Schaatsgrootheden zwaaien af in Thialf: na veel strijd ontstaat vriendschap

Twee weken na de Olympische Spelen zijn de WK allround niet alleen het grote seizoensafsluitertje — ze zijn ook een emotioneel afscheid van twee schaatslegendes. In een vol Thialf namen de Tsjechische Martina Sáblíková (38) en de Japanse Miho Takagi (31) voor het laatst afscheid van het Nederlandse publiek. Beide vrouwen stonden jarenlang hoog in het wereldschaastrankingslijstje, vochten op allroundtoernooien, afstandswedstrijden én op de Olympische Spelen om goud, zilver en brons — en lieten daarbij een indrukwekkende erelijst achter.

“Die waren lastig” — Ireen Wüst over haar grootste concurrente

Ireen Wüst reed jarenlang rechtstreeks tegen Sáblíková, en die duels waren nooit van de lucht. “Die waren lastig. Ik startte altijd snel, zij was van de lange adem. Ik was een soort rode lap voor haar. Als ik haar hoorde, was ik te laat.”

En toch: die strijd maakte alles juist zo waardevol. “Sáblíková was mijn grootste tegenstander. Als ik haar niet had gehad, had ik veel meer titels gewonnen. Maar wij vochten het altijd uit — en dat maakte die overwinningen juist zo mooi.”

De twee waren elkaars tegengestelde: Wüst sterk op de kortere afstanden, Sáblíková een fenomeen op de lange baan. Toch kwamen ze elkaar regelmatig tegen op allroundtoernooien — en dat leverde klassiekers op. Zo won Sáblíková in 2007 op de EK allround de 5.000 meter nadat ze een achterstand van 14 seconden op Wüst had ingehaald. “Toen wisten we: nu is het menens. Gelukkig won ik een week later het WK in eigen huis. Vanaf toen was Sáblíková echt iemand om serieus mee te rekening te houden.”

En hoe ging het verder? “We waren tegenpolen. Zij was goed op de lange afstanden, ik op de kortere. En ja — ze leek niet te verzuuren. En ze is heel aardig. Als je jong bent, wil je per se van elkaar winnen. Maar als je vaak tegen elkaar rijdt, ontstaat er respect. En uiteindelijk zelfs een vriendschap. Dat is het mooie aan sport.”

De alleskunners: Takagi én Sáblíková, elk op hun manier

Schaatstrainer Geert Kuiper, die zowel Sáblíková (kortstondig in 2005, toen ze pas 18 was) als Wüst begeleidde, zag in Takagi de ultieme veelzijdige rijder: “Ze is wereldkampioene sprint én allround — ze kan letterlijk alles aan. Ze pakt zelfs medailles op de 500 meter.”

Voor Sáblíková had Kuiper in eerste instantie twijfels — “Ik zag een breekbaar iemand. Voor haar leeftijd maakte ze veel meters, en ik wist niet of haar enkels dat wel aankonden.” Maar het tegendeel bleek waar: drie olympische gouden medailles, vijf wereldtitels allround, zestien keer WK-goud op afstanden… En dat terwijl ze ook nog eens uitstekend skeeleraar én fietser was. “Ze leek het type dat alleen voor de lange afstanden was gemaakt — maar ze reed zelfs een acceptabele 500 meter. En dat ze in Tsjechië tot sportvrouw van het jaar werd verkozen, terwijl ze uit een totaal andere sport kwam? Dat zegt genoeg.”

Takagi: de snellere versie van Wüst

Op de huidige WK allround nam Takagi na de eerste dag al de leiding over — een passende afsluiting voor een carrière vol kwaliteit. Ook zij vocht met Wüst, vooral in de laatste seizoenen van de Nederlandse schaatsster. “Takagi was meer een rijder zoals ik, maar dan juist sneller. Op de 500 meter moest ik de schade beperken. We hebben vooral veel gestreden op de 1.500 meter.”

Voor Kuiper was Takagi tijdens de Olympische Spelen in Pyeongchang de grootste bedreiging — vooral als kapitein van het Japanse teamachtervolgingsteam. “We hadden in 2018 een heel goed team, maar ineens kwam de Japanse concurrentie opzetten. Takagi was de kop van de groep — en met zoveel kwaliteit was het geen verrassing dat ze ook met haar ploeg won.”

Wüst versloeg Takagi op de 1.500 meter op diezelfde Spelen — maar één ding blijft onbetwist: “Zij heeft iets wat ik nooit heb gehad: het wereldrecord op de 1.500 meter. Op de Spelen lukte het me wel. Tegen elkaar rijden was altijd een mooi affiche.”

