bijkomen.

Voor de ZLTO is dit een belangrijk signaal. “Het laat zien dat er, met de juiste afspraken, toch beweging mogelijk is in het vastgelopen stikstofdossier,” zegt een woordvoerder. In Brabant is het normaal gesproken ontzettend moeilijk om zo’n vergunning te scoren, waardoor zowel bouwprojecten als boerenbedrijven vaak stil komen te liggen. De natuur in de provincie heeft het zwaar door een teveel aan stikstof.

ASML kreeg het voor elkaar door de zogenaamde ADC-toets te doorstaan. Die toetst of er geen alternatieven zijn, of er een groot maatschappelijk belang speelt en of er voldoende compenserende maatregelen zijn. De provincie is overtuigd dat ASML aan alle voorwaarden voldoet.

De landbouworganisatie hoopt nu dat deze aanpak een voorbeeld wordt. “De uitbreiding van ASML is cruciaal voor de regio en Nederland. Wij zien dat belang volledig,” aldus de ZLTO. “Maar we hopen en verwachten dat deze manier van kijken ook voor onze sector wordt gebruikt. De productie van voedsel is immers ook van groot maatschappelijk belang.” Ze roept het provinciebestuur op: “Trek deze lijn door en zoek ook voor boeren en tuinders naar ruimte voor toekomstbestendige bedrijven.”

Niet iedereen is even enthousiast. Natuurmonumenten maakt zich zorgen, omdat de natuur al overbelast is. Zij zeggen dat de compensatie van ASML weliswaar extra schade voorkomt, maar niet bijdraagt aan het herstel van de Brabantse natuur. Milieuorganisatie MOB houdt de boot af: ze willen eerst de vergunningdetails bestuderen voordat ze beslissen of ze eventueel in beroep gaan.

Bekijk origineel artikel

Online je medicijnen bestellen: hoe makkelijk mag het zijn?

Steeds meer mensen in Nederland klikken tegenwoordig hun medicijnen gewoon online in huis. Via platforms zoals Fellos en Wellis kun je behandelingen scoren voor dingen als haaruitval, problemen in de slaapkamer of wat kilo’s kwijtraken. Het bijzondere? Je kunt een recept krijgen zonder dat je ooit echt in de spreekkamer hebt gezeten. Hoe kan dat, en is dat eigenlijk wel toegestaan?

Als je bij zo’n site medicijnen wilt bestellen, begin je met een digitale vragenlijst. Een arts bekijkt daarna jouw dossier. Als die arts denkt dat een behandeling verantwoord is, krijg je een recept. De medicatie bestel je via hetzelfde platform en ligt vaak de volgende dag al op de deurmat. In veel gevallen spreek of zie je de arts dus nooit live; het contact verloopt volledig via formulieren of berichtjes.

Wellis, dat in Hapert zit, zegt dat dit een bewuste keuze is om zorg makkelijker bereikbaar te maken. Volgens het bedrijf doorlopen patiënten eerst een medische intake en kunnen de artsen gegevens inzien via het Landelijk Schakelpunt (LSP). “Alleen als aan alle medische voorwaarden is voldaan en er geen bezwaren zijn, schrijft de arts een recept uit,” vertelt arts Diego Keijzer van Wellis.

Toch maken zorgverleners zich zorgen. Huisarts Christian de Groot snapt dat de drempel naar de huisarts soms hoog voelt, maar hij ziet ook risico’s. “Een vragenlijst kan handig zijn, maar vervangt nooit een echt gesprek of lichamelijk onderzoek.” Hij waarschuwt dat onderliggende gezondheidsproblemen zo over het hoofd kunnen worden gezien. “Bij erectieproblemen kan bijvoorbeeld een hartkwaal meespelen. Als je alleen een formulier invult, mis je soms cruciale signalen.”

Wat zegt de wet eigenlijk?
Volgens de Geneesmiddelenwet mag het eigenlijk niet: medicijnen via internet voorschrijven aan patiënten die je nooit in het echt hebt gezien. Tijdens corona werd dit tijdelijk soepeler gemaakt, om contact te beperken. Die tijdelijke regeling is inmiddels afgelopen, maar er geldt nu een beleidsregel die online voorschrijven onder voorwaarden toestaat. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vindt het zorgelijk dat mensen zo aan receptmiddelen komen. Het wordt extra ingewikkeld als medicijnen via artsen uit het buitenland worden voorgeschreven en hier geleverd, omdat dan verschillende toezichthouders in verschillende landen betrokken zijn.

