Een Hobbelige Start voor Red Bull in Bahrein

De laatste testweek voor het nieuwe Formule 1-seizoen is van start gegaan in Bahrein, en voor Red Bull Racing verliep de eerste dag niet zonder slag of stoot. Het team van wereldkampioen Max Verstappen kreeg te maken met een flinke tegenslag.

Moeizame Ochtend voor Nieuwe Teamgenoot

Isack Hadjar, de nieuwe teamgenoot van Verstappen, kon ’s ochtends maar beperkt de baan op. Een vermoedelijk waterlek hield de auto lange tijd in de garage, waardoor de teller tijdens de lunchpauze stokte op slechts dertien ronden. Best een magere oogst voor zo’n belangrijke testdag.

Middag Biedt Beter Perspectief

Gelukkig pakte de middagsessie een stuk beter uit. De problemen leken opgelost en Hadjar kon alsnog flink wat kilometers maken. Aan het eind van de dag stond de teller op 66 ronden. Niet de meeste van de dag – die eer ging naar Mercedes – maar wel genoeg om waardevolle data te verzamelen.

Rondetijden Zeggen Nog Niet Veel

George Russell van Mercedes zette de snelste tijd neer, maar in testweken moet je daar niet te veel waarde aan hechten. Het draait nu allemaal om het leren kennen van de nieuwe auto en zoveel mogelijk problemen boven water krijgen voordat het echte werk begint. De eerste race is over iets meer dan een week in Australië.

Andere Teams op de Baan

Mercedes reed de meeste ronden, met zowel Russell als de jonge Kimi Antonelli achter het stuur. Aston Martin en Cadillac hadden daarentegen een stille dag met de minste rondjes. Lance Stroll zorgde zelfs voor de enige rode vlag van de dag door te spinnen. Aston Martin kampt al weken met problemen, onder andere met hun nieuwe Honda-motor.

Verdeling van de Rijtijd

Omdat teams tijdens testdagen maar één auto mogen inzetten, moeten de coureurs de rijtijd delen. Hadjar mocht vandaag de hele dag rijden. Morgen is het de beurt aan Max Verstappen om de hele dag in de RB20 te stappen. Vrijdag krijgen beide coureurs nog een halve dag om laatste puntjes op de i te zetten voor het seizoen echt begint.

Bekijk origineel artikel

Broerliefde en medailles: Melle pakt zilver, Jens brons op 500 meter shorttrack

Wat een dag voor de familie Van ’t Wout! Tijdens de 500 meter shorttrack was het een feestje voor de Nederlandse broers. Melle van ’t Wout veroverde een prachtige zilveren medaille, en dat op zijn 26ste verjaardag! Dat mag je gerust een stunt noemen. Meteen na de finish was het een emotioneel moment toen zijn broer Jens, die zelf het brons greep, hem uitzinnig omhelsde.

Hoe verliep de race?

De weg naar die finale was voor Melle spannend. In de halve finale kwam hij met een beetje geluk verder, toen twee andere rijders onderuit gingen. In de finale stonden maar liefst drie Nederlanders aan de start: naast de broers ook Teun Boer. Helaas viel Boer halverwege de race. De Canadees William Dandjinou werd later gediskwalificeerd.

Jens ging de finale in als grote favoriet. Hij had eerder op deze Spelen al goud gepakt op de 1000 en 1500 meter, en ook in de eerdere rondes van de 500 meter was hij oppermachtig. Toch was het uiteindelijk zijn broer Melle die met het zilver ervandoor ging. Een onvergetelijke dag voor het duo!

Bekijk origineel artikel

NAC moet het voorlopig zonder geblesseerden Greiml en Soumano stellen

Goed nieuws voor de punten, minder goed nieuws voor de spelerslijst. NAC Breda heeft de overwinning op Heracles Almelo duur betaald. Twee belangrijke basisspelers, verdediger Leo Greiml en aanvaller Moussa Soumano, liepen blessures op. De club noemt het zelf een flinke tegenslag in de belangrijke strijd om degradatie te voorkomen.

Hoe lang ze eruit liggen? Dat is nog even afwachten. Het medische team van NAC houdt het herstel van week tot week in de gaten. En alsof dat nog niet genoeg is, mist NAC zaterdag in het cruciale thuisduel tegen FC Volendam ook nog eens de geschorste verdediger Rio Hillen. Of middenvelder Fredrik Oldrup Jensen erbij kan, is ook nog een vraagteken. Kortom, de selectie wordt flink op de proef gesteld.

Bekijk origineel artikel

Zoë Deltrap mist medaille met shorttrackploeg op Olympische Spelen

Het was woensdagavond helaas geen podiumplaats voor Zoë Deltrap op de Olympische Winterspelen. De 20-jarige shorttrackster uit Lage Zwaluwe stond in de aflossingsfinale samen met Selma Poutsma en de zussen Xandra en Michelle Velzeboer. Door een valpartij moest TeamNL genoegen nemen met een vierde plaats.

De Nederlandse ploeg had afgelopen zaterdag nog een sterke indruk gemaakt in de halve finale. In de finale waren Italië, Zuid-Korea en Canada de tegenstanders. Het team ging vol voor het goud, maar door een val van Michelle Velzeboer bleef een medaille net buiten bereik.

“Na de val hebben we er alles aan gedaan om terug te komen, je weet nooit wat er kan gebeuren”, vertelde Deltrap na de race. “Het is gewoon heel jammer.”

Voor Deltrap was de aflossing het enige onderdeel op haar allereerste Olympische Winterspelen. Voor de individuele afstanden werd ze niet geselecteerd door bondscoach Niels Kerstholt. Wel was ze een enthousiaste supporter bij de races van haar vriend Jens in ’t Wout, die afgelopen week twee keer goud pakte.