“Ze maakten elkaar beter”

Dat is de rode draad door het hele verhaal: geen bittere rivaliteit, maar een wederzijdse stimulans. “Ze maakten elkaar beter,” zegt Kuiper. “Je moest bij het voorbereiden van toernooien altijd rekening houden met Sáblíková — en met Takagi.”

En dat is precies wat het weekend in Thialf zo bijzonder maakte: een eerbetoon aan twee atletes die niet alleen presteerden, maar ook een vriendschap opbouwden — na jaren van hard strijden, respect en wederzijdse bewondering.

Bekijk origineel artikel

Grote degradatiezorgen bij NAC ondanks spannend gelijkspel tegen Feyenoord

NAC heeft gisteren in een écht gekke, op-en-neerwedstrijd tegen Feyenoord één punt weten te bemachtigen — maar het gevoel na afloop was allesbehalve rustgevend. Het werd uiteindelijk 3-3 in het Rat Verlegh Stadion, met doelpunten aan beide kanten, veel actie, en meer dan genoeg drama. NAC kwam zelfs twee keer op voorsprong… en liet die voorsprong beide kanten op verdwijnen.

Maar het puntje was niet genoeg om de zorgen te doen verdwijnen. Want terwijl de wedstrijd nog bezig was, kwam al het nieuws binnen dat Telstar had gewonnen bij Fortuna Sittard (1-4). En dat betekende: NAC zakte automatisch naar plek 17 op de Eredivisierstand — de gevreesde degradatieplaats.

Vooraf was duidelijk: winnen was de enige manier om weer boven de streep te komen. En hoewel NAC er wel degelijk voor leek te zorgen — met doelpunten van Kamal Sowah, Boyd Lucassen (twee keer!) en André Ayew — bleef het uiteindelijk bij een punt.

De wedstrijd begon met een tegenvaller: Feyenoord scoorde al in minuut 19 via Ayase Ueda. Maar NAC reageerde direct — eerst via Sowah, daarna via Lucassen, en vlak voor rust zelfs via Ayew, die met zijn eerste doelpunt voor de club de Parel van het Zuiden op voorsprong zette.

Feyenoord, met Raheem Sterling in de basis (die het zeker niet makkelijk kreeg onder luidruchtige NAC-fans), kwam steeds terug: eerst via Luciano Valente, daarna weer via Ueda. En toen NAC kort daarna wél scoorde, floot scheidsrechter Jeroen Manschot al voordat de bal de netten raakte — waardoor VAR geen kans kreeg om te oordelen.

In het slot kregen de Bredanaars nog een paar grote kansen, waaronder een schot van Charles-Andreas Brym dat net naast ging. Even later staken Feyenoord-fans fakkels af — waardoor het spel even stilviel. En vlak voor tijd kreeg Leo Greiml een rode kaart, maar ook dat kon het einde van de wedstrijd niet veranderen: 3-3.

De stand nu? NAC staat op 23 punten, op plek 17. Telstar zit één punt boven hen op 16, en Excelsior is drie punten verderop — in de veilige zone. De druk is dus groter dan ooit.

Bekijk origineel artikel

Verstappen: “Niet verkeerd, maar ook niet geweldig” na Australië

Max Verstappen keek met een beetje een knikje van tevredenheid terug op zijn eerste race van het nieuwe seizoen — de Grote Prijs van Australië. Vanaf de 20ste startplek klom hij op naar een zesde plaats. Niet spectaculair, maar wel een solide begin. “De snelheid is niet verkeerd”, zei hij na afloop tegen Viaplay. “Voor de eerste keer dat we met onze eigen motor aan de start staan, mogen we niet klagen. Ik heb genoeg mensen ingehaald, dus er zit duidelijk vermogen in.”

Maar ‘niet klagen’ is nog geen ‘juichen’. Verstappen weet dat er nog een behoorlijke inhaalslag nodig is om echt mee te doen bij de top. “Helemaal vooraan meedoen kunnen we op dit moment nog niet — en dat is ook niet ons enige probleem. Ik denk dat we met de auto zelf ook nog een stap moeten zetten.”

En dan was er natuurlijk die race zelf: een mix van progressie én frustratie. Zeker toen hij zich door het middenveld moest worstelen. “Ik ben uit de problemen gebleven, maar ik was ook een stuk sneller dan veel anderen. Dat betekende dat ik zonder kleerscheuren door de massa heen moest zien te komen.” En toen hij eindelijk wat ruimte had? “Toen ik een beetje alleen reed, had ik best veel last van de banden, de remmen… en het stuur voelde ook niet echt goed aan. Dus eerlijk gezegd: niet zo veel positieve dingen.”