Wellis houdt vol dat ze zich netjes aan de regels houden. Alle recepten zouden worden uitgeschreven door BIG-geregistreerde artsen en de medicatie komt van een geregistreerde Nederlandse apotheek onder toezicht. Het platform ziet voordelen: mensen die anders geen hulp zouden zoeken, komen zo toch aan een behandeling, en het ontlast de huisarts met eenvoudige vragen.

Huisarts De Groot relativeert dat: “Digitale zorg kan een mooie aanvulling zijn, maar mijn advies blijft: ga gewoon naar de huisarts. We zien situaties waarin mensen medicatie bestellen op recept uit bijvoorbeeld Turkije, zonder dat wij dat weten. Dat kan gevaarlijke situaties opleveren als wij daarna iets anders voorschrijven.”

Bekijk origineel artikel

Golfstaten willen praten, maar de grote spelers blijven vechten

De Verenigde Staten, Israël en Iran zitten nog volop in de oorlogsmodus met aanvallen over en weer. De Golfstaten, die zich al hebben moeten verdedigen tegen duizenden drones en raketten, willen liever vandaag dan morgen een eind aan de oorlog door onderhandelingen.

De Amerikaanse minister van Defensie Hegseth zei gisteren nog dat het “de meest intense dag” van de luchtaanvallen in Iran zou zijn. De VS en Israël zullen “overtuigend winnen”, beweerde hij. Iraanse leiders sluiten op hun beurt onderhandelingen uit. De voorzitter van het Iraanse parlement zegt dat het land “absoluut niet op zoek is naar een staakt-het-vuren”. “We vinden dat de agressor een klap in zijn gezicht moet krijgen, zodat hij nooit meer zal overwegen ons geliefde Iran aan te vallen.”

Oorlog voeren op meerdere fronten

De oorlogstaal wordt in de regio kracht bijgezet door voortdurende aanvallen. Iran valt daarbij niet alleen Israël en Amerikaanse militaire bases in de Golfregio aan, maar ook burger- en commerciële doelen in de Golfstaten. Vandaag waren schepen in de Perzische Golf doelwit van Iran, evenals de luchthaven van Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten. Daarnaast viel Iran olie-installaties in Saudi Arabië aan.

Iran kondigde verder aan dat het banken en andere financiële instellingen in het Midden-Oosten gaat aanvallen, als vergelding voor Amerikaans-Israëlische aanvallen op banken in Iran.

Economische ader dichtgeknepen

Daarnaast is de smalle en economisch belangrijke Straat van Hormuz al dagen de facto afgesloten door de dreiging van Iraanse drones en raketten. Normaal passeren dagelijks ongeveer 160 handelsschepen, inclusief tankers met vloeibaar gas en olie, de zeestraat. Maar nu gebeurt dat nauwelijks meer. Met stijgende energieprijzen tot gevolg.

Met raket- en droneaanvallen laat het Iraanse regime zien dat het ook op dag twaalf van de oorlog nog kan terugslaan, ondanks de massale bombardementen door Israël en de Verenigde Staten op militaire doelen in Iran. Volgens bronnen hebben de Amerikaanse aanvallen al ruim 5,6 miljard dollar aan munitie gekost.

Twijfel in Washington, wanhoop in de Golf

The New York Times schrijft dat sommige functionarissen binnen de regering-Trump steeds pessimistischer worden, omdat ze geen duidelijke strategie zien om de oorlog te beëindigen. Ook waren er militair adviseurs die al voor de oorlog waarschuwden dat Iran agressief en fel zou reageren op een Amerikaans-Israëlische aanval, hoewel er ook adviseurs waren die dachten dat de oorlog snel ten einde zou zijn als de kopstukken van het Iraanse regime waren uitgeschakeld.

In de praktijk blijkt dat Iran nu veel agressiever reageert dan tijdens de twaalfdaagse oorlog in juni vorig jaar. Toen vielen de VS en Israël met name het nucleair programma aan. Iran reageerde met afgemeten salvo’s raketten en drones op Amerikaanse militaire bases en Israël. Hegseth erkende gisteren dat de felle reactie van Iran tegen zijn buurlanden het Pentagon enigszins had verrast.