Bekijk origineel artikel

Hoe Melle en Jens van ’t Wout zilver en brons veroverden op de 500 meter

Wat een race! Op de 500 meter sprint schreven Melle en Jens van ’t Wout geschiedenis met een geweldige prestatie. Melle pakte het zilver, terwijl Jens het brons om zijn hals mocht hangen. Een onvergetelijk moment voor de broers.

Melles zilveren stunt op zijn verjaardag

Het zilver voor Melle van ’t Wout, die vandaag zijn 26ste verjaardag viert, mag met recht een stunt genoemd worden. Hij liet zien dat hij op het allerhoogste niveau mee kan strijden. Teun Boer, de derde Nederlandse finalist, kwam helaas ten val in de finale, maar de focus lag natuurlijk op het feestje van de broers Van ’t Wout.

Bekijk origineel artikel

Gaat Thymen Arensman na topjaar voor het algemeen klassement in de Tour?

Ze zijn op één hand te tellen, de renners die in de Tour van 2025 bergop wegreden bij kopmannen als Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard en de rit ook nog eens wonnen. Thymen Arensman deed het. Zijn zege op La Plagne was één van de meest spectaculaire heldendaden van het afgelopen seizoen. Dat hij alle klassementsrenners achter zich hield in die etappe, en dat hij eerder in diezelfde Tour al de sterkste was in de ontsnapping naar Superbagnères, bewees overduidelijk dat hij in de bergen mee kan met de absolute wereldtop.

Zorgt dat ervoor dat hij zich in 2026 volledig gaat richten op een hoog klassement in de Tour? “Ik richt me vooral op de Giro. Daar ben ik al druk genoeg mee, daarna zien we wel. Het is aan het team”, zegt de Nederlander aan de vooravond van een nieuw seizoen, dat voor hem woensdag begint in de Ronde van de Algarve. Hij focust zich in ieder geval weer op het rondewerk en minder op het kapen van etappezeges. “Mijn sterkste jaren komen eraan, denk ik. Dan is het een ideaal moment om die jaren te gebruiken om voor klassementen te gaan. Ik hoop nog negen of tien jaar door te gaan en in de laatste paar jaren kan ik altijd nog, zoals een Bauke of een Wout, voor etappes gaan”, verwijst Arensman naar zijn ervaren collega’s Mollema en Poels.

Ambitie voor de Giro en open einde voor de Tour

Arensman werd in 2023 en 2024 al zesde in het eindklassement van de Giro. “En vorig jaar had ik zeker top vijf of misschien wel het podium kunnen halen als ik niet ziek was geworden en als ik niet was gevallen.” Hij sluit niet uit dat hij na de Giro opnieuw naar de Tour gaat. “Ik denk dat het allebei kan. Ik heb de afgelopen jaren ook altijd twee grote rondes gedaan.”

Van alle Nederlanders in het peloton is hij misschien wel de enige die kans maakt op succes op de Alpe d’Huez, de iconische berg die dit jaar liefst twee keer in het Tour-parcours zit. “Maar je moet eerst aan de start verschijnen. Het is een iconische berg voor het Nederlandse wielrennen. Ik ging er vroeger ook heen met mijn ouders. En ik heb ‘m ook beklommen toen ik klein was, het is een geweldige klim. Het wordt een prachtige etappe, of ik er nou bij ben of niet.”

Concurrentie binnen INEOS? “We maken elkaar sterker”

De twijfel of hij de Tour zal rijden, komt ook door de versterkingen bij zijn ploeg INEOS. Afgelopen winter contracteerden ze Oscar Onley en Kevin Vauquelin, respectievelijk nummer 4 en 7 van de afgelopen Tour. Arensman, die zelf als twaalfde eindigde, ziet dat niet als extra concurrentie. “Ik denk dat we elkaar alleen maar sterker kunnen maken. Uiteindelijk is wielrennen hartstikke simpel, het gaat om de benen. We hebben meestal niet de absolute topfavoriet, dat geeft veel kansen en veel vrijheid.”

Een nuchtere blik op succes en het leven

Aan zijn indrukwekkende ritzeges van vorig jaar denkt Arensman niet vaak meer. “Wat geweest is, is geweest. Ik probeer gewoon elke dag de juiste dingen te doen en klaar te zijn voor het nieuwe seizoen.” Om daarna relativerend toe te voegen: “Het is allemaal maar fietsen. Het is werk, het is mijn baan.”

Arensman benadrukt dat sport nadrukkelijk een bijzaak is in het leven. “Het was een heel mooi jaar”, zegt de 26-jarige renner. “Ik heb een hondje gekregen, mijn vriendin is bij me komen wonen hier in Andorra. En ja, sportief was het ook een mooi jaar. Maar dat zijn momenten. Die zijn ook hartstikke leuk, maar ik ben vooral blij dat 2025 in het leven heel goed was. Dan is de rest allemaal een mooie bonus. Iedereen is gezond, iedereen is gelukkig, dus ik ben blij.”

Hardop dromen over nieuwe doelen in 2026 of zich ergens druk om maken, doet hij niet. “Wat ik zeg: ik til er niet al te zwaar aan. Het is maar fietsen. Ik doe wat ik moet doen en ik probeer van het leven te genieten en er het beste van te maken. Het is nu allemaal behapbaar voor mij, maar als ik volgend jaar wat tegenkom en ik vind het niet meer leuk, dan stop ik graag.” En over zijn nuchtere instelling: “Ja, ik denk dat dat ook een goede instelling is om te hebben in deze toch wel zware sport.”

Bekijk origineel artikel