PSV-sterrenteam raakt record kwijt: ‘Gingen voor elkaar door het vuur’
PSV staat op het punt om zich – bijna zeker – te kronen tot de vroegste kampioen in de geschiedenis van de Eredivisie. Dat oude record staat al sinds het seizoen 1977/1978 op naam van de Eindhovense club: op 8 april 1978 werd PSV kampioen. Twee spelers uit dat legendarische team, Ernie Brandts uit Eindhoven en Toine van Mierlo uit Soerendonk, kijken met veel gevoel terug op die historische periode.
“Wij hadden spelers met énorme kwaliteiten, maar vooral waren we één hecht team”, zeggen ze allebei. Brandts, die net van De Graafschap naar PSV was gekomen, had een fenomenale start: naast de landstitel haalde hij dat jaar ook de UEFA Cup, en later met Oranje de WK-finale. “Ons team ging letterlijk voor elkaar door het vuur – dat had trainer Kees Rijvers prachtig geregeld. We hadden jongens met snelheid, met actie, en anderen die een man gewoon konden uitschakelen. Van jong tot oud: niemand deed gekke dingen.”
En het klikte niet alleen op het veld. “We gingen wel eens gezellig eten met de groep. Maar als René van de Kerkhof om tien uur zei: ‘Tijd om naar huis’, dan ging iedereen rustig weg.”
Zo sterk het seizoen ’77/’78 ook was, zo moeilijk verliep het eropvolgende jaar. “Als iemand in het titelseizoen even niet bij de les was, pakten de anderen dat direct op. Maar een jaar later slopen onbewust wat gemakzucht en afgeleidheid binnen. Na al die successen – en zes PSV-spelers in de WK-finale – hadden we maar een paar weken vakantie. Te weinig om goed te herstellen. We leefden in een roes, werden overal uitgenodigd… en de focus op het voetbal gleed even weg.”
Het record van ‘vroegste kampioen’ gaat dus verloren – maar Brandts maakt zich daar geen zorgen over. “Dat zijn maar letters in een boek, dat doet me niks. Chapeau dat het wordt verbroken – en zeker omdat het weer PSV is. Die club gun ik het meest. Het huidige PSV vind ik ook een sterk team, met een goede coach. Iedereen weet precies wat hij moet doen.”
Toine van Mierlo (68), geboren in Soerendonk, maakte in datzelfde seizoen zijn debuut tegen Sparta – en speelde ook in de laatste competitiewedstrijd. “Ik zat bij de beloften en volgde tegelijkertijd de pedagogische academie: van half negen tot half vijf op school, daarna trainde ik bij de tweede ploeg. Voor mijn debuut nam Kees Rijvers me geweldig op – een echte vaderfiguur die alle druk bij me wegnam. Een goede trainer is essentieel, dat zie je nu ook weer met Peter Bosz.”
Van Huub Stevens tot René en Willy van de Kerkhof: Van Mierlo genoot van het voetballen tussen allemaal sterren. “De selectie was geweldig – een heel ander niveau dan bij de beloften. Mijn beste ploeggenoot? Willy van der Kuijlen was ongelofelijk in partijvormen, zijn schot en kapbewegingen waren uniek. En Jan van Beveren vergeet ik zeker niet: één van de beste doelmannen die Nederland ooit heeft gehad.”
Met PSV pakte hij de titel én de UEFA Cup – maar hij voelt zich niet echt een sleutelfiguur in die successen. “Toen er onlangs een reünie werd georganiseerd, wilde ik eerst niet gaan. Met maar twee wedstrijden leek mijn bijdrage bijna nihil. Maar mijn oud-ploeggenoten wilden me absoluut hebben: ‘Je hoort erbij.’ En ja, het was geweldig om al die gasten weer eens te zien.”