Volgens Midden-Oostendeskundige Paul Aarts roepen de Golfstaten steeds luider om diplomatie. “Iran lijkt een slimme strategie te voeren en er misschien wel voor te zorgen dat de Golfstaten nog veel meer druk gaan zetten op president Trump om te stoppen met de oorlog.”

Geen duidelijk Amerikaans plan

Uit toespraken en interviews van Trump blijkt geen duidelijke Amerikaanse strategie. De doelen van de oorlog leken de afgelopen anderhalve week fluïde. Trump had het al eens over regime change, het treffen van het nucleaire programma, maar ook over het vernietigen van raketten en raketinstallaties.

Ook over de duur van de militaire actie kwamen vanuit het Witte Huis wisselende signalen. Eerst zou de oorlog een dag of vijf duren, later werden het enkele weken en maandag zei Trump dat de oorlog voorbij is als Iran de VS, Israël of hun bondgenoten niet meer kan aanvallen.

In de Amerikaanse politiek is ook kritiek op de oorlog, met name vanuit de Democratische Partij. Senator Chris Murphy plaatste na een briefing een bericht op X waarin hij de oorlogsstrategie onsamenhangend en onvolledig noemde.

Wereldwijde gevolgen

De gevolgen zijn wereldwijd voelbaar in de olieprijs en mogelijke tekorten, aangezien de luchtvaartmaatschappijen Qatar Airways, Etihad en Emirates samen goed zijn voor zo’n 13 procent van het wereldwijde vrachtvervoer via de lucht. Ook dit lijkt de Amerikaanse regering te hebben onderschat, schrijft The New York Times.

Waarschuwingen van adviseurs dat Iran over zou kunnen gaan tot economische oorlogsvoering door scheepvaartroutes te blokkeren, werden in de wind geslagen. Trump zou die waarschuwingen volgens de krant hebben gebagatelliseerd als een kortetermijnprobleem dat de missie om het Iraanse regime te onthoofden niet mocht overschaduwen.

Gisteren herhaalde Qatar nog eens dat diplomatie de enige manier is om de oorlog te stoppen. Maar vooralsnog geven Iran, de Verenigde Staten en Israël er geen blijk van dat ze daar al aan toe zijn.

Bekijk origineel artikel

Joy Beune vs. Jenning de Boo: ‘Hij gaat pijn lijden’ in ludieke 3 km-strijd

De uitdaging: van grapje naar serieuze race

Wat begon als een appje en een geintje, is nu een echte afspraak op het ijs. Sprinter Jenning de Boo daagde regerend wereldkampioene op de 3 kilometer, Joy Beune, uit. Hij appte dat hij haar wel kon verslaan. Zij antwoordde: “Ik denk van niet.” Vanavond in Leeuwarden gaan ze het uitvechten. Het blijft ludiek, maar het eergevoel van beide topschaatsers zorgt ervoor dat ze er vol voor gaan.

De analyses: kracht versus souplesse

Voormalig topsprinter Stefan Groothuis ziet het spannend worden. “Als De Boo wil winnen, zal hij echt diep moeten gaan. Hij gaat pijn lijden,” zegt hij tegen RTL Nieuws. Groothuis, zelf olympisch kampioen op de 1000 meter, zet de verschillen op een rij:
* Jenning de Boo (22) is een “pure sprinter”, een “power house” en een “krachtsprinter”. Hij blinkt uit op de 500 en 1000 meter, maar heeft nog nooit een 3 kilometer gereden. “De benen van sprinters lopen vast als de afstand toeneemt,” aldus Groothuis.
* Joy Beune is gemaakt voor de lange afstand. “Die danst over het ijs. Het gaat op kracht én souplesse.”

De grote vraag is volgens Groothuis of De Boo zijn machtige slag kan volhouden of dat het “harken en ploeteren” wordt.