“Chaos met een vleugje Mario Kart”

Natuurlijk kreeg hij ook de vraag over de nieuwe regels — en daar was hij, zoals verwacht, niet blij mee. “Het was chaos, ging een beetje op en neer. In het middenveld gebeurden er wel rare, Mario Kart-achtige dingen.”

In de slotfase vocht hij langdurig met Lando Norris om de vijfde plek — een strijd waarin de nieuwe energiebeheersregels juist meer strategische mogelijkheden zouden moeten bieden. Maar Verstappen kon die vijfde plek niet bemachtigen. “We hadden heel veel plezier in de auto, ja. Het was genieten”, reageerde hij met een duidelijke dosis sarcasme.

En toen werd hij gevraagd of hij wel ergens hoop in zag voor de rest van het seizoen…
Zijn antwoord was kort, scherp en typisch Verstappen:
“Niet voor mij.”

Bekijk origineel artikel

Bosz heeft het zat met Goes: “Wisten ze in mijn tijd wel raad mee?”

Zaterdagavond, na de spannende 2-1-overwinning van PSV op AZ in Eindhoven, liet trainer Peter Bosz zich vrij open uit over één specifieke AZ-verdediger: Wouter Goes. En het was duidelijk — hij was niet onder de indruk.

De 62-jarige coach had het vooral over het gedrag van de 21-jarige verdediger tijdens de wedstrijd. “Ik weet niet of hij in mijn tijd zo lang op het veld had gestaan”, zei Bosz met een knipoog naar het verleden — en een flinke dosis sarcasme. Hij refereerde daarmee aan een moment in de tweede helft waarop PSV-spits Ricardo Pepi en Goes met elkaar in botsing kwamen, wat uiteindelijk leidde tot een gele kaart voor Pepi. Bosz: “Was het bij Wouter Goes? Dan is het goed. Die jongen is er af en toe wel bij betrokken, of niet?”

En toen kwam de klap: “Tegenwoordig staan overal camera’s op. Ik weet niet of hij in mijn tijd nog op het veld had gestaan. Daar hadden ze wel raad mee geweten.”

Een onrustige start… maar toch tevreden?

PSV begon de wedstrijd — net als eerder deze seizoensperiode — opnieuw met een achterstand. Het was alweer de vijfde keer in zes duels dat de Eindhovense ploeg op achterstand stond. Toch ziet Bosz geen ‘patroon’ in die startproblemen. “Nu gleden er twee spelers uit, tegen NEC was het iets anders. Het is niet zo dat we slecht aan de wedstrijd beginnen.” Integendeel: hij was juist tevreden over de eerste tien minuten — “we hadden ze onder druk en kregen elke tweede bal terug”. Pas daarna, zo legde hij uit, gleed het even uit handen — en kwam de tegendoelpunt.

Ook andere punten op de lijst

Bosz noemde ook de tactische uitdagingen: AZ speelde met een compacte 5-4-1-opstelling en wachtte op de counter. “Soms liepen we in de eerste helft niet mee in de omschakeling”, erkende hij. En dan lachte hij zelfs een beetje: “Vroeger dacht ik dan wel eens: het zal wel trainer, maar nu kan ik dat in de rust met beelden laten zien.”

Pepi: ‘Gewoon onderdeel van het spel’

Ricardo Pepi, die uiteindelijk de winnende goal scoorde, reageerde heel nuchter op de aanvaring met Goes: “Het hoort bij de wedstrijd. Frustratie en emotie horen bij het spel. Een normale gele kaart als je het mij vraagt.” En na zijn terugkeer van een armbreuk? “Ik heb zin in de dingen die gaan komen: de komende wedstrijden en een mooie zomer.”

Dest: nog onduidelijkheid rond blessure

Tot slot sprak Bosz kort over de hamstringklacht van Sergiño Dest, die in de tweede helft moest afhaken. “Dat is vaak geen goed nieuws. Als je nu direct een scan zou maken, dan zie je een heleboel vocht. Dat heeft een paar dagen nodig voordat we weten hoe ernstig het is.”

Bekijk origineel artikel

Russell roept Norris en Verstappen op: “Wees even minder kritisch”

George Russell heeft openlijk aangemoedigd dat zowel Lando Norris als Max Verstappen wat zachter van toon worden in hun oordeel over de nieuwe Formule 1-motoren. Hij vindt dat de kritiek soms wat onevenwichtig is — vooral gezien de context waarin die wordt geuit.

Norris, de regerend wereldkampioen, en Verstappen, viermaal kampioen, zijn beide scherp in hun oordeel over de nieuwe power units. Ze vinden de batterijcomponent lastig: je moet hem constant opladen door te remmen of het gas los te laten — iets wat volgens hen het rijden onnodig ingewikkeld maakt. “We zijn van de beste auto’s ooit naar waarschijnlijk de slechtste auto’s ooit in de Formule 1 gegaan”, zei Norris eerder.