Verstappen wil in Shanghai eindelijk weer voorin meedoen
Max Verstappen eindigde afgelopen weekend in Australië als zesde, nadat hij na een crash in de kwalificatie helemaal vanaf plaats twintig moest beginnen. Een flinke inhaalrace dus — maar ook een duidelijk signaal dat er nog wat moet gebeuren voordat hij weer regelmatig mee kan doen om de overwinning.
In Shanghai staat de eerste sprintrace van het seizoen op het programma, en dat betekent: extra punten te verdienen én minder tijd om de auto perfect af te stemmen. “Dat betekent dat we minder tijd hebben om aan de afstelling van de auto te werken, dus we moeten zorgen dat we meteen goed van start gaan.”
En dan is er nog die nieuwe motor — half elektrisch aangedreven — waar Verstappen al eerder geen geheim van maakte dat hij er niets mee heeft. Ook na zijn opzwepende race in Melbourne zag hij geen reden tot optimisme. “Ik zie ze niet”, liet hij kort en krachtig weten.
Sportminister Iran zegt nee tegen WK in VS – “Geen deelname onder welke omstandigheid dan ook”
De Iraanse sportminister Ahmad Donjamali heeft duidelijk gemaakt dat Iran niet mee zal doen aan het wereldkampioenschap voetbal in 2026, dat wordt gehouden in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. En dat geldt vooral voor de wedstrijden in de VS – waar Iran’s hele groepsfase gepland staat.
In een tv-interview legde Donjamali uit waarom: “Sinds deze corrupte regering onze leider heeft vermoord, zijn er onder geen enkele omstandigheid voorwaarden om deel te nemen aan het WK.” Hij verwijst daarmee naar de spanningen rond de oorlog in het Midden-Oosten en noemt de situatie zo ernstig dat Iran binnen acht of negen maanden twee oorlogen opgelegd zou zijn gekregen, met duizenden doden als gevolg.
Interessant genoeg liet FIFA-baas Gianni Infantino eerder vandaag weten dat de Amerikaanse president Trump wel openstaat voor Iran’s deelname – ondanks alle politieke spanningen. Iran is ingedeeld in groep G, samen met België, Egypte en Nieuw-Zeeland. Alle groepswedstrijden van het Iraanse team staan gepland in de Verenigde Staten, met de eerste op 16 juni tegen Nieuw-Zeeland in Los Angeles.
En ja: er is zelfs een (theoretische) kans dat Iran en de VS elkaar tegenkomen in de achtste finales – maar alleen als beide landen als tweede eindigen in hun eigen poule. Voorlopig lijkt die wedstrijd echter meer een scenario uit een boek dan een reële mogelijkheid.
Iedereen in huize Van Rooij is gek op paarden: ‘Gedreven en gepassioneerd’
Een echte paardengezin – dat is familie Van Rooij uit Sint-Michielsgestel. Vader Arthur (55) kreeg de liefde voor paarden al op vijfjarige leeftijd meegekregen, en die passie heeft hij met volle overtuiging doorgegeven aan zijn drie dochters. En ja, het is geen overdrijving: in hun huis draait alles om paarden. Zelfs tijdens het eten of in de zeldzame momenten van rust wordt er alleen maar over paarden gepraat. Geen koetjes en kalfjes, maar wel over jonge paarden, komende wedstrijden en tips voor betere dressuuroefeningen.
“Het gaat bij ons alleen maar over paarden”
Zussen Sofie (18) en Evi (21) lachen er zelf om: “Bij ons aan de keukentafel gaat het écht alleen maar over paarden.” En dat klopt. Vader Arthur is de oorspronkelijke ‘paardenvirus’-verspreider in huis. Zijn eigen vader was ruiter, de hele familie reed – en Arthur stopte nooit meer. Vroeger sprong hij en crossde hij, maar de laatste jaren richt hij zich volledig op dressuur. Net als zijn dochters Nina, Sofie en Evi. Ook zijn vrouw speelt een cruciale rol in de paardenwereld van het gezin.