De kemphanen aan het woord

Beide schaatsers nemen de uitdaging serieus. Op Instagram schrijft Joy Beune: “Hij denkt dat hij me kan verslaan… maar zo makkelijk geef ik mijn titel als regerend wereldkampioen op deze afstand natuurlijk niet weg.”
In een stuk in het AD zegt Jenning de Boo: “Ik hoop haar te kunnen verslaan. Ik heb het fysieke voordeel, de kracht. Maar zij heeft een lading ervaring. Ik hoop dat ik het spannend kan maken.”
Beune is duidelijk niet van plan het hem makkelijk te maken: ze hoopt dat De Boo ‘dood gaat’ – schaatsjargon voor compleet leeglopen.

Waar en wanneer kijken?

De race vindt plaats vanavond om 21.25 uur in Thialf, Leeuwarden. Iedereen kan meegenieten via een livestream op YouTube. Daarnaast geeft Beunes vriend, schaatser Kjeld Nuis, live commentaar via zijn Instagram-kanaal.

Bekijk origineel artikel

Dure witwasaanpak schiet vooral mis, blijkt uit pijnlijk rapport

Dat is de schrijnende conclusie van de Algemene Rekenkamer. Banken, toezichthouder DNB, opsporingsdienst FIU en de ministers van Justitie en Financiën hebben allemaal een aandeel in het falen van de witwasbestrijding.

Banken zijn verplicht om ‘ongebruikelijke transacties’ – overboekingen of stortingen die verdacht kunnen zijn – te melden bij de FIU. DNB is daar de laatste jaren superstreng op geweest. Bijna alle grote banken kregen op hun kop omdat ze te weinig deden. ING en ABN Amro kregen megaboetes, andere banken moesten jarenlang verbeteren.

Het gevolg? Banken hebben nu 13.000 mensen werken aan anti-witwassen, wat jaarlijks 1,6 miljard euro kost. Het aantal meldingen schiet door het dak: meer dan een half miljoen per jaar. Maar of dat echt helpt? Niemand die het weet. De Rekenkamer kon zelfs niet achterhalen hoe vaak witwassen daadwerkelijk wordt opgespoord.

Kwaliteit laat te wensen over

De meldingen zijn vaak niet goed. Het lijkt vooral te draaien om aantallen, niet om kwaliteit. Dat komt deels door DNB, zegt de Rekenkamer. De toezichthouder is zo streng dat banken vooral heel breed controleren, zonder goed op risico’s te letten. Resultaat: een enorme berg meldingen, maar niet per se de goede. “Dit draagt niet bij aan het voorkomen of opsporen van witwassen.”

Ook DNB zelf controleert niet of zijn eigen toezicht wel werkt. De FIU kijkt op zijn beurt ook niet naar de kwaliteit van de binnenkomende meldingen en houdt de administratie niet goed bij. Ze weten zelfs niet welke meldingen ze níét hebben bekeken.

Politiek schiet tekort

Er zijn sinds 2019 drie verbeterprogramma’s opgesteld, maar het is “onduidelijk wat de resultaten zijn”. Het beleid is dus niet effectief en niet efficiënt. En de gevolgen voor burgers en bedrijven kunnen groot zijn.

Oneerlijke gevolgen voor bepaalde groepen

Vooral mensen met een buitenlands klinkende achternaam worden veel vaker gecontroleerd. Er kunnen goede redenen zijn, bijvoorbeeld omdat sommige landen op risicolijsten staan. Maar of dat het enorme verschil verklaart, is niet vast te stellen. De Rekenkamer ziet aanwijzingen voor discriminatie.

Ook moskeeën en migrantenkerken geven aan veel meer last te hebben van bankvragen over transacties. Soms worden rekeningen zomaar gesloten of kan er geen rekening geopend worden. Rond de ramadan krijgen moskeeën vaak lastige vragen over contante stortingen van collectegeld. Dit is een bekend probleem; ING bood vorig jaar zelfs excuses aan aan klanten met een migratieachtergrond.

Tijd voor een nieuwe aanpak

Volgens de Rekenkamer moeten DNB en FIU nu echt gaan sturen op kwaliteit, niet op kwantiteit. Ze moeten ook modernere analysetechnieken gebruiken om beter te zien wat hun beleid doet met banken en klanten.

De ministers van Justitie en Financiën moeten nog dit jaar aan de Kamer uitleggen hoe de aanpak concreet risicogericht kan worden. Kortom: het is tijd om scherp te schieten, en niet met hagel.

DNB laat in een reactie weten met de aanbevelingen aan de slag te gaan.

Bekijk origineel artikel