Russell reageerde daarop met een flinke dosis realisme: “Als zij zouden hebben gewonnen, hadden ze vast wat anders gezegd.” En hij wees er ook op dat het niet alleen om de motor gaat: “Vorig jaar hadden wij dezelfde motor als McLaren en deden zij het beter. Nu heeft McLaren dezelfde motor als wij — en tot nu toe hebben wij het beter gedaan. Zo werkt autosport nou eenmaal.”

Bekijk origineel artikel

Oorlog in de achtergrond, goud op het podium

De blauw-gele vlag van Oekraïne flapt krachtig over de sneeuwvlakten van Italië — en daarbij haalt het Oekraïense parabiatlon-team meteen een klasseprestatie neer. In de eerste twee dagen pakte het land al drie keer goud, twee keer zilver én vijf keer brons. Toch is er geen moment dat de oorlog thuis niet meeklinkt: tussen de startlijn en de finish, tijdens de warming-up en zelfs in de stilte voor een schot — de gedachten gaan steeds weer terug naar Kyiv, naar de families die onder bombardementen leven, naar de dorpen die geen stroom meer hebben.

“Het is een heel zware tijd voor ons”, zegt de 35-jarige Oleksandra Kononova zondag, net nadat ze brons won op de 12,5 kilometer. Een dag eerder had ze al goud gepakt op de sprint — en dat was pas het begin. Maar haar stem trilt niet alleen van uitputting of trots. Ze spreekt ook over wat niet mag: de aanwezigheid van Russische atleten. “Dat is gewoon onacceptabel”, zegt ze duidelijk. “Gisteren, toen we hier net klaar waren met onze wedstrijd, werd Kyiv en heel Oekraïne weer volgeschoten met ballistische raketten en drones. Volgens mij was het de zwaarste aanval tot nu toe. Er zijn veel mensen omgekomen — gezinnen, kinderen. Heel eng.”

Daarom boycotte het Oekraïense team samen met tien andere landen vrijdag de openingsceremonie. Niet omdat ze zich willen afzonderen — maar omdat ze vinden dat Rusland en Wit-Rusland hier niet thuishoren. “Alleen al dat ze hier zijn, voelt oneerlijk en onnormaal. Ze mogen hier niet naast vreedzame mensen staan — en zeker niet naast mensen die elke dag vechten voor vrede.”

En toch blijft Oekraïne presteren. Sterk. Steeds weer. Op de Winterspelen van 2018 in Pyeongchang ging het land met 14 medailles naar huis (4× goud, 5× zilver, 5× brons). Vier jaar later, in Beijing, werd dat zelfs 21 medailles (8× goud, 9× zilver, 5× brons). Nu, in Italië, staat Oekraïne alweer op plek twee in het medailleklassement — met tien medailles, waarvan een groot deel uit het biatlon. Alleen China doet het nog iets beter: zestien medailles, elf daarvan in het biatlon.

Maar het gaat niet alleen om de winterspelen. Ook op de Zomerspelen eindigt Oekraïne bijna altijd in de top vijf — en dat al sinds 2004. Dat komt niet uit het niets. Al decennia lang is er een stevig systeem opgebouwd voor revalidatie en sportmogelijkheden voor mensen met een functiebeperking — vaak al vanaf jonge leeftijd. Maar de oorlog heeft ook daar sporen nagelaten. “In het voorjaar van 2022, kort na de Russische inval, werd ons trainingscentrum in Chernihiv volledig verwoest door een raketinslag”, vertelt Kononova. “Het hele complex lag plat.”

Vandaag trainen de atleten in West-Oekraïne, in de Karpaten. “Daar zijn best goede faciliteiten”, zegt ze. “Godzijdank slaan daar nog geen raketten of drones in. Het is er redelijk rustig. Alleen daar kunnen we nog rustig trainen.” En dat doen ze — ver van huis, maar met volle kracht. Kononova komt zelf uit het dorp Sjevtsjenkove, ten zuiden van Odessa. “Gisteren werd ik gefeliciteerd”, vertelt ze. “Mensen die vroeger in mijn buurt woonden, zaten om elf uur ’s avonds zonder licht bij het kampvuur, maakten eten klaar en stuurden me een felicitatie. Ze zeiden dat ik een kanjer was. Dus ondanks alles zijn ze blij dat gisteren het Oekraïense volkslied voor mij en ons land klonk.”

Zondag klonk het volkslied niet op het podium — maar Kononova is blij. “Ik ben heel blij met m’n bronzen medaille. Heel gelukkig dat ik vandaag op het podium sta voor m’n land.”

Bekijk origineel artikel