Arthur combineert zijn passie met zijn beroep als kapper – en dat doet hij al jaren met een indrukwekkend cv, vol prijzen in binnen- en buitenland. Die winnaarsmentaliteit herkent hij ook bij zijn meiden: alle drie hebben ze al medailles gewonnen op het Europees kampioenschap. “Je kunt lekker de bossen in gaan met je paard,” zegt Arthur, “maar wij willen presteren. We willen laten zien wat we kunnen. Ze zijn gedreven, gepassioneerd – en gaan echt tot het uiterste.”
Gezonde concurrentie, geen rivaliteit
Wat opvalt? Er is geen sprake van onderlinge rivaliteit – zelfs niet als ze tegen elkaar rijden op wedstrijden. “Het is een gezonde strijd,” vertellen ze. “En we gunnen het elkaar echt.” Het is puur paardenpraat: hoe gaat het met de jonge paarden? Naar welke wedstrijd gaan we? Wat werkt wel en wat niet? Alles wordt gedeeld, besproken, bekeken – vaak terwijl ze samen naar wedstrijdbeelden kijken.
Evi: van bedrijfskunde naar Grand Prix-dromen
Evi (21), net afgestudeerd in Bedrijfskunde, is nu fulltime bezig met de paardensport – maar niet meer thuis bij de zeven paarden van de familie. Ze werkt nu bij een andere stal, waar ze de hele dag tussen de paarden door kan leven. “Toen ik mijn paard kreeg, was hij nog ‘onbeleerd’. Nu, anderhalf jaar later, is het geweldig om te zien wat je een paard kunt leren. Je bouwt een band op, je leert vertrouwen. Maar je moet engelengeduld hebben – misschien mijn zwakste punt. Dan tel ik tot tien… en begin ik opnieuw.”
Haar ultieme doel? De Olympische Spelen. Daarvoor liggen nog veel stappen: zich blijven ontwikkelen op dressuurgebied, paarden opleiden, Grand Prix halen – en uiteindelijk meemeten met de allerbeste ruiters ter wereld.
Sofie: mbo, hard werken en een dansende paardennaam
Sofie, drie jaar jonger dan Evi, wil na haar MBO-opleiding dezelfde weg inslaan. “Het is hard werken, en er gaat veel tijd in zitten,” erkent ze, terwijl ze rustig op haar paard Juan Tango B zit. “Maar als we op een wedstrijd kunnen laten zien waar we voor trainen, dan geeft dat een geweldig gevoel.” En die naam? “Die heb ik niet zelf bedacht – de fokker deed dat. Maar het past wel: hij danst letterlijk door de ring.”
Komende week: The Dutch Masters in Den Bosch
En ja – komende week is het zover: zowel Sofie als Evi doen mee aan The Dutch Masters in Den Bosch. “Een prachtige wedstrijd, in een mooie arena,” zegt Sofie. “Voor ons een soort thuiswedstrijd – en een grote eer dat we daar mogen rijden. Ik heb er heel veel zin in.”
Zenuwen? Evi lacht: “Wedstrijdspanning zal er vast wel een beetje zijn. Maar ik vind het vooral leuk. Als mijn paard het spannend vindt, moet ik rust en vertrouwen uitstralen – zodat hij zich op zijn gemak voelt. Ik ben al tevreden als we een mooie, foutloze kür laten zien die perfect past bij de muziek.”
Van Fukushima naar Varkenoord: hoe drie Japanse sterren Feyenoord op de kaart zetten
Dit seizoen draait er bij Feyenoord Vrouwen écht wat – en een groot deel van die energie komt uit Japan. Drie jonge, scherpe en ongelooflijk technische speelsters — Mao Itamura (19), Kokona Iwasaki (23) en Akari Takeshige (23) — zijn inmiddels de onmisbare as van het team. Sinds Feyenoord in 2021 toetrad tot de Eredivisie Vrouwen, is het nooit zo dicht bij Europees voetbal geweest als nu. En vanavond, als Feyenoord om 18.45 uur op Varkenoord landskampioen en koploper FC Twente ontvangt, staan ze weer centraal: Itamura als doelpuntenmachine met een oog voor ruimte, Iwasaki als ‘de stofzuiger’ op het middenveld, en Takeshige als de rustige, intelligente verdediger die het spel van achteraf leest.
Wint Feyenoord van Twente? Dan is het verschil met de leider nog maar één punt. En ja — iedereen weet waar de blik van het publiek als eerste naartoe gaat: naar Itamura. Ze is klein van postuur, maar groot van impact: snelle runs, scherpe steekpassen, en een doelpuntenvreterij die haar al snel tot favoriet maakte onder de Rotterdamse fans.
Hoe kwam het eigenlijk tot stand?
Het begon allemaal met één e-mail — in 2022 — van de JFA Academy Fukushima naar Manon Melis, manager van Feyenoord Vrouwen. De vraag: konden twee speelsters stage lopen? Melis keek naar de beelden… en wist meteen: dit is hoog niveau. Uit die eerste kennismaking groeide een bewuste strategie: Japanse talenten met uitzonderlijk spelinzicht, creativiteit én discipline naar Rotterdam halen. Vorig seizoen was dat Toko Koga — die na anderhalf jaar al vertrok naar Tottenham Hotspur.
“Alle Japanse speelsters bij ons zijn technisch sterk, heel creatief én hebben een ijzeren discipline”, zegt Melis. “Die topsporthouding nemen ze mee naar het hele team. Voor een club die echt wil meedoen om de top drie én Europa, zijn ze de perfecte aanvulling.”
Niet alleen voetbal: ook cultuur, taal en fietsdiefstal
Voor de speelsters is Feyenoord meer dan een club — het is een tussenstation richting een internationale topclub. Maar het was ook een flinke cultuurschok. In Japan is de hiërarchie strak: je spreekt oudere of ervaren speelsters pas aan als zij jou aanspreken, discussiëren met de trainer is niet gebruikelijk.
“Bij het begin keken ze me niet recht aan, maar naar de grond”, zegt trainer Jessica Torny. “Dat hebben ze nu gelukkig afgeleerd.”
Communicatie blijft wel een uitdaging. Alle drie volgen Engelse lessen; Takeshige — die vorig seizoen voor Telstar speelde — is de enige die ook Nederlands leert. “Ik wilde de teammeetings kunnen begrijpen én weten wat mijn teamgenoten zeggen, zodat ik er zelf ook mee kan meedoen.”
En dan zijn er ook die kleine, menselijke momenten:
– Itamura, die vanaf haar dertiende op een voetbalinternaat op het platteland woonde, waar het leven volledig om voetbal draaide: “Hier heb je meer vrijheid. Je kunt met teamgenoten de stad in voor koffie — dat is echt een toevoeging geweest.”
– Iwasaki, die droog opmerkt: “Mijn fiets is onlangs gestolen. Dat zou in Japan niet zo snel gebeuren. Ik wil mijn fiets terug.”
– En de fysieke kant van het Nederlandse spel: “Nederlandse voetballers spelen veel fysieker”, zegt Itamura. Takeshige voegt eraan toe: “Wij denken langer na voordat we passen. Hier wordt veel sneller vooruitgespeeld.”
Twente: geen makkelijke klus
Twente is vanavond geen tegenstander om lichtvaardig mee om te gaan. “Een heel sterk team, er zitten geen slechte speelsters tussen”, zegt Takeshige. Iwasaki ziet het duel op het middenveld als de sleutel: “We moeten snel de bal heroveren — en dat zal niet makkelijk zijn.” Itamura houdt het simpel: “Om te beginnen één doelpunt. Het mogen er meer zijn.”
